De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

9 minuten leestijd

De Geest des Heeren Heeren is op Mij. omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om eene blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen ; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte ; om den gevangenen vrijheid uit te roepen en den gebondenen opening der gevangenis. Jesaja 61 vers 1.

De beloofde Zaligmaker.
In de synagoge van Nazareth heeft de Heiland, bij het uitspreken van de hierboven geplaatste woorden, op Zichzelf gewezen. Heden, zeide Hij, is deze Schrift in uwe ooren vervuld.
Van de grootheid en de uitnemende heerlijkheid van Zijn eigen persoon getuigt dus de Heere Zelf door den mond van Jesaja. Een grootheid, die wij niet kunnen missen voor de zaligheid onzer ziel; een heerlijkheid, die wij met ons gansche hart moeten leeren aanbidden.
Den Heiligen Geest bezit Hij als een blijvend goed, omdat Hij door God gezalfd is. De zalving in het Oude Testament was toch een symbolische handeling. Als de zalfolie over het hoofd van den door God verkorene werd uitgestort, werd daardoor tot hem gezegd : „God wijst u aan en maakt u bekwaam om u geheel, uw leven lang, aan uw ambt te geven". Welnu, als nu van Christus gezegd wordt dat Hij gezalfd is met den Geest, beteekent dit dat Hij Zich geheel en al geeft aan Zijn ambt, aan Zijn werk, door de blijvende kracht des Geestes.
Hij is de Gezalfde ! Hij bezit wat alle menschen missen.
Zoo wordt van den beloofden Zaligmaker getuigd.
Om te weten wat dit voor ons beteekent, moeten wij onszelf naar 's Heeren Woord leeren kennen. Daardoor zegt de Heere tot ons dat wij den Geest missen en dat wij vleeschelijk zijn. Er rijst geen geestelijk gebed uit ons op : geen geestelijke gedachte bezielt ons , geen geestelijke daad komt uit ons voort als vrucht van een innerlijk leven met God. Het tegenovergestelde is er wel. Wij gevoelen ons thuis in een leven zonder God. Aardschgezindheid en zelfbehagen vormen de drijvende kracht van ons natuurlijk, d.w.z. ons eigen bestaan. Het is noodzakelijk dat deze voor ons diep beschamende openbaring van het Woord in ons leeft. Dan weten wij, met smartvolle zekerheid, dat wij de heilige zalfolie des Geestes missen, dat wij er geen druppel van hebben en dat er geen reuk des levens, geen heilige aroma van ons uitgaat.
Laat toch niemand deze ontzettende waarheid van zich afduwen. Wees er ook niet mede tevreê als gij deze waarheid slechts verstandelijk toestemt. Daarvoor zegt God het u niet. Maar wel opdat gij de heerlijkheid en de grootheid van den Zaligmaker zult aanbidden. Immers heel het Woord is Christus-prediking.
Men zie toch niet over het hoofd dat God ons oproept, nu, gisteren en morgen, om geestelijk te zijn, om profeten en profetessen te wezen, om de gedachten Gods in ons op te nemen en uit te spreken in al onze levensuiting. En als wij dit niet doen, staan wij schuldig met een schuld, die elk oogenblik toeneemt. Wee ons, als wij met het recht van onzen God spotten. Zijn eisch slechts bespreken en beschouwen zonder er met bittere zelfaanklacht onder te buigen Wij moeten maar eens eene geldelijke schuld hebben tegenover onzen naaste, wij zouden niet rusten om naar middelen te zinnen om daarvan af te komen. Maar wat kunnen wij vaak gemakkelijk gezind zijn over de schuld, dien wij tegenover den Heere hebben.
Maar hóé dan ? Hoe zal ik aan het recht Gods beantwoorden ? Zullen mijne tranen het doen, mijn leed, mijn klagen, mijn gebeden, mijn bukken ? Neen, al zoudt gij altijd om uw zonde treuren, zij wordt daardoor niet goedgemaakt. Het is wel een bewijs, dat gij met uw ziel het recht van God erkent. Maar dit is lang niet hetzelfde als aan dat recht beantwoorden. Door het knielen als een verlorene wordt gij niet behouden. Uw behoud, uw redding ligt alleen in den grooten en heerlijken Zaligmaker. Hij is de volkomen Plaatsbekleeder. Hij bezit alles wat gij mist. De Gezalfde ! Hij leefde altijd met God. Daarin is Hij het Hoofd des Verbonds. In Hem, in Zijn volheerlijke persoonlijkheid ziet God al de Zijnen aan. Den doemschuldigen mensch, wiens tranen nog schuldig tot hem wederkeeren, ziet God in den geestelijken, rechtvaardigen Christus aan. Dit is het Evangelie dat alleen uw blijdschap, uw troost kan uitmaken. Er is geen andere verheuging voor het volk van God. Maar er is ook geen grootere verheuging denkbaar. Daarom wijst de Heere Jezus Christus altijd op Zichzelf. „Ik ben het! Ik alleen. Niets van u, o mensch, maar alles van Mij !".... of zou iemand meenen dat hij ooit beter goed en grooter heil verkrijgen kan dan de toegerekende gerechtigheid van Christus ? Immers neen. Te schuilen als een verloren zondaar bij Christus, is de beste plaats, de rust des geloofs. het verborgen leven met God. O, mijn lezer, het is zoo heerlijk dat wij elkander op dien eenigen Gezalfde mogen wijzen, den Eenige onder allen, den Christus te midden van de zondaren. Dan alleen zijn wij geestelijk, als wij door het geloof met Hem vereenigd zijn. Dan zijn wij profeten, profetessen. Dan leven wij uit Zijn Geest en deelen van Zijn Geest mede. Het is als de zalfolie die haar lieflijken geur verspreidt. Dan belijden wij met onze ziel en prediken wij met onzen mond en getuigen wij door onzen wandel : Christus is de Gezalfde met den Geest. Hij is mijn Geestdrager, mijn Heil, mijn groote en heerlijke Zaligmaker.
Ook van Zijn zegenend werk getuigt onze tekst. Het bevindelijke leven mag nooit grond van zaligheid zijn. Alleen Christus en Zijn geestelijk leven, Zijn gehoorzaamheid tot in den dood. Maar daarom mogen wij niet verachten het werk van Christus' Geest in onze zielen, dat naar dien rotsgrond voert.
Van dit werk nu spreekt onze profetie in rijke bewoordingen. Hij brengt den zachtmoedigen een blijde boodschap. Zachtmoedigen ? Wie zijn hiermede bedoeld? Wij moeten hier niet denken aan een natuurlijke gave. Er zijn onder de menschen zachtmoedige naturen en ook harde karakters. Maar toch kan het gebeuren dat een mensch met een zachtmoedig karakter hard blijft onder de Waarheid, vijandig tegenover het Evangelie Hier is een gave der genade bedoeld. Denk aan hen, die het oordeel Gods ootmoedig dragen en buigen onder de roede van Zijn wet. Eerst woelde het verzet op tegen die voor den mensch zoo vernederende waarheid. Misschien is het ook zoo met u geweest, mijn lezer ? Gij worsteldet er tegen in. Tegen dat eenvoudige, klare woord van de openbaring Gods, waardoor gij genoemd wordt een verlorene, een onnutte, een goddelooze. Gij wildet wel buigen, maar toch zóó diep niet. Wanneer dan Christus niet de sterke Geestdrager geweest was, gij zoudt u nooit tot in de diepte van zelfveroordeeling vernederd hebben ! Calvijn noemt deze zachtmoedigen : de terneer geslagenen.
De groote en heerlijke Gezalfde brengt aan deze zachtmoedigen een blijde boodschap. ."Jiet op een afstand, maar in hun ziel. Dat Christus voor verlorenen stierf, dat Hij is een Behouder van zondaren, is de boodschap, die de ziel ontvangt. Ze is voor mij bestemd, zoo roemt en jubelt het hart. Daarom is het God te doen. Zijn kind blijde te maken, zalig in het hooren naar Zijn klanken. Niet om hem ter neer te slaan, maar om hem op te heffen tot Zijn Vader-hart. Grooter, inniger blijdschap is hier op aarde niet.
De veelzijdige zegen van het werk van den Gezalfde wordt in onze profetie voorgesteld. „Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart" Wel, dan is er toch zeker eerst een onherstelbare wond geslagen ! Als ons lichamelijk hart gebroken wordt, dan is er geen leven meer. Pas dit nu toe op het geestelijke. Dan heb ik opgehouden mij zelf voor God te handhaven, dan ben ik aan mijzelf gestorven Dit is een geestelijk proces, dat vaak geleidelijk plaats vindt. Iemand, die door de hand des Heeren is aangeraakt, is daarom nog niet een gebrokene van hart. Daar zijn soms vele slagen noodig om het hart te breken. Slagen die pijn doen, die ons met overstelpende droefheid vervullen, die er ons toe brengen om aan onzen getrouwen God te zeggen : ,,ik doe niet anders dan mijn schuld vermeerderen en ik zal ook nooit anders doen, uit eigen kracht. Wees mijn arme ziel genadig".
Die gebrokenen van hart worden door den Gezalfde verbonden. Dit verbinden is 't teedere werk der hemelsche liefde. Het doet ons denken aan de zorg van den heerlijken Zaligmaker, waarmede Hij bezig is voor verlorenen, voor een ieder afzonderlijk, zoodat Hij met Zijn geestelijk Woord hen troost en bemoedigt. De windselen worden zachtkens aangelegd aan het diepbedroefde hart. De onherstelbare wond wordt verbonden. In blijde overtuiging mag ik dan zeggen : ik maak wel altijd mijn schuld grooter, maar de zonde van elken dag en elk oogenblik is door Christus' bloed gereinigd. Door Hem is al mijn ongerechtigheid mij vergeven en al mijn krankheid genezen.
Ook vrijheid geeft Hij. Vrijheid ! Het is een woord waarvan steeds een bezielende klank is uitgegaan, de eeuwen door. De mensch wil vrij zijn. Door de breede lagen van het maatschappelijk leven wordt van dit woord in allerlei toonaard gezongen. Het is te verklaren.
De mensch is tot vrijheid geschapen Het is echter zoo jammer dat de meest erge slavernij weinig gekend wordt, de slavernij der zonde. Als deze gekend wordt, is daar ook de begeerte, naar de hoogste vrijheid. De vrijheid des Geestes, de vrijheid in God. De vereeniging met God, de band met den Allerhoogste is tegehjk de meest rijke vrijheid. Als de groote Gezalfde Zijn werk in ons doet, begint de slavernij der zonde ons te plagen. Dan gevoelen wij haar pijnlijke knelling. O, was ik maar van mijn zonde bevrijd ! O, kon ik die banden des doods maar van mij afwerpen ! 't Is de begeerte om met God vereenigd te zijn, die zoo doet klagen. Alleen Christus roept de vrijheid uit. Christus, Die Zijn Gemeente kocht, vrijkocht van zonde en satan. Als de Geest van den Gezalfde deze vrijmaking doet beleven, klinkt deze vrijheidstijding lieflijk in de ziel. Gij zijt vrij ! Gij, gebondenen. Waarlijk vrij ! Want indien de Zoon u vrijmaakt, zijt gij waarlijk vrij ; dan zijt gij verbonden met God.
En het wordt een wandelen in de geboden des Heeren, een begeerte om zich nauwkeurig te houden aan den wil en het Woord van God, niet als onder een opgelegd juk dat zwaar is om te dragen, maar om dien wil met liefde, met blijdschap, met vrede te volbrengen. De groote Gezalfde maakt geestelijk, maakt blijde, maakt gezond, maakt vrij.

Kr.

N. V. d. S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's