Stichtelijke overdenking.
Geschreven ten leven te Jeruzalem
Jesaja 4 vers 3 en 4.
Geschreven ten leven te Jeruzalem
Wat in onze dagen duidelijk uitkomt, gold ook in Jesaja's tijd van Juda: „Zij spreken hunne zonden vrij uit, gelijk Sodom, zij verbergen ze niet". Met tergende onbeschaamdheid stalt men zijn ongerechtigheden in het openbaar uit. Vrijelijk spot men met God. Men ontziet Zijn hoogheid niet.
Juda ervoer dat hierover Gods oordeel losbreekt als een onweder. Vielen niet de mannen door 't zwaard? Werden niet de vrouwen van haar sieraad beroofd? Is niet de staf des broods gebroken? Algemeen was het straffend oordeel des Heeren. Doch als het recht Gods zóó doortrekt, bedoelt God Zijn volk te brengen op hun plaats. De overgeblevenen in Sion en de overgelatenen in Jeruzalem wil Hij louteren in heete beproeving, opdat zij Zijner heiligheid zouden deeladhtig worden.
„Een iegelijk, die geschreven is ten leven te Jeruzalem".
Wanneer Gods gerichten op aarde zijn, leeren de inwoners der wereld gerechtigheid. De Heere moet wel zulk een weg houden met Zijn volk. Immers kennen zij alleen de ongerechtigheid en het is de Geest des oordeels, die hen dit ontdekt. Hij maakt scheiding tusschen recht en onrecht. Hij overtuigt van zonde. Hij doet den mensch zijn ellende kennen. God plaatst zijn geschrevenen ten leven vóór den dood en brengt hen onder het oordeel der gerechtigheid. Gelijk onder de dochteren Jeruzalem's verwekt Hij „verbranding in plaats van schoonheid". De brandende Geest zet 't geweten in brand, legt hart en wandel bloot en brandt af alle eigengerechtigheid, gelijk stoppelen op het veld.
Zoo leert een geschrevene ten leven zich veel meer verdoemelijk kennen dan verkoren, wijl hij van zich hoort getuigen: „Wee den goddelooze, het zal hem kwalijk gaan".
De werking des H. Geestes is echter niet te stuiten. Om Christus' wil rechtvaardigt God „om niet" allen, die Hij ten eeuwigen leven schreef. „Als de Heere zal afgewasschen hebben den drek der dochteren Sions en de bloedschulden Jeruzalems zal verdreven hebben uit zijn midden door den Geest des oordeels en den Geest der uitbranding".
Wie zich als een onreine leert kennen door den Geest der ontdekking, onrein in Adam, onrein door vuile zonden en beladen zich weet met schuld sinds zijn droeven val in het verbondshoofd, een schuld des bloeds, dagelijks vermeêrd, die zondaar leert verstaan dat zijn ongerechtigheid aan hem is, ook al wiesch hij zich met salpeter en al nam hij veel zeep. Zulk een durft niet meer hopen, dat de Heere hem zal afwasschen, geheel reinigen en heiligen. Maar het ongehoopte, wat niet meer kon verwacht, wat men niet durfde smeeken, doet God uit vrije genade allen wier naam staat in het geboorteregister van Gods Jeruzalem. De Heere zal afwasschen den drek; Hij zal verdrijven de bloedschulden. Hoor het!
Zijn eigen Zoon heeft Hij tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. Het bloed van Christus reinigt de gansche Kerk en bedekt haar met wisselkleederen. Doch hoe zal de ziel des hopeloozen hieruit moed putten? Door den Geest des oordeels en den Geest der uitbranding! Hij maakt plaats voor Jezus in 't hart. Hij ontledigt, maar de Geest past ook toe, Hij werkt geloof in Christus. Hij verzoent met God door den Borg. Hij leert uitroepen: O dierbare Christus, hebt Gij dat al voor mij volbracht? Te dien dage zal des Heeren Spruit zijn tot sieraad en tot heerlijkheid, d. w. z. dan zal de Kerk Christus eere geven en in Zijn Naam zich beroemen. En terwijl een gerechtvaardigde, uit genade, neerligt aan den voet van zijn gezegenden Borg, gelooft hij in de eeuwige verkiezing. Want de H. Geest werkt dit. Immers zulk een kent zich een onwaardige en als onder het genot van het wonder zijner verlossing de vraag rijst in zijn overstelpt hart: „Wat kan God bewogen hebben naar zulk een om te zien?" is er geen antwoord dan dit: Geschreven ten leven te Jeruzalem! Van eeuwigheid! Heilig heet zoo'n overgeblevene in Sion, de overgelatene in Jeruzalem. Heilig niet in zichzelf, maar in Christus, Die hem van God is geschonken tot heiligmaking. Heilig, wijl de H. Geest hem koos tot Zijn woonstede.
O, zij die uit den brand van het oordeel Gods wierden behouden als een vuurbrand, zullen geduriglijk vreezend wandelen den tijd hunner inwoning, arm, afhankelijk, ootmoedig, klein, bedenkende dat de Heere gezegd heeft: Zijt heilig, want Ik, de Heere uw God, ben heilig! Zooveel als Gods kind niet zichzelven leeft maar Dien, Die voor hem is gestorven en opgestaan, zooveel is het heilig en onberispelijk voor God in de liefde. En zal de Bruidegom Zijn gansche Kerk niet eens voor den Vader stellen als een volkomen heilige en reine bruid, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks? Gewisselijk, een iegelijk die geschreven is ten leven in het heilig Jeruzalem!
Het is zelfbedrog, te meenen zonder wedergeboorte en bekeering toch oprecht voor den Heere te kunnen leven. De Heere haat alle zonde, doch ook „wee" over den mensch, die in zijn hart spreekt: Wijk van mij, want ik ben heiliger dan gij! Dan spreekt het Woord: „Voor specerijen zal er stank zijn, verbranding in plaats van schoonheid". Slechts wie van God is afgewasschen en geleid wordt tot het einde door den Geest des oordeels en der uitbranding, zal heilig geheeten worden. Geene heiligmaking zonder voorafgaande rechtvaardigmaking.
Zondaar, hoor Gods eisch: bekeer u en laat uw zonden afwasschen! Ken uwe onheiligheid! Geve God, dat gij te doen krijgt met uw onheilig bestaan tegenover het heilig Wezen en dat ge uit uw totale verlorenheid leert roepen: Och, wasch mij, Heere! Al wie de H. Geest verbrijzelt, wascht Hij af in Jezus' bloed en reinigt Hij door oordeel en uitbranding tot het einde. Want, wat en wie er zich ook tegenoverstelt: God is het, Die rechtvaardig maakt, wie is het, die verdoemt? En al was het als een eenzame mast op den top van een berg, het overblijfsel zal behouden worden naar de verkiezing der genade, opdat God verheerlijkt zij. Amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's