Eenvoudige Bijbellezing (35) 1 Timotheüs
Deze dingen schrijf ik u, hopende zeer haast tot u te komen. Maar zoo ik vertoef, opdat gij moogt weten hoe men in het huis Gods moet verkeeren, hetwelk is de gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid. 1 Timotheüs 3: vers 14 en 15.
1 Timotheüs
Een pilaar en vastigheid der waarheid. Timotheüs mag uit dit schrijven van Paulus niet de gevolgtrekking maken dat de apostel hem nog langen tijd alleen in Efeze wil laten. Alsof de apostel wilde zeggen: hier ontvangt ge een brief met voorschriften; daarmede moet ge het nu maar doen; ik kom vooreerst niet! Neen, zoo is 't niet bedoeld. De apostel schrijft wel, maar in de hoop zeer spoedig naar Efeze te komen. Het gebeurt wel meer dat een voorafgaande brief onze komst gemakkelijker maakt, omdat zij dan al bezig was de eerste oneffenheden weg te nemen. Voor Paulus geldt dit misschien nog des te meer, wijl er wel iets van waar kon zijn wat men zeide, n.l. dat zijn brieven krachtig waren en zijn tegenwoordigheid gering. Gode zij dank! Paulus heeft meer gearbeid dan de anderen, maar hij heeft ook meer geschreven, tot veel zegen nog altijd voor de gemeente. Het is gelukkig dat er zulk een krachtige, herderlijke brief aan zijn komst te Efeze is voorafgegaan.
Natuurlijk was het mogelijk dat de apostel niet zoo spoedig kon komen als hij wel wilde. In dit geval bezat dan Timotheüs reeds de noodige wenken. Hij kon het er van stonde aan reeds mee doen. Als Paulus vertoefde, Timotheüs mocht niet vertoeven in de herstelling en den opbouw van het huis Gods. Uitstel zou verderfelijk zijn. Er wordt helaas zoo getalmd in het onderzoeken hoe men in het huis Gods moet verkeeren. Vooral in onzen tijd. In het toepassen van het beginsel der Schrift voor den opbouw en het herstel van de Kerk des Heeren zijn er velen, die „uiterst voorzichtig" zijn. Hun voorzichtigheid houdt hen terug van elken kordaten stap, die reeds anderen deden voor de eer van God en het heil der Kerk. Ja, zij gevoelen er ook wel veel voor! Zeker, het moet eigenlijk dien kant op! Maar ... ziet ge ... er is toch ook wel veel gevaar aan verbonden. Ge raakt vele vrienden kwijt. De meeste menschen houden niet van den kerkelijken strijd. Als zij maar een goede preek kunnen hooren, is het al lang genoeg. Dus ... laat ons het maar met die menschen houden. Zoo denken, zoo spreken de "uiterst-voorzichtigen". Het is een talmen en treuzelen, waardoor steeds aan de Kerk des Heeren veel onheil gedaan wordt. Paulus toonde in zijne dagen dat er haast bij is, als het geldt de verordeningen des Heeren voor Zijn Gemeente. Mocht ik vertoeven, schrijft hij, gij weet reeds hoe gij te handelen hebt.
Het moet ons opvallen dat de apostel zijn voorschriften heeft gegeven voor het rechte verkeer in het huis Gods. Om dit te verduidelijken spreekt hij van de gemeente des levenden Gods. Versta dus wel, al wat hij van het openbare gebed, van de plichten der vrouwen, van de opzieners, de diakenen en de diakonessen geschreven heeft, geldt voor de gemeente des levenden Gods. Dit is voor onzen tijd zulk eene belangrijke gedachte, dat wij daarbij eens even stil moeten staan. Menigeen is aan deze voorstelling van den apostel geheel ontwend. Men werpt het liefst maar ver van elkander de onzichtbare en de zichtbare Kerk, het organisme en het instituut der Gemeente. Ja, in onzen tijd van gemis aan kerkelijk besef doet de meest ongereformeerde taal opgeld, wat het leerstuk der Kerk betreft. Vele z.g.n. gereformeerde dominees moeten eens, al is het maar één week, gaan bestudeeren de „locus de ecclesia", het leerstuk over de Kerk. Dan zullen zij den daarop volgenden Zondag er misschien wat voor terug schrikken om de meest onschriftuurlijke dingen te verkondigen aan de Gemeente, die aan hunne hoede is toevertrouwd. Men zal zich dan wel wachten om b.v. te spreken van „de doode" en „de levende Kerk". Gij kunt u wel voorstellen hoe het in zoo'n prediking gaat. De „doode Kerk" is dan natuurlijk alles wat de zichtbare zijde van de Kerk vormt, het instituut der ambtsdragers, de lidmaten, de bediening des Woords en der Sacramenten, de samenkomst der Gemeente! Dit alles is dan de doode Kerk! En men deinst er niet voor terug dit beeld nog wat uit te breiden. De „levende Kerk" is dan bestaande uit een paar zielen die eenen bepaalden, langen bekeeringsweg hebben doorgemaakt ... Laat iemand eens aan zulk een prediker een vraag doen, natuurlijk op gevaar af dat de vrager onmiddellijk bij de doode Kerk wordt gerekend. Deze vraag: welke Kerk bedoelt de apostel, als hij aan Timotheüs schrijft? En als het antwoord niet bevredigt, zeg dan maar dat de apostel het slechts over één Kerk heeft. Er is maar één Kerk, omdat er maar één lichaam van Christus is. Eén Kerk, die wij naar twee zijden kunnen beschouwen, al naar gelang wij het oog vestigen op haar geestelijk leven dat met Christus verborgen is in God, dan wel op haar historisch optreden in deze wereld. Wilt ge dus spreken van een onzichtbare en zichtbare zijde der Kerk, het zij zoo. Maar pas op, dat ge hen niet van elkander scheidt. Zij vormen twee zijden van ééne zaak. En zoo is het ook met de inrichting van het uitwendig kerkelijk leven. Dit laatste is geen menschelijke vinding, maar eene Goddelijke inzetting, behoorende bij de ééne Kerk, de Kerk van Jezus Christus. Lees maar eenvoudig wat Paulus in dezen herderlijken brief schrijft. Voeg er niet uw eigen gedachten in. Onderwerp het geschreven Woord niet aan de ziekelijke, z.g. gereformeerde voorstellingen onzer dagen. Lees wat er staat! Timotheüs moet weten hoe hij in het huis Gods verkeeren moet, d. w. z. de gemeente van den levenden God. Die Gemeente wordt in heel haar éénheid bedoeld. Zooals er éénheid is van ziel en lichaam. Die éénheid wordt mensch genoemd. Het zou toch dwaas zijn om het lichaam van den mensch „de doode mensch'' te noemen, de ziel "de levende mensch". Zoo dwaas is het ook te spreken van „de doode" en "de levende Kerk". Paulus heeft de ééne Kerk des Heeren op het oog, het lichaam van Jezus Christus, als hij haar noemt een pilaar en vastigheid der waarheid. Over deze namen een volgenden keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's