Eenvoudige Bijbellezing (45)
1 Timotheüs 4 vers 6
Als gij deze dingen den broederen voorstelt, zoo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij achtervolgd hebt. (1 Tim. 4 vers 6)
45
Een dienaar van Jezus Christus moet zelf een sterk geloof hebben. Van het uiterlijke komt de apostel tot het innerlijke. Een opvallende en schoone wending, die iederen arbeider in den wijngaard des Heeren tot zich zelf moet brengen. Er is eene heerlijke en gewichtvolle buitenzijde aan het ambt, prediken, catechiseeren, huis-en ziekenbezoek, vergaderen en confereeren, bijna van dag tot dag en van uur tot uur. Een werk, dat vaak met veel lust en ijver gedaan wordt, maar dat ook wel eens een sleur kan worden, een gaan als in een tredmolen, van de blijdschap naar de droefheid, van de bruiloft naar de begrafenis. En zeker, overal moet de dominee een woord te pas spreken, een gebed doen. Hierin gaat het hoe langer hoe gemakkelijker. Men weet wel wat zoo hier en daar gezegd moet worden. Ieder verkrijgt hierin wel eenige „handigheid". Zoo kan er vaak zeer veel gedaan worden, waarop ook veel zegen des Heeren rust. Maar de dominee zelf kan bij al dien geestelijken arbeid, waarvoor anderen hem danken en eeren, toch zoo jammerlijk ongeestelijk zijn, moe door den sleurdienst. En tóch, hij moet maar steeds verder, altijd doorgaan met uit te deelen, te vermanen, te troosten, te onderwijzen en te leiden. Dit is nu eenmaal zijn arbeid. De dominee is er voor, zeggen de menschen. Dit is ook zoo. Hij moet als een goed dienaar van Jezus Christus deze dingen den broederen voorstellen. Dit is de buitenzijde van het ambt. Maar het kan hierin ook wel erg buitenzijdig toegaan.
De apostel roert hier ook de binnenzijde aan. Hij handelt over de zelf-oefening tot godzaligheid, zoowel hier als in de volgende woorden. Nu valt dit in de woorden van onze Statenvertaling niet zoo op als iets dat er op datzelfde oogenblik bij Timotheüs nog moet zijn. Er staat toch: „opgevoed in de woorden des geloofs, enz." Dit is iets dat achter den rug is. Timotheüs zou dus uit die opvoeding in de woorden des geloofs enz. de kracht moeten putten voor zijn ambtswerk Maar nu staat dit er eigenlijk niet in het oorspronkelijke. Wij houden veel van onze Statenvertaling, maar wij zweren er niet bij! Pauus schrijft: „u voedend in de woorden des geloofs enz." Dit is juist het mooie van deze gedachte, dat de apostel zich niet wendt tot het verleden, maar tot het heden van Timotheüs. En 't is jammer, dat het zoo niet vertaald is. Immers gaat het in deze woorden over de binnenzijde van het ambt. De buitenzijde zal goed zijn als 't met de binnenzijde ook goed is.
Een dienaar van Jezus Christus moet zich voeden met de woorden des geloofs. Natuurlijk weet de apostel heel goed dat elke geestelijke kracht van boven is. Toch zet hij zijn gedachte niet om in een wensch, zooals in onzen tijd zooveel geschiedt. De taal die tegenwoordig menigeen er van maken zou is deze: dat ge zelf maar veel door de woorden des geloofs gevoed mocht worden Eigenlijk beveelt de apostel het; Gij moet deze dingen den broederen voorstellen en tegelijkertijd u zelf voeden in de woorden des geloofs. Het geestelijke voedsel wordt ons niet klaar voor gezet! De Heere geeft het in den weg van arbeid en worsteling, van nauwkeurig Schriftonderzoek en van ernstige en biddende overweging. Het zijn niet de beste leeraars die altijd maar bij de menschen zijn en die veel op de straat gezien worden. Men kan dan wel hun ijver prijzen, maar niet hun nauwgezette opvatting van heel hun ambtswerk. Zulke leeraars móéten wel verarmen in hun prediking en onderwijs, en het gemis aan levensgedachten moeten zij dan wel goed maken door holle woorden en hard en luid spreken. O, hoe laten de menschen zich door dit laatste vaak bedriegen! Dan zeggen zij: de dominee zat er goed in! Maar een eenvoudige opmerker zou kunnen zeggen: er zat niets n Laat een leeraar dan ook den noodigen tijd in zijn studeerkamer zitten. Hij moet niet vergeten dat het geloof ook uit kennis bestaat. Hij moet zich voeden in of door de woorden des geloofs en der goede leer. Hier zijn bedoeld de woorden, waardoor het geloof beleden wordt. Niet dat hij zich slechts een woordenschat zal eigen maken. Neen, woordengodsdienst is er al meer dan genoeg. Maar het geloof dat de Heere werkt moet zich tegenover elke zonde en dwaling kunnen uitdrukken. Godsdienst zonder woorden bestaat niet. Welnu, in dit zich uitdrukkende, belijdende geloof moet een leeraar hoe langer hoe sterker worden. Hij mag niet vergeten dat de Heilige Schrift, het Evangelie naar de Schriften, de grazige weide voor de kudde is, maar ook dat hij zelf die grazige weide moet voorhouden, ja, dat zijn eigen prediiking die moet zijn. Hij moet zich voeden in de woorden des geloofs en in die der goede leer. Dit laatste is de verklaring of liever de aanprijzing van het eerste. De woorden des geloofs vormen de goede belijdenis, die Timotheüs beleden heeft voor vele getuigen en die hem steeds een leidstar, een gids, een baak geweest was. Gij hebt die goede leer achtervolgd, zegt Paulus. Houd er u steeds aan vast. Dring hoe langer, hoe meer in haar schoonheid in! Sta er naar met al uw kracht, zegt de apostel, tot elken leeraar, om u te verdiepen in de geloofsgedachten, om te onderzoeken wat er van afwijkt. En God, uw Zender zal u zegenen met geloofskracht. Loop niet altijd in den tredmolen van de buitenzijde van uw ambt. Er is ook nog een binnenzijde. Zij moet niet minder behartigd worden. Een dienaar van Jezus Christus moet zelf sterk in het geloof zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's