Staat en Maatschappij.
Een ongemotiveerde uitval.
„De Nederlander", het Chr. Historisch dagblad, maakt in zijn nummer van 25 Maart captie (bezwaar) tegen wat wij onder het opschrift „de verantwoordelijkheid" in ons nummer van de vorige week schreven over het aandeel, dat de Minister van Financiën zou gehad hebben ter zake van het voorstel betreffende de aanvrage van het beruchte millioen voor de Olympische Spelen.
Wij spraken in het artikel als onze meening uit dat het niet aannemelijk is, dat de heer Colijn zich zou hebben vereenigd met de „Spelen", die ook op Zondag plaats hebben. Daarvoor is — zoo betoogden wij — Minister Colijn een te principieel man. Zelfs de gedachte aan een andere houding van den leider der A.R. partij mocht geen post vatten. De conclusie, waarmede wij toen ons artikel besloten, luidde: „daarom, als het op de verantwoordelijkheid voor het voorstel aankomt, is de eenige Minister die aansprakelijk is, de Minister van Onderwijs". Tegen dit oordeel nu komt "De Nederlander" in verzet. Wat wij schreven, was niet juist. Het blad concludeert zelfs niet minder dan dit: „De handelwijze van enkele Antirevolutionairen, die trachten hun leider wit te wasschen en den Chr. Historischen Minister van Onderwijs zwart te maken, kan echter niet scherp genoeg worden gegispt."
Nu begrijpen wij dezen uitval van „De Nederlander" niet.
In de eerste plaats merken wij op, dat de redactie van het Chr. Hist, orgaan de blijken geeft ons artikel van de vorige week niet goed te hebben gelezen, althans niet voldoende aandacht te hebben geschonken aan den aanhef van ons schrijven; want wij brachten de zaak niet het eerst ter sprake, maar werden tot verweer verplicht, omdat in den laatsten tijd bij voorkeur in de Chr. Historische pers het feit valt te constateeren dat de vrienden van Minister De Visser trachten om de verantwoordelijkheid voor het indienen van het voorstel van het millioen van den Minister van Onderwijs af te schuiven en deze voor rekening te brengen van Minister Colijn.
„De Nederlander" draait hier de rollen om en speelt daarbij „de vermoorde onschuld".
In de tweede plaats vestigen wij er de aandacht op dat wij in geen enkel opzicht hebben gepoogd om den Minister van Onderwijs zwart te maken. Wij werpen deze beschuldiging verre van ons. Wat wij deden, was niét anders dan de feiten weergeven, die voor een ieder controleerbaar zijn. Immers van dezen bewindsman gaat het voorstel uit.
En ten slotte spreken wij als onze meening uit, dat het zoo aanstonds wel zal blijken wie zich vergist heeft: „De Nederlander" of wij, en welke Minister de verantwoordelijkheid draagt voor het voorstel, dat in zijn uitvoering het gevolg zal hebben dat de Dag des Heeren op ergerlijke wijze zal worden ontheiligd, hetzij de Minister van Financiën, dan wel de Minister van Onderwijs. De zaak zal er in den Ministerraad toch wel niet zonder stemming of protest van Antirevolutionaire zijde zijn doorgegaan.
Niet laten beïnvloeden.
Verschillende bladen vermelden — en de „Olympiade", het officieel orgaan van het „Comité Olympische Spelen 1928" bevestigt het bericht — dat de burgemeester van de gemeente Doorn, dr. A. Baron Schimmelpenninck van der Oye candidaat-voorzitter is van het Nederlandsch Olympisch Comité. Op zichzelf boezemt dit bericht ons geen belang in, maar wat wèl merkwaardig is, is, dat de bladen die 't nieuwtje mededeelen en die alle warme voorstanders blijken te zijn van de één millioen subsidie, als om strijd berichten, dat baron Schimmelpenninck behoort tot de Chr. Historische partij.
De bedoeling van deze mededeeling over de politieke richting van den burgemeester van Doom ligt voor de band. Zij zal wel zijn om het den Chr. Historischen duidelijk te maken dat althans een hunner voormannen voorstanders is van het millioen-subsidie, zooals deze zich dan ook reeds nadrukkelijk in een interview heeft uitgelaten. Wij vertrouwen, dat de Christelijk Historischen in de Tweede Kamer wel wijzer zullen, zijn en zich bij het uitbrengen van hun stem over de subsidie niet zullen laten beïnvloeden door mededeelingen van allerlei aard, welke in de pers worden gedaan. Zij zullen als één man zich verzetten tegen het wetsontwerp, dat voor hen al even verwerpelijk is als voor de Antirevolutionairen.
Het Ontwerp Stembusprogram der Antirev. partij.
Het aanvankelijk opgestelde Concept-Program der Antirevolutionaire partij voor de stembus van 1925, heeft eenige wijziging ondergaan. Zooals het nu ter definitieve goedkeuring aan de Deputaten-vergadering wordt aangeboden, spreekt de partij uit in de komende jaren te willen streven naar:
1. Krachtige bestrijding van wat in het leven des volks de publieke eerbaarheid aanrandt.
2. Voortgaande bezuiniging in 's Rijksdienst, in het bijzonder door reorganisatie en vereenvoudiging der Staatsdiensten, opdat het maatschappelijk en economisch leven kunne worden ontlast van den overmatigen belastingdruk en vrijer kunne ademhalen.
3. Krachtige handhaving van de zelfstandige positie, welke Nederland en Indië onder Nederlandsche leiding door Gods voorzienig bestel in langdurige, historische ontwikkeling hebben verkregen; krachtige medewerking aan alle maatregelen die in het volkerenverkeer de heerschappij van het recht kunnen bevorderen, en dientengevolge den oorlog beteugelen; mitsdien behoud eener eigen weermacht in Nederland en Indië, zooals die uit nationaal en internationaal oogpunt is vereischt, met bewuste afwijzing van eenzijdige nationale ontwapening. Overigens wenscht het C. C. zakelijk te volharden bij het Program van Actie, waarmede het de verkiezingen van 1922 tegemoet gaat, voor zoover dat program nog niet is uitgevoerd en onder de sinds 1922 gewijzigde omstandiglieden nog uitvoerbaar is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's