De Herv. Geref. Staatspartij - Niet bepaald moedgevend
Daar moeten we nog even op terug komen. Want er gebeuren steeds meer merkwaardige dingen met die partij, die zich zelve typeert met de letters H.G.S., 't welk naar officiëele uitlegging dan beteekent: Hoort Gods Stem. Als het niet zoo treurig was, zouden we er om lachen. Wie noemt eigen partij nu toch; Hoort Gods Stem!
Verbeeld u, dat men gaat zeggen: ik ben lid van „Hoort Gods Stem"; of „Hoort Gods Stem" houdt jaarvergadering, enz. 't Is eigenlijk om er van te walgen. Ergerlijk!
Kunnen we niet veel beter zeggen: de partij van „Het Groote Spook" houdt jaarvergadering, enz.? Wij meenen, dat we dan dichter bij de waarheid zijn.
Intusschen gebeuren er typische dingen. In Den Haag hebben, toen het over Subsidie van de Gemeente voor het bizonder Bewaarschoolonderwijs ging, de twee leden van de partij „Het Groote Spook" tegen gestemd; met den Communist in bond. Tegen het bizonder, christelijk onderwijs dus. Wat voor ons genoeg zegt aangaande de beginselen van die partij. Zij zijn niet vóór het beginsel in Gods Woord in deze ons geopenbaard: het kind aan de ouders en de school aan de ouders; maar zij leven uit het heidensch beginsel: het kind aan den Staat, die moet er voor zorgen!
En zoo'n partij noemt zich dan de Partij „Hoort Gods Stem"!
Daarna is nog een nieuwe beslissing gevallen in den Haagschen Gemeenteraad. De Roomschen wilden grond van de Gemeente koopen om een kerk te bouwen. De twee leden van de partij "Het Groote Spook" stemden tegen. De roomschen mogen dus niet alleen geen processies, geen gezant bij den Paus, maar de Roomschen mogen geen Kerk hebben!
Dat moet allerlei consequenties meebrengen. De Roomschen geen rechten als burgers van Nederland! enz. Daar zal het niet bij blijven.
Straks mogen de Geref. Kerken ook geen grond in bezit hebben.
Natuurlijk niet. Omdat ze niet Hervormd zijn.
Doch daar zal het nog niet bij blijven. Ook de menschen van den Gereformeerden Bond mogen niets hebben, geen kerk, geen dominé's, niets!
„Gooi ze er uit!" zullen de mannen van de H.G.S.-partij straks luide roepen. Misschien is het hier en daar al uitgebruld. Die „seperatisten" ook! 't Kan mooi worden straks!
En dan geeft men daar nog knipoogjes aan de Hervormd-Gereformeerden, bedelend om een stem bij de verkiezing voor Gemeenteraad of Kamer.
Maar al vergaderend en jubileerend, met geuzen en geuzinnen, met vlaggentooi, zakdoeken en vaandels — net als een echte partij — zal er wel meer klaarheid komen. Van de jaarvergadering, die juist vandaag te Utrecht gehouden wordt, verwachten we althans veel goeds. Wat we opmaken uit het program, dat er in behandeling komt en dat aldus luidt: „Ds. Gravemeijer, van 's Gravenhage, zal refereeren over: „Reorganisatie der Ned. Herv. Kerk, een nationaal belang".
Afd. Amsterdam wil een uitspraak dat geen predikant candidaat gesteld en leider wordt voor de Tweede Kamer. Ook afd. Den Haag spreekt zich in dezen geest uit. Het Hoofdbestuur acht een veto in dezen niet wenschelijk en adviseert het al of niet aanvaarden van een Kamercandidatuur over te laten aan de persoonlijke roeping van den predikant, die eventueel daarvoor in aanmerking zou komen.
Dezelfde afdeeling „wenscht de bespreking van (resp. een antwoord op) de vraag, welke gedragslijn de leden der H.(G.)S. moeten volgen ten aanzien van 't schoolvraagstuk, m.a.w. zullen de H. (G.) S.-ers hun kinderen zenden naar de Openbare School, ongeacht den toestand waarin dezelve thans verkeert, of naar de Bijzondere School? Het Hoofdbestuur praeadviseert hierbij, dat het 't niet gewenscht acht „om in het algemeen te adviseeren de kinderen naar de Openbare School te zenden".
Afdeeling Leiden wil een krachtige actie tegen het „heilloos drijven" (sic) van prof. mr. Van Apeldoorn (protesteerende Kerkvoogdijen) en tegen het „separatistisch drijven" (sic) van den „Gereformeerden Bond". Deze afdeeling wil ook trachten, de Synode te bewegen tot het uitschrijven voor heel de Kerk van speciale godsdienstoefeningen op 15 Sept. a.s. in verband met den 400sten gedenkdag van den marteldood van Jan de Bakker.
Als deze vergadering niet interessant wordt en verhelderend werkt, dan weten we het niet!
Arme dominé's, die geen leiders mogen zijn en straks geen Kamercandidaat.
Maar misschien valt het nog mee.
Niet bepaald moedgevend.
Ongezocht vonden we een artikeltje, in een oude courant, waarin gegevens verwerkt waren aangaande de positie der Vrijzinnigen in de Hervormde Kerk. 't Ging over 't geen ds. K. Nobel, toen Herv. predikant te Kedichem en ijverig propagandist — tegenwoordig hoort men z'n naam niet meer noemen — te Gouda op een vergadering dienaangaande gezegd had.
We lazen: „In zijn rede zei spreker, dat er door Vrijzinnigen zoo weinig belang gesteld werd in de dingen die op kerkelijk terrein gebeuren; men kijkt er niet naar om; men bemoeit zich niet met de verschillende stroomingen op godsdienstig gebied; men weet niet hoe de Kerk bestuurd wordt, enz. enz. Met de verhouding op kerkelijk gebied stond het dus (in 1910 ongeveer) voor de Vrijzinnigen in de Ned. Herv. Kerk niet zoo mooi. Spr. wees er op (wij volgen nog altijd het verslag van het Goudsche Dagblad van 1 Febr. 1910), dat in de 44 classisvergaderingen, die in ons land jaarlijks worden gehouden, maar weinig vrijzinnige stemmen opgaan. In 31 valt voor de Vrijzinnigen niets te hopen. Sprekende over de verdeeling der Kerk in ringen, merkte ds. Nobel op, dat van de 138 ringen, waarin ons land verdeeld is, in 45 geen enkele Vrijzinnige predikant staat. Slechts 1 ring is geheel Vrij-zinnig, n.l. Hoorn." Wat het aantal Vrijzinnige predikanten betreft, staat de provincie Noord-Holland bovenaan. Van de 1356 gemeenten der Hervormde Kerk worden door Vrijzinnige predikanten, slechts 337 plaatsen vervuld, met nog 24 vacatures (alles in 1910 !)
Volgens spr. zal de voor de Vrijzinnigen ongunstige verhouding misschien binnenkort nog erger worden.
Spr. legde ook den nadruk op het feit, dat in gemeenten als b.v. Amsterdam en andere geen enkel Vrijzinnig predikant staat. Te Leiden is nu (in 1910) door de Vrijzinnigen een eigen predikant geplaatst, die echter in een lokaal moet optreden.
Als eerste eisch noemde ds. Nobel, dat de Vrijzinnigen zouden verkrijgen een voldoend aantal jonge candidaten van vrijzinnige beginselen; en met ernst wekte hij de aanwezigen op, om, waar het mogelijk mocht zijn, mee te werken tot versterking van het vrijzinnig element in de Hervormde Kerk".
Zoo was het in 1910. Door een Vrijz. hervormd propagandist meegedeeld.
Maar — 't kan natuurlijk in de 14 à 15 jaren die ons van 1910 scheiden makkelijk verbeterd zijn! Waarom niet? Het Vrijzinnig-Hervormd beginsel is immers zoo echt vroom en zoo echt mooi en zoo echt pakkend! Daarbij staat het toch vast — pas is het nog weer uitgerekend door een ingezonden stuk-schrijver in het Vrijz. Weekblad — dat minstens de helft van degenen die tot de Hervormde Kerk behooren, vrijzinnig zijn! Wat wil men nu nog meer? Er is vast geen richting of partij, die dat nazeggen kan!
En dus, 't zou allemaal zoo mooi kunnen zijn voor de Vrijz. Hervormden; botertje tot op deh bodem; de vlag in top!
Maar — nu komt in 1925 de N. Rott. Crt. en spreekt eigenlijk in denzelfden toon als ds. Nobel in 1910: 't is misère met de Vrijzinnigen in de Hervormde Kerk en 't wordt niets; nu niet en nooit!
Laat ons een paar dingen aanhalen uit bedoeld artikel in de N. Rott. Crt. van Vrijdag 16 Jan. j.l. (Ochtendblad A). We lezen daar: „Men moge het betreuren of niet, een feit is het, dat zeer vele gemeenteleden in vrijzinnige kringen nu eenmaal groote bezwaren hebben zich persoonlijke offers te getroosten voor het levensonderhoud van een predikant. En niet zonder leedvermaak wordt dit feit bij verschillende gelegenheden door de orthodoxie als een wapen tegen het „kerk en gemeente-verwoestend modernisme" gehanteerd. Een feit is het, dat de orthodoxie bereid is persoonlijk offers te brengen, en dat orthodoxe gemeenten over 't geheel voor allerlei doeleinden meer geven dan vrijzinnige."
Na dan iets gezegd te hebben over de Kerk als heilsinstituut, gaat de schrijver verder en beweert, dat de band met de Kerk bij velen in vrijzinnige gemeenten is gebroken. 't Welk hij dan verder aldus illustreert:
„We hoorden 't onlangs in een naburige provincie, waar in bepaalde streken vele kleine boertjes wonen, die op den schralen zandgrond een harden dobber heoben om zich een bestaan te verzekeren. „De moderne dominees hebben ons verteld, dat er geen hel is, en nou doen ze je niks meer, als je dood bent". Aldus letterlijk deze verlichte dorpsgodsdienstfilosoof. Zijn evangelie was dan ook in deze weinige woorden samen te vatten: „het varken wil eten, het groeit en is gezond".
Grof materialisme dus over 't algemeen in de vrijzinnige gemeenten!
Omdat de vrijzinnige prediking - het „hiernamaals" heeft verloren en hel en hemel heeft doen verbleeken en doen verdwijnen — zooals de schrijver verder zegt.
Bij dit artikel blijft het echter niet.
Vlak er onder volgt in hetzelfde Ochtendblad nog een artikel. En daar vinden we ook allerlei merkwaardige opmerkingen rakende de Vrijzinnig-Hervormden. Vooral hierover gaande, dat mannen als dr. Van Iterson, redacteur van het Wbl. voor de Vrijz. Herv. (nu „Kerk en Volk" geheeten) de positie, de sterkte en de vooruitzichten van de vrijzinnigen in de Hervormde Kerk veel te gunstig voor stellen, want dat de werkelijkheid daarmee in strijd is.
Het artikel zegt: De Vrijzinnig Hervormden laten zich doodbloeden en verspelen duizenderlei kansen en mogelijkheden in den strijd - om den waan, als zouden de orthodoxe ultra's binnen afzienbaren tijd voor een modus vivendi te vinden zijn". Met het triumfantelijk geschrijf - van dr. Van Iterson neemt de Kerknieuws-schrijver in de N. R. Crt. dan een loopje, en zegt, dat gewezen wordt op de gunstige houding der orthodoxen, die meewerkten aan het pacificatie-ontwerp, waaruit men opmaakt, dat een goede stemming groeiende is.
„Maar" — zoo vervolgt het artikel — „dit laatste punt blijft aan twijfel onderhevig. Immers zijn de orthodoxen, die aan het pacificatie-ontwerp medewerken, uitzonderingen, die in hun eigen ring juist om deze medewerking woren verloochend. De organisaties der ultra's, de Geref. Bond en de Confesioneele Vereeniging staan nog even onverzoenlijk als ooit jegens elke gedachte aan een modus vivendi en op een groot deel der ethischen zelfs valt geenszins te rekenen.
In hetzelfde nummer van „Kerk en Volk", waarin ds. Van Iterson zijn beschouwing schrijft, staat een overzicht, dat van botte weigering van alle faciliteiten door de orthodoxie in verschillende gemeenten gewaagt. In Beverwijk is 'n lokaal aan de vrijzinnige medelidmaten door kerkvoogden geweigerd en aan het Leger des Heils ter beschiking gesteld, 't geen den overzichtschrijver ds. D. Haars, de opmerking ontlokt, dat de leden van het Leger des Heils blijkbaar hooger staan aangeschreven dan de vrijzinnige leden der Kerk. Wie op de hoogte is van de onderlinge verhoudingen in de Ned. Hervormde Kerk, weet, dat zooiets vergelijkenderwijze nog slechts een kleinigheid is".
Men weet, dat de Kerknieuwsschrijver in de N. R. Crt., een man van ervaring, van meening is, dat er voor de vrijzinnigen in de Hervormde Kerk geen toekomst is en dat men verstandig zal doen aan te houden op concentratie van allen, die van vrijzinnige godsdienstige gevoelens zijn; opdat soort bij soort komt, vrijzinnig bij vrijzinnig en dan naast en buiten de Hervormde Kerk.
Wat, dunkt ons, nog al een verstandig idee is; waarbij met de werkelijkheid rekening gehouden wordt.
Laten de orthodoxen tenminste nog maar niet vertragen: Sneek, Almelo, Sliedrecht, Boskoop zeggen ook nog wat. En als de vrijzinnigen in de Synode niet op de meest onrechtvaardige manier met 'n stok en met 'n kruk zich op de been hielden, gebruik makend van de meest onnatuurlijke en onhistorische en onwaarachtige vertegenwoordiging der piet-luttige Waalsche kerkjes in ons Vaderland — ja, dan zou de waarheid en de werkelijkheid nog meer aan den dag komen!
Wat nu niet bepaald moedgevend voor hen kan genoemd worden.
Wrange vruchten hier en elders getuigen intusschen, dat het modernisme als zoodanig een vloek is voor rijk en arm, voor jong en oud.
Die vergelijking met dat „varken" is en blijft niet weinig typeerend .....
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's