Eenvoudige Bijbellezing.
1 Timotheüs (39)
Buiten allen twijfel, de verborgenheid der Godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vleesch, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is geprdikt onder de Heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid. 1 Timotbeüs 3 vers 16.
1 Timotheüs.
De verborgenheid der Godzaligheid. b. Het tweede deel van deze geloofsbelijdenis wordt genoemd: de rechtvaardiging in den Geest. Het is duidelijk dat dit tweede lid zich nauw aansluit aan het eerste. Vleesch en Geest staan hier tegenover elkaar. Die geopenbaard is in het vleesch, is gerechtvaardigd in den Geest. Natuurlijk was de vleeschwording van Christus eene openbaring in den weg van vernedering. Daaruit kon niet gezien worden wie Hij eigenlijk was. Door Zijn volk werd Hij als een Godslasteraar doodsschuldig verklaard. Als de grootste misdadiger werd Hij aan het hout der schande genageld. O, welk een onrecht was Hem aangedaan! Onrechtvaardig was Hij behandeld. Zeker, dit bracht Zijn openbaring in 't vleesch mede. Maar gerechtvaardigd is Hij in den Geest, d.w.z. Hij is krachtiglijk bewezen de Zoon van God te zijn. Deze woorden „in den Geest" worden verschillend verklaard. Wat er precies door verstaan moet worden is dan ook niet gemakkelijk te zeggen. Men wil bijv. lezen: "door den Geest". Door den Geest die in Hem woonde zou Hij dan gerechtvaardigd zijn. Meer gevoel ik echter voor de verklaring van Bengel's Gnomon, die tegenover den „staat des vleesches" den „staat des geestes" van Christus stelt, den staat dien Hij verkreeg bij Zijne Opstanding. Dan komt dit woord volkomen overeen met Rom. 1 vers 4. Ook daar spreekt de apostel van de opstanding der dooden, waaruit Hij krachtig is bewezen te zijn de Zoon van God. Het zou ook vreemd zijn als in deze zesdeelige geloofsbedijdenis van de opstanding niet gewaagd was. Zoo handelen de twee eerste deelen over Christus' vernedering en verhooging. Ja, de verborgenheid der Godzaligheid is groot. Het gaat daarin over Hem, die tot den verlorene Zich nederboog om dan ook als Hoofd Zijner Gemeente verhoogd te worden tot de oneindige hoogte van de heerlijkheid Gods.
c. Hij is gezien van de engelen! Door vier achtereenvolgende feiten wordt de rechtvaardiging van Christus bevestigd. De eerste van deze vier is dat Hij door de engelen gezien is. Nu is het de vraag, wanneer dit is geschied. Zou hier gedacht moeten aan de engelen bij de verzoeking in de woestijn, bij 's Heeren opstanding of hemelvaart? Misschien wel. Maar waarom is dit dan zoo belangrijk dat het onder de verborgenheid der Godzaligheid genoemd wordt? Er zijn, die hier aan de geestenwereld willen denken. Christus zou Zich dan aan die wereld van engelen hebben geopenbaard. Maar dan blijven wij weer vragen: wat heeft dit te maken met de Godzaligheid der geloovigen? Calvijn zegt dat het voor de engelen een nieuw schouwspel geworden is dat het Evangelie aan de heidenen gepredikt werd. Hij verbindt dus dit zien door de engelen zeer nauw met het volgende. 'k Vind dit wel wat „gezocht". Als wij aan het woord „engelen" vast houden, zal 't ons vreemd blijven aandoen dat in deze geloofsbelijdenis, in deze waarheid der Godzaligheid hiervan gesproken wordt. Uit heel den samenhang blijkt, dat hier aan menschen gedacht moet en niet aan engelen. Als wij in Openb. 1 vers 20 Iezen van de engelen der zeven gemeenten, moeten wij, volgens de Kantteekenaren, denken aan de leeraars, de opzieners dier gemeenten. Lukas 7 vers 24 spreekt ons van „de boden van Johannes den Dooper". In het oorspronkelijke lezen wij hetzelfde woord dat hier door engelen vertaald is. Zoo ook in Lukas 9 vers 52. Daar staat, dat de Heere Zijn boden uitzond, Zijn „engelen", n.l. Zijn discipelen. Zie hierover ook Gal. 4 vers 14 en Mal. 2 vers 7. En zoo komen wij tot de conclusie dat hier de zendboden Gods bedoeld zijn, de boden des hemels, de boodschappers van het Evangelie. Wel, dit is iets van de Godzaligheid. De opgestane Christus is door Zijn apostelen gezien. Zij waren getuigen van Zijne opstanding. Ja, zoo is het te begrijpen dat het onder de zesdeelige geloofsbelijdenis genoemd wordt dat Christus door de boden Gods gezien is.
d. Hij is gepredikt onder de Heidenen. De apostel spreekt ook elders van deze verborgenheid. Bijv. in Efeze 3. Daar getuigt hij van het wonderlijke dat de Heidenen medeërfgenamen zijn en mededeelgenooten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie. Wij menschen van het Nieuwe Verbond, zijn er aan gewoon geraakt dat aan de Heidenen het Evangelie gepredikt moet worden. Ach, ware de Kerk veel meer Zendingskerk! Zij zou gezegend zijn als zij meer wilde zegenen ... Maar 't was voor een christen uit de Joden toch zulk eene wonderlijke zaak, dat zij die „zonder God in de wereld" waren, ook deelen mochten in het heil van Christus, dat het tot de verborgenheid der Godzaligheid behoorde: Hij is gepredikt onder de Heidenen.
e. Hij is geloofd in de wereld. Niet alleen is Christus door Zijn zendboden gezien en gepredikt, maar Hij heeft ook geloof gevonden. Men heeft Hem ook aangenomen. Zij die Hem niet gezien hebben, geloofden nochtans in Hem. O, wonderlijke genade des Heeren! Het Evangelie des Kruises, dat den Jood een ergernis en den Griek een dwaasheid is, is nochtans een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft. Het behoort tot de verborgenheid der Godzaligheid dat Christus geloofd is in de wereld.
f. Hij is opgenomen in heerlijkheid. Hij werd opgenomen in den hemel. Over de „opneming" gaat het hier, niet zoozeer over Zijn heerlijkheid. Heerlijkheid had Hij reeds eer de wereld was, heerlijkheid kreeg Hij ook door Zijne opstanding. Op Zijne verhooging valle hier de nadruk. Hierin voleindigt zich de rechtvaardiging van Christus in Zijn geestelijke staat. Overzie dus de verborgenheid der Godzaligheid. De vernederde maar ook verhoogde Christus heeft Zijn zendboden uitgezonden. Welk een diepte van ontferming. Welk eene breedte van liefde. Maar ten slotte ook: welk eene hoogte van heerlijkheid! Nogmaals, Christus is de Waarheid. De Kerk zij en blijve een pilaar en vastigheid dezer Waarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's