Uit de Pers.
In N. Hollandsch Kerkblad lezen wij twee stukjes van de hand van ds. C. Lindeboom, Geref. predikant te Amsterdam, 't Een over Kalenderhervorming en 't ander over de Olympische Spelen: We laten ze hier volgen:
Kalenderhervorming.
Van de ingrijpende kalenderhervorming, gelijk die was voorgesteld door eene commissie uit den Volkenbond, schijnt niet veel te zullen komen. Niet veel, maar toch iets. Indien niet alle voorteekenen bedriegen, zal Paschen wel worden vastgesteld op een bepaald tijdstip. Het is niet onwaarschijnlijk dat eerlang het Paaschfeest elk jaar op den tweeden Zondag van April zal worden gevierd.
Wat de andere wijzigingen betreft — het aanvangen van elk jaar op denzelfden dag der week, 51 weken van zeven en 1 week van acht dagen, enz. — deze zullen afstuiten op bezwaren, van orthodox-joodsche zijde daartegen ingebracht.
Er is namelijk dezer dagen te Genève onder voorzitterschap van prof. Van Eysinga, een vergadering gehouden van de bovengenoemde Volkenbondscommissie, waarin vertegenwoordigers van protestantsche kerkgroepen èn van het jodendom in de gelegenheid gesteld zijn zich uit te spreken over de aanhangige plannen. Het verzet kwam vooral van de zijde der joden, die zich daarbij beriepen op het vierde gebod der Sinaïtische wet. Ondanks het gunstig advies, ten vorige jare ingekomen van het Vaticaan, de Angelsaksische kerk en het Eucumenisch Patriarchaat, zal, uitgenomen dan de fixeering van Paschen, alles wel bij het oude blijven.
De negende Olympiade.
De Olympische Spelen! Gedurende ruim elf eeuwen — van 776 vóór Christus tot aan de regeering van keizer Theadosins, 394 na Christus — werden ze onafgebroken gehouden, en dan om de vier jaar. Met deze Spelen brak het grootste van de nationale feesten der Grieken aan. Een feest, zoo diep geworteld in het volksleven, zoo integreerend deel uitmakend van de toenmalige cultuur, dat in de vierde eeuw vóór Christus geschiedschrijvers beginnen een tijdrekening in te voeren naar Olympiaden, d.i. naar tijdruimten van vier jaar, waarnaar het vieren der Olympische Spelen geregeld werd.
Deze Spelen bestonden in wedrennen, springen, slingeren, ringsteken, worstelen, enz. Op den vijfden dag vond de uitdeeling der prijzen plaats. De overwinnaars werden met den olijfkrans gekroond en met palmtakken in de hand aan de dicht opeengepakte toeschouwers voorgesteld. Bij hun terugkeer in hun woonplaats hielden zij een plechtigen intocht; vele privelegiën werden hun verleend en onder deze ook...... vrijdom van belasting. Dichters verheerlijkten hun roem, soms zelfs werden van hen standbeelden opgericht.
Men heeft deze Klassieke Olympische Spelen in onzen tijd doen herleven. Na een rustperiode van 1500 jaar werden ze in 1896 voor het eerst weer te Athene gehouden.
Nu echter niet als nationaal feest der Grieken, maar georganiseerd door een internationaal comité waarin toen reeds vertegenwoordigers van 22 landen zitting hadden.
Sinds zijn nagenoeg alle staten der wereld tot dit comité toegetreden. De Spelen, uitgezonderd in 1916, regelmatig alle vier jaar gehouden, namen steeds meer in beteekenis toe en omvatten thans, in zoo uitgebreid mogelijken zin, het geheele gebied der lichamelijke ontwikkeling. Reeds komt de negende Olympiade in 't zicht. Deze werd toegewezen aan Nederland! In 1928 zullen de Spelen te Amsterdam worden gehouden. Maar — dat duurt nog drie jaar. Met dat al staat het komende festijn reeds in het centrum der nationale en internationale belangstelling. De voorbereiding is in volle actie. In Mei dezes jaars komt te Praag een congres bijeen, waar de afgevaardigden van alle staten de definitieve technische regeling zullen vaststellen. En de financiëele regeling? Die moet Nederland op zich nemen. De kosten zijn geraamd op twee millioen gulden! Beschikken de sportliefhebbers in ons land over zooveel geldmiddelen, dat zij zulk een geweldig bedrag kunnen bijeenbrengen? Wij weten het niet. Doch wij weten wèl, dat niet zij de kosten behoeven te dragen. Deze worden grootendeels afgewenteld op de belastingbetalers. Naar verluidt zal de stad Amsterdam een bijdrage geven van vier honderd duizend gulden. Zeker is dit nog niet. Wèl echter, dat de Regeering een wetsontwerp heeft ingediend, waarbij uit de schatkist een millioen gulden wordt beschikbaar gesteld. Een millioen gulden! En dat voor een sportfeest! En dat in dezen tijd van bezuiniging! In de Memorie van Toelichting worden allerlei redenen opgesomd die het voteeren van zulk een som moeten rechtvaardigen. Gewezen wordt op het hooge belang, dat al wat met de voorbereiding der Spelen verband houdt, heeft voor de lichamelijke opvoeding in het algemeen, en op de beteekenis van het streven, om sport en kunst te doen samengaan; op de relaties van ons land met het buitenland, die door de Spelen zullen worden verstevigd en uitgebreid; op de internationale belangstelling, die zich in de komende jaren op Nederland zal concentreeren. Alles misschien heel mooi — maar waar moet het geld vandaan komen....? De schatkist is immers leeg. Vele, zeer vele nuttige en noodige subsidies moesten vervallen. Aanvragen voor wetenschappelijke doeleinden werden terzijde gelegd. De uitgaven voor het onderwijs worden steeds meer ingekrompen. "Effatha" en „Bartimeüs" kunnen niet aan een gebouw worden geholpen. En nu op eenmaal, als ware de toestand plotseling veranderd en de Staat der Nederlanden een Croesus geworden, zal de negende Olympiade worden gesteund met een subsidie van een millioen!
't Is waar: de Regeering wijst óók op de materiëele voordeelen, welke de Spelen ons land zullen brengen. Gedurende vele weken zullen hier duizenden vreemdelingen uit alle oorden der wereld verblijven. Verwacht wordt, dat onze handel daarvan profijt zal trekken, en ook onze industrie. De spoorwegen en de stoomvaartmaatschappijen, het hotelwezen, en voorts alle instellingen, die door een druk vreemdelingenverkeer gebaat zijn, zullen een bizonder gunstigen tijd meemaken. Terecht is echter reeds in het Handelsblad de opmerking gemaakt, dat het de zaak is van het particulier initiatief, van hen die de renten van het benoodigde kapitaal denken te kunnen trekken, dit kapitaal ook bijeen te brengen.
Er is echter nog een ander bezwaar. Ernstiger, veel ernstiger dan het financiëele. De oude Olympische Spelen droegen een religieus karakter. Zij werden gehouden ter eere van Zeus, den oppergod. Aan den vooravond bracht men eerbiedig zijn offers aan de goden. Dat geschiedde in het heidensche Griekenland. Maar wat zal nu gebeuren in ons christelijk Nederland? Zal gehoorzaamheid worden betoond aan God Almachtig en aan Zijn heilige ordinantiën? Zal de dag des Heeren worden ontzien, en daarop het spel stilgezet? Met de historie der vroegere Olympiaden voor oogen moeten deze vragen ontkennend beantwoord.
Welnu, — kan, mag een christelijke Regeering dan haar medewerking verleenen aan zulk een feest ? Aan een feest, waarbij niet wordt gerekend met de eere van den levenden God, maar dat, integendeel, leiden moet tot vergoding van den mensch ? Aan een feest, dat de sportverdwazing van onzen decadenten tijd in de hand werkt, en dat naar te vreezen is, ons volk niet dan geestelijk en zedelijk nadeel zal brengen?
L.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's