De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Wonderlijke manier.

Wonderlijke manier.
Sommige menschen kunnen soms wonderlijk handelen.
Zoo ontvingen wij een paar dagen geleden een schrijven van den heer Jac. J. Woldendorp uit Groningen, een der medewerkers van "Staat en Kerk", van wien wij onlangs onder het hoofd „Een protest gevraagd", een recensie uit het orgaan der Hervormd (Geref.) Staatspartij overnamen.
Bij dit schrijven was gevoegd een ingezonden stuk. Nu is het natuurlijk op zichzelf genomen niets bijzonders, als men een ingezonden stuk ter plaatsing ontvangt, maar wel doet het vreemd aan als men zich op deze wijze bij de redactie van een blad, aan wie men een vriendelijkheid verzoekt, introduceert: „Hoewel ik weet, dat bijgaand ingezonden stuk misschien door u geweigerd zal worden waag ik het nogmaals uw gastvrijheid in te roepen".
Zulk eene inleiding zou eigenlijk reeds een motief kunnen zijn om het stuk, dat men geplaatst wil zien, terzijde te leggen. Doch wij zullen ons daar maar niet aan storen en aan het verzoek van den heer Woldendorp voldoen.
Daaruit mag intusschen niet de gevolgtrekking worden gemaakt, dat een redactie verplicht zou zijn alle ingezonden stukken op te nemen.
Moest dit, dan zou een orgaan als „de Waarheidsvriend", dat slechts een weekblad is, voor de lezers ongenietbaar gaan worden.
Zoo hebben wij— en wij merken dit in het voorbijgaan op — een aantal van die ingezonden stukken, naar aanleiding van de actuëele onderwerpen, welke in den laatsten tijd in deze rubriek van ons blad behandeld werden, ontvangen, doch waarvan wij niet in staat zijn ze allen te plaatsen. Wij beloven echter op den inhoud — en daarmee zullen de inzenders wel genoegen willen nemen — nader te zullen terugkomen.
Met het ingezonden stuk van den heer Woldendorp staat 't echter iets anders. Daarmede maken wij gaarne een uitzondering, omdat hetgeen daarin behandeld wordt over een persoonlijke kwestie loopt en het billijk is, dat naast het „hoor"' ook het „wederhoor" wordt vernomen.
De heer Jac. J. Woldendorp schrijft:
Mijnheer de Redacteur,
„De Waarheidsvriend" no, 3 (16de jrg.) stelt mij in staat van beschuldiging in haar artikel „Het is fraai", omdat door mij niet werd gereageerd op een vroeger verschenen protest tegen de recensie van een boek van Marie Diers, door mij geschreven voor „Staat en Kerk". (Zie no.1, 16de jrg. van „De Waarheidsvriend").
Laat mij eerst mogen mededeelen, dat ik van dezen persoonlijken aanval niets wist voor heden (29 December), nu ik met vacantie uit ben en het mij dus onmogelijk was om mij in „Staat en Kerk" te rechtvaardigen.
Trouwens de rechtvaardiging zou ik gaarne aan uw lezers overlaten door u te verzoeken in het volgend nummer van uw blad te willen doen afdrukken:
Ie. uw artikel „Een protest gevraagd"; 2e. mijn recensie in „Staat en Kerk" en 3e. de recensie uit  "De Standaard", die (één of twee weken voor de mijne) in het Zaterdagavondnummer werd opgenomen.
Uw lezers kunnen dan oordeelen over de wijze, waarop ik persoonlijk in een minder vriendelijk licht werd geplaatst.
Indien u dit als „ingezonden" wilt plaatsen en tevens aan mijn verzoek zult willen voldoen, blijf ik
                                             Met hoogachting,
                                                                  Uw dw.,
                                                       JAC. J. WOLDENDORP
Dit schrijven, waarin op een wonderlijke manier gehandeld wordt, noopt ons tot het maken van een paar kanttekeningen.
In de eerste plaats trekt het de aandacht, dat waar in het genoemde artikel „Het is fraai" ook een zeer ernstige beschuldiging der redactie van „Staat en Kerk" over het vervalschen van een stuk wordt ten laste gelegd, de heer Woldendorp, die een der vaste (wekelijksche) medewerkers van het orgaan is, over dit ernstige vergrijp zwijgt.
In de tweede plaats lijkt het ons ietwat zonderling, dat men een redactie, aan wie men vraagt om een stuk op te nemen, niet het volledige stuk toezendt, maar haar aan het werk zet, om in een of ander blad naar eene recensie te gaan zoeken.
Laten wij, om den heer Woldendorp het volle pond te geven, mogen mededeelen, dat wij ons best hebben gedaan om de opdracht, welke hij ons verstrekte, te volvoeren. Wij hebben de opgegeven nummers van „De Standaard" doorgesnuffeld, zelfs nog andere exemplaren onder het oog gehad, maar het is ons niet mogen gelukken het geïncrimineerde stuk (dat aanstoot heeft gegeven) te vinden. Dat het voorts noodig zou zijn, ook om der wille van de beschikbare ruimte, een tweetal artikelen, welke in ons blad vroeger verschenen, en onzen lezers bekend zijn, nogmaals af te drukken, daarvan zien wij het belang niet in.
En in de derde plaats komt het ons wel merkwaardig voor, dat de heer Woldendorp, die met zijne mede-redacteuren van „Staat en Kerk" van „De Standaard" over het gemeen niets moeten hebben, dit blad verderfelijk, zelfs onbetrouwbaar noemen, zich thans op „De Standaard" beroept en dit orgaan als getuige in zijn zaak naar voren brengt.
Moet dit als een wijziging van de inzichten van de heeren van „Staat en Kerk" beschouwd worden?
Ten slotte maken wij van deze gelegenheid gebruik den heer Woldendorp de verzekering te geven, dat het nimmer in onze bedoeling heeft gelegen hem persoonlijk in een minder vriendelijk licht te plaatsen.
De hoofdstrekking van onze artikelen, welke wij destijds aan de door hem geschreven recensie hebben gewijd, was aan te dringen om groote voorzichtigheid te betrachten bij de beoordeeling van boeken, hetzij dat hij, of wel „De Standaard" dit doet, dit is ons om het even.
Dat meneer Woldendorp blijkens zijn ingezonden stuk niet gevoelt, dat hij gefaald heeft, spijt ons. Van een redacteur van een blad, dat zich, bij uitsluiting van alle andere bladen het monopolie toe­ kent van een christelijk blad te zijn, had dit in de eerste plaats mogen worden verwacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's