Staat en Maatschappij.
De uitslag - Schandelijk - De Roode Vloed en de Godsdienst
De uitslag.
De uitslag der verkiezingen heeft in 't algemeen tot tevredenheid gestemd. Het gevaar bestond, dat, tengevolge van allerlei omstandigheden, die wij hier niet meer nader zullen aangeven, de rechterzijde in getalsterkte belangrijk zou achteruitgaan. Men sprak zelfs van een minderheid van de rechterzijde tegenover een meerderheid van links. Gelukkig heeft het zulk een vaart niet geloopen. De Heere heeft ons land voor een debacle bewaard.
Voor eene juiste beoordeeling van het resultaat der verkiezingen, behoort in aanmerking te worden genomen dat bij de stembus van 1922 den Antirevolutionairen den Roomsch Katholieken tengevolge van een overschot aan stemmen twee stemmen te veel werden toebedeeld. De rechterzijde mocht bij de laatste stembus eigenlijk maar op 55 stemmen aanspraak maken. Dat thans de groepen van rechts, na een zoo felle verkiezingscampagne als werd gevoerd, met 54 stemmen uit den strijd kwamen, mag zeker wel bevredigend worden genoemd.
Bevredigend is de uitslag ook voor de A.R. Partij geweest. Wel ging deze partij in stemmenaantal met 25000 kiezers achteruit, maar wanneer men overweegt hoe in het bijzonder de Antirevolutionairen met hun leider, den heer Colijn, het mikpunt in den strijd waren, dan mag het verbazen, dat nog niet grooter verliezen werden geleden. Toch heeft de achteruitgang bij de A.R. Partij met 25000 stemmen haar iets te zeggen. Uit de stemcijfers in de verschillende gemeenten blijkt zonneklaar, dat de dissidenten onder ons overliepen naar de Staatkundig Gereformeerden en de Hervormde Staatspartij. Op welke wijze dit overloopen van kiezers naar de partij van ds. Kersten bevorderd werd, moge blijken uit een strooibiljet, dat aan den vooravond van den stemdag werd verspreid en waarvan wij hieronder nadere mededeeling doen.
Het lijkt ons van belang om er de aandacht op te vestigen dat het anti-papistisch optreden van Staatkundig Gereformeerden en Hervormde Staatspartijers gedurende 4 jaren, blijkens de verkiezingscijfers, geen ander resultaat heeft gehad, dan dat het aantal Roomsche stemmen met 8000 klom, terwijl de Antirevolutionairen verzwakt in de Tweede Kamer terugkeeren, met het gevolg, dat daardoor de positie van Rome tegen over de Protestantsch Christelijke partijen niet weinig is versterkt geworden. Duidelijk blijkt hoe elke anti-papistische beweging ten slotte ten goede komt aan Rome. Nu valt het niet te ontkennen, dat het meerendeel van de 25000 stemmen, welke verloren gingen, behoort tot kiezers van Hervormden huize, d.w.z. stemmen zijn van kiezers, die tot onze naaste geestverwanten behoren. De vraag doet zich voor of wij, Hervormden, wel in voldoende mate trouw op onze post zijn geweest. Zeker, de belangstelling en toewijding van onze gereformeerden in de Nederl. Hervormde Kerk in het Verkiezingswerk was ditmaal grooter dan ooit te voren. Toch laat men alles op 't laatste nippertje aankomen.
En dat moet niet meer.
Maar dan al die andere mannen, die geen hand bij de stembusworsteling uitstaken! Staan zij tegenover de stembus onverschillig, dan toch moeten zij gevoelen welk een gevaar er dreigt voor de Ned. Hervormde Kerk. Vandaag doet men den politieken stap, morgen doet men den kerkelijken stap. Daaraan werkt men dikmaals, zonder het te willen, in vrees of onverschilligheid, mede.
Daartegen hebben wij te waarschuwen. En zoo geeft de uitslag van de stembus, ons, Gereformeerden in de Nederl. Hervormde Kerk, ook nog wat te leeren.
Schandelijk.
De A.R. „Rotterdammer" deelt het navolgende mede:
Te Z.-Beijerland is Dinsdagnamiddag door partijgenooten van ds. Kersten, — naar men mededeelde uit Nieuw-Beijerland — huis aan huis onderstaand schandelijk biljet verspreid :
KIEZERS LAAT U NIET MISLEIDEN! WIEN MOET IK STEMMEN?
Geen regeering, die spot met onze Christelijke beginselen, door:
1e. Op Zondag spoortreinen te laten loopen tegen verlaagd tarief, natuurlijk ten pleiziere van stedelingen, en ten koste van de plattelandsche bevolking, omdat die toch mede moet betalen aan het jaarlijks millioenen bedragende tekort der Spoorwegmaatschappij;
2e. Een millioen toe te staan voor de Olympische spelen, ten koste van allen, ten bate van de stedelingen, welke beide zaken mede door minister Colijn, de hooggehouden candidaat der Antirevolutionaire Partij, in het Ieven zijn geroepen.
Door minister Colijn werdt gij gezegend met de rijwielbelasting, met verhoogde bierbelasting, met verhoogde tariefbelasting, die u duurdere kleeren doet dragen, etc.
Laat u dus niet bedriegen door die u schoone beloften doet, maar niet uitvoert. Geen valsche leus brenge u op het dwaalspoor, maar stemt morgen
Ds. G. H. KERSTEN.
Ds. H. W. van der Vaart Smit te Z.-Beijerland voegt in een der bladen aan dit biljet toe:
't Is toch grof, als de opstellers van zulk een biljet het aandurven te spreken van "spot", „misleiding", „bedrieger", „valsche leus" etc.
En dan „Spoortreinen op Zondag" een zaak „Mede door minister Colijn in het leven geroepen!".
En dan: Colijn, die ons „zegent" met rijwielbelasting, enz. Heeft niet zelfs de heer Kersten in de Kamer zelf vóór al deze dingen gestemd?
En dan — een oud - Gereformeerde pleit in de staatkunde voor goedkoop bier!!! Is dat nu het „brood" dat zij in plaats van „steenen" wenschen te geven?
En dan die slechte speculatie op de tegenstelling tusschen 't platteland en de stedelingen? Is er bijgeval in de steden juist andersom gewerkt door de S.G.P. Wie dit ding leest, moet het wel denken.
't Treurigste van het heele biljet is, dat daaronder staat de naam van een "Dienaar des Woords"! Van een man, die om zijn voortreffelijk ambt dubbele eer waardig gacht moet worden. Ik hoop, dat ds. Kersten voor het gewraakte biljet zelf niet verantwoordelijk is en hij wegkrimpt van schaamte als hij leest wat partijgenooten van hem hebben durven bestaan; durven bestaan aan den vooravond van de verkiezing, dat zij wisten, dat signaleeren in de pers niet meer mogelijk was. Het woord „schandelijk", hierboven neergeschreven, is inderdaad niet te sterk uitgedrukt.
De Roode Vloed en Godsdienst.
Jaren geleden heeft Groen van Prinsterer gezegd, dat de gansche Christenheid, Roomsch of onroomsch, vereenigd moet staan tegenover het ongeloof. En prof. Van Oosterzee schreef: „straks zal het niet zijn de kwestie van Roomsch of onroomsch, maar over alle muren van Kerkgenootschappelijk verschil zullen de geloovigen elkaar de hand reiken, om te kunnen bestaan in den grooten strijd tegen elk geopenbaard geloof";
Wij meenen, dat er oorzaak is in onze dagen om aan deze woorden van Groen van Prinsterer en Van Oosterzee te herinneren, nu het brutaal gaat tegen God en godsdienst, waarbij helaas! zoo weinig te zien is, dat de geloovigen over de muren van Kerkgenootschappelijk verschil, elkaar de hand reiken, om schouder aan schouder te staan in den grooten strijd tegen elk geopenbaard geloei.
Een gruwelijke vijandschap tegen God, tegen de Kerk, tegen de geopenbaarde waarheid wordt telkens meer openbaar, niet alleen in Rusland, maar ook in Nederland. In Rusland Is het allervreeselijkst. „Wij zullen den hemel bestormen" is daar de leus, vooral de laatste tien jaren luide verkondigd op allerlei wijze.
Een „inquisitie in dienst van het atheïsme" is in Sovjet-Rusland ingesteld. De Russische revolutie heeft alle politieke en economische vrijheid onderdrukt, zij tracht nu ook de ziel van den mensen aan banden te leggen; en zij wil haar ideaal van „absolute negatie van God" verwezenlijken. Vernietiging van het Christendom en van de christelijke cultuur staat op haar program. In een boekje: „Taak en Methoden der Anti-Religieuze Propaganda" heet het o.m. :„Een allesbeslissende strijd tegen de priesters, of ze zich pastoors, pausen, geestelijken, rabbijnen of mullahs noemen, is een eerste eisch. Het moet een strijd worden tegen God, of hij genoemd wordt Jehova, Jezus, Allah of Boeddha".
Tal van atheïstische brochures, tractaten en speciale bladen worden verspreid in het leger en op het land, met godslasterlijke caricaturen tusschen den tekst. "Godsdienst is opium voor het volk, want alle geloof vergiftigt het verstand en den persoonlijken wil", leest men in proclamaties. De „Prawda", een atheïstisch blad eischt (in het no. van 3 Mei 1921) dat de communisten allereerst den godsdienst zullen uitroeien, Daarvoor moet de jeugd worden gemobiliseerd, om straks gemobiliseerd te worden in het leger der hemelbestormers.
Sedert 1917 zijn de priesters verdreven, hun bezittingen verbeurd verklaard of in beslag genomen, waarbij talrijke slachtoffers vielen; kerken zijn herschapen in theaters,
café-chantants, bioscopen of balzalen.
Een bolsjewistische leider, Dybenko, dringt met zijn kameraden en een aantal vrouwen van verdachte zeden een kerk binnen, rookend en spottend, en vernielt de voorwerpen van den eeredienst, werpt het altaar omver, doorsteekt het Christusbeeld met de bajonet enz. De Kerk wordt genoemd het centrum van de reactie en men zal niet rusten voor Kerk en godsdienst van de aarde is verdwenen. 't Totaal aantal gedoode priesters en hoogere geestelijken rekent men op 8110, waarbij de cijfers niet zijn geteld van de in het verbanningsoord Siberië omgekomenen!
Overal, in alle groote steden, worden, volgens besluit van het Al-Russisch Uitvoerend Comité anti-religieuze musea opgericht. In zoo'n museum wordt dan alles saamgebracht wat maar eenigszins den tegenzin der massa tegen den godsdienst kan opwekken.
In de op 29 April 1925 gehouden vergadering van de Britsche en Buitenlandsche Bijbelvereeniging werd meegedeeld dat bijbels in Sovjet-Rusland contrabande vormen. Vele Siberische boeren zouden een koe willen geven voor een bijbel, de bolsjewistische autoriteiten hebben echter den invoer van bijbels verboden!
Op Paaschfeest, gelijk ook met Kerstmis, worden communistische carnavals op touw gezet, met gezang, muziek en dans, waarbij allerlei goden, heidensche, joodsche, mohammedaansche en christelijke worden rondgedragen, die eindelijk in het vuur worden geworpen en verbrand.
Te Vologda is een wedstrijd uitgeschreven onder de tooneelschrijvers voor het beste anti-religieuze drama. („Prawda", 19 Dec. 1922, no. 287).
Op 30 Januari 1923 werd een door de propaganda-afdeeling van de Communistische partij georganiseerde bijeenkomst gehouden in de Garnizoensclub te Moscou onder voorzitterschap van Trotzky en Lunatscharsky. Meer dan 5000 Roodgardisten waren tegenwoordig. Toen werd God voor de rechtbank gedaagd. Uit het publiek werden getuigen, aanklagers en verdedigers opgeroepen. God werd beschuldigd van onrechtvaardigheid, wreedheid, enz.; en tenslotte werd een plechtig veroordeelend vonnis geveld!
We hebben met de koningen der aarde afgerekend, nu zijn de hemelsche vorsten aan de beurt", schreef Lunatscharsky in het atheïstisch propaganda blad „De Goddelooze", dat in een oplaag van 210.000 exemplaren wordt gedrukt en verspreid. „De strijd gaat tegen den godsdienst en tegen het walgelijke spook dat men God noemt dat zulk een duivelsch kwaad over het menschdom uitstortte", heet het in die goddelooze, geillustreerde courant!
In „de Roode Vaan'' van 16 Nov, 1924 lezen we: „Communisme en geloof aan God zijn onvereenigbaar. Men kan niet aan God gelooven en tegelijkertijd een goed klassebewust, vooruitstrevend arbeider zijn. Vele partijgenooten redeneeren zóó: Omdat wij tegen het kapitalisme strijden en de uitbuiters ten val willen brengen, is het voldoende, wanneer wij goede politieke inzichten hebben en de leiding van onze partij volgen in alles wat voor de arbeidersklasse dienstig is. Of ik dan al aan God geloof of niet, is mijn persoonlijke zaak en gaat de partij niets aan. Zulk een redeneering is ten eenenmale onjuist en in onze partij ontoelaatbaar. Slechts tijdelijk kunnen we zulke partijgangers in ons midden dulden. Onze partij beschouwt het godsdienstig geloof niet als een persoonlijke, private aangelegenheid der leden. Noodig is de meest ernstige en besliste uitroeiing van alle godsdienstige vooroordeelen onder de partijgangers, een communist kan geen gelóovige zijn.
Een communist, die in God gelooft, naar de kerk gaat en godsdienstige gebruiken onderhoudt, maakt een belachelijken, dwazen indruk en is de partij tot schande. DE wilde heeft het geloof in God voortgebracht, zoodat de communist, die in God gelooft, eenigermate op zulk een wilde gelijkt, zooals in het algemeen elke geloovige burger aan een wilde herinnert.
Wie met de bourgeoisie zich op eenzelfden godsdienstigen grondslag stelt, wie zich aansluit bij de groote schare der gelovigen, die hun handen biddend ten hemel opheffen, kan niet vast en beslist op het oogenblik van den scherpsten klassenstrijd den hamer op den schedel der bourgeoisie doen nederkomen. Iemand, die aan God gelooft en aan boven natuurlijke dingen, kan geen Marxist zijn, voor wien slechts de dingen van deze aarde bestaan".
Zoo spreekt men in den rooden hoek. ln Rusland. Maar ook hier. En de roode fakkel wordt geworpen in China, waar Moscou achter de revolutionaire bewegingen zit. Moscou zendt ook hier z'n bevelen; waarbij Wijnkoop moet gehoorzamen en anderen naar voren worden geschoven. En terwijl communist en socialist soms strijden met elkaar, loopen ze tegelijk over naar elkaars partij; omdat ze leven met hetzelfde beginsel en het eenvoudig afhangt van sommige omstandigheden of men socialist of communist wil heeten.
Een roode vloed van socialisme en communisme is aan 't opkomen, ook in Nederland. Ziet men 't niet ? Hoort men 't niet ? Tel de stemmen van de laatste Kamer verkiezing eens bij elkaar op; dan krijgt ge: 706.317 S. D. A. P., 36.781 S. D. P. (communisten), 8.223 S.P., 12.656 Revolutionair Arbeiderscomité, dat geeft een totaal van 763.982 stemmen.
Ziet men 't niet? Hoort men 't niet? Een blinde kan het zien; een doove kan het hooren, dat het hoe langs hoe meer, ook in Nederland, tegen God en Zijn Woord, tegen Zijn Christus en Zijn Kerk gaat. En wordt nu de hand gereikt over de kerkmuren (van Oosterzee)? Staat nu Roomsch en onroomsch vereenigd tegenover het ongeloof (Groen van Prinsterer)?
Gelukkig staat tegenover een totaal van 763.982 roode stemmen, waarbij nog 3648 stemmen van Vrijdenkers komen, maar ook duizenden stemmen van liberalisten, die van God en godsdienst óók niets moeten hebben — gelukkig staat tegenover het brutale ongeloof nog een aantal van 337.415 A.R., 305.563 C.H., 62.472 Staatk. Ger.. 30.276 Herv.(Ger.) St., 883.350 R.K.. benevens 15.598 van de Prot. Volkspartij, 13.908 van de Chr. Dem. Fed. enz. enz.; maar de opkomende roode vloed zegt ons, dat gevaar, groot gevaar dreigt, waarbij de Christelijke staatspartijen een hooge roeping hebben, in het belang van land en volk. Zullen ze met elkaar en naast elkaar gevonden worden straks?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's