De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Spiritisme (III)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Spiritisme (III)

4 minuten leestijd

Het Spiritisme (III)

Een voorname plaats onder de hedendaagsche spiritualisten nam de Russische staatsraad Aksakow, de redacteur van het maandschrift „Physische Studiën" in. In zijn „Animismus und Spiritismus" wordt onderscheid gemaakt tusschen drieërlei verschijnselen: de elementaire, zooals tafeldans en dergelijke die langs wetenschappelijken weg kunnen verklaard worden; de animistische, die werden veroorzaakt door tot nog toe onbekende psychische krachten, die door de occultisten worden bestudeerd; en de zuiver spiritische, die aan den invloed der geesten moeten worden toegeschreven.
„Zoo naderen", zegt dr. H. M. van Nes in zijn bekend werkje „De Nieuwe Mystiek" terecht, „de wetenschappehijke spiritisten telkens meer het occultisme, maar blijven als onderscheidend kenmerk vertoonen de aanvaarding van de geestentheorie met welke evenwel door de niet-wetenschappelijk gevormden alles wordt verklaard".
Men vergunne mij een citaat van een der meest enthousiaste spiritisten in Nederland, die als voorzitter van den Spiritistischen Bond „Harmonia" en als redacteur van „Het Toekomstig Leven" met groot gezag was bekleed. „Het spiritisme", zoo zegt de heer Göbel, „is als een nieuwe openbaring, waarnaar de mensch reeds lang hongerde; de vluchtige mensch, die het eeuwige in zich voelt, en toch sterven gaat. Het spiritisme houdt zijn fakkel boven de graven als een engel der verrijzenis en toont ons, dat het graf ledig is. Het bewijst ons, dat de werkelijke mensch het stoffelijk omhulsel overleeft en immer voorwaarts streeft. Het is de vernieuwing van den godsdienst, de jonge spruit uit den ouden vermolmden tronk. Het schiet op, gelijk het Christendom eenmaal opwies uit het verbasterd Mozaïsme en zal zijn kruin doen ruischen over allen, die vermoeid en beladen zijn, troost en verkwikking toewuivend aan de bekommerden en verslagenen, den vrede brengend tusschen Godsdienst en Wetenschap". „Pro en Contra", 1906, blz. 21
Gods Woord leert ons echter, dat niet het Spiritualisme, maar onze Heere Jezus Christus degenen, „die vermoeid en belast zijn", ruste geeft.
En niet alleen vindt het Spiritisme zijn bestrijders onder hen, die op den bodem van het Woord staan, maar ook onder „ongeloovigen".
De Spiritualisten missen het recht dezulken onder de materialisten in te deelen. Een ernstig bezwaar, dat ook de bestrijder van het Spiritisme dr. A. J. C. Snijders in zijn „Contra" vermeldt, is, dat de Spiritisten terugkeeren tot een standpunt, dat reeds lang overwonnen was, tot de ruwste voorstellingen van de onbeschaafde natuurvolken en deelt mede, dat Allan Kardec in allen ernst de oude leer van de zielsverhuizing aan zijne theorieën vastknoopt.
Bovendien wijst deze schrijver er terecht op, dat een „materiëele geest", hoe fijn die materie ook wezen moge, eene „contradictio in terminis" is.
Voor een gewoon menschenkind is zulk eene omschrijving klare onzin.
Het is bekend, dat op séances soms kunstverrichtingen worden vertoond, die alle een geheimzinnig cachet dragen.
Tafels en andere meubels worden op geheven, een guitaar wordt met onzichtbare handen bespeeld, bloemen dalen neer, door het medium wordt een verzegelden brief gelezen, enz. „Spelen", zoo is gevraagd, „phosphorhoudende oplossingen en lichtgevend poeder hier een groote rol"?
Waartoe die geheimzinnigheid en waartoe al die trucs en kunstgrepen, als een geest zijne  gedachten aan een mensch wil openbaren?
En dat het Spiritisme inderdaad te doen heeft met booze en lichtzinnige geesten, bleek mij onlangs, toen ik een werkje van de Engelsche Spiritiste Florence Maryat in handen kreeg. Het is getiteld „The other world". Hare geesten zijn groote liefhebbers van danspartijen en Miss Maryat heeft ze wel eens, naar haar eigen getuigenis, met geweld moeten verwijderen, omdat zij zich minder behoorlijk gedroegen". Hieruit volgt dat er weinig tucht en ernst is onder de geesten en dat de goede geesten weinig invloed op de lichtzinnige uitoefenen.
Maar bovenal: Ons volk moet de verboden paden mijden. De dogmata der H. Schrift; de erfzonde, de verlossing door Christus, de vleeschwording des Woords, de hemelvaart van Christus, het toekomstig oordeel worden geloochend. En in de plaats van Gods Woord — de eeredienst der geesten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Het Spiritisme (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's