VERSLAG
van de 20e Jaarvergadering van den Geref. Bond op Donderdag 2 April 1925 (III)
van de 20e Jaarvergadering van den Geref. Bond op Donderdag 2 April 1925, in het Gebouw voor K. en W. (Mariaplaats) te Utrecht.
III.
De middagvergadering wordt ten 2 uur geopend met het zingen van Psalm 97: 7 en gebed door den Secretaris.
De Voorzitter spreekt ook nu een kort openingswoord, waarin hij doet uitkomen het groote voorrecht, dat wij boven anderen gespaard zijn gebleven. Hij gedenkt met enkele waardeerende woorden ds. J. J. van Ingen, van Harderwijk, die een vorig jaar nog op onze vergadering tegenwoordig was en die voor enkele weken van zijn post werd afgelost om in te gaan in de ruste, die er overblijft voor het volk Gods. Verder spreekt de Voorzitter de hoop uit, dat ook deze vergadering zal mogen staan in het teeken van stille dankbaarheid.
De Secretaris bekomt nu gelegenheid tot het voorlezen van de notulen der vorige jaarvergadering, die geen aanleiding tot eenige bemerking geven. Hierna brengt de Secretaris zijn jaarverslag uit, dat we terwille van de leden, die niet ter vergadering waren, hier in zijn geheel laten volgen:
JAARVERSLAG
uitgebracht op de 20e jaarvergadering van den Geref. Bond op Donderdag 2 April 1925 te Utrecht. Laat mij ons jaarverslag ook ditmaal mogen aanvangen met de verblijdende mededeeling, dat onze Bond ook in het afgeloopen jaar zich in een gestadige bloei verheugen mocht. Ons ledental nam toe. Wel hebben we als gewoonlijk, eenige leden door bedanken verloren, terwijl anderen ons ook nu weer door den dood ontvielen, maar het aantal dat ingeboekt kon worden overtrof belangrijk het getal dergenen die van onze ledenlijst moesten worden afgevoerd.
Het Hoofdbestuur heeft dit jaar niet minder dan 11 maal vergaderd. Een groot deel van deze vergaderingen was gewijd aan de bespreking van allerlei aanvragen, die voor het Studiefonds waren ingekomen. Aan de meeste van deze aanvragen kon óf geheel óf gedeeltelijk worden voldaan; enkele moesten worden afgewezen, omdat het Bestuur oordeelde dat er geen termen waren die deden vermoeden dat de aangevraagde gelden aan hun doel zouden beantwoorden.
Een ander niet onbelangrijk deel van onze vergaderingen werd ingenomen door de besprekingen over de opdracht aan prof. dr. H. Visscher tot het geven van privaat-college in de Gereformeerde levens-en wereldbeschouwing aan de studenten van de Rijks Universiteit te Utrecht. Nadat eerst een commissie uit het Hoofdbestuur met Z.H.Gel. had geconfereerd over de mogelijkheid van een zoodanige opdracht en over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder een zoodanige opdracht zou kunnen uitgevoerd worden, werd op de bestuurs vergadering van 31 October 1924 besloten prof. dr. H. Visscher te verzoeken zich twee middagen of avonden per week beschikbaar te stellen om het bedoelde college te geven. Bij het Bestuur kwam daarna van prof. Visscher bericht in dat hij onder dankzegging van het in hem gestelde vertrouwen de hem verstrekte opdracht wenschte te aanvaarden en naar 't Bestuur uit een ingekomen schrijven van een aantal studenten die deze inmiddels aangevangen colleges volgen, vernam, wordt het besluit in kwestie van het Hoofdbestuur onder deze studenten ten zeerste gewaardeerd en wordt de arbeid die prof. Visscher ook in dezen onder de studenten verricht, op den allerhoogsten prijs gesteld.
Voor het overige werden op onze Bestuursvergaderingen verschillende zaken behandeld; o.m. was op een van onze laatste vergaderingen nog een punt van overweging, op welke wijze stappen bij de Regeering gedaan zouden kunnen worden tot het losmaken van de z. g. n. zilveren koorde. Deze vraag te stellen, blijkt echter telkens gemakkelijker dan haar te beantwoorden. Vooral met het oog op de komende verkiezingen werd 't raadzaam geoordeeld hierin nog even een afwachtende houding aan te nemen.
De gewone werkzaamheden werden ook dit jaar verricht. „De Waarheidsvriend" verscheen op geregelde tijden en ook werden in den afgeloopen winter in enkele tientallen van gemeenten weer spreekbeurten vervuld, die als gewoonlijk niet nalieten de gewenschte baten te leveren voor de kas van den Penningmeester, waarover u straks wel nadere mededeeling zal geschieden. De meeste predikant-leden van onzen Bond die daartoe aangezocht werden, stelden zich voor het vervullen van een of meer dergelijke beurten beschikbaar en met de kenbaar gemaakte wenschen wat sprekers betreft, kon niet altijd, maar werd zooveel mogelijk rekening gehouden. Ook voor enkele afdeelingen werden spreekbeurten vervuld, terwijl door meerdere afdeelingen ook gewone huishoudelijke samenkomsten werden gehouden. Ook hierin bleven de afdeelingen de traditie getrouw, dat slechts een paar in overeenstemming met het desbetreffend artikel van ons Huishoudelijk Reglement, een verslag inzonden.
En hiermede meenen we reeds aan 't eind van onze korte mededeelingen te zijn. Laten we mogen eindigen met de vermelding van het eerbewijs dat onzen hooggeachten Voorzitter te beurt viel door zijn benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Al is die benoeming een zaak, die hem persoonlijk eert, toch gevoelt onze Bond zich wel zoozeer een met zijn Voorzitter, dat er zeker niemand onder onze leden was, die zich daarin niet van harte heeft verblijd en die niet iets gevoelt van de genade en de eere die God daarin, zij het ook zijdelings, in het afgeloopen jaar aan den Gereformeerden Bond geschonken heeft.
Nadat de Voorzitter den Secretaris dank heeft gezegd voor notulen en jaarverslag, krijgt de Penningmeester het woord die verslag doet van den stand van de financiën: 1e. van den Bond zelf; 2e. van „De Waarheidsvriend" ; 3e. van het Studiefonds en 4e. van het Leerstoelfonds. Uit een en ander blijkt, dat er weer een record is te boeken. De inkomsten van het geheel zijn n.l. dit jaar weer gestegen en hebben thans bereikt een bedrag van ƒ 19100.—, zijnde nog ongeveer ƒ 100.— meer dan het vorig jaar. Het verslag van den Penningmeester stond dan ook in het teeken van groote dankbaarheid, al mocht hij niet nalaten even te herinneren aan de uitgaven, die thans ook het Leerstoelfonds had en aan de groote uitgaven waarvoor vooral het Studiefonds telkens weer stond.
Nadat ds. Bouthoorn van Zeist verslag heeft gedaan van het nazien der rekening van het vorig jaar onder het toebrengen van een woord van grooten lof aan den Penningmeester, benoemt de Voorzitter in de commissie die zich dit jaar met dat nazien zal belasten de h.h. ds. Lans van Ouderkerk a.d. IJsel en ds. Pott van Bodegraven, waarna ook de Voorzitter zich aansluit bij den lof die den Penningmeester voor zijn veelomvattenden arbeid reeds werd toegebracht.
Alsnu zijn de ingekomen voorstellen aan de orde.
De afdeeling „Middelburg" wil ook eens op een andere plaats jaarvergadering houden en heeft daarvoor genoemd R'dam. Dit voorstel wordt verdedigd door den heer van Barneveld te Delft, maar vindt bij anderen, o.a. bij de h.h. van Splunter, ds. Lans en Langkamp bestrijding, omdat men meent dat wat de opkomst betreft er meer gewonnen dan verloren zal worden. De afgevaardigde van Kralingen oppert echter het denkbeeld om degenen die ver komen moeten de reiskosten te restituëeren. Besloten wordt Utrecht als plaats der jaarvergadering te behouden, terwijl het idéé van restitutie der reiskosten in een Bestuursvergadering nader overwogen zal worden.
De afdeeling Leiden heeft het Bestuur verzocht de opleiding van Godsdienstonderwijzers nader te overwegen en de adspiranten, die de Gereformeerde belijdenis zijn toegedaan, te steunen en voor te lichten en zoo mogelijk te onderwijzen. Dit voorstel, door den afgevaardigde uit Leiden nader toegelicht, is de aanleiding tot een breede discussie waar in o.m. het woord gevoerd wordt door de h.h. van Splunter, Smit, van Essen, Asmus, ds. Timmer en ds. Lans. De voorzitter meent dat er wel ernstig mag nagedacht worden over de taak en het werk van den Godsdienstonderwijzer en toont aan, dat wat Leiden wil, bezwaarlijk vatbaar voor uitvoering zal zijn. Bovendien meenen sommigen, dat het aantal Godsdienstonderwijzers eer te groot dan te klein is. Algemeen is men dan ook van oordeel, dat vanwege het Hoofdbestuur in deze materie althans rechtstreeks niets kan gedaan worden.
Een voorstel van de afdeeling „Rotterdam" over het vormen van Provinciale afdeelingen zal door het Hoofdbestuur nader overwogen worden en zal dan op een volgende vergadering een punt van nadere bespreking zijn.
Bij de rondvraag roept de heer Asmus van Capelle a.d. IJssel den zedelijken en financiëelen steun in voor den arbeid en vooral voor het Evangelisatiegebouw in de buurtschap Keeten tusschen Capelle en Kralingen.
De heer Boon bespreekt den inhoud van de rubriek „Staat en Maatschappij" in „De Waarheidsvriend". De Voorzitter meent, dat we in dezen niet moeten toegeven aan de idee die bij sommigen leeft, alsof deze rubriek in ons blad niet zou thuis hooren. Hij meent dat beginsel-politiek in de doorgaande lijn ligt van de beginselen die we voorstaan.
Ds. Timmer spreekt nog even over een vergadering, die weldra te Utrecht zal gehouden worden en die ten doel heeft om tot reorganisatie te komen.
De Voorzitter zegt, dat deze zaak in het Hoofdbestuur nog niet besproken is.
De heer Smit van Goudriaan spreekt nog over het aanhangige voorstel van de Synode aangaande het examen van Godsdienstonderwijzers. Aangezien echter reeds verscheidene leden de vergadering verlaten hebben, blijkt het tijd te zijn om te eindigen. De Voorzitter spreekt nog een kort slotwoord waarin hij o.m. het bestuur der afdeeling dankt voor de werkzaamheden die zij zich voor en tijdens deze vergadering weer getroost hebben. De Bestuursverkiezing, die inmiddels bekend was geworden, wees uit dat de aftredende leden ds. Van Grieken, ds. Van der Snoek en de heer Kruijsbergen weer met groote meerderheid herkozen waren. Nadat nog gezongen is, Psalm 118: 11 wordt de vergadering door den Voorzitter gesloten en gaat op zijn verzoek ds. Van der Snoek voor in dankzegging.
P.S. Wegens omstandigheden kon het laatste gedeelte van dit verslag eerst heden geplaatst worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's