De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk, School, Vereeniging.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk, School, Vereeniging.

23 minuten leestijd

NEDERLANDSCH HERVORMDE KERK.
Beroepen
te Ouddorp H. J. van Schuppen te Groot-Ammers; te Joure P. J. F. van Voorst Vader te Lochem; te Roswinkel D. Siemelink te Nieuw-Weerdinge.
Aangenomen naar Herveld H. J. Honders te Zoeterwoude.
Bedankt voor Rotterdam en Utrecht S. F. H. J. Berkelbach van den Sprenkel te Haarlem ; voor Nes G. de Wijk te Kamperland; voor Lekkerkerk J. Elkema te Benningbroek; voor Gouderak G. C. Severijn te Schelluinen; voor Woldendorp J. C. Kars te Termunten.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen
te Glanerbrug T. Sap te Gouda; te Hemelum B. Felder, cand. te Utrecht.
Aangenomen naar Moerdijk J. Kapteijn, cand. te Oegstgeest; naar Pijnacker-Nootdorp A. Derksen, cand. te Utrecht.
Bedankt voor Tzummarum D. G. A. Brouwer te Paesens; voor Stellendam, Zweelloo en Sleeuwljk A. Dercksen, cand. te Gouda.
CHRISTELIJK GEREFORMEERDE KERK.
Beroepen
te Arnhem C. S. van der Ven te Lisse; te Baarn D. Driessen te 's-Gravenzande; te Soest J. L. de Vries te Rijnsburg; te Werkendam J. de Bruin te Maassluis.
Bedankt voor Kornhorn L. de Bruijne te Zwolle; voor Meppel J. de Bruijn te Maassluis; voor de Krim H. C. Binée te Murmerwoude..
Afscheid.
JAARSVELD. Het was Zondag 26 April voor de Ned. Herv. Gemeente een droeve ure. Immers voor het laatst werd door Ds. E. Schimmel als haar herder en leeraar het Woord Gods van dezen kansel verkondigd. Vele roepstemmen uit andere gemeenten kwamen de pastorie binnen om over te komen, maar telkens mocht de gemeente de blijde tijding ontvangen: „de dominé heeft bedankt". Echter toen de roepstem uit Lunteren kwam, meende Z.Eerw. geen vrijmoedigheid te hebben voor dit beroep te bedanken, en was thans de ure gekomen om een afscheidswoord te spreken. Z.Eerw. bepaalde zijn toehoorders bij het Schriftgedeelte in Lucas 12 vers 32: „Vrees niet, gij klein kuddeke, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven". Ook in deze afscheidspredikatie werd de rijke troost voor Gods Kerke uit deze woorden beluisterd, maar ook hoe voor den goddelooze die zich niet bekeert, eenmaal ditzelfde woord tot hun eeuwige rampzaligheid zal wezen.
Aan het eind van deze prediking werden vervolgens de gewone toespraken gehouden, allereerst tot den kerkeraad, kerk-en fondsmeesters, tot Ds. Hoekzema van Willige-Langerak, tot organist en koster, tot het hoofd der Christelijke School, den heer Meijer; van deze school was Z.Eerw. eerevoorzitter, en dit onderwijs vond steeds zijn warmen steun. Nog werden toespraken gehouden tot den Burgemeester dezer gemeente en den Burgemeester van Ameide, die beiden tegenwoordig waren. Ds. Hoekzema sprak daarna namens den kerkeraad van hier, alsmede als vriend Ds. Schimmel eenige hartelijke woorden toe, waarin openbaar werden de banden tusschen leeraar en gemeente, die thans op het punt stonden gebroken te worden; de gemeente bemoedigende omdat de leeraar wel henengaat, maar de Heere blijft. Hij verzocht dat diegenen die bidden hebben geleerd, steeds hem bij den troon der genade zouden blijven gedenken, en noodigde de gemeente uit den scheidenden leeraar toe te zingen Ps. 121 vs. 4. Wegens verhindering van Ds. de Graaf van Ameide, werd Z.Eerw. nog toegesproken door den heer Streefkerk, namens den kerkeraad aldaar, hem dank brengende voor allen steun tijdens de vacature verleend.
Zichtbaar bewogen dankte Ds. Schimmel vervolgens de sprekers en gemeente. Onze beste wenschen vergezellen Ds. Schimmel met zijne zuster naar Lunteren. Moge de Heere den arbeid aldaar rijkelijk zegenen, opdat nog vele zondaren gewonnen mogen worden voor 't Koninkrijk van Christus, en eenmaal mogen schitteren aan de kroon van Immanuël. Worde de ledige plaats te Jaarsveld, kon 't zijn spoedig, weder vervuld door overkomst van een dienstknecht des Heeren. Het kerkgebouw was stampvol
PAPENDRECHT. Na de Ned. Herv. Gem. alhier, gedurende zes-en-een-half jaar te hebben gediend, maakte Ds. J. H. van der Wal zich Zondag 19 April in een plechtigen dienst van haar los, om zijn werk in Wageningen te vervolgen. Er was voor dit afscheid enorme belangstelling. Velen moesten zich met een staanplaats tevreden stellen. Onder het zingen van de verzen 1 en 4 van Ps. 19 werd Ds. van der Wal door den consulent, Ds. Wormgoor uit Alblasserdam, naar den kansel geleid. Ook de heeren De Bel, Luteijn en v. d. Pol, respectievelijk predikant te Sliedrecht, Goudriaan en Oud-Alblas, alsmede Ds. Heemskerk van Dordrecht waren tegenwoordig; ook het hoofd der burgerlijke gemeente met zijn echtgenoote. Na het uitspreken van het votum, het voorlezen van de „Twaalf artikelen des geloofs" en de verzen 36 tot 54 uit Lucas 24, ging Ds. van der Wal voor in gebed. Onder het zingen van de verzen 52 en 53 uit Ps. 119 werden de liefdegaven voor de bekende doeleinden ingezameld. Nadat Ds. van der Wal met een enkel woord had gewaagd van zijn beroep naar Wageningen, waarheen God hem riep, legde hij ten aanhoore van allen de verklaring af, dat geen andere dan deze reden hem had doen besluiten het beroep aan te nemen. Genoegen had 't hem gedaan, dat er in de Gemeente stemmen waren opgegaan, om hem te bewegen voor het beroep te bedanken. Daarna las Z.Eerw. als zijn tekst voor uit Lucas 24 de verzen 45 tot en met 47. Na de omstandigheden verklaard te hebben, waaronder Jezus deze woorden tot Zijn jongeren sprak, behandelde Ds. in verband met den tekst achtereenvolgens uitvoerig een viertal punten, tw. 1e. een onveranderlijk beginsel, 2e. een noodzakelijk verleden, 3e. een blijvende roeping, 4e. een heerlijke toekomst, om zijn voor de vuist uitgesproken rede te eindigen met voor de toekomst Gods zegen af te smeeken voor de Gemeente, die hij staat te verlaten. Na het "amen" werd gezongen Ps. 86, de verzen 3 en 5.
Toen sprak Ds. een persoonlijk woord, allereerst tot de Gemeente. Hij dankte haar voor de wisselwerking, die er tusschen haar en hem had bestaan, ook hiervoor, dat ze zich geheel aan hem had gegeven, zooals hij dat wederkeerig gedaan had aan haar. Ds. legde de verklaring af, dat hij in Papendrecht met lust had gearbeid, en wie — aldus Ds. — van Papendrecht zegt, dat het slecht staat bekend, kent Papendrecht niet: hij had hier gevonden „harten van goud". Toen richtte Ds. zich tot den burgemeester, wien hij mede namens de Kerkvoogdij dank bracht voor den steun van hem bij zijn werk ondervonden, ook voor het behartigen van de belangen der Kerk. Hij wenschte hem en zijn gade zegen toe op zijn verderen levensweg. Zich daarna richtende tot kerkvoogden en notabelen, dankte hij hen, ook uit naam zijner echtgenoote voor de liefde van hen in zoo ruime mate ontvangen en hun trouwen arbeid. Hij hoopte, dat ze onder Gods zegen zouden voortgaan de stoffelijke belangen der Kerk te behartigen. Ook den wethouders en den leden van den Raad bracht hij dank voor den steun, dien hij van hen had ondervonden bij het stichten van het torenuurwerk en voor hun medewerking tot den bloei der Gemeente. Verder herdacht Ds. den Kerkeraad, de diakenen en collectanten, hij wenschte hun zegen toe op hun arbeid, Ds. Heemskerk, den vertegenwoordiger van het classicaal bestuur voor hetgeen hij in dien kring had geleerd. Hij dankte er God voor, dat hij hem op zijn levensweg had mogen ontmoeten. Den consulent zegde Ds. den steun van den Kerkeraad toe en sprak den wensch uit, dat hij onder Gods onmisbaren zegen in den vacaturetijd mocht doen, wat zijn hand vond om te doen.
Aan den „Ring Sliedrecht" zou Ds. aangename herinnering meenemen. Hij was hen erkentelijk voor de steeds prettige en daardoor vruchtbare samenwerking. Ook de voorlezer, de organist, de koster werden door Ds. niet vergeten, hij waardeerde hoogelijk hun trouwe medewerking. Woorden van afscheid en dank richtte Ds. tot de jongelingsvereeniging, de Meisjesvereenigingen bij welke laatste zijn echtgenoote de leiding had, het bestuur, het hoofd en het personeel der Chr. School, de Zondagsschool, enz. Ds. eindigde met de bede, dat de God des vredes allen, in welken arbeid dan ook, mocht zegenen.
Na het dankgebed en het zingen van Ps. 29 vers 6 nam allereerst de consulent het woord.
Ge scheidt — aldus spr. — van een gemeente, die ge hebt lief gekregen en van wie ge een buitengewoon gunstige getuigenis hebt afgelegd. Uit haar naarn zeg ik u dank voor den arbeid, dien ge aan haar hebt verricht. We wenschen u en uwe gade in uw nieuwen werkkring Gods zegen toe.
Ds. De Bel van Sliedrecht sprak namens den „Ring" waardeerende woorden.
Ouderling v. d. Herik voerde het woord namens den Kerkeraad. Het had — aldus spr. sommigen bevreemd, dat er op dominé door hen geen invloed was uitgeoefend om hem in Papendrecht te behouden. Het was sprekers persoonlijke meening, dat deze zaak een zaak was tusschen hem en zijn God, waar de Kerkeraad zich buiten moest houden, maar hij wilde hier openlijk verklaren, dat er tusschen den Kerkeraad en dominé nooit een enkele onaangenaamheid was voorgevallen en ze steeds prettig met elkaar hadden samengewerkt En nu bij zijn heengaan voelen we eerst recht, wat scheiden beteekent; we staan hier voor een dubbele scheiding, want we nemen niet alleen afscheid van onzen voorganger, maar ook van zijn echtgenoote, die hier zooveel barmhartigheidswerk heeft verricht, waaraan we dankbaar zullen gedenken en dat we na haar vertrek eerst naar waarde zullen schatten. We wenschen, eindigde spr. dat Gods geest in Wageningen met hen mag zijn.
Ds. Heemskerk was laatste spreker. Hij verklaarde dat hij met weemoedige blijdschap Ds. van der Wal's afscheidswoord had gehoord. Het spijt ons — zei Ds. — dat ge ons gaat verlaten. We hebben het zoo goed in het classicaal bestuur met elkaar kunnen vinden. Ik dank u namens dat bestuur voor uw aandeel, dat ge in zijn werk hebt verricht. We willen u Gods zegen toebidden. Daarop zong de gemeente op ver­ zoek van Ds. H. den scheidenden leeraar staande de bekende zegenbede toe: „Dat 's Heeren zegen op u daal".
Ds. van der Wal dankte allen zeer ontroerd voor de hartelijke woorden hem toegesproken en de bede hem toegezongen en gaf der gemeente voor het laatst den zegen. Diep onder den indruk verliet de groote schare het kerkgebouw, terwijl velen den scheidenden leeraar en zijn vrouw de hand tot afscheid gingen drukken.
— Na des morgens bevestigd te zijn door Ds. C. Bouthoorn, em. pred. te Zeist, deed des avonds Ds. J. H. v. d. Wal zijn intrede in de Ned, Herv. Kerk te Wageningen met een leerrede over Matth. 28: 19, waarin gezien wordt een bevel van den Koning der Kerk aan de predikers, maar ook aan de gemeente. Na de predikatie volgden de gebruikelijke toespraken. De consulent, Ds. v. Dijken, sprak den nieuwen leeraar hartelijk toe en verzocht de gemeente hem de zegenbede uit Ps. 134 toe te zingen. Namens den Ring sprak Ds. J. de Looze, van Renkum
— Zondagavond nam Ds. B. Batelaan, in verband met zijn a.s. vertrek naar Utrecht afscheid van de Ned. Herv. Gem. te Zeist. Het kerkgebouw was zoowel beneden als op de gaanderijen met een groote schare belangstellenden bezet. Onder de aanwezigen bevonden zich de Burgemeester der gemeente, Prof. Dr. H. Visscher, en predikanten uit Utrecht en Amersfoort. Ds. Batelaan sprak een leerrede uit over Jesaja 40: 31 en ontwikkelde zijn stof aan de hand van 1e. Het verwachten van den Heere, 2e. de heerlijke vrucht daarvan.
Aan het slot van zijn predikatie dankte de scheidende predikant den burgemeester voor diens belangstelling en steeds betoonde wel willendheid. Ds. Geerling voor zijn vriendelijkheid, voortspruitend uit diens nobel karakter. Ds. Bouthoorn en Prof. Visscher voor den steeds ontvangen steun, den Kerkeraad, Kerkvoogden en catechisanten voor de ontvangen bewijzen van liefde en vriendschap. Speciaal richtte Ds. B. zich daarna tot de gemeente en wees haar op den plicht bij de keuze van een opvolger te handelen overeenkomstig haar roeping een predikant te beroepen, die overeenkomstig het Woord Gods en de Belijdenis de Waarheid zal bedienen.
Ds. Bouthoorn sprak daarop een woord van dank voor al hetgeen Ds. Batelaan voor de gemeente had willen doen. Inzonderheid ook voor de persoonlijk ondervonden vriendschap en hulp. Ook uit naam van Ds. Geerling, die door ziekte verhinderd was aanwezig te zijn, bracht spr. den scheidenden leeraar dank, hem Gods zegen toebiddende voor zijn verder leven. De gemeente zong Ds. Batelaan daarop Psalm 129: 4 toe, waarmede de plechtigheid afgeloopen was. Van de gelegenheid Ds. Batelaan een hand ten afscheid te drukken werd door schier allen gebruik gemaakt.

— Zondag preekte Ds. P. de Bruyn in de Ned. Herv. Kerk te Aalsmeer afscheid na een arbeid van 6 jaar. De leeraar bepaalde zijn gemeente bij Handelingen 8: 39 het laatste gedeelte: „Want hij reisde zijn weg met blijdschap". Aan het einde der predikatie werden kerkeraad en het hoofd der burgerlijke gemeente bedankt voor de goede samenwerking, terwijl den verschillenden vereenigingen Gods zegen werd toegewenscht. Uit naam van den kerkeraad bedankte ouderling Jongkind voor het vele werk door Ds. de Bruyn hier verricht. Verder werd het woord gevoerd door Ds. Peter van Amstelveen, en Ds. Aalbers van Ouderkerk, als ringcollega, door Ds. Heymans van Uithoorn, als consulent en door den heer Luyten, hoofd der Chr. school. Ten slotte werd gezongen Ps. 121 vs. 4.
Zes jaar geleden had de Herv. Kerk van Aalsmeer weinig te beteekenen. Nu is ze door den krachtigen arbeid van Ds. de Bruyn onder Gods zegen een bloeiende gemeente geworden.
 

Jubileum Ds. M. van Grieken. Nadat de laatste dagen telkens brieven, telegrammen en bloemstukken, waaronder van „de Administratie van De Waarheidsvriend" te Maassluis, bewijs leverden, dat er ten huize van Ds. M. van Grieken iets bizonders, iets feestelijks, te doen was, regende het, bij helderen zonneschijn, Woensdag 22 April bloemstukken, gelukstelegrammen, brieven, fruitmanden, luxe sigarenkisten enz. waardoor de ruime suite van het bovenhuis, Schiekade 121b, als in een bloementuin werd omgeschapen en het den bezoeker duidelijk werd, dat er ten huize van Ds. en Mevr. Van Grieken iets groots geschied was, 't welk door zeer velen in Rotterdam niet alleen, maar ook in Delft, Ameide, ja in heel Nederland blijkbaar niet onopgemerkt passeeren kon.
's Middags van 3 tot 5 uur was er receptie Even vóór den aanvangstijd verscheen het Hoofdbestuur van den Geref. Bond. De 2e voorzitter de heer L. F. Duymaer van Twist, lid van de Tweede Kamer, hield een hartelijke toespraak tot den jubileerenden Voorzitter, waarbij het wel bleek hoezeer er hechte banden van vriendschap in de 19 jaren, dat de Geref. Bond bestaat, gelegd zijn tusschen de leden van het Hoofdbestuur en zijn Voorzitter, die nu 16 jaar de leiding in het Bestuur, in den Bond en in het Bondsorgaan „De Waarheidsvriend" heeft. Uit naam van den Geref. Bond werd den jubilaris een eikenhouten boekenkast aangeboden. Het Hoofdbestuur van den Bond van Ned. Herv. Jongelingsvereenigingen op Geref. grondslag, waarvan Ds. van Grieken de mede-oprichter is en dien hij de eerste jaren als Voorzitter gediend heeft — hij is nu Eere-voorzitter — kwam na een prachtbloemstuk te hebben gezonden, den jubilaris complimenteeren bij monde van Ds. G. Lans van Ouderkerk aan den IJsel.
Delft was vertegenwoordigd door een breede deputatie, die bij monde van den heer J, Brinkman, wethouder van onderwijs, Ds. van Grieken kwam gelukwenschen. Een keurig bewerkt album met vele namen van Deutsche vrienden werd overhandigd, begeleidend een schitterend cadeau, bestaande uit een hoog modern, deftig studeerkamerameublement. Het Wijkcollege dat den vorigen avond namens de Rotterdamsche Gemeente een cadeau bestaande in couvert met inhoud, had aangeboden was nu vertegenwoordigd door de broeders de Ruyter Jr. en de Haan, wijk-ouderlingen. Dr. Callenbach, ouderling de Ruyter Sr. en diaken N. Tinbergen kwamen namens den Kerkeraad Ds. en Mevr. Van Grieken feliciteeren. Ds. de Heer en Ds. de Bruin namens het Ministerie van predikanten, Ds. en Mevr. Scholten, Dr. Olthuis, Ds. en Mevr. van Toorn, Ds. en Mevr. de Vey Mestdagh, Ds. en Mevr. van Kooten en Ds. van Wessel evenals Ds. v. d. Snoek van Kralingen, Ds. Kijftenbelt van Feijenoord en Ds. Lokhorst van Delfshaven waren mede tegenwoordig. Het College van Regenten der Groote en Kleine Scholen was in zijn geheel ter plaatse, om bij monde van den 2en voorzitter Ds. J. van Duijvenbooden den jubileerenden Voorzitter geluk te wenschen. In de keurige, hartelijke toespraak van Ds. v. Duyvenbooden kwam naar voren hoe het College in hartelijke samenwerking met den Voorzitter omgaat en bij de beste wenschen die werden uitgesproken, werd als bewijs van sympathie en waardeering een prachtige Westminster klok met zilveren gedenkplaat aangeboden.
Per extra gelegenheid kwam het geheele personeel der drie Delftsche Scholen, waarvan Ds. van Grieken nog altijd voorzitter is. In kring geschaard sprak de heer P. A. v. Schuppen, hoofd der Oranje-Nassau-school vriendelijke woorden van hoogachting en waardeering, waarna de heer Van Lienden het orgel bespeelde ter begeleiding van een lied, dat gezongen werd door de aanwezigen.
Van de Jongelingsvereeniging „Immanuel" te Rotterdam en van de Meisjesvereeniging „Soli Deo Gloria" waren bloemstukken en het bestuur was tegenwoordig om te feliciteeren. Van de cursus-bezoekers was eveneens een bloemenhulde; van de jongenscatechisatie een koperen parapluiebak als geschenk. Verder kwam het bestuur der Herv. Jongel. Ver. „Guido de Bray" te Delft en bood een prachtig groot bord van Delftsch blaauw aan. Ook werd nog een buitengewoon mooi oud-Friesche klok, met slagwerk, datumwijzer, wekker en maanstand, aangeboden. Het Moderamen van den Herv. Scholenbond feliciteerde bij monde van Ds. van Haselen, van Charlois, en den heer M. Luhrman, hoofd der Koningin Wilhelminaschool. Het bestuur der Talmaschool eerde den jubilaris met toespraak en bloemstuk. Het Bestuur der Herv. Schoolvereen. op Geref. grondslag te Feijenoord eveneens. De hoofden der groote en kleine scholen hadden een bijzonder fraaie bloemenmand gezonden en spraken bij monde van het oudste schoolhoofd, den heer O. G. Sterkenburg hartelijke woorden van gelukwensch; en zoo ging het 's middags en zoo ging het 's avonds, tot de leeraren van de Kweekschool met den Bijbel aan het Haringvliet de rij sloten, vertegenwoordigd door den heer Van Wijlen, die met den heer Minderman verschenen waren.
Heel den middag en heel den avond liepen de bezoekers en bezoeksters in en uit en wij hebben den indruk gekregen, dat Ds. van Grieken zeer vele vrienden heeft in Rotterdam en daar buiten, die hem om zijns werks wil hoogachten en liefhebben.
Ds. van Grieken en zijn gezin kunnen terugzien op mooie, heel mooie dagen, die God de Heere hem en den zijnen in gunste kwam schenken.
(De Rotterdammer).

Gedachtenisrede Ds. M. van Grieken. Een groote schare vulde Zondagavond 26 April j.l. de mooie St. Laurenskerk om te beluisteren de gedachtenisrede van Ds. M. van Grieken, ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum. Gezongen werd eerst Psalm 65: 1 en 3. Voorgelezen werd Efeze 4 vs. 1—16. Nadat Ds. van Grieken in gebed was voorgegaan en gezongen was Ps. 89: 1, werd als tekst gelezen 1 Cor. 3: 9a : „Want wij zijn Gods medearbeiders". Boven de overdenking werd geplaatst „Medearbeiders Gods" en gesproken werd in de eerste plaats: over den levensgang als medearbeider Gods; en in de tweede plaats over den aard en de beteekenis van het werk, van Godswege, Zijn knechten toevertrouwd.
„Wij vliegen daarheen" — zoo begon de jubileerende prediker. - Wat hij niet deed, omdat hij zoo somber gesteld was, want groote dankbaarheid was in z'n hart. Maar bij het overzien van de jaren die nu zijn voorbijgegaan, komt dat gevoel als van zelf over den mensch. Alles gaat zoo snel. 't Lijkt alles nu een droom. Want lijkt bij den aanvang van de studie, dat de dag van bevestiging in het ambt vèr af is, nu ligt de bevestiging op 22 April 1900, te Nieuwerkerk a.d. IJsel door Ds. C. J. Lammerink, toen predikant te Amsterdam, reeds 25 jaar achter ons. Twee jaar in de eerste gemeente, acht jaar in Ameide a.d. Lek, tien jaar in Delft en nu vijf jaar in Rotterdam; dat is 25 jaar nu „medearbeider Gods", in de bediening des Woords, der gebeden en der sacramenten werkende het werk, dat God wil, dat onder de menschen gewerkt zal worden. Mijn vader — zegt spr. — heeft geen offer te zwaar geacht, om mij te laten studeeren en stelde geen voorwaarden daarbij, dan deze twee: dat wij nooit anders zouden prediken dan Jezus Christus als een algenoegzaam Zaligmaker voor zondaren èn dat wij niet zouden jagen naar roem of eer, steeds gedachtig zijnde aan het woord van den Heiland: een dienstknecht is niet meer dan zijn Meester. In spr. eerste gemeente, Nieuwerkerk a.d. IJsel, voelde hij zich niet al te best thuis. Er kan niet gesproken worden „eerste liefde", waarbij alle latere liefdesbanden in de schaduw vallen. De oorzaak was eenerzijds de valsche lijdelijkheid van de z.g.n. Stammianen en anderzijds de lauwheid der gemeente, hoewel met vriendelijkheid aan de eerste gemeente kan worden teruggedacht. Het Woord is er gepredikt, de sacramenten bediend, alle gezinnen bezocht, gearbeid op catechisatie, geholpen bij het werk op de Jongelingsvereeniging en op de Zondagsschool; aangeprezen is het christelijk onderwijs, geijverd voor de School met den Bijbel enz. De Heere heeft ook den arbeid van die 2 jaar willen zegenen, waarvan juist de laatste tijden ook nog getuigenis afleggen inzake de schoolgeschiedenis. In Ameide, zoo getuigde Ds. v. Grieken, bereidde de Heere hem en zijn gezin een goeden ingang en Hij wilde daar het werk rijkelijk zegenen, 't Was daar een wonen in het midden des volks, waarbij gedacht kon worden aan Ruth, die zeide: uw volk is mijn volk, uw God is mijn God. Daar leerden we, aldus spr. het modernisme op kerkelijk gebied en het liberalisme op maatschappelijk-en schoolgebied kennen. Aan de School en aan de politiek werd toen veel aandacht gegeven en de maatschappelijke toestanden deden besluiten tot oprichting van „Patrimonium" enz. Niet deelname aan den kerkelijken, maatschappelijken, politieken en schoolstrijd zou een verzaking van de roeping als „medearbeider Gods" geweest zijn. Ook speelde zich in die jaren (1905) de geschiedenis van Dr. Louis Bahler af. Terwijl men in 1834 en 1886 streng vasthield aan de gestelde regels en orde, was er bij de aantasting van de fundamenteele grondslagen een verdraagzaamheid, die niet de Kerk van Christus eert. Wanneer er geen gemeenschappelijke belijdenis is, kan de kerk als kerk niet uitkomen en moet zij ten doode zijn opgeschreven.
Daarna kwam de roeping naar Delft. Met zijn geestverwanten Ds. Beekenkamp en Ds. Benes heeft spr. daar een goeden arbeidstijd van 10 jaren kunnen doorbrengen. Ook daar bleef de strijd niet uit waarbij het helaas! soms gaan moest tegen geestverwanten, die zich, de een meer en de ander minder, niet met de prediking en het werk van de collega's Beekenkamp en Benes en spr. konden vinden; doorvloeiende in ongereformeerde, ziekelijke richting, waarbij veel mooi werk, verricht in het belang van de gemeente, dreigde verloren te gaan. Het hart was daarbij vervuld met smart en de ziele met leed. Maar de Heere heeft ook toen Zijn zegeningen niet onthouden en als "medewerker Gods" wilde Hij genade en eere geven. Met vele aangename herinneringen blijft Delft voortleven in het hart en onverbreekbare banden zijn gelegd.
Op 6 Juni 1920 werd spr. ten slotte door Ds. van Dorp te Rotterdam bevestigd en spr. wil van deze periode slechts zeggen, dat hij dankbaar is voor de liefde welke hij van de gemeente in droeve en nu ook in deze blijde dagen heeft ondervonden.
Medearbeider Gods te zijn, spr, noemt het een hoog en heerlijk ambt. Het formulier tot bevestiging der dienaren des Woords spreekt van een „grondig en oprecht voordragen" van het Woord en van de taak tot „wederlegging der dwaling en ketterij".
Dit werk is vooral in dezen tijd zwaar.
Het materialisme verslaat zijn tienduizenden, het schijnt soms of er geen geloof gevonden wordt. En predikt men den Christus, dan is het veelal als voorbeeld, maar niet als Heiland; als martelaar, maar niet als Middelaar.
Dit alles ontroert met heilig beven.
Tegen alles en allen in moet gepredikt worden het evangelie Gods: Gods Woord moet lichten over het geheele leven, opdat het leven des volks is naar Zijn Woord. Uit het bidvertrek hebben we ons te werpen in den strijd op het terrein des vollen levens en God zal op Zijn tijd de vruchten geven.
Spr. staat uitvoerig stil bij het kunnen en verwerven van den natuurlijken mensch in de beheersching van de aarde en het naspeuren van de krachten der natuur. En toch, God schrijft de historie en komt met Zijn verlossend Woord in de geestelijk-arme dagen van onzen tijd. Getuigende van God hebben we te strijden tegen den geest dezer eeuw.
Het verheugt spr. dat velerlei arbeid in de gemeente Rotterdam geschiedt. De Heere zegene den arbeid, allen aangordende met nieuwe kracht, opdat velen tot het Evangelie worden toegebracht en Zijn naam worde verheerlijkt.
Na het zingen van Ps. 89 : 7 en dankgebed werd de zegen uitgesproken, waarna de gemeente haren leeraar toezong Psalm 134: 3. Met een kort woord werd daarvoor dank gezegd.
Jubilea. Ds. Joh. Luuring, predikant der Ned. Herv. Gemeente te Hazerswoude, herdacht Woensdag j.l. onder veel belangstelling zijn 25-jarige ambtsvervulling. Nadat 's morgens en 's middags een druk bezochte receptie was gehouden, hield de jubilaris 's avonds een gedachtenisrede. Ds. Luuring had tot uitgangspunt gekozen 2 Tim. 2:11—14 (1ste gedeelte) en stond naar aanleiding daarvan achtereenvolgens stil bij: 1. Strijd en Overwinning. 2. Verslapping en achteruitgang. 3. De Christus, die altijd gelijk blijft.
De jubilaris werd toegesproken namens het classicaal Bestuur door Ds. Bollee, van Katwijk aan den Rijn, namens de ringpredikanten door Mr. Ds. N. G. Veldhoen, van Alphen aan den Rijn, en namens de gemeente door Jhr, Roëll, ambachtsheer, die hem als zoodanig een geschenk overhandigde, bestaande uit het bekende werk van Dr. A. Kuyper: Encyclopaedie der H. Godgeleerdheid, in 7 deelen. Tenslotte vertolkte Ds. C. D. Israël, van Koudekerk de gevoelens van den Kerkeraad waarbij hij zich ook tot mevr. Luuring richtte. Op zijn verzoek zong de gemeente den jubilaris Ps. 32: 1 toe (gew.), waarna deze hartelijk dankte.
Aanwezig waren het Dagelijksch Bestuur der gemeente, w.o. de Burgemeester, vele ambtsbroeders en afgevaardigden van de gemeente te Gorinchem.
A. Stuivezand te Kamperveen is in den ouderdom van ruim 85 jaren overleden de heer A. Stuivezand, in leven Oefenaar aldaar. Met hem daalt een dier mannen ten grave, wiens grootste lust het was, te arbeiden in den dienst van zijn Koning. Geboren in 1839 te Kamperveen, ging hij zich vanaf het jaar 1892 wijden aan de verkondiging van het Evangelie. In den tijd der Doleantie legde hij met gunstig gevolg het examen af voor Oefenaar bij de Geref. Kerk, welke hij evenwel na veel in-en uitwendigen strijd verliet, om over te gaan tot de Ned. Herv. Kerk. In de Ned. Herv. Kerk stonden toentertijd verscheidene predikanten, met wier gevoelens de heer Stuivezand zich niet vereenigen kon, met dit gevolg, dat hij bij zijn woning een gebouw stichtte, waar hij zelf onafgebroken voorging in de bediening des Woords, gegrond op de aloude Geref. Belijdenis. Zijn werk bleef niet ongezegend. Door zijn vurige prediking ontwaakte in zijn Gemeente het streven naar den terugkeer tot de zuivere Geref. Waarheden, wat ten gevolge had, dat de heer Stuivezand zijn lokaal kon sluiten en weldra tot Ouderling werd verkozen bij de Ned. Herv. Kerk, welke hij tot aan zijn dood met al zijn krachten heeft gediend, niet alleen als Ouderling, maar ook indien het noodig was, als Voorganger. Naast zijn eigen Gemeente, wier belangen hij ook op allerlei maatschappelijk gebied heeft behartigd, mocht hij op tal van andere plaatsen medewerken aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Wij denken hier o.a. aan „De Kruisberg", bij Doetinchem, waar hij meer dan ééns, werd aangezocht zich als „leerend Ouderling" te vestigen. Bij al dezen arbeid bleef de heer Stuivezand steeds klein in zichzelven, om zijn hoop enkel en alleen te stellen op het volbrachte verlossingswerk van Jezus Christus. Dit alles wetende, kan men van hem getuigen, hetgeen de Apostel Paulus zegt in zijn tweeden brief aan Timotheus, het 4de hoofdstuk, vers 8 : ".....Voorts is mij weggelegd, de kroon der rechtvaardigheid, welke de Heere, de Rechtvaardige Rechter, mij in dien dag geven zal".
Op treffende wijze werd de geliefde ontslapene Zondag j.l. door Ds. J. L. Dippel, naar aanleiding van deze woorden herdacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kerk, School, Vereeniging.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's