Financiën.
Postrekening 35683.
Onze Waarheidsvriend is de huisvriend van alle Gereformeerden in de Hervormde Kerk. Nu ja, ik weet wel als ik dat zeg dat er honderden opstaan en het woord vragen om dit tegen te spreken. Dat zijn dan de Confessioneelen en nog anderen, die bij de Confessioneelen niet behooren en er toch bij behooren; althans altijd arm in arm gaan in het bestrijden van den Gereformeerden Bond. Om nu dit opstaan te voorkomen en hen rustig te houden, zeg ik al vooraf, dat ik dat soort van Gereformeerden niet bedoel. De Waarheidsvriend is daar geen huisvriend. In tegendeel, als hij zou probeeren er in te komen zou hij de deur op slot en gegrendeld vinden en zou blij mogen wezen als hij er nog zonder kleer scheuren afkwam. Maar behalve dan die is de Waarheidsvriend een huisvriend van de Gereformeerden in de Hervormde Kerk. Dat is zoo. Hij komt daar vast eens in de week. Er wordt op hem gerekend en als hij er soms op het gewone uur niet is, dan zegt men: hoe vreemd, de Waarheidsvriend is er nog niet; waar zou bij blijven. Wat jammer, ik wachtte al op hem. En dat is te begrijpen. Hij heeft altijd wat te vertellen. Hetzij over het zieleleven, het kerkelijk leven, over de verhouding van Kerk en Staat, het wereldgebeuren in het godsdienstig leven, het steeds driester optreden van de ongeloofsleeraars in en buiten de Hervormde Kerk, enz. Verder praat hij ook over de inkomsten en uitgaven van twee fondsen, wier doel het is de Gereformeerde prediking in de Hervormde Kerk te verbreiden, voornamelijk door jongelui financieel te steunen die er zonder dien steun niet zouden kunnen komen en van wien op goeden grond mag verwacht worden dat zij later de Waarheid zuiver zullen verkondigen. Ja, die Waarheidsvriend heeft dikwijls heel wat te vertellen wat voor een Gereformeerd mensch in de Hervormde Kerk van groot belang is. Geen wonder dan ook dat steeds met verlangen naar zijn komst wordt uitgezien en dat anderen zeggen: och, wees zoo goed en vraag hem eens of hij bij gelegenheid bij ons ook eens aankomt. Die daar nu op gesteld zijn, moeten dan maar even een briefkaart aan mij schrijven; dan zorg ik wel dat hij het weet.
Evenwel zijn er nog plaatsen, waar tal van Gereformeerden wonen, allen leden van de Hervormde Kerk, bij wie onze Waarheidsvriend nog onbekend is. Als ik daar dan achter kom, dan stuur ik onzen vriend er heen en gaat hij daar de lui opzoeken. Daar hebt ge nu bijv. Lexmond. Er wonen daar 90 leden van den Gereformeerden Bond en bij slechts een 25-tal komt wekelijks de Waarheidsvriend aan huis. Ik heb hem onmiddellijk de overige adressen opgegeven. Onze vrienden aldaar kunnen hem dus Vrijdag of Zaterdag verwachten en ik twijfel niet, na kennismaking, dat ze hem zullen uitnoodigen om hen onder de vrienden te rekenen en verzoeken zijn bezoek te herhalen. Negentig leden van den Bond in zoo'n klein plaatsje, hoe kan dat zult ge vragen? Ja, dat kan niet alleen, maar dat is zoo, want ik ontving de contributie voor 1925 ad ƒ 91.50. Er is geen afdeeling; dus er ging geen enkel procent af. Er was per abuis ook een kwitantie bij van ds. Goverts. De penningmeester zond hem terug, en zette er achterop: „Helaas, jammerlijk vertrokken naar Oldebroek." Ziet het geheim, hoe er in Lexmond 90 leden van den Bond zijn. Dat geheim bezit ds. Goverts; dat weet ik ook niet. Hij heeft het meegenomen naar Oldebroek en wij hebben geduld, veel geduld, maar zien toch uit in hoeverre het geheim aldaar zijn werking zal doen.
Intusschen hopen wij dat wij spoedig in de Waarheidsvriend zullen lezen dat Lexmond weer een anderen leeraar zal krijgen, die het werk, door ds. Goverts begonnen, zal voortzetten.
Maar de Waarheidsvriend is nog meer. Hij doet de Gereformeerden in de Hervormde Kerk met elkander meeleven. Hij vormt een band. Door de Waarheidsvriend spreekt men tot elkander. Men laat deelen in elkanders vreugde, maar ook in elkanders smart.
Zoo lazen wij de vorige week twee advertenties, die van diepe smart getuigden en als men dan eenigszins met de personen bekend is, dan voelt men mede. Eén advertentie trof mij bijzonder. Het was die, welke ons berichtte het overlijden van onzen hooggeachten vriend, den heer G. W. Kwant te Hoornaar. Het is misschien wel 14 jaar geleden. Ik was nog niet zoo lang penningmeester, toen ik voor het eerst met hem kennis maakte op de jaarvergadering. Ik voelde direct: dat is een man met eenvoudige, maar echte, ware godsvrucht. Iemand met een geringe gedachte van zichzelf, arm, niets hebbende en nochtans alles bezittende in Hem. Ik heb sedert verscheidene brieven van hem ontvangen waarin steeds zijn eenvoudig, kinderlijk en oprecht geloof uitkwam. Hij inde al die jaren met liefde en toewijding de contributie in Hoornaar voor mij en heeft er menige gift bij gewonnen.
Ik kreeg van een lid daar ter plaatse een schrijven, waaruit ik u een en ander voorlees:
Het is de laatste keer dat hij u geholpen heeft met het innen der contributie. Ontheven is hij nu van zijn vrijwillige taak. Omdat de diepgewortelde overtuiging in hem leefde dat de Gereformeerde Waarheid verbreid en verdedigd moest worden in onze Hervormde Kerk, heeft hij met warme liefde onder ons gewerkt voor de komst van het Koninkrijk der hemelen, dat vrede brengt en geen verscheurdheid onder hen, die in Christus zijn. Door die groote toegenegenheid deed hij goed en serieus werk onder ons. Waarde Heer, wij verliezen veel in hem. Hij was een stil voortrekker van onze beweging. Voor de drukke wereld was hij niets. Het was zijn begeerte, dat zijn schapen allen één zouden zijn en naar de stem van den oversten Herder luisteren. Eigen bewustzijn van zonde met de zonde der vaderen, hield hem in de diep gezonken Hervormde Kerk, waar hij zuchtte onder Synodalen dwang, maar er niet eigenwillig onderuit wilde loepen.
"Vergeef ons onze schulden", met dit woord klom hij het laatst den kansel op.
"Vergeef de zonde onzer Kerk" was de toon van zijn leven.
"Neem Uwen Heiligen Geest niet van ons".
Thans is de moede dienstknecht des Heeren, ingegaan in de rust die er overblijft voor het volk van God. Moge de Heere zijn weduwe en familie troosten en sterken in dit smartelijk verlies.
Van den heer P. Hakkesteegt, welke wij zeker nu wel als onzen correspondent mogen beschouwen, ontving ik ƒ 35.—, zijnde het bedrag, nog door onzen overleden vriend voor ons geïnd.
Voorts ontvingen wij nog uit Zegveld, van C. Bardelmeijer ƒ 4.10 uit busje no. 20.
Wij moeten thans eindigen. Ik heb mijn ruimte al verpraat.
Over de firma Abbringh en Cuperus, alsmede over de nieuw ingekomen abonné's de volgende week, hopen we.
Hartelijk dank voor alles.
De Penningmeester,
J. C.FLIEHE. Arnhem, Parkstraat 6.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's