De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

De invloed van het lied.
Daarover lezen we in „De Wachter", overgekomen uit de „Rott. Geref. Kerkbode":
De heiligen van alle tijden hebben liederen gezongen. David was de liefelijke in psalmen. Dat heeft ons iets te zeggen. Het lied heeft veel meer waarde dan menigeen denkt. Zingende christenen zijn doorgaans de slechtste niet. De invloed is niet beperkt tot een zekeren leeftijd, maar wèl is het opmerkelijk dat 't lied in den jongelingsleeftijd de meeste kracht schijnt uit te oefenen. Reeds in den gewonen zin heeft het lied beteekenis voor ons leven. Het verheft ons hart, het verruimt onzen blik, het versterkt onzen ijver en verlevendigt onzen moed, het staalt onze veerkracht. Wie niet meer zingen kan, laat den moed zinken en gaat vreugdeloos door het leven. Als het lied gebannen is van de lippen, is de hope gebannen uit het hart.
Laat ik om den invloed u te mogen schetsen van het lied op het leven — en ik meen hier het leven in den gewonen, natuurlijken zin — u mogen wijzen op ons Wilhelmus. Dat is de treurzang van het lijdend, de krijgszang van het strijdend, de triomfzang van het overwinnend Nederland geweest. Het heeft slapenden wakker geschud. Het heeft moedeloozen opgebeurd. Het heeft zwakken gesterkt. Het heeft ballingen getroost. Het heeft geklonken op de zilte baren en op de vlakke velden. Het is gehoord bij het gebulder der kanonnen en bij 't flikkeren der rapieren, bij het schetteren der klaroenen en bij het schitteren der kurassen. De Geuzen hebben het aangeheven op de baren, de stedelingen hebben het gezongen op de wallen. Bezield en bezielend is dat lied en nog altoos gevoelt de man, die zijn vaderland liefheeft, een snaar in zijn ziel trillen als hij die welbekende woorden hoort: Wilhelmus van Nassouwe, Ben ik van Duitschen bloed.
Maar ik veronderstel, dat gij liever van het ongewijde naar het gewijde terrein u wilt begeven. Op de heilige erve is het ook waar, dat het lied de grootste beteekenis heeft voor het leven. Gelijk het met het gebed is, zoo is het ook met het lied. Het lied is een teeken van leven, maar versterkt ook het leven. Wilt ge daarvan een zeer sprekend bewijs? Vraag u ealven dan eens af welke beteekenis en welken invloed het lied der Reformatie: „Een vaste burcht is onze God", gehad heeft.
Luther, de man met het diamanten schild des geloofs, heeft menigen donkeren nacht doorleefd; maar, wanneer heeft hij gemakkelijker de hoog opgestuwde baren bewandeld, dan wanneer het ging op het geluid van dat lied: een vaste Burcht is onze God. En wanneer heeft hij meer heldenmoed in den strijd getoond, wanneer is hij onversaagder op getreden tegen den vijand, dan juist, wanneer er aangeheven werd:
Delf vrouw en kinderen 't graf.
Neem goed en bloed ons af.
Het baart u geen gewin.
We gaan ten hemel in
En erven koninkrijken.
Ontzettend groot is de invloed van het lied. Wij Gereformeerden zingen te weinig. Wij redeneeren dikwijls te veel. Of zeg ik hier niet meer, dan ik verantwoorden kan? Wordt er dan in onze kerken zooveel gezongen? Och, arme, een enkele psalm; maar vooral niet te veel! En onder onze jeugdige menschen? Hier en daar is er lust tot het lied; maar over het algemeen kennen wij geen waarlijk zingende jeugd. En dat is schadelijk. Het lied behoort op ons terrein. Alles is uwe, zegt Paulus, dus ook het lied. De vorst der duisternis kent den invloed van het lied wel. Wat heeft hij een kracht ontwikkeld door het lied der Revolutie! Hoe begeestert hij de proletariërs door de Internationale? Let eens op die zingende proletariërs. Daar komt vuur in de oogen, maar een onheilspellend vuur. Daar komt trilling in de spieren, maar een demonische trilling. Satan werkt hevig in de kinderen dezer eeuw door het lied. Laten wij daar toch onze oogen niet voor sluiten! Wij houden redevoeringen, wij leveren referaten, alles goed en wel, maar wij vergeten het medicament, dat meer sterkt dan duizend woorden, n.l. het lied.
En daarom wordt wakker. Tegenover het lied der Revolutie zinge men uit volle borst ons oud, historische volkslied. Tegenover den geest dezer eeuw jubele men met innig protest: „zij zullen het niet hebben". Tegenover Godverzaking en stofaanbidding stelle men de liederen Sions! Dat zal ons doen toenemen in kracht, in waarachtige levenskracht. Wij leggen onze geloofsbelijdenis in ons lied, en wij zullen voortgaan, want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven. En onze Koning is van Israels God gegeven.
Het lied is een erfgoed voor de geloovigen. Dat blijkt wel uit de toekomst, zooals de Heilige Schrift ons die voorstelt. In de hel wordt niet gezongen. Daar wordt alleen geweend. Het lied van het ongeloof verstomt bij het wegzinken in de duisternis.
Maar onze toekomst is een andere, Gode zij dank! Jezus Christus is zijn openbare werkzaamheid aangevangen op een bruiloft. Dat was een profetie. De gansche geschiedenis der menschheid zal eindigen met een bruiloft, de bruiloft des Lams. De Heere Heere zal allen volken een vetten maaltijd bereiden, van reinen wijn en vet vol merg. En op die bruiloft zal het bruiloftslied aangeheven worden: het nieuwe lied, 't lied van Mozes en het Lam. Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen heerlijkheid en sterkte en macht en kracht. Daarom zingen wij. Wij gaan een blijden, een eeuwigen morgen tegemoet. Bedenkt dit in uw strijd tegen de wereld en ongeloof, in uw strijd tégen de zonde in u en rondom u, dat het lied u van God geschonken is als een middel om uw leven te sterken.
Doet bij uw harp de psalmen hooren.
Uw juichstem geev' den Heere dank.
Laat hooren door uw tempelkoren
Trompetten en bazuingeklank.
Dat 's Heeren huis van vreugde druische
Voor Israels grooten Opperheer:
De zee met hare volheid bruise
De gansche wereld geev' Hem eer!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's