Uit de Pers.
De bestorming van den hemel.
Dit is de titel van een pas in Rusland verschenen boek, dat den neventitel draagt: „de vervolging van Kerk en religie in Sovjetrusland, met een voorrede van den Russischen professor P. Struve" (Verlag der Külturliga Berlin W 35, Lützowstr. 107).
Ds. Traub schrijft hierover in het „Ev. Kirchenbl. f. Württg.":
„Dit boek is de Duitsche vertaling van een door Russische studenten in het buitenland geschreven Russisch boek: „De bestorming van den hemel. Het zwarte boek. Een verzameling van inlichtinghoudende mededeelingen en gedocumenteerde gegevens (geput uit de Sovjeters, officiëele bekendmakingen der Sovjetregeering en geheime documenten, die betrekking hebben op de vernietiging van alle religies en elke kerk in Rusland". De Duitsche uitgave geeft den inhoud van het Russische boek verkort weder.
Tot inleiding schrijft prof. P. Struve, dat de uit oorspronkeilijke bronnen geputte stof ruim voldoende is om een oordeel te kunnen vellen over den stelselmatigen strijd der Sovjetregeering tegen godsdienst en Kerk. Zij oefent een inquisitie uit onder het teeken van het atheïsme, hetwelk in de Sovjetpers dikwijls „de bestorming des hemels" genoemd wordt. Struve stelt, dat de Sovjetregeering de vernietiging der religie, de verwoesting der ziel, door haar het geloof te ontnemen, op het oog heeft.
Hij betoogt voorts, dat men bij het lezen van het geschrift van Tertullianus: „de fuga in persecutione" — over de vlucht in de vervolging — zich goed verplaatsen kan in den toestand van de Russische Kerk dezer dagen. Toch kan het communistisch atheïsme, dat tegen God en religie strijdt, noch met 't heidendom in zijn strijd tegen het Christendom, noch met iets anders uit de geschiedenis, vergeleken worden. De Fransche revolutie had trots al haar weerzinwekkende tooneelen, toch tot op zekere hoogte nog iets religieus. Doch de Sovjetregeering strijdt consequent en principieel tegen God en het geloof in naam van een tot cynisme gedreven vergoding van den mensch. Daarbij is de Russische communistische revolutie oneindig veel ruwer en wreeder dan elk despotisme, dat in de geschiedenis ooit tegen een groep van geloovigen gewoed heeft. In politieke tyrannie is 't Sovjetregime iets, dat zijn weergade in de geschiedenis niet heeft en ook niet hebben kan.
Struve zegt, dat de gebeurtenissen in Rusland leeren: „Er is geen midden tusschen geloof en atheïsme" en besluit: „Wij bidden uit 't diepst van ons hart tot God, dat dit door de geheele wereld ingezien wordt; hiervan hangt het lot der geheele menschheid en van Rusland af".
Hoofdst. I handelt over de beginselen, waarvan de Russische regeering uitgaat tot vernietiging van religie en Kerk. Het is niet genoeg de religie en de Kerk niet meer te gebruiken in het belang van den staat en de heersdiende klassen; er moet tegen de religie gestreden worden. Alle leden der communistische organisatie moeten anti-godsdienstige propaganda drijven — ook de communistische jongelingsvereenigingen behooren tegen de religieuse pest te velde te trekken.
Hoofdst. II geeft een kort overzicht van de vervolging der geestelijken gedurende den burgeroorlog, volgens officiëele documenten. Volgens deze is in het Don-gebied en in het gouvernement Charkow geen enkele kerk van bezoedeling, ontwijding en berooving vrij gebleven. Alleen in de stad Charkow zijn 70 personen van den geestelijken stand gemarteld en vermoord.
Hoofdst. III beschrijft de terreur, de vervolgingen en rechtsgedingen gedurende de periode van de berooving der Kerken onder voorwendsel van het weg nemen van voorwerpen van waarde ten bate van hongerenden. Tegen de geheele geestelijkheid werden de volgende maatregelen genomen en doorgezet:
1. Beperking van de rechten der geestelijken;
2. Verplichting om als militairen te dienen;
3. Dwangarbeid.
4. Uitdrijving uit de huizen der kerk. Inbeslagneming van de inkomsten en in enkele gevallen zelfs van arbeidsloon, dat door zwaar werken verdiend was.
In hoofdst. V wordt melding gemaakt van een openlijk hoonen der religie, in het bijzonder bij „feesten der communistische jeugd", waarbij op weerzinwekkende manier alles wat heilig is met vuil wordt overdekt.
Hoofdst. VI spreekt van de demoralisatie van het opkomend geslacht, die nauw verbonden is met pogingen tot uitroeiing van het geloof en de opvoeding der jeugd in den geest van een oorlogzuchtig atheïsme. Het spreekt vanzelf, dat de vroegere onderwijzers daarbij geen dienst kunnen doen. De Sovjetregeering heeft andersgezinde atheïstische onderwijzers noodig.
Hoofdst. VIII geeft aan, van welke middelen de anti-religieuse propaganda zich bedient. Stepanow wil, dat de strijd tegen de popen een strijd tegen God wordt. De Universiteiten moeten daaraan meedoen. Men werkt aan een net van atheïstische cellen aan hooge en middelbare scholen; er worden systematische voordrachten over vernietiging van de religie, het „opium voor 't volk", georganiseerd. In de fabriek van Prochorow, met haar 6500 arbeiders, wordt een blad uitgegeven, getiteld: „Zonder God en meester". Het uitgeven van godsdienstige litteratuur wordt zeer bemoeilijkt, daar alle manuscripten, vóór dat zij het licht kunnen zien, door de Overheid moeten worden goedgekeurd. De verbreiding van atheïstische boeken is sterk.
In 1922 werd vastgesteld: „tot bespreking van anti-religieuse vraagstukken zullen in vele steden Marxistische kringen van meer beslist karakter gevormd worden, terwijl in Moskou een anti-religieus Seminarie moet verrijzen. De communistische vereenigingen spelen daarbij een groote rol en deze zijn over de geheele wereld verbreid.
Op 12 April 1923 verhieven de aartsbisschoppen van Canterbury en York, de Roomsche bisschop van Westminster en de Engelsche Opperrabijn hun stem tegen den gruwelijken oorlog der Russische Sovjets tegen alle kerken en tegen de waanzinnige vervolging van alle geestelijken en geloovigen. Radek gaf daarop een onbeschaamd antwoord. De „Prawda" van 31 Maart 1923 stelde voor in een rechtsgeding den paus te veroordeelen. Maar het gruwelijkst is 't geen een telegram uit Moskou meldt: „In het clubgebouw van het Moskousche garnizoen werd in tegenwoordigheid van Trotzki en Lunatscharski een vergadering gehouden waarbij een zitting van het politiek gerechtshof ter veroordeeling van God werd gefingeerd Aan deze Godslasterlijke demonstratie namen 5000 soldaten van het roode leger deel. Dergelijke zittingen worden door de agitatie-afdeeling der communistische partij georganiseerd".
D. Traub besluit zijn artikel met de woorden: „Grond genoeg tot ontnuchtering van dwepers met een „edelcommunisme" en een ernstige vermaning aan ons allen om op onzen post te zijn. Tijden van vervolging zijn nabij".
Wij zijn er van overtuigd, dat er, wanneer er in Rusland eenige vrijheid van drukpers komt, nog veel meer zal geopenbaard worden omtrent de ontzettende vervolging, waaraan de belijders des Heeren bloot stonden en ten deele nog staan. Gelukkig dat ook in Rusland het woeden van de vijanden gepaard ging met een opwekking van het leven, dat uit God is, die steeds in wijder kring openbaar wordt.
(De Heraut)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's