De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

9 minuten leestijd

Martelaar of Middelaar - Bijbelvertaling

Martelaar of Middelaar
We zijn weer in de lijdensweken en onder het geklank van de passie-klokken maakt de gemeente des Heeren van alle plaatsen zich op om ook nu weer in deze 7 weken, onmiddellijk voorafgaande aan het Paaschfeest, den lijdensweg, de via dolorosa, van Jeruzalem naar Golgotha, te bewandelen in den geest; als in de prediking, naar het woord van Paulus aan de Galaten geschreven: „Jezus Christus voor de oogen geschilderd wordt". Dan waakt de belangstelling der gemeente weer op en niet zelden is het in de opkomst in de kerk te bemerken.
Onze ziele heeft wel bij vernieuwing zich te zetten tot nauw zelfonderzoek, of er reeds een heilig begeeren is, neer te zitten onder de schaduw van het kruis, Sions levensboom. Want daar wordt de rust geschonken, met vrede en barmhartigheid; omdat daar de schuldovernemende Borg het werk verricht dat er bij God te doen is voor een in zich zelf gansch verloren zondaarsvolk.
Is het kruis al reeds het middelpunt van ons geloofsleven? Is het evangelie des kruises onze eenige troost, beide in leven en sterven?
Dan zien we het kruis anders dan de modernisten, die het oude evangelie van pit en kern hebben beroofd, en met gebruik van bekende termen die toch in en door de historie een vaste beteekenis hebben verkregen en daarom zoo maar niet mogen worden overgenomen en gebruikt door degenen die van den inhoud en de historische beteekenis niets moeten hebben komt men, valschelijk, een gansch andere waarheid brengen.
De modernisten maken van Jezus een martelaar en erkennen Hem niet als Middelaar.
Daar ligt het verschil (naast andere dingen) tusschen hen en ons. Want met die beschouwing verandert alles.
Immers, als Jezus geen Middelaar, maar een martelaar is, dan vervalt heel de beschouwing aangaande den val, de schuldige zondigheid en der algeheele verlorenheid van den mensch.
Dan is de mensch in den weg van evolutie uit een lager soort wezens ontstaan. Millioenen jaren zijn daar over heengegaan. Maar langzamerhand is dan toch uit een diersoort de mensch ontstaan; eerst nog erg onbeholpen en gebrekkig zijnde, zooals een klein kind alles nog niet heeft wat 'n groot mensch bezit; maar al voortlevend is in de groote worsteling de mensch steeds meer in volmaaktheid toegenomen — terwijl nu tusschen die menschen een zekere Jezus van Nazareth is verschenen, een soort incarnatie van een goddelijken geest, welke profeet en leeraar als een levend ideaal wenkt tot navolging.
Zoo 'n profeet en leermeester, zoo 'n levend en verheven ideaal had en heeft de mensch noodig om 't oog op hem te richten en zich te wennen aan zijn leer en zich te voegen in den weg, waarin hij als exempel wandelde.
Dat Jezus Gods Zoon is, in den zin van de leer der orthodoxe christenheid, verwerpt men dan. Dat in Jezus Christus God mensch geworden is, ontvangen van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria — gelooft men niet, hoewel men valschelijk nazegt, wat de Apostolische geloofsbelijdenis leert.
Radicaal anders ziet men Jezus. Die dan ook geen Middelaar is, maar aanbotsend als edel mensch, met verhevene idealen, tegen de botte en booze menigte der Farizeen, martelaar wordt; en als martelaar sterft op Golgotha — als hij ten minste ooit bestaan heeft en dus als een historisch persoon gerekend mag worden!
Als martelaar viel hij door de hand van hen, die uit grover, lager geest leefden in Israël.
En zóó is hij ook nooit in werkelijkheid opgestaan uit het graf. Dood is in dit geval dood. Ook bij Jezus, den rabbi van Nazareth.
Heel de opstandingsgeschiedenis met al de verschijningen aan de vrouwen en de discipelen is verzonnen. Dat is geen werkelijkheid. Dat is slechts inkleeding van deze gedachte: de geest en de leer en de idealen en het voorbeeld van Jezus wenkt nog, leeft nog voort onder de menschen, werkt nog ten goede.
Dat blijft er over van Paaschfeest!
De lijdensweg verdwijnt, zooals wij het altijd hebben geleerd en zooals Gods Woord het ons verkondigt, 't Wordt radicaal door de menschen, vol van den modernen geest, veranderd; radicaal loochent men het oude evangelie des kruises.
En als het lijden en sterven van den Heiland, als Borg en Middelaar van Zijn volk, wordt weggenomen, vervalt alles. Dan wordt Goede Vrijdag anders; en Paschen; en Hemelvaart; en Pinksteren. Dan is wèg waarop de ziele van Gods volk door alle tijden hoopte en waarom het harte van Sion zich verheugde, met liefde en vrede.
Maar dan is een ander fundament gelegd, dan van God gelegd is.
En wat op het eigen gemaakte, valsche fundament gebouwd wordt, is hooi en stroo en stoppelen, dat straks zal worden verbrand.
Socinianen, Remonstranten, modernen — ze hebben in den loop der tijden nooit gerust om de leer van God, de leer van Christus, de leer van de schepping, de leer van de zonde, de leer van den mensch, de leer van de verlossing, radicaal te veranderen en het hart der zaak wreed uit te snijden.
Daarom is het zoo heerlijk wanneer Jezus Christus ons weer als Midddaar Gods en der menschen gepredikt mag worden en onze ziele, door genade, het kruis van Golgotha kennen mag als den levensboom, welks vruchten zijn liefde en vrede, geloof en lijdzaamheid.
Kennen wij den Christus, Sions Borg en Losser, reeds als Zaligmaker en Goël voor eigen hart, met verzoening van onze zonden?
Dat is het heerlijke genadegoed, waarbij de wetenschap ons dan troost, dat onze zonden vergeven zijn door des Middelaars bloed; met de wetenschap ook, dat onze zondige aard, welke ons bijblijft tot den dood, in Jezus' zoenverdiensten, voor God is bedekt.
Sterke de prediking in deze lijdensweken een arm zondaarsvolk in dat zalig en heerlijk geloof, dat zondaren de bewustheid brengt een heilig en een verkregen volk te zijn, een Koninklijk priesterdom; erfgenaam van het eeuwig zalig leven.
Dan is de Heiland ons ook een exempel of voorbeeld. Maar boven alles is Hij dan onze schuIdovernemende Borg en Middelaar, van Wien wij met Jesaja zeggen: door Zijne striemen is ons genezing geworden.
Neen, Jezus niet als martelaar, maar als Middelaar moeten wij hebben.
Die Jezus alléén kan en mag de eenige troost voor ons zijn, beide in leven en sterven.
Geve de Heere van kansel tot kansel dat evangelie des kruises en vloeie er voor velen een zegen ten leven af van de prediking, die niet anders wil brengen, dan Jezus Christus, den Gekruiste.

Bijbelvertaling.
Door velen wordt vergeten, dat wat wij hebben in onze Staten-Vertaling — van 1637 — een vertaling is van het oorspronkelijke.
En natuurlijk sprak men driehonderd jaar geleden anders dan nu.
Maar als men dan nu „vrouw" leest in plaats van „wijf", of „en" in plaats van „ende", is dat allerminst een „veranderen van het Woord" ; met een af of toedoen aan het Woord heeft dat niets te maken.
Dat men over het algemeen wat conservatief is op dit terrein onder ons gereformeerde volk, is te verstaan; en wij prijzen het veelszins. Men is door nieuwerwetsche dingen al zoo dikwijls bij den neus genomen. Waanwijsheid heeft al zoo dikwijls hoog van den toren geblazen, om later in een vergeten hoek te worden geworpen; en gelukkig die er niet lichtgeloovig ingeloopen is.
Doch dat neemt niet weg, dat men aan den anderen kant niet wijs moest zijn boven hetgeen men behoort wijs te zijn.
Want men moest bedenken, dat men nu anders spreekt niet alleen dan driehonderd jaar geleden, zoodat oude woorden als wijf, ende, enz. enz. zijn vervallen en niet meer kunnen gebruikt worden; terwijl toch ook onomstootelijk vast staat, dat men van het Hebreeuwsch bijv. nu niet zelden méér weet dan vroeger; hoewel we er aanstonds bij moeten voegen, dat in de 16e eeuw de studie van 't Hebreeuwsch geen kleine vorderingen had gemaakt.
Heel gemakkelijk kan het dus voorkomen, dat een woord, 't welk nu in onzen Bijbel voorkomt door een ander en beter woord moet vervangen worden; waardoor de H. Schrift juister en begrijpelijker tot ons komt.
Verandering van een woord behoeft dus volstrekt geen veranderen van de H. Schrift, of veranderen van de Waarheid te zijn — want het kan heel goed gebeuren, dat we met een ander woord, in de 20ste eeuw gebruikelijk en verstaanbaar, veel beter kunnen weergeven wat de Schrift bedoelt, dan wanneer we een verouderd of verkeerd woord blijven gebruiken omdat het in onze bijbelvertaling staat.
Het is daarom ook een verblijdend verschijnsel, dat men alom bezig is, vooral nu ook in ons Vaderland, om den Bijbel weer opnieuw uit den grondtekst te vertalen en het oorspronkelijke over te zetten in de taal van onzen tijd.
Natuurlijk behoeven we het oude en goede dat wij hebben nu maar niet aanstonds in te ruilen voor het nieuwe, dat nog niet altijd bewezen is beter dan het oude te zijn. Ook in deze past wijze bezadigdheid en wijze voorzichtigheid. Hoe dikwijls is het oude veel, veel béter dan het nieuwe! Maar dat neemt niet weg, dat het nieuwe ook dikwijls beter is dan het oude; en dan mogen we het goede, dat God ons schenkt om Zijn Woord des te beter te doen verstaan, geenszins gering achten of halsstarrig negeeren.
Neen, die nieuwe vertalingen, moeten maar niet van alle kanten rauwelings in het midden van de gemeente geworpen worden. Waar moet ons volk, dat geen Hebreeuwsch kent, dan blijven?! Ook hier moeten officiëele wegen worden bewandeld en er moet geen onrust maar rust in deze gevonden worden. Geen liefhebberen in deze, ieder op zijne eigene wijze in het midden der gemeente optredend met „nieuwe" vertalingen. We moeten onze oude Staten-vertaling ons zoo maar niet uit de handen laten futselen. Daar is ze veel te deftig, te oud en te goed voor!
Intusschen moet het ons echter verblijden, dat er door velen pogingen, ernstige en edele poginigen worden aangewend om de H. Schrift in een nieuwe en betere vertaling te krijgen. De waarheid kan en zal er door winnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's