ZENDING.
De Besturen der Samenwerkende Zendingscorporaties deden den volgenden oproep uitgaan :
Aan de Nederlandsche Christenen!
In het jaar 1924 is het gaan lichten aan den horizont.
De volken van Europa, hijgend naar rust, schijnen elkander gevonden te hebben.
En te midden van de donkere wolken breekt een enkele zonnestraal reeds door. 't Werd tijd, want de duisternis was wel heel groot.
God blijkt een Hoorder des Gebeds. Er is zooveel donkers, ook in den arbeid in het Koninkrijk Gods, niet het minst in dien der Zending.
Zorgen drukken aan alle zijden. De arbeidsgelegenheid is groot en de arbeiders zijn zoo weinige.
De vragen vermenigvuldigen zich en het antwoord is vaak niet te vinden.
De Zendingsarbeiders vragen om hulp en die hulp moet vaak geweigerd.
De zegeningen Gods op de velden brengen de zorgen steeds dichter bij !
De roepstem naar vrede klinkt luider en de vredeboden ontbreken !
Is het wonder dat ons gebed zich vermenigvuldigt „Uw werk, Heere, behoud dat in het leven !"
Bidden wij alleen ? Zijn wij als enkele bidders onder de menigte ?
Ach, laat ons niet alleen ! Wij moeten U en de gansche Christenheid rondom ons hebben.
Paart dan Uw
Gebed
met het onze tot die bede : Uw werk — behoud !
Wij willen het weder samen doen, niet waar, allen saam in de week des gebeds van
23—30 November a.s.
een week, die eindigt met den Zendelingszondag, een dag van algemeen gebed voor de Wereldzending.
Wilt ge ons helpen, dat in 't bijzonder in die week in alle gemeenten de Zending kome onder de aandacht van Christelijk Nederland ?
De Broeders en Zusters, die arbeiden op de Zendingsvelden, vaak in groote eenzaamheid en onder zwaren druk, smeeken ons om onze voorbede.
Laten wij hen iets doen gevoelen van de gemeenschap der heiligen, zoodat zij weten ; als een lid lijdt, lijden alle leden mede".
De groote vragen, waarvoor het Zendingswerk in dezen ontwakenden tijd komt te staan, dringen tot gebed, opdat wij het antwoord van onzen God ontvangen.
Wij zelf, die bij 't groote werk steeds onze zwakheid gevoelen, vragen U : Vereenigt U met ons in het gebed voor Hem, die alleen wijsheid geven kan, want als de gemeenschappelijke bede zoo opstijgt komt ook de
Toewijding.
Het gebed voor Gods Koninkrijk maakt ons warm voor Zijn zaak en de vraag rijst op : Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal ?
Dan ontplooien zich de krachten ; kleine en groote, en gevonden worden de mannen en vrouwen, die, begaafd met kennis, zich geven willen aan den Zendingsarbeid en de Gemeente van Christus legt haar
Offer
neer op het altaar Gods.
Dan zullen verdwijnen de tekorten, die op 1 September reeds ongeveer ƒ 250.000.— bedroegen.
Opgelost zijn de bezwaren, waardoor velen zich laten tegenhouden om te doen wat hun hand vindt om te doen.
Weggevaagd wordt het klein geloof, dat het niet wagen durft met des Heeren beloften.
Want op die bede, voortkomend uit 't bewogen hart : Heere, behoud Uw werk in het leven, komt de verhooring.
En de gemeente van Christus wordt gezegend in den zegen, dien zij zelf heeft afgebeden voor het Zendingswerk.
God neige Uw en ons hart tot gebed en tot toewijding en tot offer.
Namens de Hoofdbesturen der Samenwerkende Zendingscornoraties
Ds. JOH. RAUWS,
Ds. JOH. RAUWS, Ds. B. J. C. RIJNDERS,
Mr. J. M. J. SCHEPPER,
Zendingsdirectoren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's