De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

15 minuten leestijd

31 October.
31 October blijft een dag van groote beteekenis in de geschiedenis van Gods Kerk op aarde. Omdat 31 October 1517 de dag is geweest, dat het Woord de macht en de heerschappij nam over Luther en hij door Gods Geest werd gedreven om de Kerk van Christus tot dat Woord van God terug te roepen, aan welke roepstem duizenden en duizenden hebben gehoor gegeven, waardoor een algeheele verandering kwam op het terrein van 's Heeren Kerk ; ja, op elk terrein des levens.
De Kerk van Christus was de Roomsche Kerk geworden, staande onder de macht van den grooten bisschop van Rome, die zichzelf noemde de stedehouder van Christus en de papa der Kerk (vandaar het woord paus = papa). Uit den weg van het oude, oorspronkelijke christendom was de Kerk uitgegaan en zij had zich willig gekromd onder het juk van een mensch, van de traditie. Al het specifiek Roomsche is niet naar het Woord, noch de leer van den paus, noch de aanbidding der heiligen, noch de leer van de sacramenten, van de biecht, van de goede werken. Het Woord doet ons Maria anders kennen dan de Roomsche Kerk, het spreekt anders over den gehuwden en ongehuwden staat dan de Roomsche Kerk. Het weet van geen vagevuur noch aflaat, 't Is alles traditie, leer der Kerk, leer van menschen, wat men bij Rome vindt. En dat verstikte alles. Dat deed de zielen voeden met steenen inplaats van met brood. Waarbij de Heere telkens een roepen der ziele van deze en van gene deed hooren, een roepen om de goddelijke waarheid, welke naar het Woord is ; een roepen om den Christus, die alles wil zijn voor een arme zondaarsziel, in die volmaaktheid van Zijn kruis-en Zoenverdiensten.
Dat roepen om wat anders, om wat beters, was een roepen om het oude, maar nooit verouderde evangelie des Kruises, zooals Jezus Zelf het heeft gebracht en de apostelen en evangelisten het hebben verkondigd, 't Was niet een roepen om iets nieuws, wat er nooit geweest was nog ; neen ! 't was een terug keeren tot het oude, tot het. oorspronkelijke christendom, hetwelk in Gods Woord ons is geteekend.
Dat kreeg ook de macht over Luther, die in diepe wegen, met veel bittere smart aan de ledigheid en leugenachtigheid van het Roomsche geloof ontdekt was en met een arme zondaarsziel riep en schreeuwde om iets beters, om iets hoogers, 't welk in Gods Woord ons is geopenbaard en in Christus gegeven.
Dat kwam openbaar op 31 October 1517 en eenmaal openbaar geworden zijnde werd het nog meer openbaar, in alles wat Luther verder deed, sprak en schreef.
Zeker, Luther heeft niet alles in eens begrepen en gegrepen. Hij heeft ook alles niet gezien en verstaan, zooals wij dat nu mogen zien en verstaan. Er is een voortgang in de openbaring des Heeren geweest, met een toenemen van de kennis. Maar dat neemt niet weg, dat het bij Luther mocht gaan om het Woord des Heeren, waarvoor paus en monnik wijken moest; welk Woord ook het hoogste zeggenschap moest hebben op concilie, rijksdag of welke vergadering ook, wanneer daar de zaken des geloofs aan de orde kwamen. Praatjes, laffe praatjes zijn het, die telkens in Roomsche kringen opduiken en gepropageerd worden, als men vertelt, dat Luther zoo'n slecht mensch was en zoo'n vuilen monnik ; en dat hij van kwaad tot erger gaande ten slotte gevlucht is uit de Roomsche en toen maar een nieuwe Kerk gesticht heeft.
Want die in zoo'n weg den oorsprong en den voortgang der Reformatie ziet en weet te verklaren, moet wel heel wonderlijk en vreemd de dingen aanvoelen !
Neen, het is de greep van het Woord op de ziele van een aan zonde ontdekten monnik ; welk Woord hem vasthield, hem voortdreef en hem bracht waar hij wezen moest ; opdat hij met dat Woord voortaan zou gaan en staan en de Kerk tot dat Woord zou terug roepen.
't Is dus ook niet geweest, zooals in vrijzinnige kringen verteld wordt, dat Luther aan de consciëntie of het geweten voortaan de hoogste autoriteit toeschreef, om als levensregel te hebben : „doe wat het geweten u zegt en doe niets tegen uw geweten".
Want zeer zeker had Luther eerbied voor het geweten, als controlestem, tot afroming van het kwade en bevordering van het goede. Maar Luther kende in deze nog iets hoogers dan de stem van 't geweten van den natuurlijken mensch en dat was Gods Waarheid, Gods stem, Gods Woord !
Op den Rijksdag te Worms is dan ook zijn hoogste en laatste woord niet : ik heb als mensch naar mijn geweten gehandeld. Doch : wat ik geleerd en geschreven heb, heb ik als christen geleerd en geschreven omdat God het alzoó in Zijn Woord aan Zijn Kerk heeft bekend geraakt. Om ieder die met hem verschilde, ook den Rijksdag te verzoeken eveneens voor dat Woord van God te bukken en te buigen en Gods Woord als Scheidssrechter te aanvaarden en te erkennen ; waarbij Luther gaarne tevoren beloofde alles te zullen herroepen en te zullen terug nemen, wat bewezen werd te zijn in strijd met Gods Woord.
Daarom is 31 October ook geen dag voor de Revolutie ; 't is en blijft de dag van de Reformatie.
't Is de dag van een nieuw begin, dat genomen wordt naar uitwijzen van het oude, doch nooit verouderde Woord van God. Om de Kerk van Christus te réformeeren naar dat Woord ; dat is, om haar tot een nieuwen vorm van leer en leven te roepen, naar het model (niet als namaak) van het oude Christendlom, 't welk door de pauselijke Kerk schandelijk was verloochend en losgelaten.
Reformatie is : om een nieuw begin te maken in den weg van het oude evangelie.
Maar de Revolutie wil een omkeering, met verloochening van het oude evangelie.
De Revolutie, uit het ongeloof geboren zijnde, heeft dan ook niets gemeen met de Reformatie, maar is een totale verzaking van wat voor de Reformatie hoofdbeginsel was; 't is een totale verloochening van wat voor de Reformatie fundament en grondslag was. Maarten Luther en Jean Jacques Rousseau ; Calvijn en Marx ; Groen van Prinsterer en Troelstra, hebben niets, niets met elkander gemeen, maar staan vierkant tegenover elkaar èn wat godsdienst èn wat zedelijkheid betreft; èn wat de Kerk èn wat de maatschappij aangaat; èn wat academie èn wat rechtbank aanbelangt.
Dan staat de Reformatie materieel nog dichter bij Rome dan bij de Revolutie ; zij heeft meer gemeen met Augustinus en Thomas van Aquino dan met Rousseau en Kant.
De Reformatie toch wilde inderdaad slechts hervorming zijn, reiniging van het bestaande Christendom, door uitbanning van de gebreken en uitwassen, de misbruiken en misstanden, die allengs en hoe langs zoo meer waren ingeslopen. Zij wilde een gezuiverd, een gereformeerd Christendom, teruggrijpend naar de Schriftuurlijke beginselen met toepassing op de behoeften van den tijd. De Reformatie wilde in het licht stellen wat waar is en wat leugenachtig is, dankbaar bewarend wat in den loop der tijden zich naar de christelijke beginselen had gevormd, maar ook veroordeelend wat bedriegelijk ingeslopen was als leugen en bederf.
Maar de Revolutie wilde totale omkeering, om het oude weg te doen en tot nieuwe toestanden te komen, met uitbanning van Gods Woord en 's Heeren dienst, waarbij de menschelijike rede geproclameerd werd 't hoogste gezag te hebben.
Sprak de Reformatie dan van de vrijheid des menschen, dan was het de vrijheid van een christen-mensch, om vrij te mogen leven naar Gods Woord.
Sprak echter de Revolutie van de vrij­heid des menschen, dan was het de vrijheid van den natuurlijken mensch, om vrij te mogen zeggen : geen God en geen meester ; en vrij te mogen leven, zonder God en Zijn gebod.
De Revolutie die afscheid nam van de Roomsche Kerk, nam tegelijk afscheid van het historisch Christendom, van God en van Zijn-Woord.
De Reformatie was het er om te doen inplaats van de pauselijke Kerk, levend onder het juk van een mensch, te krijgen de Christelijke Kerk, met Christus als Hoofd en Gods Woord tot gids en regel voor leer en leven.
Zeker, Luther is weer een andere figuur dan Zwingli ; en Luther en Zwingli saam zijn weer andere persoonlijkheden dan Calvijn.
Maar ten slotte ligt het verschil bij deze Reformatoren en bij hun volgelingen hierin, dat de een meer nog dan de ander die beginselen van Gods Woord wist naar voren te brengen en toe te passen voor Kerk, school, staat en maatschappij.
Dat is het verschil — maar dat blijft tegelijk de éénheid van het ware, echte protestantisme : een buigen voor Gods Woord, als de bizondere openbaring Gods tot zaligheid gegeven en een toepassen van die Schriftuurlijke beginselen op elk terrein des levens.
Wie van dien grondslag afglijdt komt te staan op het fundament der menschelijke rede, om te leven naar den wil des menschen en te werken voor het koninkrijk van een mensch.
31 October moet ons daarom telkens te midden van het protestantisme tot bezinning roepen, om te overdenken of wij wel zijn in den goeden weg.
Zijn wij zonen en dochteren der Reformatie in goeden en gezonden zin ?
Staan wij op het fundament der apostelen en profeten en zijn wij bezig om op het fundament te bouwen, op te bouwen en uit te bouwen ?
Laten protestanten, die het echte protestantsche beginsel verlaten hebben om over te stappen naar de beginselen der revolutie, met proclameering van de menschelijke rede tot hoogste autoriteit, waarbij een nieuwe drievuldigheid : God, deugd en onsterfelijkheid wordt vereerd en gediend — laten zulke protestanten, die geen protestanten meer zijn zich leeren bezinnen, om óf den naam, dien men ten onrechte draagt, los te laten óf liever : zich leeren bekeeren tot den Heere, die in Zijnen Christus den volzaligen Borg en Middeiaar van een arm zondaarsvolk gaf en in Zijn Woord een lamp voor onzen voet en ^eén licht op ons pad.
En laten zij die zich om des beginsels wille zonen en dochteren der Reformatie noemen, er naar mogen staan, om de echte, zuivere, levende beginselen der Reformatie meer en meer te beleven en toe te passen op het terrein van 's Heeren Kerk, op het terrein van de school, den staat en de maatschappij.
31 October zegt ons : de Heere regeert.
Hij komt op Zijn tijd. En Hij komt in den weg van Zijn Woord dat eeuwig zeker is.
Dat wij in dat Woord wèl gefundeerd en goed onderwezen mogen worden, om als echte zonen en dochteren der Reformatie te bidden en te strijden, te bidden en te werken ; waarbij het geloovig harte zegt : de Heere is getrouw, dat Hij ook doen zal wat Hij heeft beloofd.

Rome en de Bijbel.
Rome laat zich niet zoo makkelijk vangen ; 't heeft theorie en practijk ; en al naar 't in de kraam te pas komt, kan men naar voren brengen, dan wat men in theorie gelooft en belijdt, dan weer wat de practijk is. En zoo heeft men twee gezichten, die men keeren en wenden kan, zooals men wil. Zoo met den Bijibel, met het Bijbellezen en het Bijbel-verspreiden.
Rome heeft daarvoor een theorie en een practijk.
En zoo kan Rome zeggen : wij zijn vóór. Maar 't kan ook zeggen : wij zijn tegen. En 't laatste is voor ons meer aannemelijk dan 't eerste, hoewel men ook met het eerste pronken kan.
Hoe staat Rome tegenover den Bijbel, de Bijbelgenootschappen, enz. ?
In een Roomsch Weekblad „De Voorpost", dat als apologetisch weekblad te Rotterdam wordt uitgegeven en verspreid, lazen we deze week : „Toen de dwaling ingang begon te vinden bij ve­len, dat de Bijbel de eenige bron der Openbaring zou zijn, had de H. Kerk tot taak zulks te bestrijden en er den geloovige op te wijizen, dat men de Overleveringen niet mocht verwerpen. Vandaar dat zij overging tot een geleide'lijke beperking van het Bijbellezen". „Wij zien uit de kerkelijke besluiten dier tijden, dat het Bijibellezen eerst hoe langer hoe meer wordt tegengegaan en afhankelijk gemaakt van een bijzondere vergunning enz."
Dat is dus met andere woorden : de overlevering, de traditie is het een en al voor een goed Katholiek en het lezen van den Bijbel is gevaarlijk en verwerpelijk en verboden.
Dat is ook wel de gangbare practijk bij de Roomschen.
Een Bijbel moet met een kaarsje gezocht worden en men vindt er dan nog geen in de Roomsche gezinnen.
Van lezen van den Bijbel is geen sprake, nooit en te nimmer.
Wat de Kerk, wat de priester leert is het een en al, dat zonder begrijpen, zonder gelooven geslikt wordt. „Neemt het onbegrepen aan" geldt in de Roomsche Kerk. En vragen naar de dingen geldt niet zelden bij den pastoor, voor zonde, soms wordt het als een doodzonde gerekend, waarvoor geboet moet worden.
We weten nu waarom in de dagen der Reformatie degenen die den Bijbel lazen, vervolgd en gedood werdten. Want zulke menschen leefden bij de dwaling „dat de Bijbel de eenige bron der Openbaring zou zijn" ! Van dien Bijbel moest men af en men moest bij de Overlevering der Kerk leven en sterven, zou het goed zijn.
Dus Rome is tegen dien Bijbel, en stelt de traditie naast, neen, boven den Bijbel. Den Bijbel kan men missen, de traditie der Kerk niet. En zoo is het leven van den Roomsche ook in werkelijkheid zonder den Bijbel en met de traditie of Overlevering der Kerk. Waarbij de Bijbelgenootschappen een vloek en een pest zijn.
Maar nu kan Rome ook nog een ander gezicht laten zien. En dat portret staat ook in „de-Voorpost". Dat is : Rome met den Bijbel, vóór het lezen van den Bijbel, vóór de Bijbelgenootschappen enz. !!
Hoort maar : „De Roomsche Kerk is eerst de dwaling tegengegaan, dat de Bijbel de eenige bron der Openbaring is en tot geleidelijke beperking van het Bijbellezen — doch toen die dwaling de kop ingedrukt was, was er geen enkele reden meer over, deze beperking te blijven handhaven ; en als het gevaar geweken is, trekt de H. Kerk de verordeningen tegen het Bijbellezen in, en is men gekomen op het huidige standpunt „dat het gebruik van vertalingen met goedig aanteekeningen en voorzien van de kerkelijke goedkeuring zonder meer is veroorloofd".
Dat lijkt wel héél mooi. De dwaling is de kop ingedrukt, dat de Bijbel de eenige bron der Openbaring is ; en nu mag een Roomsche bijbel, met Roomsche aanteekeningen en kerkelijke goedkeuring voorzien, gelezen worden
Men zou ook kunnen zeggen : eerst slaat men den Bijbel den kop in, en dan geeft men dien Bijbel in handen van de menschen
Wat bovendien dan nog maar zelden werkelijk wordt aanschouwd, dat de Roomsche leek den Bijbel leest.
Wat ook wel blijkt uit hetgeen „De Voorpost" zelf verder zegt: „Het is 'n oude, op waarheid berustende klacht, dat de Katholieken in hun kennis van den Bijbel zoozeer bij andersdenkenden achter staan".
Zoo is 't in werkelijkheid. En dat komt, omdat de Roomsche Kerk feitelijk tegen den Bijbel is, en in plaats daarvan zweert bij de traditie of Overlevering.
Alles wat specifiek Roomsch is, is dan ook naar de traditie of Overlevering en niet overeenkomstig den Bijibel.
Dat verklaart ook de houding van de Roomsche Kerk tegenover de Bijbelgenootschappen.
Daar zegt „de Voorpost" van : „Het vaderland van deze genootschappen is Engeland, waar ook het meest bekende, n. l. het Britsche-en Buitenlandsche Bijbelgenootschap ontstond met onderafdeelingen in alle landen. Het hoofddoel der vereeniging is „het verspreiden van den Bijbel en afzonderlijke boeken daarvan zonder menschelijke commentaren".
Dat kan de Roomsche Kerk niet goed vinden, dat de Bijbel als Bijbel onder het volk komt.
„De Voorpost" zegt : dat wat het Britsch-en Buitenlandsch Bijbelgenootschap wil en dóet „berust op de niet-Katholieke opvatting, dat de H. Schrift de eenige Openbaringsbron is en dat ieder individu 't recht heeft op een vrij onderzoek daarvan".
Dat kan de Roomsche Kerk niet onderschrijven en niet dulden noch toestaan.
Daarom : tegen ! Tegen, met vervloekingen van de H. Kerk over die vervloekte Bijbelgenootschappen !
Toch heeft Rome óok den Bijbel, maar den Roomschen Bijbel, met Roomsche aanteekeningen en verklaringen ; ook is in 1902 te Rome een Katholiek Bijbelgenootschap gesticht, met het doel om den Roomschen bijbel onder 't volk te verspreiden.
En Paus Leo Xlll — de paus, die juist dezer dagen voor de tweede maal begraven is, nu in de Kerk van den H. Johannis te Rome ! — schreef tegen de uitgaven van het Britsch-en Buitenlandsch Bijbelgenootschap, maar verrijkte het lezen van een der (Roomsche) evangeliën gedurende een kwartier met een aflaat van 300 dagen, terwijl een ieder die dit gedurende een maand dagelijks zal doen, daardoor onder de gebruikelijke voorwaaren een vollen aflaat verdient (zooals „de Voorpost" verder schrijft, op wiens gezag wij het gelooven en hier meedeelen !)
Rome en de Bijbel — ja, daar zou nog heel wat over te schrijven zijn.
Evenals over : de Protestanten en den Bijbel
Waarbij de Gereformeerden den Bijbel als Gods Woord aanvaarden en den Heiland nazeggen : „Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben en die zijn het, die van Mij getuigen". Christus tot Leidsman en Gods Woord tot licht — dat is het ware. Dat is de echte Protestantsche belijdenis.
En moet de echte practijk zijn en blijven. Dan hebben wij een schat, grooter en heerlijker dan wat Rome heeft en biedt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's