De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Zondagstreinen.
Het was te verwachten, dat ditmaal bij de behandeling van de daarop betrekking hebbende hoofdstukken van de Staatsbegrooting het vervoer van het publiek des Zondags op de spoortreinen niet onbesproken zou blijven.
Het standpunt van den Minister van Waterstaat ten aanzien van dit vraagstuk, dat vierkant in strijd is met het beleid, dat van een Minister in een rechtsch Kabinet mocht worden verwacht, had zóó de ergernis opgewekt, dat eene nadere verklaring niet kon uitblijven.
Het geeft toch geen pas, dat wanneer een Kamerlid, wijzende op de gedragingen van de Spoorwegmaatschappijen, om op Zondag tegen goedkoop tarief 't vervoer van reizigers te bevorderen, vraagt, of de Minister zich niet geroepen acht den invloed der Regeering aan te wenden om dergelijk bevorderen van de ontheiliging van den dag des Heeren te doen beëindigen, die bewindsman dan dit antwoord geeft :
„Aangezien daardoor belangen van het publiek gediend en die van het spoorwegbedrijf tevens gebaat worden, bestaat geen aanleiding, om dergelijke maatregelen tegen te gaan .
Dat men tegen een dergelijk antwoord in verzet komt, is niet anders dan begrijpelijk. En ook is het niet te verwonderen, dat bij de behandeling van de zaak in de Kamer soms harde woorden zijn gevallen.
Terecht heeft men van A.R. zijde begrepen, dat de houding, welke Minister van Swaay tegenover het laten loopen van pleiziertreinen op Zondag aanneemt, niet alleen de verantwoordelijkheid van dien bewindsman raakt, maar het regeeringsbeleid van het geheele Kabinet aangaat.
Vandaar dat mr. Rutgers, de voorzitter van de A.R. Kamerfractie, de zaak reeds onmiddellijk bij het algemeen debat over de Staatsbegrooting ter sprake bracht.
De A.R. afgevaardigde herinnerde in zijn Kamerrede er aan, hoe vroeger, onder liberaal bewind, vaak al het mogelijke werd beproefd om de menschen des Zondags toch maar vooral in den trein te krijgen, doch hoe door de voortdurende pogingen van opvolgende kabinetten die pleiziertreinen met verlaagd tarief langzamerhand geheel verdwenen waren en dat nu dit het fatale was, dat zij onder een Rechtsch bewind weer werden ingevoerd.
Heeft de heer Rutgers gemeend, dat het maar eens ronduit moest gezegd worden, hoe de A.R. Kamerclub over 't beleid van het Kabinet ten deze denkt, met niet minder beslistheid heeft de heer de Monté ver Loren zich over de kwestie uitgesproken, toen hij verleden week Dinsdagavond van aangezicht tot aangezicht tegenover den Minister van Waterstaat stond.
Deze A.R. afgevaardigde begon met te wijzen op de klacht van vele leden der Kamer, die zeer ontstemd waren over de wijze waarop bepaalde vragen betreffende de Zondagsrust in 't Spoorwegbedrijf door dien Minister zijn beantwoord. (Wij gaven hierboven het antwoord op een dezer vragen).
Minister van Swaay, die zich tegen deze klacht verdedigde, liet daarop volgen :
„Het antwoord bezag de zaak uitsluitend uit het oogpunt van spoorwegbelang, gelijk van den Minister, aan wien dit belang is toevertrouwd, viel te verwachten".
De heer ver Loren, naar dit gedeelte uit 's Ministers Memorie van Antwoord verwijzende, zeide verder :
„Als een ondergeschikt ambtenaar, die over een punt als dit had te rapporteeren of adviseeren, een antwoord had voorgesteld, , waarin uitsluitend op het spoorwegbelang, in den engen, hierbedoelden zin was gelet, zou ik tot hem zeggen : gij doet verkeerd ; uw adviezen kunnen alleen dan van beteekenis zijn, als gij u bij het uitbrengen daarvan gehed indenkt in de taak en verantwoordelijkheid van dengene, die ten slotte op uw voorstellen zal hebben te beslissen.
Maar als niet een ondergeschikte, maar een verantwoordelijk Minister meent er mede te kunnen volstaan op te komen in hoofdzaak voor de geldelijke belangen van een publieken dienst, welke onder zijn toezicht geplaatst is, zonder te rekenen met de belangen van het personeel, dat aan dien dienst is verbonden, noch — wat veel meer zegt — met de algemeene beginselen van het Kabinet, waarvan hij deel uitmaakt, en — nadat hij, zooals hij zelf zegt, zich genoopt heeft gezien „een betuiging van leedwezen te doen opnemen, dat in het antwoord ook de andere zijde van het vraagstuk niet tot haar recht is gekomen", — nog kan neerschrijven dat een antwoord, als door hem gegeven, van den op zijn plaats gezeten Minister viel te verwachten, dan moet toch de vraag rijzen, of de groote en vele belangen, welke ook aan den Minister van Waterstaat zijn toevertrouwd, wel veilig kunnen worden geacht in handen van een bewindsman, die zich van zijn verantwoordelijkheid in sommige opzichten zoo weinig bewust blijkt."
Scherp waren ongetwijfeld de woorden, welke wij hier uit de rede van den heer de Monté ver Loren lieten cursiveeren, maar zij waren, evenals het geheele woord van den afgevaardigde, juist.
Ook uit de interrupties (uitroepen), welke de heeren Smeenk en Duymaer van Twist tijdens de rede van den Minister van Waterstaat plaatsten, blijkt wel hoe ontstemd de A.R. Kamerfractie was over het optreden van Minister van Swaay.
Het is te hopen, dat de regeering zich rekenschap zal geven van hare houding welke zij ten aanzien van dit punt bij voorkomende gelegenheden zal innemen.
Zal zij zich dan weten te verzetten tegen maatregelen der Spoorwegmaatschappijen om het reizen op Zondag te bevorderen, dan zal het debat, dat ditmaal in 's Lands vergaderzaal gevoerd werd en waarbij de beginselen zoo nauw waren betrokken, niet onvruchtbaar zijn geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's