De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenvoudige Bijbellezing.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenvoudige Bijbellezing.

1 Timotheüs 4 vers 3-6

5 minuten leestijd

41 Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttigheid, met dankzegging, voor de geloovigen en die de waarheid hebben bekend. Want alle schepsel Gods is goed en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnd; Want het wordt geheiligd door het Woord Gods en door het gebed. 1 Timotheüs 4 vers 3—6.

1 Timotheüs.
Alle schepsel Gods is goed. Na hetgeen er vooraf gegaan is, zoudt ge verwachten dat deze leugensprekers van de voornaamste stukken der waanheid afweken, b.v. dat zij het verzoenend lijden en sterven van Christus verwierpen, of de Godheid van onzen Heiland loochenden of Zijn opstanding in twijfel trokken en dat zij anderen tot die wilden overhalen. Zoo geweldig trekt de apostel tegen hen te velde! Maar nu blijkt dat het hier gaat over enkele ascetische voorschriften die zij voorstaan, over 't zich onthouden van 't huwelijk en van allerlei spijs. Wij stemmen dadelijk toe dat dergelijke onthoudings-stellingen vaak samenhangen met heel onze waarheids- en levensbeschouwing. Zij zijn vaak de wilde takken van een totaal verwilderden stam. Maar, laat ons het maar eerlijk zeggen: wij hadden erger dingen verwacht. Ja wij! Wij in onzen tijd! Wij, die er aan gewoon geraakt zijn dat er allerlei wind van leer in de Kerk verkondigd wordt. Het heeft ons veel te zeggen tot onze beschaming, dat de apostel al reeds zulke krasse en sterke veroordeelingen uitspreekt als hij met dergelijke onthoudingsmenschen in aanraking komt. Die leugensprekers nu verbieden het huwelijk. Misschien omdat zij meenden dat de Heere spoedig zou wederkomen. Ook verboden zij het gebruik van allerlei spijzen en vielen aldus terug tot de joodsche spijswetten. Nu valt het ons op, dat de apostel alleen dit laatste wederlegt. Over hun huwelijksverbod spreekt hij niet. Of het moet zijn dat hij ook de vrouw bedoelt als hij zegt dat „alle schepsel Gods goed is"!
Maar ik geloof niet dat dit des apostels gedachte is. Tegen het huwelijksverbod der leugensprekers voert hij niets in. Dat achtte hij niet noodig. Het huwelijk werd van den beginne aan als een Goddelijke instelling geëerd. Zij die dus het huwelijk als zonde achtten, verwierpen daardoor het eigen Woord van God. Geen woord verspilde daarom de apostel aan zulke dwalingen. Maar over dat andere moest hij iets zeggen. Dat verbod van spijzen vond toch eenigen steun in het Oude Testament. Naar de wet van Mozes waren aan de Joden verschillende spijzen verboden. En daarom moest de apostel Timotheüs zich wapenen tegen dergelijke onthoudingsstellingen. Hij moest het bedenken, dat Christus ook hierin het einde der wet is.
Het spreekt wel van zelf dat onze geheel-onthouders zich deze uitspraken van den apostel niet behoeven aan te trekken. Wèl natuurlijk als zij ons zeggen dat het noodzakelijk tot het leven der heiligmaking van den geloovige behoort dat men geen sterken drank drinkt; als men zegt dat men geen oprecht christen kan zijn als men geen geheel-onthouder is. Als men dergelijke stellingen predikt, is men vervallen in de lijn van de leugensprekers die door den apostel hier bestreden worden. Onze geheel-onthouders zijn gelukkig over 't algemeen zoo dwaas niet. Zij willen door hun voorbeeld veel ellende bestrijden. De drankduivel brengt ook inderdaad veel jammer en ellende te weeg, van geslacht tot geslacht. En het is te prijzen dat men, uit medelijden met zijn medemensch, met krachtige hand daartegen optreedt. En inderdaad hebben de geheel-outhouders door hun loffelijk pogen menig huisgezin gezegend. Toch meen ik dat ik nog met meer kracht een drankbestrijder kan zijn, als ik geen geheel-onthouder ben. Door de kracht van het geloof, dat ons alleen aan God en Zijn Woord verbindt en ons vrij en sterk maakt. Maar.... zooals gezegd, de verstandige geheel-onthouders behoeven zich deze woorden van den apostel niet aan te trekken. Hij bestrijdt hier menschen die zeiden dat men in 't leven der heiligimaking zich van spijzen onthouden moest.
Nu is het een moeilijk te beantwoorden vraag, hoe de apostel dat bedoelt als hij zegt dat God de spijzen geschapen heeft „voor de geloovigen en die de waarheid hebben bekend". Calvijn zegt wel, dat God eigenlijk de geheele wereld en al wat er in is alleen voor Zijne kinderen heeft bestemd. Maar daarmede kom ik hier niet verder. De Heere Zelf zegt toch, dat Hij zijn zon doet opgaan over boozen en goeden en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (Matth. 5 : 45) en dat Hij het kruid doet uitspruiten tot dienst des menschen (Ps. 104 : 14). De Heere heeft alles geschapen voor den mensch, voor alle menschen, opdat alle menschen Hem daardoor zouden dienen. Ik zou hier vele verklaringen kunnen noemen, waardoor men tracht deze moeilijkheid te ontgaan. Laat ik u hiermede niet vermoeien. Zij bewijzen ons dat wij hier een „kruis der uitleggers" hebben. Misschien is de volgende verklaring de beste. Gij weet, in den oorspronkelijken tekst is geen indeeling van hoofdstukken en teksten; ook werd zonder komma's en punten geschreven. Zet nu achter dankzegging van vers 3 de punt. Dan lezen wij vers 4 enz. aldus: Voor de geloovigen en die de waarheid hebben bekend is, omdat alle schepsel Gods goed is, ook niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde. Natuurlijk hebben wij veel eerbied voor de vertaling van onze Staten-Vertalers. Maar wij zeggen niet, dat hun werk onfeilbaar is. Bovendien hebben zij zich gehouden aan een tekst der Heilige Schrift, die toen algemeen vast stond. Toch is het mogelijk dat door de invoeging van komma's en punten er een andere gedachte insloop, die niet naar den zin van den heiligen schrijver was. In ieder geval hebben wij, als wij den zin zóó nemen als wij daar voorstelden, een woord dat wij goed begrijpen kunnen en dat niet strijdt met wat de Schrift elders zegt over de gaven der Schepping, die God aan alle menschen gegeven heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Eenvoudige Bijbellezing.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's