Uit de Pers.
Het verwerpen door de Synode van het voorstel der Confessioneele Vereeniging in verband met de reorganisatie der Kerk.
In „de Geref. Kerk" schrijft dr. H. Schokking, lid van de Synode, hierover aldus in „Brieven' uit de Synode" (III):
„De twee voorstellen over de reorganisatie kwamen gelijktijdig in behandeling. Ge weet, dat de Reorganisatie-commissie in de Classis Amsterdam een motie had ingezonden, welke ook door andere classes gesteund was, met het verzoek dat de Synode het daarheen wilde leiden, dat de presbyteriale kerkorde werd ingevoerd. En van de Confessioneele Vereeniging was een verzoek ingekomen om een Commissie te benoemen om de zaak der reorganisatie in onderzoek te nemen. Hoe het met deze stukken gegaan is, weet ge allicht reeds: beide zijn verworpen.
Dit is wel een niet verwachte uitslag geweest. Wij hoopten dat het verzoek om een Commissie, zooals de Confessioneele Vereeniging vroeg, zou worden aangenomen. Het leek eerst dat dit ook 't geval zou zijn. Dit had ook gemakkeli|k kunnen gebeuren, wanneer niet een drietal leden van orthodoxe richting bij dat het verzoek moest worden geweigerd, hadden gesteund. Hun redenen waren natuurlijk niet, dat zij de moderne opvatting deelden — door een van hen werd dit uitdrukkelijk uitgesproken — maar tenslotte beheerscht niet de motiveering, maar de stemming deze zaak. Ik behoef u niet te zeggen dat dit zeer teleurstellend was. Ik kan mij begrijpen dat onder orthodoxen ook verschil van opvatting is als het gaat over de wijze van reorganisatie. Maar dat een verzoek om een studiecommissie niet eens aanvaard wordt, wel, ik had zelfs kunnen begrijpen als er modernen waren geweest, om dit toe te staan. Door deze beslissing hebben de modernen een mooie gelegenheid om aroyaal te zijn, laten voorbijgaan. Het kan niet anders dan den strijd verscherpen. En de orthodoxen die tegen stemden, hebben de tegenstelling binnen den kring der orthodoxie toegespitst. Dit is te meer pijnlijk omdat immers nog niets bekend kon zijn, wat de uitslag van dien commissorialen arbeid zou wezen.
Wat is er toch een vrees, om maar iets principieels onder de oogen te zien. De Modernen voelen zich in de tegenwoordige organisatie veilig. Zij houden er met hand en tand aan vast. Het schijnt dat zij hopen dat de orthodoxie langzamerhand op dit punt vrijzinnig zal gaan voelen; maar „belijders" en „bestrijders" van den Heiland als Verlosser zullen het nooit eens kunnen worden. West is West and East is East and never, these two will meet.
De beide praeadviseurs hadden vóór het verzoek geraden; de secretaris, de president, de vice-president, de meerderheid van de Commissie van rapport waren ook voorstanders om dit verzoek in te willigen; de orthodoxen staan 12 tegen 7 — en zie, toch werd het 10 tegen en 9 vóór. Het ligt nu voor de hand om te zeggen: .„Die gelooven haasten niet", en ieder moet zijn eigen verantwoordelijkheid dragen, — maar het is wel geoorloofd hierbij te voegen, dat wij al wat onze hand vindt om te doen, moeten doen uit alle macht".
Christendom en Cultuur.
Was het eerste Christendom cultuurvliedend? Het lijkt er niet op, zegt het „Kerkblad van 's Gravenhage". Zoowel de Schrift als de geschiedenis schijnen er op te wijzen. De Heilige Schrift stelt noch wetenschap, noch kunst bijzonder hoog.
Israël was noch tolk van de wetenschap, noch tolk van de kunst, maar het volk der religie en de drager van de openbaring Gods, en alle nadruk valt in het volk der belofte op de geestelijke dingen en op de verhouding van den mensch tot God. En wat het Nieuwe Testament aangaat, is het alsof het oudste christendom zelfs de wetenschap onderschat en tegenover deze cultuur vijandig gezind is. Aan de kinderkens wordt geopenbaard, wat den wijzen en verstandigen verborgen blijft. De armen van geest worden zalig gesproken. Het woord des kruises is een dwaasheid den Grieken, die wijsheid begeeren. God heeft de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt (1 Cor. 1), en de kennis maakt opgeblazen (1 Cor. 8 : 1); ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding(Col..2 : 8) en hebbende een afkeer van de tegenstellingen der valschelijk genaamde wetenschap (1 Tim. .5). Het is dan ook geen wonder, dat velen het eerste Christendom „cultuur-vluchtend" genoemd hebben, en nog altijd een diepe klove zien tusschen de oorspronkelijke belijders van den Christus en de cultuurschatten, die vooral toen in de Grieksch-Romeinsche wereld gevonden werden.
Dat contrast bestaat echter niet. Christendom en cultuur sluiten elkaar niet uit.
Israël heeft bijv. bij den bouw van tabernakel en tempel terdege van „de cultuur" gebruik gemaakt, en iemand als Paulus achtte de cultuur allerminst uit den booze. Maar de genoemde uitspraken der Schrift moeten zoo worden verstaan, dat in de eerste plaats Israël niet de roeping had om een bijzondere cultuurtaak te volvoeren. Het was door God verkoren om de belofte van den Messias te vervullen. Het moest het licht van Zijn openbaring doen uitstralen, en andere volken werden meer bestraald met het schijnsel van Zijn gemeene gratie. Daarin is juist 's Heeren wijsheid en goedheid. Hij geeft aan één volk niet alles. Hij gunt den heidenen ook de blijken van Zijn gunst, zij het dan niet de blijken van Zijn verzoenende genade, en het is opmerkelijk, dat de volkeren die voor de eeuwigheid en aan het hemelsche arm zijn, voor het aardsche en wat de tijdelijke schatten betreft zooveel krijgen. Daarin bevestigt zich wat Jezus ons leert in Matth. 5. Hij vermaant ons onze vijanden lief te hebben en ze te zegenen, opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over boozen en goeden, en regent over rechtvaardigen. Zoo staat het met Israël.
En wat de eerste christenen aangaat, mogen wij niet vergeten dat men te doen had met de wijsbegeerte en de moraal van het heidendom. Men stond niet tegen de wetenschap in het algemeen, want die is eigenlijk practisch niet, evenals er niet de kunst is, zonder nadere en bepaalde manifesteering; men kwam in aanraking met de Grieksche, met de niet christelijke, met de paganistische cultuur, en deze kon, gelijk vanzelf spreekt, niet worden aanvaard. Deze moest zonder eenige reserve worden verworpen. Waarbij dan nog komt, dat het jonge christendom de roeping van Christus droeg, om Zijn kruisvaan overal te planten en de moede wereld te prediken, dat in Zijn verzoening rust en vrede is te vinden. Religie gaat, zooals we nog nader zullen zien, verre boven kennen en kunnen uit. Het rijk Gods heeft meerder waarde dan de menschelijke wetenschap. Wat geen oog ooit gezien heeft aan kunstschoon en kunstweelde en geen oor ooit gehoord heeft aan menschelijke wijsheid, en in geen menschenhart is opgeklommen aan vinding en conceptie, heeft God bereid dien, die Hem liefhebben. (1 Cor. 2 : 9).
Zoo zijn de verhoudingen. De conclusie moet dus luiden, dat het christendom niet cultuur-vijandig is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's