Ingezonden.
Hooggeachte Hoofdredacteur,
't Is mij misschien vergund naar aanleiding van het stuk „Er dreigt gevaar", in de Waarheidsvriend van 17 Oct. l.L, eenige opmerkingen te maken. Bij voorbaat mijn dank voor de verleende plaats ruimte.
In groote trekken kan uit den aard der zaak ieder Gereformeerde het met den schrijver van genoemd stuk eens zijn. Wat ik wil zeggen, heeft dan ook alleen betrekking op dat deel, dat handelt over „Vereenigingen, die met welwillende medewerking van den Kerkeraad vergaderingen organiseeren om in en bij verschillende onderwerpen de Gereformeerde waarheid te bespreken en te verdedigen en te verbreiden".
De geachte schrijver raadt hier af, te „laten prèeken", „kerkje te laten spelen", enz. Naar mijn bescheiden meening hangt het standpunt, dat men in dezen moet innemen, geheel af van de mentaliteit van de bevolking. Schrijver dezes kent als lid van een commissie, als boven bedoeld, van zeer nabij de moeilijkheden, waarmede men in sommige gemeenten te kampen heeft om samenkomsten te doen slagen, 't Is ons gebeurd dat na een „lezing" over „Twijfel", geheel op de Gereformeerde waarheid gegrond, van alle kanten de klacht werd vernomen : „Wanneer er nog meer zulke „lezingen" worden gehouden, verloopt de boel". Gaarne geef ik toe, dat de geachte schrijver van boven aangehaald stuk geheel gelijk heeft, waar het gemeenten geldt, waar reeds jaren lang op de catechisatie en in de kerk de Gereformeerde waarheid is besproken en gebracht. Maar in gemeenten, die slechter onderlegd zijn, als gevolg b.v. van slecht kerk-en catechisatiebezoek, waar de leden der gemeente te vergelijken zijn met de „kinderkens", die volgens den apostel met melk moeitn worden gevoed, daar dient men anders te werk te gaan. Daar dient allereerst gevraagd : „Hoe trekken we de menschen? " En als de ervaring dan leert dat het aangewezen middel juist dat is, hetwelk door den schrijver wordt afgekeurd, dan dient men toch dit „minderwaardige" middel te gebruiken. Wat geeft het immers, wanneer „men meer vraagt en meer geeft", als de menschen, voor wie dat meerdere bestemd is, niet komen om het te ontvangen ? Geheel juist komt mij dan ook voor, wat een predikant, die zich bereid verklaarde om in onze gemeente te komen spreken, mij antwoordde op een schrijven, in den geest als ik hierboven aangaf.'
Hij schreef: „Ik begrijp. Wat u bedoelt. Afgaande op de mentaliteit in mijn eigen gemeente, geloof ik, dat u juist ziet".
De bedoeling van mijn „ingezonden" is niet, mijn eigen meening even te stellen tegenover die van den schrijver van „Er dreigt gevaar". Ik wilde alleen die vereenigingen, die deden zooals wij en misschien even in de war raakten bij de lezing van genoemd stuk, er op wijzen, dat m.i. elke gemeente voor zichzelf moet beoordeelen, wat voor haar het beste is, zonder zich door in het algemeen gegeven regels van een beproefd spoor te laten afleiden. Dan dreigt er geen gevaar, doch dan kan er onder 's Heeren leiding en door Zijnen Geest zegen worden verspreid.
V. K.
Onderschrift van de Redactie:
Wij stemmen inzender toe — gelijk we zelf reeds schreven — dat de eene gemeente de andere niet is ; dat het ook verschil maakt waar en hoe men vergadert ; maar wij zouden zoo gaarne willen, dat men onder ons niet het één en het al zocht in „preeken" ; daar de Gereformeerde waarheid zoo rijk is, veelvuldig in schatten van wijsheid, terwijl onze tijd roept om de kennis en de toepassing daarvan. Heel goed kan dat dan geschieden zóó dat „onze menschen" er wel degelijk „wat aan hebben". Want het Woord moet in het midden staan en uit die goudmijn moeten oude en nieuwe schatten te voorschijn worden gehaald door degenen die gezanten van Jezus Christus mogen zijn en uitdeelers van menigerlei genade. Wat wij bovendien heel ernstig bedoelden te zeggen, was ook dit : dat men door „preeken" soms de grootste moeilijkheden kan veroorzaken, vooral als men b.v. de kerk heeft gevraagd en gekregen, niet om te „preeken" (dan wordt het een godsdienstoefening) maar om over de stukken der Gereformeerde waarheid te „spreken". Dan kan men door toch te gaan preeken en wel heel extra te gaan preeken, de grootste moeilijkheden scheppen, wat men moet voorkomen, daar men iets anders beloofde te zullen doen en men ook op andere wijze meer in het midden van de kerkelijke gemeente kan blijven staan.
Evenwel, — 't is waar — de ééne gemeente is de andere niet. Wat in de eene plaats kan, kan niet in de andere gemeente. Maar op den rijkdom van onze Gereformeerde waarheid, op den veelvuldigen nood der tijden en op het gevaar dat dreigt te wijzen, aohtten we onzen plicht. Om nu weer verder te gaan.
M. v. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's