De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenvoudige Bijbellezing (44)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenvoudige Bijbellezing (44)

1 Timotheüs 4 vers 6

5 minuten leestijd

Als gij deze dingen den broederen voorstelt, zoo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gii achtervolgd hebt. (1 Timotheüs 4 vers 6)

1 Timotheüs.
Den broederen moeten deze dingen voorgesteld worden. In ons vorig stukje hebben wij er op gewezen dat een dienaar van Jezus Christus niets mag doen om menschen te behagen. Hij is geen dienaar van menschen, ook niet van geloovige menschen. Maar hij vergete evenmin dat hij in een kring van broeders arbeidt, waarin heerschappij en eigendunk geen plaats hebben. Dit laatste bepaalt nu ook de plaats die de gemeente moet hebben in de oogen van een goed dienaar van Jezus Christus. Als hij het Evangelie predikt tot de vergaderde gemeente, dan spreekt hij in een kring van broeders en zusters. Tot de gemeente richt hij zich. Dit moet men zich goed voorstellen en zich niet met een paar  groote woorden van af maken.
Hoe moet een prediker zijn gehoor aanspreken? Ja, 't gemakkelijkst is maar eenvoudig met „mijne hoorders of nog mooier „mijne geliefde toehoorders" of nog beter „mijne hoorder en mijn hoorderes"; dan wordt, zeer hoffelijk, de vrouw tóch ook niet vergeten! Ik stem toe, zoodoende is men er van af. Tenminste, als men alleen rekent met de beschouwing van de meeste menschen. Volgens hunne opvatting is wat er samenkomt tusschen de vier kerkmuren een gemengde schare, waarvan de meesten gelijk heidenen zijn en een klein gedeelte daarop eene uitzondering maakt. Natuurlijk is bij deze opvatting er geen plaats voor de aanspraak van „gemeente" of broeders. En een prediker die dit doet, heeft onmiddellijk afgedaan. Dan mag hij in het gebed of in de prediking ook niet spreken van onzen God en van onzen Heere Jezus Christus. Dat kunnen toch al die menschen niet zeggen! ..... Ook al zoo'n prediker die alle menschen in den hemel zet, zegt men dan, zo'n algemeene verzoeningsman". Bij al dergelijke woorden en practijken gaat men uit van de idee: De samengekomen schare is een gemengde hoop. In een prediker, die zich dan maar aan „hoorder"houdt en het woordje „ons" maar vermijdt, maakt er zich dan wel gemakkelijk van af en komt in het gevlij van hen, die nu eenmaal naar zulke dingen de prediking afmeten.
Maar laat men zich eens nuchter zetten voor de brieven van Paulus. Timotheüs moet aan de broederen de dingen voorstellen. De apostel richt zich tot de gemeente van Corinthe met dit adres: „Aan de gemeente Gods, die te Corinthe is, den geheiligden in Christus Jezus, den geroepenen heiligen, met allen, die den naam onzes Heeren Jezus Christus aanroepen in alle plaats, beide huns en onzes Heeren". Het is alsof de apostel de tezamen vergaderde gemeenten van alle plaatsen voor zich ziet, die overal den naam van „onzen Heere Jezus Christus" aanriepen. En dit zegt hij niet omdat hij niet weet welke zonden er wonen in de gemeente. O, welke goddelooze Avondmaalspraktijken waren er in Corinthe! Veel goddeloozer dan die van onze dagen! En toch spreekt hij hen allen aan met: gemeente Gods, enz.'" Laat een ieder prediker in zijn prediking goed zeggen wat de weg der onbekeerden is, wat de bezwaren van de zoekende zielen zijn, wat de kracht des geloofs vermag en wat de roeping is en waarin het voorrecht bestaat van de gemeente van Jezus Christus. Dan zullen zij, die nog niet tot een overgave des harten gekomen zijn en nog „midden in de wereld'' leven, heel goed begrijpen wat er nog aan hen gebeuren moet. Laat de prediking daarin duidelijk zijn, naar Gods Woord, ook al worden de afgezaagde aanspraken van "gij onbekeerden", „gij bekommerden" en „gij bevestigden" daaruit geheel weggelaten. Dan zal de prediker niemand misleiden of op een valsche grond bouwen. Maar hij mag den tarwe-akker niet vergeten, ook al groeit er nog zooveel onkruid tusschen, dat hij nog niet onderscheiden kan. Ook al zouden zeer vele geveinsden zich voegen bij de gemeente, nochtans vergadert zich de gemeente van Jezus Christus tot den Dienst des Woords. Het water van de zee kan dit niet uitwisschen. En een prediker heeft als een goed dienaar van Jezus Christus het recht niet om, terwille van de menigte der geveinsden, de gemeente van Jezus Christus te verlagen tot een gemengde massa. Dan wordt Christus Zelf daardoor onteerd. Dan wordt een ideaal neergehaald. Dan vergeet een prediker wat onze Bijbel zegt; dan heeft hij geheel de verbondsgedachte losgelaten; dan spreekt het doopsformulier hem een onbegrijpelijke taal, als dat formulier ons zegt dat die kleine kinderen erfgenamen zijn van het Rijk Gods en van Zijn verbond en als lidmaten der gemeente behoren gedoopt te worden.
Komt, houden wij ons maar aan wat de Heiige Schrift zegt, aan de gereformeerde Waarheid, zonder ons af te laten leiden door wat in onze dagen den volke wordt opgedischt als de echte zuivere waarheid. O zeker, dan wordt zulk een prediker ook al onder die „oppervlakkige dominé's" gerekend. Maar wat hindert dat? Hij is toch een dienaar van Jezus Christus. Die „deze dingen den broederen moet voorstellen". Laat dan de een na den ander, die de Heilige Schrift niet kent en aan „overgeestelijkheid" lijdt, maar van onder de prediking wegloopen. Het is jammer voor dien weglooper  Hij vindt zijn stichting wel bij een of anderen oefenaar. Maar predikers, die hebben geleerd goed na te denken en zich voor Gods Woord alleen buigen, moesten in onze dagen niet zulke oefenaars-theorieën en praktijken over nemen. Zij moeten goede dienaars van Jezus Christus zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Eenvoudige Bijbellezing (44)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's