De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

8 minuten leestijd

Misleidend optreden.
„Staat en Kerk" herinnert in het nummer van de vorige week aan de rede, welke mr. V. H. Rutgers onlangs als inleiding van den a.s. stembusstrijd voor de A.R. Kiesvereeniging te 's Gravenhage hield.
De redactie knipte daarvoor uit de „Nieuwe Rotterdamsche Courant" van 12 November, ter kennisneming van hare lezers, het volgende uit :
„Er is ontevredenheid, n.l. over de te gerinige doorwerking der AR. beginslen, ondanks het feit, diat er een Christelijk Kabinet is met A.R. leden. Deze ontevredenen moeten evenwel bedenken, dat er wel een christelijk Kabinet is, doch dit geen A.R. Kabinet is, zelfs geen Kabinet met A.R. meerderheid. Er moet rekening gehouden worden met de meeningen, in de andere christelijke partijen. Daaruit wordt dan wel geconcludeerd, dat het dan blijkbaar niet geeft, dezen gemeenschappelijken strijd te voeren, indien b.v. de wederinvoering van de doodstraf niet verkregen kan woeden. Deze conclusie blijkt verkeerd, indien men terugziet op het verleden, op den schoolstrijd, welke bekroond is met een regeling, waarbij aan de bijzondere school een baan is gelaten, zoo ruim, als waarvan de voortrekkers niet hebben durven droomen ; indien men terugziet op een kwestie als de gereglementeerde prostitutie. Waartegen zoo vele jaren door de Antirevolutionairen gestreden is tot de volledige overwinning. Is het, wanneer men aan deze dingen denkt, dan niet ondankbaar, te zeggen, dat er zoo weinig bereikt is ? Is de Zondagsrust niet bevorderd, ; is de houding der regeering tegenover de Zending niet veranderd ? Wij hebben God te danken voor hetgeen bereikt is, ook wanneer dit bereikte slechts negatief was, want dan beteekent de invloed van, de A.R. beginselen het tegenhouden van het afglijden".
Naar aanleiding van dit citaat uit de „Nieuwe Rotterdamsche Cour." merkt „Staat en Kerk" op, dat „deze lijst van verdiensten", die den kiezers wordt voor gehouden, „heel mager" is.
Nu is zulk een conclusie ons niet recht duidelijk. Immers een ieder, die wel eens een verslag van eene vergadering gemaakt heeft, weet maar al te goed, dat een overzicht van het gesprokene in een samenkomst geen stenografisch verslag is en meestentijds ook zeer onvolledig in de pers komt.
Dit blijkt b.v. uit wat in het zelfde nummer van „Staat en Kerk" voorkomt over een lezing, welke door ds. Gravemeijer uit Amsterdam te IJsselstein werd gehouden, uit welk verslag heel wat zal zijn uitgelaten, wat die predikant toch zal hebben gezegd.
Een beroep op een krantenverslag mag alzoo niet gedaan worden, althans niet om als bewijsmateriaal vóór of tegen iemand te dienen.
De redacteur van „Staat en Kerk", die het artikel : „Zoethoudertje" over de rede van mr. Rutgers schreef, beging dus een blunder (fout).
Dit is nu wel zoo erg niet, en ook wel te vergeven.
Maar wat wèl erg is, ja zelfs zeer erg is : dat de schrijver van 't stuk het verslag uit de „Nieuwe Rotterd. Courant" vervalschte.
Zoo iets mogen wij niet verwachten van een fatsoenlijk en eerlijk blad en zeker niet van een redacteur, die in „Staat en Kerk" schrijft, het orgaan, dat zoo gaarne zedemeestert over anderen en zich er op beroemt „De Stem Gods" te doen hooren.
Wij hebben het bewuste verslag uit de „N.R. Cour." er op nagelezen, en dit vergeleken met het citaat dat wij woordelijk hierboven uit „Staat en Kerk" overschreven. En wat blijkt nu ? Dit, dat uit de „Nieuwe Rotterdamsche Courant" een zin is verdonkeremaand, waarin een belangrijk punt uit „de lijst van verdiensten" is weggelaten en dat de schrijver van „Zoethoudertje" zeker niet gaarne onder de aandacht van zijne lezers wilde brengen. Bovendien werden de woorden van een paar andere regels uit het stuk omgezet.
Dit nu is fataal en kan niet scherp genoeg worden afgekeurd.
Het bedoelde punt, dat wèl in het verslag van de „Nieuwe Rotterdamsche Courant" voorkomt, maar dat uit het woordelijk overgeschreven citaat in „Staat en Kerk" werd weggelaten, houdt de mededeeling van mr. Rutgers in van het standpunt dat in de Kamer werd ingenomen ten opzichte van het handhaven van schuld en straf „tegen de moderne stroomingen, die alle schuld wegdoezelen en den misdadiger beschouwen als een ziek".
Dat voor dit beginsel telkenmale van A.R. zijde in de Kamer werd opgekomen, daarvan was het zeker beter, dat de lezers van „Staat en Kerk" geen kennis kregen.
Maar mag dit een reden zijn om een citaat te vervalschen ?
En nu het artikel „Zoethoudertje", waarin op meer dan ergerlijke wijze de houding der rechterzijde wordt gecritiseerd.
Het lust ons niet op dit geschrijf, waarvan verdachtmaking de grondtoon is, in te gaan.
„Staat en Kerk" weet heel goed, al deelt het blad zulke dingen niet aan zijn lezers mede, welke houding de Antirevolutionairen innemen b.v. ten opzichte van het vraagstuk van de Zondagsviering, de vaccine, de lijkverbranding enz. en dat zij zich niet schamen, daarvan in het openbaar getuigenis af te leggen, wat vaak leden yan de Hervormd Gereformeerde Staatspartij als stille getuigen aanhooren.
Maar bepaald misleidend treedt de schrijver van het artikel op, als hij de vraag stelt: „Wat deed het Kabinet inzake b.v. de Staatsloterij en den stemdwang ? " en hij daarop het indirecte antwoord geeft : „niets". Deze auteur spreekt hier onwaarheid, hij moet toch weten dat èn ter zake van de Staatsloterij èn ten opzichte van den stemdwang wetsontwerpen door de regeering zijn toegezegd.
Ook daarvan worden de lezers van het blad onkundig gelaten.
Alles wat de klok slaat is Rome en de invloed, welke van Rome in de Staatkunde uitgaat.
Wij raden de redactie van „Staat en Kerk" aan om eens kennis te nemen van de rede, welke het Roomsche Kamerlid mr. J. Bomans een paar weken geleden voor de R.K. Kiesvereeniging „Vrijheid en Recht" te Alkmaar hield. De „Nieuwe Rotterdamsche Courant" van 6 November gaf daarvan een verslag.
En wat zeide in deze vergadering de R.K. afgevaardigde ?
Hoor zijn klacht : Voor de Katholieken zijn teleurstellingen gekomen, doordat hun programpunten niet ten uitvoer zijn gebracht o.a. de afschaffing van de prioriteit (voorrang) van het burgerlijk boven het Kerkelijk huwelijk, de opheffing van het processieverbod. Dit is iets wat men betreuren mag na een 7-jarig Christelijk Kabinet onder Katholiek presidium.
En als dan de reeks van klachten is naar voren gebracht, gaat mr. Bomans voort :
Op het gebied der Zondagswetgeving is nu een wetsontwerp ingediend, maar geheel in A.R. geest.
Om dan ten slotte het met verwijzing, naar het verzet der Antirevolutionairen uit te roepen : „Dat stemt hard, dat stemt bitter".
Laat „Staat en Kerk" een uittreksel' van een rede, als door mr. Bomans gehouden werd. ook eens aan zijne lezers voorleggen. Maar dit mag niet. Het mocht eens zijn, dat de lezers een anderen kijk op de dingen kregen en dan zou het met het verdachtmaken der Antirevolutionairen uit zijn.
Gelukkig zijn er echter ook lezers van „Staat en Kerk" die ons blad lezen en daardoor van het misleidend optreden van het orgaan van de Hervormd (Gereform.) Staatspartij kennis krijgen.

Een protest gevraagd.
Een van onze lezers, die mededeelt tevens getrouw lezer te zijn van het orgaan van de Herv. (Geref.) Staatspartij „Staat en Kerk", vestigt onze aandacht op een in dat blad van 28 November voorkomende „boekbespreking" van de hand van (dr.) Jac. J. W(oldendorp) te G(roningen).
Hij vraagt ons tegen hetgeen daar geschreven werd, te willen protesteeren. Tot goed begrip willen wij eerst even aangeven, waarover de zaak loopt.
Dr. W. oordeelt van het boek, dat hij recenseert, twee dingen :
1e. dat het geen boek is voor iedereen ;
2e. dat het boek niet christelijk is. Ter toelichting van dit laatste, want daarover loopt het hier, wijst de boekbeoordeelaar op hetgeen in het boek geschreven staat „over den mensch en het huwelijk".
Hij schrijft dan uit het geschrift deze regels af:
„De mensch is het meest verknoeide maaksel, dat uit de handen van den goeden God is te voorschijn gekomen. Voor den Heer zelf zou het wenschelijk zijn, als dit verongelukte schepsel, dat met slechte hartstochten als met uitslag bezet, niet leven en niet sterven kan, geleidelijk uitstierf. Hij was dan van iets, dat hier hiet tot eer strekt, af en van een groote moeilijkheid bevrijd".
Onze lezer nu wil protesteeren tegen de houding van dr. W., die :
1e. met geen woord tegen het godslasterlijke, van wat hij uit het boek neer schreef, opkomt;
2e. in zijn boekbespreking nalaat zijn afkeuring over het profane in het boek uit te spreken ; en
3e. er zelfs geen woord voor over heeft het lezen van het boek te ontraden, laat staan het boek in het vuur te werpen.
Wij zijn het hier met onzen lezer volkomen eens, ook waar hij in het slot van zijn schrijven nog mededeelt, dat men in „Staat en Kerk" meer oog heeft voor Rome dan voor het geestelijk welzijn van ons volk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's