Stichtelijke overdenking.
Gebed om hulp
Heere, help mij! (Mattheus 15 vers 25b)
Gebed om hulp.
Als gij bidt, zoo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij meenen, dat zij door hunne veelheid van woorden zullen verhoord worden.
Zoo sprak eenmaal de Heere Jezus in Zijne beroemde Bergrede, hoe vaak toch werd tegen de kortheid van het gebed gezondigd, alsof God niet het hart doorgrondt!
Maar het gebed, hierboven geplaatst, is niet te lang, mist gelukkig veel omhaal van woorden. Korter kan de nood der ziel niet worden vertolkt. In deze zeer korte bede giet de bekende (ik zou haast zeggen de beroemde) Kananeesche vrouw haar ziel uit voor den Heere.
Deze moeder heeft hulp noodig. Haar dochter toch is deerlijk van den duivel bezeten. In Jezus' dagen lezen wij telkens van menschen, in wie Satan's heerschappij openbaar werd. Menschen, die niet meer zichzelf waren, maar willige instrumenten van de vorst der duisternis. Wie onzer kent niet de geschiedenis van den bezetene te Gadara, die door geen band te binden was en in wien legio duivelen woonden?
In den tijd, toen de heerlijkheid Gods in de vleeschwording des Zoons Gods openbaar werd, vertoonde zich evenzeer de macht des satans in de beheersching van menig menschenkind. Tegenover de macht Gods in ons vleesch stelde satan zijne heerschappij in menschelijk vleesch opdat ten slotte de triumf van het Goddelijke blijken zou. Wat had deze moeder niet doorgemaakt met haar kind, eer zij heenvluchtte tot den grooten Profeet in Israël? Zij had in den strijd tegen satans kracht hulp noodig, zoodat haar zielskreet aan Jezus' voeten werd: „Heere, help mij!"
„Hulp noodig". Ook nu in onze dagen. De eeuwen door, maar ook de eeuwen na Christus' komst melden ons satans sterken invloed. Wend uwe blikken maar rondom u om deze gedachte verwezenlijkt te zien! Wat een invloed des satans overal! Een groot getal menschen gaat reeds zoover, dat zij het bestaan van den Allerhoogste bestrijden. Hoe velen leven zonder gedachte aan het naderend wereldoordeel! Verstrikt door de banden des satans worden zij geheel door hem beheerscht. In hoevele gezinnen wordt openlijk met allen godsdienstvorm gebroken. Het gebed is verboden, de naam des Heeren alleen gekend in vervloeking. Het evangelie der zaligheid vervangen door de leer van den klassenstrijd. De blijmaar omgeschapen door de leer van 't haten.
Invloed des satans overal! Ook in de Kerk des Heeren, waar allerlei dwaling welig tiert! Waar het bestaan van den Zaligmaker, de grond des heils wordt ontkend! Waar de eenige naam onder den hemel tot zaligheid gegeven, wordt gesmaad.
Invloed des satans overal! Ook in die Kerken, waar de valsche rust zoo vele zielen bevangen heeft. Waar de scherpste vermaningen en de liefelijkste beloften afstuiten op het gepantserde hart.
Invloed des satans overal! Ook in 't hart van den natuurlijken mensch, die geleid wordt door den vorst dezer wereld om aan te merken de vergankelijke dingen boven de eeuwige.
Ja, de bede der Kananeesche mag wel de onze worden. Ziende op satan's sterken invloed op allerlei levensterrein, lettende op zijne kracht ook in ons eigen hart, moet de bede om Goddelijke hulp naar omhoog rijzen.
Door de Kananeesche vrouw werd hulp begeerd. Van haar lezen wij dat zij tot Jezus kwam. Immers was deze in hare nabijheid. Hij, die zich in Zijne werkzaamheid, bepaalde tot de landpalen Israels, was nu in de buurt van Syro-Fenicië. Daarom gebruikte zij deze kostelijke gelegenheid om Jezus te treffen. Is het u nooit opgevallen, hoe de geloovige tijdgenooten van Jezus de geboden gelegenheid gebruikten om Jezus om hulp te smeeken? De blinde van Jericho zat aan den weg, waarlangs Jezus heenging om te roepen: „Gij, Zone Davids, ontferm U mijner".
Gebruik de gelegenheid, als Jezus nabij is! Zij er bij u vrees, dat Hij, die alleen u helpen kan, u ontglippen zal. Zij er bij u de Jacobsgestalte om den Heere toe te voegen: „Ik laat U niet los, totdat Gij mij zegent". Eigen machteloosheid in het bieden van hulp had deze Kananeesche geleerd. Er leven zooveel menschen onder het licht van het Evangelie, die geen strijd des geloofs kennen. Nog nimmer werd het Paradijswoord van „een zetten van vijandschap" in hun hart herhaald.
De Kananeesche kende den strijd tegen den satan. Slag na slag had zij verloren, nederlaag na nederlaag had zij geleden. En ten einde raad snelt zij tot Jezus henen om van Hem de hulp te begeeren, die zij niet verschaffen kan.
Hebt gij ook wel eens tevergeefs gestreden? Zijn uw wapenen in den geestelijken strijd te bot gebleken? Ervaart gij het, dat uw strijd tegen satan's macht een ongelijke is, omdat hij zoo sterk is en gij zoo zwak zijt?
Welnu, dan het voorbeeld dezer Kananeesche betracht, die machteloos in zichzelven, hulp en steun zocht bij den machtigen Christus!
Ja, zij zag heerlijkheid in den Heere Jezus Christus. Zijn glans schitterde haar tegen bij 't licht van den Heiligen Geest. Lezen wij niet van haar, dat zij Hem „Heere" noemde en betitelde met den naam „Zone Davids". Zie haar toesnellen en neervallen aan Jezus' voeten om Hem te aanbidden in de volheid Zijner genade voor behoeftige zondaren. Gods Geest werkt tweeledig. Hij openbaart ons onze machteloosheid in den strijd tegen satan, maar Hij opent ook het oog voor de onuitputtelijke volheid van den algenoegzamen Zaligmaker. In geestelijken zin wordt het woord van den Spreuken-dichter verwezenlijkt: „De konijnen zijn een machteloos volk, nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen".
Als aan menigen bidder gevraagd werd of hij zich bewust is, het eigendom van Jezus Christus te zijn voor tijd en eeuwigheid, zal hij ontkennend moeten antwoorden. Maar niet vreemd is hem het geloofsleven der Kananeesche, die in afhankelijkheid tot Christus de toevlucht nam, vertrouwende, dat Hij hulp verstrekken zal.
Kunt gij u inleven in den benauwden toestand, waarin deze bidderes verkeerde?
Tot Jezus kwam zij om hulp, maar Hij gaf haar geen enkel woord. Dat Hij zweeg tegenover den spot Zijner vijanden, begrijpen wij. Maar dat Hij, zoo teeder van hart, deze bidderes geen enkel antwoord waardig keurde, verbaast ons. Pas later zou deze vrouw, gelijk zoo vele bidders, verstaan, dat Jezus zwijgt met een zalig doel.
Ook de discipelen vallen haar niet bij. „Laat ze van U, want zij roept ons na!'' zeggen zij tot Jezus. En dan opent Jezus Zijne lippen. Hij zegt tot Zijne discipelen slechts gezonden te zijn tot de verloren schapen van het huis Israëls.
Beseft gij nu haren moeilijken toestand? Jezus wijst haar schijnbaar af, de discipelen bieden geen hulp. Zal zij nu huiswaarts keeren om opnieuw den strijd met den satan aan te binden? Maar zij heeft geleerd, dat zij machteloos daartegenover staat. En toch, haar dochter moet gered worden. Zij snelt naar voren, valt neder aan Jezus voeten en uit haar benauwde ziel wordt de angstkreet geperst: „Heere, help mij!"
Gelukkig, die zóó hulp begeeren mag. Zijne ervaring zal zijn, dat hij deze verkrijgt.
In één adem zijn de drie punten: „hulp noodig, begeerd en verkregen" te noemen. In de praktijk des levens ligt er vaak groote afstand tusschen. Hij, die hulp noodig heeft, ziet dat niet altijd. En hij, die hulp begeert, moet vaak wachten, tot hij hulp verkrijgt. De ware bidders moeten geduld oefenen en verstaan, dat zij vaak langen tijd, als de weduwe tot den onrechtvaardigen rechter, tot hunnen God moeten roepen.
De Kananeesche moet eerst nog hooren, dat het onbetamelijk is het brood der kinderen den hondekens voor te werpen. Eerst moet zij hare onwaardigheid erkennen, om daarna pas geholpen te worden.
Wachtenstijd, zoo denkt menigeen, is verloren tijd. Waarom toch dat uitstellen om te verhooren op mijn zoo vaak gebeden gebed? Is het niet om te dieper in te leiden in uwe onwaardigheid? Aan hen, die dat leeren belijden, bewijst God Zijne genade.
Christus moet hulp verschaffen. Zijn eere hangt daaraan. Is Hij niet gekomen om de werken des duivels te verstoren? Kan Hij dan afwijzen het gebed om hulp tegen den satan? Gelukkig als wij dezen pleitgrond ontdekken. Dan wordt 't een pleiten op de taak van Christus, die Hij volvoeren zal.
Verhoord moet worden het gebed der Kananeesche. Het was Christus' werk haar te trekken tot aan Zijne voeten, het gebed om hulp had Hij in haar gewrocht. Zou Hij, die een goed werk in haar begonnen was, dit niet voleinden?
Hulp verkreeg zij. Huiswaarts gekeerd vindt zij haar dochter volkomen gezond, gered door het machtwoord des Heeren. En in hare woning rees het loflied Gode, Die haar verblijd had door Zijne sterkte. Er is verhooring van Godswege. Dat de bidders moed vatten! Het gebed der strijdende Kerk om inbinding van satans macht en uitbreiding der Kerk wordt verhoord. Dan hier, dan ginds worden zielen toegebracht tot de gemeente, die zalig wordt.
Het gebed der wachtende Kerk wordt verhoord. Zoo vaak ligt zij onder in de worsteling met den satan. Zoo vaak wordt zij gebeukt onder de krachtige vuistslagen van den satan. Zou dan nooit hare verlossing dagen? Houdt moed, godvruchtige schaar! God is getrouw. Hij verhoort het gebed. Zijn hulp zal eenmaal blijken. Van deze aarde zal satan's macht verdwijnen. En verlost voor immer van zijne heerschappij zal de roem Gode eeuwig worden toegebracht.
Is er gegronde verwachting, dat uw stem daar eens zal worden gehoord? Kent gij reeds dit smeeken om hulp, om verlossing van den Booze?
Rotterdam. J. de Bruin
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's