De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

Onze Herv. Jongelingschap. (2)

De Gereformeerden hebben zich spoedig meester gemaakt van de jeugdbeweging. Want wel is de jongelingsvereeniging een plant van vreemden bodem maar de christenen in Nederland hebben gevoeld dat hier een middel van God gegeven is, waardoor de rijpere jeugd — knapen, jongelingen, en straks, in eigen kring, ook de meisjes — kon worden gegrepen te midden van de gevaren die van alle kanten dreigen. Waar bij de Gereformeerden in Nederland niet zijn achtergebleven om op dit terrein te doen wat maar eenigszins mogelijk bleek.
De Vrijzinnigen hebben er eerst wat om gelachen. Spottend sprak men van „christelijke jongelingen", liefst met een zeker neusgeluid, hetwelk de diepste verachting verraadde voor heel die zaak! Maar — de Vrijzinnigen en de revolutionairen praten nu anders. Ja — ze zien nog wel met minachting neer op die „christelijke" „jongelingen" natuurlijk. Maar de jeugdbeweging zelf is, vooral na den oorlog, ook onder Vrijzinnigen en revolutionairen ingeburgerd, om zoo de jongelingschap nieuw te vormen voor een nieuwe wereld die men, na al de oorlogsellende, verwacht. Een nieuwe cultuur, een moderne maatschappij is bezig te komen; en de vorming van de moderne jeugd moet nu voorbereidend werk doen om den weg voor de nieuwe wereld, dat een blijde wereld zal zijn, effen te maken!
Vrijzinnige jeugdbeweging en arbeid aan de vrijzinnige jongelingschap vindt men nu overal. Ook in 't midden van de Hervormde Kerk kan men een actie gewaar worden om de vrijzinnige beginselen te kweeken bij de jeugd en zoo te bevorderen dat in de Hervormde Kerk de modernistische beginselen meer bekendheid krijgen en meer invloed zullen oefenen straks. Als de jeugd maar in extase kan worden gebracht dan hebben de Vrijzinnigen het gewonnen in de Hervormde Kerk, zoo zeggen ze. En ze werken hard, gelijk de Vrijzinnigen en de revolutionairen op ander terrein de jeugd klaar maken voor den aanval, die op maatschappelijk en politiek terrein voeren zal tot de overwinning. Daarom zijn we blij, dat de Gereformeerden in de jeugdbeweging niet zijn achtergebleven.
Want aanvankelijk kwam er allerwegen belangstelling voor de jongelingsvereeniginig. Jonge mannen werden bij elkaar gebracht onder goede leiding in de Vereeniging. Bijbelbespreking kwam. Gemeenschappelijk gebed en gezang. Christelijke volksbibliotheken kwamen. Zangvereenigingen werden gevormd om saam te zingen het christelijk lied. Clubs werden saamgesteld om allerlei te bespreken en te verhandelen. En er is groote zegen van dit werk uitgegaan.
Maar de Gereformeerden zien de dingen altijd anders dan de menschen van het „algemeen christendom". Dat hebben de Gereformeerden van Calvijn geleerd, om de dingen scherper te onderscheiden en dieper te zien en anders te organiseeren dan degenen die spreken van geloofsgemeenschap boven geloofsverdeeldheid! En zoo is in de Nederlandsche, christelijke jeugdbeweging, die zich afspiegelde in het Nederlandsch Jongelingsverbond, eene afzonderlijke beweging ontstaan van de Gereformeerden. Die Gereformeerde beweging zocht haar kracht niet in een Bond van zooveel duizend leden; maar oordeelde, dat de kracht in de plaatselijke vereenigingen moest liggen, welke vereenigingen dan weer verbonden waren in een Bond. Spreken we dus van het Nederlandsch Jongelingsverbond, gevormd door de jongelingen; wij, als Gereformeerden, spreken van een Bond van jongelingsvereenigingen. Dat is dus een kenmerkend verschil. Maar natuurlijk ligt dan hét groote verschil in den grondslag van al den arbeid, waarmee het doel van het werk nauw verband houdt. Dit hebben de Gereformeerden als doel in het oog gevat bij de jeugdorganisatie: onze jongelingschap (ook knapen en meisjes zijn niet uitgesloten!) moet z'n Bijbel kennen en daarom moet onder de jeugd, op de Vereeniging, nummer één zijn Bijbelbespreking. Onderlegging in en vermeerdering van de kennis van Gods Woord. Waarbij de Bijbel in eere blijve als Gods Woord! Hier kan dus hetzelfde genoemd worden door twee richtingen in de jeugdbeweging, n.l. bijbelonderzoek, bijbelbespreking, enz., terwijl er toch een principieel verschillend standpunt wordt ingenomen ten opzichte van den Bijbel. Hier scheidt de moderne opvatting van de orthodoxe, maar hier ligt ook een klove tusschen de ethische en de gereformeerde opvatting! Daarom ook is een eigen, gereformeerde beweging in dezen arbeid als van zelf aangewezen. Het is niet iets gezochts, niet iets dat onnatuurlijk kan worden genoemd; 't komt integendeel uit de dingen zelf als de meest natuurlijke vrucht te voorschijn. Gods Woord zelf geeft hier de richting aan en maakt scheiding. De Bijbel als Gods Woord beslist hier.
Daarbij komt een tweede zaak. Naast kennis van Gods Woord staat de Gereformeerde beweging onder de jeugd (jongelingen, knapen, meisjes), op kennis van de belijdenisschriften, de Drie Formulieren van Eenigheid. We moeten weten, wat de sprake der Kerk is; wat de Heilige Geest de Kerk van Christus in dezen lande heeft te spreken en te getuigen gegeven; en onbekendheid met de kloeke taal onzer Gereformeerde Vaderen past hun nakomelingschap geenszins! Evenmin als klakkeloos napraten. Ook hierin verschillen de Vrijzinnigen principieel van de Orthodoxen; maar ook de Ethischen en de Gereformeerden oordeelen hier gansch verschillend. En zoo is niet alleen om oorzake van den Bijbel, maar ook om de wille van de Belijdenis een uiteengaan der wegen zeer wel begrijpelijk; ja, gebiedend noodzakelijk, waar het de vorming betreft van het opkomend geslacht, dat wel onderwezen moet worden in de leer.Maar er is méér nog. De geschiedenis van de Kerk van Christus mag voor de jongelingschap geen onbekend en onbetreden terrein zijn. Integendeel, daar moeten zij zich thuis weten en in alles wèl onderlegd. En gaat hier het Calvinisme, naast en tegenover Roomschen, Lutherschen, Urianisme, Socianen, Remonstranten, enz., weer niet langs eigen wegen? Heel de historiebeschouwing is al verschillend bij Gereformeerden en Remonstranten, maar méér nog de geschiedenisbehandeling. En zoo hebben ook hier de Gereformeerden met een eigen Kerkleer, Kerkrecht, Kerkleven, een eigen taak op het terrein van de jeugdbeweging. Want het is heelemaal niet gereformeerd om te zeggen: „de Kerk er buiten"; doch, als de Kerk er dan ingehaald wordt, dan komt het er juist op aan hoe dat gebeurt. En dan hebben wij, Gereformeerden, een eigen kijk op de dingen. Nog meer is er echter. De geschiedenis van ons Vaderland is er óók nog. En dan de onderwijzing, hoe ons land moet worden bestuurd. Dat geeft aan het werk óók een „eigen" stempel. Want het is heelemaal niet gereformeerd om te zeggen: „geen Vaderlandsche geschiedenis" en ook niet: „geen kennis van het politieke leven". Wie dat zou zeggen, voelt heelemaal niet wat gereformeerd is. En daarom laten we ons niet verleiden om deze dingen aan kant te zetten. Maar dan komt het er op aan hoe het behandeld wordt; waarbij de gereformeerde een „eigen" kijk heeft op 's lands historie en ook op de inrichting van den Staat en het politieke leven onzes volks. Gelijk ook wanneer het gaat over litteratuur en wat daarmee annex is.
Heel natuurlijk is het dan ook, dat, waar het belang van de vorming der jongelingschap, door middel van de jongelingsvereeniging (waarbij we óók denken aan knapen-en meisjesvereeniging) gevoeld wordt, dat er naast de algemeen christelijke ook een Gereformeerde actie is gekomen.
En dan denken we bizonder hier aan den Ned. Bond van Jongelingsvereenigingen op Ger. grondslag, waarvan ds. Vonkenberg zoolang de ziel en de leider is geweest. Die Bond met z'n 860 vereenigingen en 20.000 leden mag er zijn! Niet alleen heeft die Bond een eigen orgaan in het Geref. Jongelingsblad (36ste jaargang), maar sinds enkele jaren heeft men te Amersfoort (Steven van der Hagenlaan) een eigen Bondsbureau, met directeur; hoewel daarin door oneenigheid onderling onlangs verandering gekomen is door het bedanken en vertrekken van ds. J. E. Vonkenberg, nu weer predikant bij de Geref. Kerk te Huizen (N.-H.).
Die Bond met het Bondsbestuur, dat samengesteld is uit een Moderamen, waar naast 10 afgevaardigden van provinciale afdeelingen, optreden, mag er zijn! In Z. Exc. Minister Idenburg heeft hij een eere-lid van de bovenste plank; terwijl ook raadslieden van den Bond optreden mannen als prof. Geesink, dr. Wielenga te Amsterdam, J. Schouten te Rotterdam, enz. Geen wonder dat onze Gereformeerde jeugd met belangstelling naar dien Bond van Jongelingsvereenigingen op Geref. grondslag het oog sloeg en nog het werk van dien Bond met veel attentie gadeslaat. Meer sympathie voor dien gereformeerden arbeid ligt er doorgaans bij ons dan voor hetgeen door het veelszins ethisch getinte Nederlandsch Jongelings Venbond wordt verricht; omdat we juist in het scheef trekken van de dingen in ethische richting zoo'n groot gevaar zien; vooral wat den Bijbel en wat de belijdenis en wat de Kerk betreft! Toch konden wij, Hervormden van Gereformeerde Confessie, in den Bond van Jongelingsvereenigingen op Geref. grondslag niet inwonen met onze knapen en jongelingen. Omdat de kerkelijke kwestie er tusschen zit. Waarover de volgende week nog een enkel woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's