De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

4 minuten leestijd

Leerkwestie Gouda.

Volgens de bladen is — zoo schrijft P. in het „Herv. Zondagsblad" — te Gouda een leerkwestie gerezen. Dr. J. Börger te Gouda, radicaal vrijzinnig in hart en nieren — zoo niet erger — heeft zich door zijn orthodoxen kerkeraad in meerderheid de volgende vragen zien voorgelegd:
1. Gelooft gij, dat de vier Evangeliën onder de leiding des Heiligen Geestes geschreven zijn?
2°. Gelooft gij, dat onze Heiland in het vleesch op aarde is geweest?
De bladen vermelden bovendien, dat tevens door den kerkeraad is uitgesproken, dat — zoo deze vragen ontkennend worden beantwoord — dr. Borger niet langer predikant in de Hervormde Kerk kan zijn.
Als wij de in Gouda gerezen leerkwestie even onder de loup nemen, voorzien wij verschillende mogelijkheden die tevens moeilijkheden zullen blijken te zijn.
Om te beginnen met de uitspraak van den kerkeraad, dat dr. B. dan niet langer predikant in de Hervormde Kerk kan zijn; dan dient vooraf reeds dadelijk opgemerkt, dat bij den kerkeraad wel het begin van de kwestie ten dezen ligt, maar dat de einduitspraak bij een ander college berust.
Wij geven even den reglementairen weg, in een kwestie, als nu te Gouda gerezen, aan. De kerkeraad, die over kerkeraadsleden en predikanten onbevoegd is veroordeelende uitspraken te doen, zendt zijn wel gedocumenteerd bezwaarschrift in bij het Classicaal Bestuur. Dit Classicaal Bestuur heeft zelfstandig de bezwaren te beoordeelen. Acht dit Classicaal Bestuur de bezwaren gegrond, dan spreekt het de schorsing uit van den betrokkene en zendt de stukken met begeleidend Classicaal advies terstond op naar het Provinciaal Kerkbestuur, 't welk in dezen de uitspraak heeft te doen. Dit Provinciaal Kerkbestuur mag met het Classicaal advies rekenen, doch geroepen zelfstandig uitspraak te doen, is het aan eenig Classicaal advies geenszins gebonden.
Van deze Provinciale uitspraak verblijft den — eventueel — veroordeelde dan beroep op de Synode.
Bij het licht nu van deze reglementaire bepalingen zien wij de volgende mogelijkheden. De kerkeraad zal — rekenend op een ontkennend, althans niet bevredigend antwoord op de gestelde vragen — de zaak dus straks brengen voor 't Classicaal Bestuur van Gouda. Dit Classicaal Bestuur is zeer rechts en zal dus den kerkeraad van Gouda in zijn bezwaren steunen en de stukken doorzenden naar 't Provinciaal Kerkbestuur. Het Provinciaal Kerkbestuur van Zuid-Holland is eveneens zeer rechts en zal dus niet afkeerig staan tegenover de in Gouda gerezen leerkwestie, en zoo kan dus de uitspraak leiden tot afzetting van dr. B.
Wij zeggen, dit kan alzoo geschieden. Wij spreken ons op deze wijze uit, wijl van rechts altijd bezwaar is gemaakt tegen bestuursuitspraken in leergeschillen. Men wil aan rechts — vooral van confessioneele zijde — wèl tucht, maar dan gezond-kerkelijke tucht, uit te oefenen, niet door de besturen, maar door en op kerkelijke vergaderingen. Of men in het Classicaal Bestuur van Gouda en bij het Provinciaal Kerkbestuur deze confessioneele bezwaren deelt, zal eventueel nog moeten blijken.
Wij nemen in de thans gerezen en aanhangig gemaakte kwestie even aan, van niet. Men doet dus wel 'n uitspraak. Dan zal, gelet op de rechtsche beschouwingen — de uitspraak in het geval dr. B. niet onzeker zijn. En zal hij er niet zoo afkomen als ds. Theesing in Noord-Holland er afkwam.
Maar dan!?
Dan zal een beroep op de Synode stellig het gevolg worden.
En wat dan de Synode zal doen in haar huidige samenstelling, is zeer onzeker. Zeer bekend toch is de 109-jarige Synode om haar laveer-methode om de moeilijkheden te ontzeilen. Een feitelijke leer-uitspraak heeft de Synode altijd trachten te vermijden. Angstvallig heeft de Synode steeds gewaakt tegen uitbanningen ter wille van de leer. Niet onwaarschijnlijk zal de Synode — eventueel geroepen in deze zaak uitspraak te doen — dienzelfden weg van Synodale plooibaarheid bewandelen.
En toch is die houding der Synode inconsequent in het kwadraat. Volgens de reglementaire bepalingen is leertucht mogelijk. Is bij art. 11 zelfs den besturen opgedragen de leer te handhaven en bij afwijking tuchtoefening toe te passen.
Daarover kan de Synode — hoogste wetgevende en besturende macht — geen discussie toelaten. Het eenig punt in discussie zou kunnen wezen, wat onder leer te verstaan zij!
En dan mag men toch hiervan overtuigd zijn, dat „leer" toch iets en niet niets is, m.a.w. laat dan uitgemaakt — als men meent, dat niet zeker is wat hieronder verstaan moet — wat met „leer" bedoeld is. De toestand, die nu bestaat, dat ieder er van maakt wat hij er van maken wil, is toch onhoudbaar!
Men zal komen aandragen van vrijzinnigen kant met blusch-apparaten om een synodalen of kerkelijken brand (ten koste van wat ook) te voorkomen, maar wij zeggen: laat de brand maar eens uitslaan. Wij krijgen dan wellicht nieuwbouw, die altijd beter zijn zal dan wat nu ruim honderd jaar ons kerkelijk leven belemmerd heeft.
Aan de onwaarachtigheid van „ja" en „neen" ten opzichte van een zelfde leer der Kerk, dient toch eens een einde gemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's