De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allerlei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allerlei.

8 minuten leestijd

Onze vernielde schilderijen.
Twee kunstschilders waren aangesteld de muren van een kathedraal van prachtig schilderwerk te voorzien. Beiden stonden op een speciaal voor dit doel gebouwde stellage, verscheidene meters boven den grond. Een van hen was zoo verdiept in zijn werk dat hij vergat, waar hij zich bevond; hij stapte langzaam achteruit, onderwijl critisch het werk zijner handen beschouwende, totdat hij den rand van de plank waarop hij stond, bereikt had. Op dat moment zag de andere artist een oogenblik van zijn werk op en bemerkte het gevaar, waarin zijn collega zich bevond. Er was geen tijd meer om hem te waarschuwen, een kreet zou hem in den afgrond doen storten en een oogenblik van talmen zou noodlottig zijn. Er was slechts één weg om zijn leven te redden, en vlug als de gedachte handelde de ander. Een natte kwast grijpende, slingerde hij die met kracht tegen den muur, het schilderwerk met afzichtelijke strepen en kladden bespattende. De eerste schilder was ontsteld, deed een groote stap voorwaarts naar den muur, dan, beseffende dat zijn moeitevol werk vernietigd was, keerde hij zich met oplaaienden toorn naar zijn vriend. Daarop volgden eenige verklarende woorden, die hem deden begrijpen dat 't noodig was geweest de schilderij te vernietigen om den schilder te sparen.
Het is dikwijls evenzoo met Gods kinderen. Men heeft zich zelf een taak gesteld; men werkt er aan met onverdroten ijver. Dan, als 't werk bijna voltooid is, wil men achteruit stappen op de plank der zelfvoldoening om het werk zijner handen met trots te beschouwen en te fluisteren: „Hoe groot is het; zie wat ik heb gewrocht", geheel en al den Schepper van alle dingen vergetende. Dan, wanneer hij zijn werk vol ingenomenheid beschouwt, ziet hij hoe het plotseliing vernietigd wordt.
Krachtige maatregelen zijn dikwijls noodig om de menschen te genezen van hun dwaasheid en terug te voeren tot God. Het is verre van aangenaam om deze schilderijen voor onze oogen te zien vernietigen. O, het is ontzettend, ondragelijk! Wij kunnen niet begrijpen, waarom dat alles, dikwerf 't liefste dat wij bezitten, moet vernietigd worden, waarom zoo menigmaal vreugde verkeeren moet in smart.
Wij zijn niet altijd dankbaar voor Gods bemoeiingen. Maar het is een van de liefderijke voorzienigheden van den Vader, om het goede op het kwade te doen volgen. Zijn Licht zal de duisternis overwinnen. De beproevingen zijn vaak verborgen zegeningen, al willen wij dat soms niet dadelijk inzien. Maar eens zullen wij inzien dat alles medewerkt tot het goede, voor hen, die den Heere dienen.
Een ontwikkeld man en christen, die door een zeer droevig voorval getroffen was, antwoordde, toen hem werd gevraagd hoe hij zijn last droeg: „Het valt mij lichter dien te dragen, daar ik mijn lijden bij Hem kan brengen en Hij mij den weg zal wijzen".
Hij wil ons in alles leeren, vreugde en smart, beide zullen den weg vormen waarlangs wij moeten gaan. Wij kunnen zeer tevreden zijn over de schilderij die wij hebben vervaardigd, maar de liefhebbende helpende criticus, die ons werk tot in de kleinste bizonderheden onderzoekt, keurt het dikwijls af.
Dan, wanneer wij te ver terug loopen op de plank der zelfbewondering en zelfverheerlijking, zijn vaak strenge maatregelen noodig. Wij moeten leeren de noodzakelijkheid er van te begrijpen. Verstandig zijn wij, wanneer wij, inplaats van murmureeren tegen Hem, Zijn liefdehand aanvatten en ons tot Hem wenden met een hart vol dankbaarheid.
(uit het Engelsch)

Guido de Bres.
De meeste lezers zullen wel weten, dat de Nederlandsche geloofsbelijdenis, bestaande uit 37 artikelen, is opgesteld door den predikant Guido de Bray of Guido de Bres, een man van groote geleerdheid, maar die ook de genade van martelaarsmoed had ontvangen.
Hij leefde in de dagen dat het hervormingsvuur doordrong in Zuid en Noord Nederland, waar velen de nieuwe leer omhelsden en duizenden hun geloof met hun dood bezegelden.
Filips II, die over de beide deelen der Nederlanden regeerde, trachtte door geweld en wreedheid het protestantisme tegen te gaan of uit te roeien en toen de bewoners der gewesten in Noord-en Zuid-Nederland zich tegen dien gewetensdwang verzetten, voerde hij een oorlog tegen zijne onderdanen, in welke worsteling hij het onderspit heeft gedolven in de Noordelijke provinciën; maar in de Zuidelijke heeft zijn geweld gezegevierd en is het zaad der hervormde leer langzamerhand geheel verstikt geworden. In de dagen van welke wij schrijven was de stad Valenciennes bijna geheel protestantsch. De landvoogdes Margaretha zond een leger onder bevel van den wreeden aanvoerder Noircarmes naar de goed versterkte vesting, maar de stadsregeering wilde deze troepen niet binnen laten. Daarop werd de plaats belegerd en de duizenden boeren uit den omtrek, die van allerlei wapentuig voorzien tot ontzet kwamen opdagen, konden het tegen de geoefende Spaansche soldaten niet uithouden en werden meedoogenloos geslacht. Om de stad door honger tot overgave te dwingen, werden de nabij gelegen dorpen geplunderd en verbrand en onder 't oog van den bevelhebber de mannen en vrouwen, die den belegeraars in handen vielen, op de meest onmenschelijke wijze mishandeld en gedood. Telkens nauwer zag de veste zich ingesloten en reeds waren de burgers bereid zich, — mits op aannemelijke voorwaarden — over te geven. Noircarmes wees al de voorgestelde voorwaarden af en op den 25sten Maart 1567 ging hij, terwijl het klokkenspel juist den 22en Psalm hooren liet: „Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten!? " tot het beschieten van Valenciennes over. Ontzettend was de ontsteltenis die zich bij het bulderen der kanonnen en bij het zien van de groote verwoestingen door de kogels aangericht, eensklaps van de bevolking meester maakte. Wanhoop verving den tot dusver betoonden moed en de stad gaf zich aan Noircarmes over, op geene andere voorwaarde, dan dat er niet zou worden geplunderd en gemoord. Trouweloos werd echter de gegeven belofte geschonden. De trouwelooze aanvoerder deed de poorten sluiten zoodra hij zich met zijne troepen binnen de wallen bevond. De gegoede ingezetenen werden gevangen genomen en eenige honderden van hen opgehangen en verbrand. De ouderlingen en diakenen der protestanten en de aanzienlijkste leden hunner gemeente ondergingen allen den doodstraf. De soldaten werden bij de burgers ingekwartierd en roofden en moorden overal met afschuwelijke wreedheid. De beide gereform. predikanten Breginus la Grange, de wel sprekende Hugenoot, en Guido de Bres, wisten te ontsnappen; doch binnenkort achterhaald, werden zij gegrepen en zwaar geboeid in den kerker opgesloten. Meer dan één kon de verzoeking niet weerstaan om die beide predikers in hun gevangenis te bezoeken. Alzoo ook de gravin van Reux. Verwonderd vroeg zij den geboeiden, hoe het hun mogelijk was te eten en te drinken en te slapen, waar zoo zware ketenen hun waren aangelegd en een zoo vreeselijk uitzicht hun wachtte. „De goede zaak die ik voorsta" — antwoordde de Bres — „geeft mij een goede consciëntie en deze goede consciëntie geeft mij een goeden eetlust. Het brood is voor mij zachter en de slaap rustiger dan voor mijn vervolgers". Maar die zware ijzers dan? hernam de gravin. „De schuld maakt een keten zwaar", was het weder antwoord van den gevangene, „doch de onschuld maakt den mijne licht. Ik draag roem op mijne ketenen; ik beschouw ze, als mijne eereteekenen; het gerammel is in mijn oor zoete muziek en het verkwikt mij als een psalmgezang". Niet lang duurde het of de beide leeraars werden veroordeeld om opgehangen te worden. De aankondiging van hun vonnis vernamen zij met blijdschap en zij bereidden zich voor de terechtstelling als voor een feestmaal. Als om aan iedereen bekend te maken wat hen in den kerker zoo blijde gestemd had, riep de Bres telkens uit: „Een goed geweten, een goed geweten! Draag toch zorg om niets tegen uwe consciëntie te doen; anders is er altijd een beul, die u op de hielen zit en een hel, die in u brandt". Toen hij op de ladder geklommen was, riep la Grange den toeschouwers toe, dat hij hemel en aarde tot getuigen riep, dat hij om geen andere reden ter dood werd gebracht, dan omdat hij het zuivere Woord Gods had gepredikt. Guido de Bres, knielde op het schavot neder om te bidden; maar de beul trok hem omhoog en dwong hem de ladder te bestijgen. Met den strop om den nek vermaande hij het volk om der overheid altijd de verschuldigde eer en gehoorzaamheid te bewijzen en om zich te houden aan 't Woord Gods, dat hij hun onvervalscht had gepredikt. Doch de scherprechter duwde hem weg en ook van dezen geloofsheld werd de levensdraad spoedig afgesneden. Op de groote menigte werkte die wreede vervolging ontmoedigend; zij werd afgeschrikt om de zuivere leer te belijden en zij namen het woord der vermaning niet waar, hun door den apostel uit de grijze oudheid toegeroepen en door deze trouwe getuigen herhaald: „Een goede consciëntie te bewaren voor God en de menschen!" En toch ook dit martelaarsbloed was als een goed zaad op den akker gestrooid, en al ontkiemde het op een anderen bodem, wijl velen het land verlieten om ergens elders rustig te wonen, het ontkiemde toch en droeg heerlijke vruchten, wijl het woord Gods niet ledig tot Hem wederkeert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Allerlei.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's