De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenvoudige Bijbellezing

5 minuten leestijd

En dat deze ook eerst beproefd worden en dat zij daarna dienen, zoo zij onbestraffelijk zijn. 1 Timotheüs 3 : 10.

32

1 Timotheüs.
Ook deze moeten eerst beproefd worden. Wat de apostel met deze woorden bedoeld heeft, is niet gemakkelijk te zeggen. Zij leveren dan ook voorde verklaring groote moeilijkheid op. Wij willen trachten den zin er van te verstaan.
De vraag is hier : moeten de diakenen een proeftijd doormaken ? Zoo ja, dan geldt dit niet alleen van de diakenen. Immers moet het woordje „ook" eigenlijk vóór „deze" gelezen worden, zooals in het oorspronkelijke duidelijk te zien is. Wat hangt er dus van de plaats van een enkel woordje veel af ! Lezen wij toch „ook deze", dan volgt daaruit dat ook de opzieners een proeftijd doormaken moeten. Zouden wij ons echter houden moeten aan de plaatsing der woorden zooals wij die in onze Statenvertaling vinden dan zou de proeftijd alleen op db diakenen slaan. Dan zou de gedachtengang deze zijn : de diakenen moeten eerbaar zijn, niet tweetongig, enz. ; bovendien moeten zij beproefd worden. De oorspronkelijke tekst geeft het echter anders aan. Ook de diakenen moeten beproefd worden ! Alsof de apostel zeggen wilde : natuurlijk moeten de opzieners beproefd worden, dat spreekt van zelf ; vergeet echter hierbij ook de diakenen niet.
Deze opvatting is ook veel redelijker, veel meer te begrijpen. Immers waarom zouden de diakenen wèl beproefd moeten worden vóór zij dienen, en de opzieners niet ? Is het opzienersambt dan van minder gewicht dan dat der diakenen ? Neen, zeker niet.
Het komt er dus op neer dat hier gezegd wordt dat alle ambtsdragers beproefd moeten worden.
Nu komt een andere kwestie, die eigenlijk de moeilijkheid veroorzaakt. Afgezien toch van de vraag, of dit de opzieners zoowel als de diakenen geldt, er staat dat zij aan een proef moeten onderworpen worden. Wat beteekent dit ? Hier is maar niet bedoeld eene beproeving geheel in algemeenen zin, alsof de ambtsdragers, vóórdat zij gekozen worden, een geruimen tijd onder de oogen verkeeren moesten van de gemeente en haar opzieners. Neen, dit kan de zin niet zijn. Van deze algemeene goedkeuring der gemeenteleden is reeds in het voorafgaande keer op keer gesproken. De opzieners moeten onberispelijk zijn enz.; de diakenen óók ; zij moeten eerbaar zijn, niet tweetongig, niet die zich tot veel wijns begeven. Allerlei deugden die van hen bekend moesten zijn. Deze algemeene proef hadden zij reeds doorgemaakt. Het zou in het geheel geen zin meer hebben om dan nog eens in het bijzonder te zeggen dat zij eerst moeten beproefd worden en dat zij daarna dienen.
Bovendien, het woord „beproeven" heeft niet die algemeene beteekenis van een oordeel dat van zelf en zoo langzamerhand zich bij de gemeenteleden gevestigd heeft over een of andere persoon. Beproeven is eene bepaalde handeling die men welbewust uitvoert. Datzelfde woord wordt gebruikt 'bij het beproeven van het goud. Dit wordt in den smeltkroes geworpen. Het ondergaat eene bewerking om tè zien hoeveel zuiver goud er van komt. Datzelfde woord staat er ook van hem die vijf juk ossen gekocht heeft; dan zegt hij, in de gelijkenis : ik ga heen, om die te beproeven. M.a.w. hij moet ze eens aan het werk zien, om te weten of de koop kan doorgaan. Wij moeten dus den algemeenen zin, dien men aan .dit beproeven geven wil, afwijzen en hierbij vasthouden aan eene bepaalde en vaste regeling, die de apostel zich voorstelde, waardoor de voorloopig gekozen ambtsdragers een proeftijd doormaakten.
Stel u voor, hoor ik zeggen, dat een dominé zoo maar weer kon afgewezen worden, als hij niet voldeed ! Hebben zij daarvoor zoo lang gestudeerd om ten slotte nog als onbruikbaar 'door een gemeente aan den kant gezet te worden ? Ja, het is te begrijpen dat zulke bedenkingen geopperd worden. Zou een jonge man van zooveel ontwikkeling zoo maar in zijn carrière getroffen kunnen worden door eenige eenvoudige gemeenteleden, die men misschien geheel onbekwaam acht om over het al of niet geschikt zijn van een leeraar te oordeelen ? ........ Ja, het zou wat zijn, als dit mogelijk ware. Alle predikanten zouden onmiddellijk een vakvereeniging vormen om met hand en tand aan hun rechten vast te houden, om er gemeenschappelijk voor te strijden Maar als men dan zijn woede uitgeblazen heeft over zulk een snoode daad, — een dominé een proeftijd doormaken wie haalt het in zijn hoofd ? . — zou een eenvoudig gemeentelid toch het kunnen wagen, om te zeggen dat een leeraar geen vak heeft, maar dat hij een ambtsdrager is. En een ambt ontleent men niet aan een universitaire loopbaan en aan het afleggen van vele belangrijke examens, maar een leeraar ontvangt zijn ambt van Godswege door middel van de gemeente Deze opmerking kan misschien menigeen in de hiitte van zijn toorn wat doen bekoelen. En gij, die zoo'n hoogen toon aanslaat over onbekwame menschen die zouden moeten oordeelen, gij onderwerpt u toch zeker ook reeds aan hun oordeel als gij op beroep preekt of een hoorders-commissie ontvangt ?
Hoe de apostel zich nu zoo'n proeftijd voor alle ambtsdragers voorstelde, is moeilijk te zeggen. In ieder geval zou hij nimmer onbillijkheden in de gemeente willen scheppen of regelen. Hij geeft hier een beginsel aan dat uitgewerkt moet. Afgezien nu van alle practische bezwaren, mogen wij toch wel vragen : heeft een gemeente niet het recht om een Evangelieprediker als haar leeraar te hebben ? En moet een gemeente nu maar altijd overgeleverd zijn aan iemand die aan de allereerste eischen van een ambtsdrager niet voldoet ? Van ouderlingen en diakenen kan men nog weer afkomen. Maar een leeraar, die het Evangelie niet dient, moet men altijd maar houden. Ik weet wel, hier liggen allerlei voetangels en klemmen. Maar vast staat dat Paulus hier een beginsel aangeeft dat onder de oogen gezien moet worden. De opzieners en ook de diakenen moeten eerst beproefd wor­den.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's