De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

7 minuten leestijd

Het is fraai.
Onze lezers zullen zich de stukken herinneren van drie weken geleden in ons blad over de meer dan ergerlijke en onverantwoordelijke wijze, waarop in 't orgaan van de Hervormd (Gereformeerde) Staatspartij „Staat en Kerk" geschreven werd.
Boven het eerste artikel plaatsten wij het opschrift : „Misleidend optreden". De inhoud liep over het vervalschen van een citaat (aanhaling) uit de N.R. Courant" en over de absoluut onjuiste politieke voorlichting, welke de redactie van „Staat en Kerk" aan zijne lezers geeft.
Het tweede artikel hield een protest in tegen de wijze, waarop een boek was beoordeeld geworden, dat door zijne godslasterlijke uitdrukkingen niet gerecenseerd had mogen worden en bij welke recensie (beoordeeling) geen woord van afkeuring door de redactie geschreven werd.
Ons oordeel in de beide artikelen over wat „Staat en Kerk" onder het oog van zijn lezers bracht — wij geven het toe — was scherp, maar verdiend. Met eenige spanning zagen wij nu 't nummer van „Staat en Kerk" van de vorige week tegemoet, om te zien hoe de redactie van het blad zich over zijn houding zou verantwoorden en zich ook tevens over zijn handelwijze zou verontschuldigen.
Maar wij werden teleurgesteld. Het blad zweeg als een mof.
Dat „Staat en Kerk" ons blad niet zou hebben gelezen, kan niet worden aangevoerd. Immers van „De Waarheidsvriend" wordt terdege notitie genomen. Hij geniet wekelijks de eer tot mikpunt van het orgaan van de Hervormd (Gereformeerde) Staatspartij te worden gebruikt. Zelfs in het laatste nummer, waarin, gelijk wij hierboven opmerkten, verwacht had mogen worden dat „Staat en Kerk" zich over zijn optreden van drie weken geleden zou schamen en zich nader zou rechtvaardigen, vinden wij weer een lang artikel, gewijd aan onze rubriek „Staat en Maatschappij", in 't welk men doet alsof er niets was gebeurd.
Hier laat „Staat en Kerk" zich niet van zijn mooisten kant kennen.
Zijn houding is die van een jongen, die een steen door de ruiten werpt en om niet de aandacht te trekken stil en zwijgend zijn weg gaat. 't Is werkelijk fraai.

Onverantwoordelijke politiek.
Wij moeten, alvorens afscheid te nemen van „Staat en Kerk", nog even ingaan op het „lange artikel", waarvan we hierboven met een enkel woord gewag maakten en dat in het nummer van het blad van de vorige week voorkomt. Wij doen dit om te laten uitkomen op wat onverantwoordelijke wijze hier over de politieke kwesties gesproken wordt.
Het gaat in het artikel voornamelijk over de opmerking, welke wij onlangs plaatsten, dat de politiek van de Staatkundig Gereformeerden en van de Hervormd (Gereformeerde) Staatspartij de Roomsch-Katholieken in de armen van de Sociaaldemocraten jaagt.
Wij noemden dit „roekelooze politiek" en zeiden daarvan, dat een dergelijke politiek zeker niet aan de versteviging van het
Protestantsch-christelijk karakter der natie zal ten goede komen.
Nu kan men over de vraag : of de politiek van deze beide groepen inderdaad tot samengaan van Rome met de S.D.A.P. leiden zal, van meening verschillen. Zelfs kan men de juistheid van de stelling ontkennen. Maar waar wij tegen opkomen en wat op een onverantwoordelijke houding van den schrijver wijst, is de vraag, welke hij tot tweemaal toe in het artikel doet:
En — indien het waar is (d.i. dat Rome naar de S. D. A. P. gejaagd wordt) — is Rome daar gevaarlijker dan in de armen van Antirevolutionairen en Christelijk Historischen ?
Zulk een vraag te stellen lijkt ons onverantwoordelijk en mag niet — laat staan, dat hij het doet — uit de pen van iemand, die het volk wenscht voor te lichten, vloeien.
Immers de schrijver weet, of hij moet wel beter weten, dat wat hij schrijft niet waar is.
Wij herinnerden er in het stuk dat wij destijds schreven, aan, dat bij het samengaan van de Roomsch Katholieken met de Sociaaldemocraten, de eersten de toezegging hebben ontvangen van de opheffing van het Processieverbod, 'het vaste gezantschap bij den Paus, het recht van het aanbidden, van de Eucharistie (het Sacrament des altaars) op den publieken weg ; misschien ook de opheffing van het burgerlijk huwelijk.
Zijn deze verlangens van Rome, in de ruim 20 jaren dat de partijen der rechterzijde samengaan, ooit door de Protestantsch-christelijke partijen ingewilligd geworden ?
En zoo neen, mag men dan zeggen, dat het om het even is of de Roomsch Katholieke Staatspartij samengaat met de Sociaaldemocraten, dan wel met de Antirevolutionairen en Christelijk Historischen ?
Met zich zoo uit te spreken slaat men de parlementaire geschiedenis in het aangezicht.
Wij hopen, ter wille van de handhaving van het Protestantsch-christelijk karakter der natie, dat het drijven van de Hervormd (Gereformeerde) Staatspartij nimmer zal gelukken.
Intusschen, het zal ons niet verwonderen of de schrijver van het artikel in „Staat en Kerk" zal wel weer een weg vinden om zich uit de moeilijkheid waar in hij gekomen is, uit te praten ; maar dan wil die medewerker van het blad ons tegelijik wel eens mededeelen, waarom hij een ander stuk, dat in het zelfde nummer van „De Waarheidsvriend" voorkwam, en wel dat, betreffende het standpunt van Calvijn jegens de Roomschen, niet onder de aandacht van zijn lezers bracht.
Mocht dit niet ?
Of zou hij zich anders verplicht hebben gevoeld om ook den grooten Hervormer met de Antirevolutionairen in den ban te doen ?
Dit liep dan misschien te veel in de gaten.

Socialistisch strafrecht.
Welke gevaren de grondslagen van ons Christelijk volksleven bij een Sociaal Democratisch Kabinet bedreigen, daarvan leverde de A. R. „Rotterdammer" onlangs een staaltje. Het blad schreef onder bovenstaand opschrift:
Denemarken heeft zijn Sociaal-democratisch Kabinet, dat radicaal wil hervormen. Hervormen op allerlei gebied, ook op strafrechtelijk.
Een wetsontwerp is bij het Folkething ingediend, dat ten eenenmale breekt met hetgeen tot hiertoe als deugdelijk criminalistisch beginsel gold.
De doodstraf en lichamelijke kastijding konden uiteraard geen genade vinden. Zij moeten worden afgeschaft.
Niet strafbaar zal zijn degeen die in bepaald aangewezen gevallen een aan een ongeneeslijke ziekte lijdende op zijn verzoek doodt.
Eveneens gaat vrijuit hij, die in dit geval bij zelfmoord hulp verleent.
Echtbreuk en tegennatuurlijke ontucht is niet langer strafbaar, tenzij gepleegd met een kind of uit winstbejag.
Abortus kan slechts achterhaald worden, indien winstbejag hiertoe drijft.
Zoo wordt in stuk na stuk gezondigd tegen den eisch van het Christelijk beginsel.
Hebben wij geen recht, wanneer wij Neêrlands Christenen oproepen, zich te wapenen tegen de ondermijning van de Christelijke grondslagen van het volksleven, die ons het Socialisme brengt ?

Een manifest.
Wanneer wij op den uitslag van de verkiezingen in Duitschlanid voor den Rijksdag letten, kunnen wij God den Heere niet genoeg danken voor de groote zegeningen, welke ons Christenvolk hier in ons vaderland geniet.
Maar dan begrijpen wij ook de aanklacht, welke in het manifest van den vroegeren rijkskanselier dr. Michaëlis, gericht tot Duitschlands Christenen, gelegen is.
Dit manifest, dat even voor de Rijksdagverkiezingen verscheen, luidde :
„Wij gevoelen tegenover alle partijen de groote moeilijkheid dergenen, die ernstig christen willen zijn en voor het Evangelie in ons volksleven willen opkomen. Echter gelooven wij niet, dat in de spanne tijds, die ons nog van de verkiezingen scheidt, het mogelijk zal zijn om een eigen partij te vormen en met eigen lijsten uit te komen. Maar wij vragen aan onze vrienden, dat zij zich aan deze rnoeilijkheid niet onttrekken door van de stembus weg te blijven. Wij geven den raad, dat men zijn keus bepalen late door deze vraag : of een bepaalde partij waarborg biedt, dat personen, die levende getuigen van Jezus Christus willen zijn, in haar tot hun recht kunnen komen. Een toetssteen daarvoor zij, of de partij met klem verdedigen zal dat de ouders hun kinderen kunnen doen opvoeden en onderwijzen naar hun belijdenis èn dat de Kerk volkomen vrij zal wezen van staatsbanden.
De nood dezer tijden leert ons, dat het meer dan ooit voor de christenen noodzakelijk is zich aaneen te sluiten om de vraag te overwegen en te beantwoorden, hoe in het openbare leven Gods wil tot gelding kan worden gebracht".
„De Rotterdammer", Waaraan wij het manifest ontleenen, spreekt van 't stuk als van „een wolkje als eens mans hand".
En hoopt dat het weldra door een milden regen zal worden gevolgd.
Wij sluiten ons daarbij .van harte aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's