De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

Hemelvaart

13 minuten leestijd

En het geschiedde als Hij ze zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in den hemel.Lucas 24 vers 51.

Hemelvaart.
Zeker, altoos heeft men in de prediking met geloofsproblemen te maken. Altijd is de ondergrond het bovenmenschelijke, onbegrijpelijke. Steeds weer moet de Kerk des Heeren het den apostel nazeggen: „O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordeelen, en onnaspeurlijk Zijne wegen!" (Rom. 11 : 33).
Maar toch, er is verschil. Op de feestdagen hebben wij met de feiten te maken, hebben we de daden Gods te gedenken, moeten we speuren naar de wortelen van den levensboom, die zich vastgezet hebben in de nooit te doorschouwen liefde des Vaders. 't Gaat dan niet allereerst om de uitkomst, maar om Gods werken. Niet om de practijk alleen, waarom het in de prediking gewoonlijk gaat, maar om de grondregelen, waaruit de practijk van het leven van 's Heeren Kerk is gesproten. We moeten zien, waarop het geestelijk gebouw rust. En dan leeren we, dat Gods daden w o n d e r d a d e n zijn. Dat we ze hebben te aanvaarden in het geloof. Ze gaan boven het menschelijk verstand uit. Ten hemel varen! De natuurlijke mensch begrijpt er niets van. Het druischt in tegen zijn verstand. Een hellevaart is logischer, dan een hemelvaart. De leer der zwaartekracht trekt een lichaam naar beneden, niet naar boven. Hij heeft zoo iets nooit beleefd. Er zijn talloos velen, die aan de wonderen uit Gods Woord geen geloof hechten. Komt het misschien hierdoor, dat we in een tijd leven die ons zooveel dat raadselachtig was, ontsluierde? Omdat we als het ware overstelpt worden door ontdekkingen zoodat 't geslacht der eenvoudigen, door wie bijv. een bouwwerk als het stadhuis in Amsterdam het achtste wonder der wereld geheeten werd, uitsterft? Ja, ik geloof dat velen door het steeds zich rijker ontplooiende leven, geen acht meer slaan willen op de wonderen Gods. Ik verwonder me daarover, want hoe meer ontdekkingen er gedaan worden, hoe meer men voor het wonder geplaatst wordt. Het leven en de weten­schap zijn vol axioma's, niet te bewijzen stellingen, bovennatuurlijke zaken.
Wat is het leven?
Wat is de zwaartekracht?
Wat is het wezen der electriciteit?
Wat is?
Ja, ga maar door, en ge zult zien dat ook zij, die niet gelooven willen aan Gods wonderen, omringd zijn door wonderen, waaraan ze gelooven, daar zij aannemen, wat niet te bewijzen is.
Ten hemel varen! Ook de geloovige begrijpt het niet. Ook voor den gelovige is het een wonder, zooals hij wonderen in de natuur ziet. Maar hij ziet er zijn God in. Hij ziet ook in de wonderen der natuur zijn God, vol majesteit, bekleed met heerlijkheid en sterkte. Hij ziet de wonderen met het oog des geloofs. Hoe machtiger het wonder is voor het oog des geloofs, hoe heerlijker die majesteit Gods schittert, des te dieper buigt hij zich ter neder, des te meer maakt het kind des Heeren zijn God groot, en zoo zingt de Kerk des Heeren dan ook op dezen dag, met het oog op de Hemelvaart:
Verhoogt, op poorten! nu den boog;
Rijst, eeuwige deuren, rijst omhoog
Opdat de Koning in moog' rijden.
Wie is die Vorst, zo groot in eer,
't Is God, d' almachtig Opperheer,
't Is God, geweldig in het strijden.

Dat geeft steun in hun zwak zijn, dat geeft moed voor het verbroken hart, dat Hij de Machtige Jacobs is, Die den weg, die door de zonde gesloten was, geopend heeft door Zijn dood en opstanding en eene baan gemaakt heeft, waarop aardsche, zondige stervelingen, door Gods genade in Christus wedergeboren, straks naar boven kunnen gaan, niet om aan te kloppen aan de hemelpoort en weggezonden te worden, neen, maar om binnen gelaten te worden, want door Zijne Hemelvaart ging Hij met Zijn menschelijke natuur binnen, en opent voor zondaren de twaalf poorten van het hemelsch Jeruzalem!
Juist echter omdat de discipelen des Heeren Christus zoo hoog achten en lief hebben, juist daarom lag er oorspronkelijk iets bitters in het scheiden dat aan de Hemelvaart verbonden was.
Scheiden.
Als vrienden van elkander scheiden, ook al kan de bede „tot wederziens" nog vervuld worden, hoe bitter is dit voor het hart. Maar, als geliefden van de aarde scheiden, ons ontrukt worden door den wreeden dood, wie, dan die dit bij ervaring heeft, kan spreken van de bittere smart, die de tranenbeken uitputten, den mensch troosteloos maken, en als een wezenlooze doen neerzitten? Verliest men zijn geld op aarde, nu ja, er is meer; raakt men zijn bezit kwijt, er is kans het terug te krijgen, en indien niet, waarom kan men nog niet gelukkig zijn bij het weinige. Het is niet in den overvloed gelegen, dat iemand uit zijne goederen leeft. (Luc. 12 : 15). De vogelen des hemels zijn ons ten voorbeeld. Wordt de gezondheid aangetast, het is verschrikkelijk, maar daarmede is het geluk nog niet geroofd, groote schatten van liefde kunnen nog overblijven, maar die scheiding voor altijd, en die vele herinneringen: daar is het bed, waarop de geliefde lag, daar de stoel, waarop deze zat, elders de tafel waaraan de ledige plaats overbleef; overal die dierbare en toch verschrikkelijke herinneringen, maar, maar ..... voorbij, voor altijd, gescheiden van de aarde, gescheiden, weg al de idealen, weg al de vreugd, afgesloten de beddingen, waarin de stroomen van liefde een uitweg vonden. Tot stikkens toe vervult de liefdedrang het hart. De afgesneden bloemen, die gedragen worden naar den doodenakker, vergoeden dit gemis niet, versterken het eer, prediken luider: alles gaat voorbij.
Ook de Heere Jezus scheidde van de aarde, en Zijne discipelen bleven achter. Is het wonder, dat zij opzagen naar den hemel, en droevig Hem nastaarden? Is het wonder, dat zij het troostwoord van Jezus noodig hadden: „Uw hart worde niet ontroerd, gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij"? Is 't wonder, dat het Engelenwoord niet te onpas kwam, dat verzekerde, dat Jezus zou wederkomen? Zij hadden de zegenende handen van den Heere noodig die Hij niet te vergeefs over hen uitbreidde, want we zien hen straks met blijdschap naar Jeruzalem terugkeeren.
O, zalig, wie zoo scheiden als Jezus en de discipelen, met een wederzienshope in het hart, met de roemtaal van den Apostel: "Wat zal ons scheiden van de liefde Gods, welke is in Jezus Christus onzen Heere". Hier is troost voor alle discipelen. Dit scheiden van den Heere was een heengaan om plaats te bereiden in het huis Zijns Vaders met zijne vele woningen. Woningen voor uwe geliefden, die u in den dood zijn voorgegaan. Woningen ook voor u, als gij, als een arm zondaar, in Hem maar ziet den rijken Christus. Woningen voor zondaren, voor armen van geest. Voor u, o Petrus, die Hem verloochend hebt. Voor u, o Johannes, die Hem in den steek liet. Voor u, o Jacobus, die hebt geslapen, waar gij moest waken. Voor u, en mij, die hongert en dorst naar de gerechtigheid. Zalig afscheid, het maakt het wederzien tot in eeuwigheid vast. Dit scheiden beteekende vereenigen voor altijd. En nu, Jezus is opgenomen in den hemel.
Wat predikt ons de hemelvaart ?
Dat Hij daar zit, hoog boven de aarde, en van daaruit Zijn blik werpt over alle inwoners der aarde. Niets ontgaat aan Zijn oog. Zijn scheiden beteekent niet: „Uit het oog, uit het hart". Neen, want Hij is met innerlijke ontferming bewogen over der zondaren lot.
Als knaap was ik gelogeerd in eene stad, ver van mijn ouderlijk huis, waar mijne gedachten telkens heen gingen. Toen het eens noodweer was, keek ik de wolken, waaruit de donder mij tegen klonk, na, of zij ook dreven in de richting van mijn woonplaats, en misschien daar dood en verderf zouden brengen. Ik wilde dan maar liever, dat zij zich boven mijn hoofd ontlastten. Dit is een zwak beeld, dat beeld van kinderlijke liefde, van de liefde des Heeren. De onweerswolken van zonde en ongerechtigheid, de vloek en toorn Gods ontlastten zich boven Zijn hoofd, troffen Hem, en spaarden zondaren. Hij ging den dood in. Hij droeg de schuld voor anderen. Door Zijne striemen is ons genezing geworden. Ons. — Wie ? Menschen, die enkel liefde waren? Neen, vijanden Gods. Een moordenaar aan het kruis. Een Maria, vervuld met zeven duivelen. Een Paulus, die Zijne kinderen met vervolging en moord dreigde. De Heere zit in den hemel om met liefde te blikken op zondaren, op Jood en heiden. Hij voer op ten hemel, waar Zijn Vader troont, de Almachtige, die Hem alle macht in hemel en op aarde schonk, aan Wiens rechterhand Hij zit, bekleed met eere en sterkte.
Vergeet dit niet, troostelooze ziel! Hoe dikwerf wordt dit niet vergeten en zit men daardoor in kommer terneer. Zelfs den besten discipelen des Heeren overkomt dit, als de stormen maar opsteken. Toen de Heiland op het schip was, en vermoeid op het achterschip sliep, werd het noodweer en de golven sloegen over het schip heen. Het dreigde te zinken. En wat dachten de discipelen? Dat Jezus niet aan hen dacht. „Bekommert het U niet, dat wij vergaan"? zóó roepen ze Hem wakker. Hem, van Wien ze zooveel wonderen hadden gezien. Hem, die ook de golven wel kon gebieden. Hem, die er op kon wandelen.
Wat predikt ons de Hemelvaart? Christus is boven alles en allen. In Zijn hand is de Almacht. In Zijn hand is licht en duisternis, sneeuw en hagel, regen en dauw, ijs en rijm, storm en het weerlicht der donderen, oorlog en vrede, of om het met den profeet te zeggen: „Gjij zijt de Heere alleen; Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeën en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend, en het heir der hemelen aanbidt U". Met die macht beteugelt Hij de vijanden der Zijnen.
Wat zou mij toch doen vreezen in een tijd.
Waarin het kwaad, het onrecht mij bestrijdt.
Als ik omringd, benauwd ben door 't geweld.
Dat in mijn val zijn hoogst genoegen stelt?

Wat predikt ons de Hemelvaart? Christus boven allen.
Maar dan ook geene heerschappij, als waarop Jezus doelt bij Zijn laatste Paaschfeest, waarnaar de revolutionair gezinden buiten en in de Kerk, laag-en hooggeplaatsten, wel eens mogen luisteren. „De Koningen der volken heerschen over hen, en die de macht over hen hebben worden weldadige heeren genaamd. Doch gij niet alzoo! maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient''. „Eén is uw Meester en gij zijt allen broeders".
Christus boven allen.
Dus de geheele wereld is Zijn gebied. Hij is de Profeet, naar Wiens taal geluisterd moet worden. Hij de Hoogepriester, aan Wien de offers moeten gebracht worden. Hij de Koning, aan Wien alles onderdanig moet zijn. Zijn standaardvlag. Zijn banier moet geplant worden over de geheele aarde. Daarom is ook de Hemelvaartsdag voor de Kerk des Heeren een dag van het hernieuwd bevel des Heeren: „Gaat heen in de geheele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen".
Wat predikt ons de Hemelvaart ? Dat Jezus werd opgenomen in den hemel. Opgenomen, d.i. eene wolk nam Hem weg voor de oogen der discipelen. Ze zagen den Heere niet meer. Doch Jezus was er wel. Een wolk is symbool van droefenis, beneemt het licht, geeft donkerheid en schaduw. Zoo kent ook Gods volk: Wolken van zonde. Wolken van twijfel. Wolken van schaamte. Wolken van vrees. Wolken van ongeloof.
Dichte, donkere wolken, die hun Jezus van voor hunne oogen wegnemen, die het gezicht op Hem belemmeren, benemen. Daardoor worden ze gevoerd in droefenis en smart. Ze kennen tegenspoed en verdrukking. Maar, zooals de Heere achter de wolk was bij Zijn Hemelvaart, al zagen de discipelen Hem ook niet, zoo is Hij ook in de bitterste tegenheden — hebben ze deze niet verdiend ? — met hen. Zijne oogen, nacht en dag over hen open, slaan hen in liefde gade. Op het schreien volgt het lachen. Op het zuchten het juichen. De Heere laat Zijner handen werk niet varen. Door vele verdrukkingen zullen de Zijnen ingaan in het Koninkrijk Gods. Wie hier bedrukt, met tranen zaait, zal juichen, als hij vruchten maait.
Achter de wolken is Jezus.
Wat predikt ons de Hemelvaart?
Jezus werd opgenomen van den top van den Olijfberg, vanwaar Zijne discipelen Hem ten hemel zien varen. Boven op de bergen is r e i n e l u c h t, Symbool van Gods kinderen, die op aarde zijn. Hooger dan de bergen komen ze op aarde niet. Maar hun wandel is in de hemelen. Maar zij ademen in den hemelschen dampkring. Zij jagen hier naar 't volmaakte, worden steeds geestelijk gezonder; het beginsel der gehoorzaamheid wordt steeds krach-­ tiger. Van de toppen der bergen af heeft men een heerlijk vergezicht. De ligging van het land wordt duidelijk en boeit het oog. Zóó zag Mozes vanaf Nebo Kanaans vruchtbaren bodem. Zoo teert Jezus Zijne discipelen zien op Gethsémané's hof aan den voet - van den Olijfberg, op Golgotha daarginds, op Jeruzalem, waarheen ze straks vol blijdschap heen kunnen trekken, op zooveel meer, wat alles spreekt van smaad en strijd, van lijden en gericht, maar ook van overwinning. En als straks ook, een kruispaal voor hen zal worden opgericht, een geesel voor hen zal worden gevlochten, dan weten zij, dat de dood verslonden is tot overwinning en moeten ze niet langer naar beneden, maar naar boven staren, waar Jezus is.
Zij op den top. Ja, maar straks weer moeten ze naar beneden. Gethsémané langs, dalen door, voordat ze komen waar de Heiland is. Hun leven is vallen en opstaan, strijd en overwinning, vreugde en smart. De strijdende Kerk mag een oogenblik wapenstilstand hebben, maar haar vijand geeft het niet op. Hij houdt aan. Paraat moeten ze zijn, nacht en dag. De wapens moeten ze dragen, onafgebroken; de geheele wapenrusting om staande te blijven. Spies en rondas en beukelaar, waarheid en gerechtigheid, het schild des geloofs, het zwaard des Geestes, en boven al het gebed. Bidden, zegt ge, wie kan het? Vraag liever, Wie het beveelt ? Het is de Heiland Zelf. Wij, ja, wat weten wij te bidden, zooals het behoort? Wij armen, die altijd door de wereld worden achtervolgd, altijd maar weer moeten roepen: „Ik geloof, Heere, kom mijner ongeloovigheid te hulp" (Marc. 9 : 24). Wij kunnen niet gewagen van nood en pijn, zooals het moest. Gelukkig, dat er Eén is. Die het leest. Het is Hij, Die Zijnen discipelen beval te bidden om den Heiligen Geest, die discipelen, die baden: Heere, leer ons bidden — en daardoor juist Zijne discipelen waren. Dan, straks wordt de wolk weggenomen, de hemel geopend, varen ook zij ten hemel, naar Zijn troon, naar de levensstroomen, naar de stad wier Kunstenaar en Bouwmeester God de Heere is. De Heere zegent, en aan Zijn zegen is alles gelegen!
Amen.
Dirksland.                                                                                           K. VAN AS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's