De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een toekomstige leeraar in de wieg.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een toekomstige leeraar in de wieg.

5 minuten leestijd

Wie tot God komt, zegt de apostel, moet geloven, dat Hij is, dat Hij bestaat en een belooner is dergenen, die Hem zoeken. En lezer, wanneer wij gelooven aan het bestaan van een God, dan moeten wij ook aannemen dat die God alle dingen weet, alle dingen ziet, regeert en bestuurt. Zonderen wij ook maar het kleinste, het geringste uit van de wetenschap Gods, dan doen wij iets af van Zijne volheid. En niet alleen moeten wij aannemen dat Hij alles weet en ziet wat geschiedt, maar ook dat Hij van eeuwigheid af alles heeft bepaald wat geschieden zou. Zegt niet, dat is te wonderlijk om te gelooven, want even wonderlijk zou het zijn, dat God de Heere iets niet zou weten en als Hij het te weten komt zou ingrijpen in de dingen en de wereld regeeren, zóó, dat zij bestaan blijft en alle dingen hun geregelden gang zouden behouden. Niets is voor den Heere verborgen en niets staat buiten Zijn wijs en almachtig bestuur. Houd u daar aan vast, want menigmalen kunnen de kleinste zaken, welke God de Heere doet, tot troost, bemoediging, versterking zijn van hen die gelooven, en als wij in het kleinste de hand van onzen hemelschen Vader mogen opmerken, vriendelijke oogenblikken op den levensweg. Om u duidelijk te maken wat ik bedoel. — Stel eens, dat een christenjongeling eene vrouw zoekt naar Gods hart en de Heere geeft hem, door 't een of andere voorval een vriendelijke aanwijzing, welke die vrouw wezen zal, zou hij zich daar dan niet over verblijden, te weten dat zij die hij vond, een gave Gods. is. Verkeert gij, lezer, in het wangeloof, dat de Heere dit in onze dagen volstrekt niet meer doet, dan moeten wij vreezen dat gij niet gelooft in een God, zooals de Schrift ons heeft geopenbaard. Neem een ander geval, schijnbaar van hoogere beteekenis, van meer overwegend belang.
Een gemeente heeft behoefte aan een nieuwen herder en leeraar. Hij die weg ging heeft met het lot beslist of hij gaan of blijven zou en heeft toen het lot den weg aanwees, geloofd, dat dit de weg Gods was. Mag dan zulk een leeraar er aan twijfelen dat de Heere ook den weg kan en wil aanwijzen aan de roepende, zoekende gemeente? Den Heere teekenen stellen, of bepaalde aanwijzingen vragen, mag die gemeente niet en mag niemand doen, maar wanneer het den Heere behaagt een teeken te geven, mogen wij dit niet verwerpen en zeggen: „Zulke dingen geschieden niet meer!" Dit zou een binden zijn van den Almachtige, den Vrijmachtige, den liefdevollen Bestuurder van lot en leven. Om u smakelijk te maken hetgeen ik hier schreef, wil ik eenvoudig iets meedelen uit het gemeenteleven van een kleine dorpskerk in Zwitserland, Zollikon, waar de predikant Breitinger de eerste leeraar  was. Deze buurt had vroeger een eigen kerkgebouwtje gehad, dat geheel was vervallen; maar wijl het meer dan een uur van een andere gemeente was verwijderd, terwijl een zeer moeilijke bergweg 't reizen moeilijk maakte, deed dit de bewoners verlangen zelf weder een leeraar te mogen hebben. Meermalen hadden zij moeite gedaan de oude vervallen kerk weder op te bouwen en toen hun dit na lange jaren was gelukt, beriepen zij Breitinger als hun eersten predikant. Toen de nieuwe leeraar na de eerste predikatie met de ouderlingen en diakenen in de kerkekamer tezamen waren, werd er onder anderen ook gesproken over Breitingers ouders, en nu herinnerden zich velen der aanwezigen, dat terwijl men jaren geleden voor de eerste maal tezamen was gekomen om te beraadslagen ter wederverkrijging van een eigen kerkgebouw en een leeraar, de dochter van den slotvoogd te Grüningen, gedurende de beraadslaging met een dienstmeisje, dat een kind in de wieg liggende, droeg, in de kamer was gekomen met verzoek om eenige oogenblikken te mogen schuilen voor den regen, die hen overvallen was. Breitingers moeder was de dochter van den slotvoogd en het was dus zeer wel mogelijk dat de nieuwe leeraar dat kindje in de wieg was geweest; althans de jaren konden daarmee wel overeenkomen. De leeraar had van het voorval nooit iets gehoord en kon daarop dus niet ingaan; doch thuis komende, vroeg hij aan zijn moeder of zij zich ook iets van dien aard herinnerde. Zeer goed herinner ik mij dit, hernam zij. Ik ging naar mijn vader en moeder op het slot te Grüningen en omdat ik daar eenigen tijd dacht te blijven en het dichtbij was, had ik u in de wieg mede genomen; onderweg schuilde ik in een huis, waar de kamer vol mannen was, voor den regen; maar ik dacht er toen niet aan om te vragen wie zij waren en wat zij verhandelden; doch dit is mij altijd in de herinnering gebleven, dat de lieden van dat huis zich bij uitstek vriendelijk jegens mij gedroegen en zelfs voor u een lekker papje gereed gemaakt hebben. De ouderlingen en diakenen dit hoorende, waren hierover zeer venheugd en zeiden: Wel nu, dominé, dan kunnen wij u ook wel ons vertrouwen schenken, want dan zult gij het u bewust zijn van God geroepen te zijn en voor Hem verantwoordelijk, en wij mogen u ons vertrouwen niet onthouden, omdat God de Heere ons dan voor lange jaren onzen eersten leeraar in de wieg heeft laten zien.
Zoudt gij, lezer, hun dat vertrouwen hebben willen ontnemen? Zoudt gij durven zeggen: „Dat is malligheid" ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Een toekomstige leeraar in de wieg.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's