De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Vrijmetselarij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrijmetselarij.

6 minuten leestijd

IV.
Mijne artikelen over „De Vrijmetselarij", waarvan het vierde of laatste ter perse gaat, handelen over „De Vrijmetselarij, getoetst aan Schrift en Belijdenis", krijgen een zekere actualiteit, door een drietal vragen, dat de heer Ter Hall, het Kamerlid, aan den Minister van Oorlog heeft gesteld. Vergun mij de eerste dier vragen af te drukken:
1. „Draagt de Minister er kennis van, dat in een te Arnhem gehouden vergadering, waarvan een verslag voor komt in „De Katholieke Onderofficier", orgaan van den Ned. R.K. Onderofficierenbond St. Martinus. van 25 Maart j.l. de majoor-aalmoezenier Huys een rede heeft gehouden over de verschillende takken van dienst, waarin de meeste vrijmetselaars voorkomen, o.a. het leger, de Departementen, enz. en daarbij gewaagd heeft van den heilloozen invloed, dien zij (dat zijn de vriimetselaars) uitoefenen 1)?
Zoo staat de Orde der Vrijmetselaren niet slechts op de kerkelijke agenda, maar tot in 's Lands vergaderzaal wordt de Orde besproken. Onder een groot deel van 't publiek bestaan zeer eigenaardige meeningen omtrent de Orde. Het valt niet te ontkennen dat de Orde zelve door de geheimzinnigheid, waarin zij zich hult, eenigszins schuld draagt voor hetgeen de vruchtbare volksverbeelding prikkelt. Thans acht men eene interpellatie van den Minister van Oorlog noodig, om hetgeen de aalmoezenier Huys in eene vergadering over den invloed der Vrijmetselaars heeft gezegd. „Onverdiende" blaam of verdachtmaking verdraagt zij niet.
Vandaar, dat Goblet d'Alviella, het hoofd der Orde in België, voor eenige jaren in den Belgischen Senaat welsprekend optrad, toen de „ultramontaansche" 2) abbé Keesen de Orde had verdacht gemaakt; vandaar dat op 9 Dec. 1913 het Nederlandsche Kamerlid Lieftinck met het volle gezag zijner krachtige persoonlijkheid optrad toen de „dericaal" 2) Van Wijnbergen de Orde had beschuldigd. Dr. Zuidema zegt: „De Vrijmetselarij bestrijdt, den geloofshaat, hij moge door Pius X of door Kuyper aangeblazen worden"  3) en in deze woorden werden twee personen genoemd, die dragers van beginselen kunnen worden geheeten. Men zou deze woorden kunnen omzetten aldus: De Vrijmetselarij bestrijdt zoowel de Roomsch Katholieke Kerk als het Calvinisme.
Maar dan moet men van die zijde ook niet klagen, als de toegeworpene handschoen door Rome of door het Calvinisme wordt opgeraapt. En dat de Vrijmetselaars medegewerkt hebben aan den val van het Ministerie Kuyper in 1905, blijkt ten overvloede uit een opstel van den heer Miedema, geplaatst in het Weekblad van de Loge, verschenen 24 Juni 1905 4).
„Wij waren daar uit alle werkplaatsen in breede gelederen saamgestroomd, vertegenwoordigers van duizendtallen Nederlandsche Vrijmetselaars, allen bezield met hetzelfde doel en hetzelfde ideaal: het zoeken naar, het strijden voor, het verspreiden van het Licht, Wij hebben het dan ook op dien dag meermalen gehoord, dat wij onzen arbeid individueel hebben over te brengen op het groote arbeidsveld der Maatschappij. Waar onze hand te werken vindt, waar de vijanden van het Licht dit onder hun domper willen dooven, daar moet ieder Vrijmetselaar als geoefend en onvermoeid strijder en leider van den strijd op zijn post staan. Zoo'n strijd wacht ons weer de volgende week bij de herstemming voor de Tweede Kamer. De Vrijmetselarij van Nederland, als georganiseerd lichaam, houdt zich buiten en boven de partijpolitiek. Maar zij verwacht, dat ieder Nederlandsch Vrijmetselaar voor zich zijne plichten zal kennen en nakomen. Welke die zijn is niet twijfelachtig: die van den strijd voor Licht en Vrijheid; tegen Verdompering en Verkuypering" enz. .
Dr. Zuidema beschrijft allereerst de verhouding, waarin de Vrijmetselarij tot de Religie en de Kerk staat. De verhouding is volgens hem niet vijandig. Ten bewijs hiervoor beroept hij zich onder meer op het feit, „dat alle plechtige werkzaamheden in de Loge verricht worden in den naam of ter eere van den „Opperbouwheer des Heelals".
Intusschen kan hij niet ontkennen, dat het Groot Oosten, zegge het Hoofdbestuur der Fransche Vrijmetselarij de aanroeping van den „Opperbouwheer des Heelals" heeft afgeschaft. Er is een spreekwoord dat zegt: „Als er één schaap over de brug is, volgen de anderen vanzelf". En bovendien: „De Opperste Bouwheer des Heelals" is bij de Loge niet „Onze Vader, die in de hemelen zijt".
Een tweede feit, waarop Zuidema zijne meening baseert, is deze, dat er onder de Vrijmetselaars predikanten zijn. Hij schrijft: „En in Nederland — ik ken predikanten, die vrijmetselaar zijn, ik heb jarenlang tot een Loge behoord, wier twee voornaamste bestuurders tevens kerkelijke ambten bekleedden".
Ieder, die kerkelijk en politiek meeleefde, heeft den heer Lieftinck als vrijmetselaar en predikant, later emerituspredikant gekend. Hoogstwaarschijnlijk zullen alle predikanten, die tot de Loge behooren, wel van dezelfde kleur en richting zijn als de heer Lieftinck en dies zich scharen onder de banier der modernen. Voor ons Gereformeerden, zegt zulks genoeg.
De Vrijmetselaren staan bij ons — zoowel kerkelijk als politiek — links. Dit moge in Amerika een weinig anders zijn, bij ons kan een Vrijmetselaar niet staan op den bodem der Confessie. Terecht heeft dan ook de Chr. Geref. Kerk in Amerika het lidmaatschap der Kerk, niet alleen van de ambtsdragers, maar ook van de leden onvereenigbaar geacht met het lidmaatschap der Loge. De Vrijmetselaars kunnen zich niet vinden en vinden geen bevrediging in de geopenbaarde religie. Bij hen is het niet: Tot de Wet en de Getuigenis! Ze hebben een vaag, zwevend Godsbegrip. Zij erkennen niet de autoriteit en de canoniciteit der Schrift. Van een onderwerping aan het Woord is bij hen geen sprake. Hoogstens als Tolstoy, dwepen zij met de Bergrede.
Lessing's Nathan der Weise is voor hen het voorbeeld van den volmaakten mensch in zijne verhouding tot het „Opperwezen". Van de creatie, van de schepping uit niet, willen zij niet weten. Over het algemeen zijn zij de evolutie toegedaan en in de natuurwetenschappen vereeren zij Büchner en Haeckel, om van Darwin te zwijgen. Dat de mensch van nature geneigd is God en zijn naaste te haten en Gods geboden met gedachten, woorden en werken te overtreden, is bij hen een ongerijmdheid; liever houden zij 't met prof. Allard Pierson, dat de mensch geneigd is tot alle goed. Zoodoende is er geen behoefte aan een Middelaar, die tegelijk waarachtig en rechtvaardig Mensch en waarachtig God is. De mensch is zijn eigen verlosser. De ruwe steen moet zoolang worden geslepen en gepolijst, tot de steen een kubiek wordt. De Kerk is bij hen geen vergadering der geloovigen, maar in Roomsche landen zijn het „de zwarte bonden, die met den christennaam zich tooien" en Voltaire onderteekende zijne brieven met „Ecrasez l'infame".
Het Calvinisme is de meest verbitterde vijand van het Protestantisme. Pius X en Abraliam Kuyper worden samengevoegd. In hunne geschriften las ik niets over de eschatologie. Of zouden zij voorstanders zijn van de Conditioneele onsterfelijkheid?
Asperen.                                                                                        Dr. C. VELTENAAR.


1) De Standaard" 18 April 1925. Tw. Blad.

2) De beide gecursiveerde woorden zijn van Carpentier Alting in zijne ibrochure, tolz.38.

3) Artikel „Pro", blz. 10.

4) In een nummer van de A.R. „Rotterdammer" uit dien tijd.

P.S. De vragen, die mij gesteld zijn over Spiritisme en Vrijmetselarij, heb ik in deze artikelen zooveel mogelijk beantwoord. Tot verdere correspondentie ben ik bereid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De Vrijmetselarij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's