Vrije genade.
Geheel, gansch verloren,
Uit Uw mond te hooren:
Ik ben 't, Die om niet,
Uit vrije genade,
In gunst sla u gade,
En 't Leven u biedt.
Dat, Heere, te leeren
Dat slechts te begeeren,
Wil ik niet, dat is 't
Wat al mijne dagen,
Mij telkens doet klagen,
Dat ik dit nog mis.
'k Wil altoos weer werken. Om U te doen merken. Dat 't harte begeert. Als hoogste verlangen, U, Heere, t' ontvanigen. Als Hem, Dien 't vereert.
'k Wil immer U toonen. Een hart waarin wonen, De lust en 't gemiot, In 't zoeken en vragen, Naar U alle dagen Als Koning en God.
Ik zou, om mijn smeeken,
Verlangen Uw spreken
Te hooren: Ik bied
U 't gaan op Uw gangen,
Wijl gij Uw verlangen:
't Mij kennen, daar ziet.
Doch zelf niets te wezen,
Van U slechts in dezen
't Verwachten alleen,
in Christus t' ontvangen
Gena op mijn gangen,
Dat wil 'k niet, o neen !
Ach, Heere, wil Zelve
Dan leeren, dat delven,
Dat zoeken, om toch
In mij iets t' ontwaren,
Te vlieden, ervaren:
Genade slechts nog.
Ach, leer mij om nimmer
In mij iets, doch immer
In U, U alleen,
Wat ik moet ontberen.
Te zoeken, te leeren:
Genade alleen.
Opdat 'k gansch verloren,
Uit Uw mond mag hooren:
Ik ben 't Die, om niét,
Uit vrije genade,
In gunst sla u gade,
En 't Leven u biedt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's