Kerk, School,Vereeniging.
NEDERLANDSCH HERVORMDE KERK.
Beroepen te Rhenen F. G. Hospers te Gouda; te Reitsum W, J. de Wilde te Koudum; te Steenwijk J. C. Jörg te Delfzijl; te Adorp H. C. J. van Deelen, cand. te Groningen; te Tjerkgaast C. Sundermeijer te Ritthem.
Aangenomen naar Ee Th. A. Hoen te Ommeren.
Bedankt voor Lexmond D. Plantinga te Elburg; voor Rijsoord Th. A. Hoen te Ommeren; voor Bennekom J. J. van de Pol te Oud-Alblas; voor Oudewater J. C. van Apeldoorn te Voorthuizen; voor Schipluiden Th. J. H. Steenbeek te Leidschendam; voor Ouddorp J. J. Timmer te Ermelo.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen te Niezijl J. Meijer te Houwerzijl; te Langeslag S. Oegema, cand. te Grafhorst; te Brouwershaven A. Koning, cand. te Nieuwerbrug; te Zwartsluis P. van der Sluis te Dirkshorn; te Zegwaart H. Knoop te Kooten; te Aarlanderveen H. Moolhuizen te Krommenie.
Aangenomen naar Tienhoven E. A. Smelik, cand. te Santpoort.
Bedankt voor Driesum J. H. Kroese te Leidschendam.
CHRISTELIJK GEREFORMEERDE KERK.
Beroepen te Zeist W. J. Geels te Apeldoorn.
Bedankt voor Steenwijk H. Hoogendoorn
Vereeniging van Kosters. De Vereeniging van Kosters bij de Protestantsche Kerkgenootschappen in Nederland, hield Maandag haar 25ste algemeene vergadering te Utrecht. De voorzitter, de vergadering openende, richt een hartelijk welkomstwoord tot de aanwezigen, die uit alle oorden des lands zijn aangekomen en gaat voor in gebed. De secretaris leest daarna de notulen van de vorige vergadering, welke onveranderd worden goedgekeurd. Hij brengt daarna verslag uit over het afgeloopen jaar, waaraan o.m. het volgende is ontleend. Het is thans 25 jaar geleden dat te Haarlem door den koster van de Bavokerk het initiatief werd genomen, tot oprichting van een fonds, dat ten doel had, bij overlijden van een lid van het fonds, aan zijn weduwe een uitkeering ineens te kunnen doen. De uitkeering werd verkregen door het bijdragen van ƒ 1.— door elk lid. Nadat door een 12-tal kosters het fonds was opgericht, werden een 300-tal kosters aangeschreven, met het verzoek lid te worden. Het resultaat was niet schitterend, maar toch hebben zij doorgezet en thans is het fondsje van toen, een „fonds" geworden, waarop wij trotsch mogen zijn, al was het alleen maar, omdat het zoo prachtig aan z'n philantropisch doel heeft beantwoord
Aan 62 weduwen kon toch in de afgeloopen 25 jaar een bedrag van ƒ 13.945.— worden uitgekeerd. Dit fonds werd in 1923 een onderdeel onzer Vereeniging. Thans is het ten doode opgeschreven, omdat de wet op het Levensverzekeringsbedrijf dergelijke philantropische instellingen, waaraan volstrekt geen risico verbonden is, niet toelaat te blijven voortbestaan. Onze medeleden te blijven steunen in moeilijke omstandigheden zal echter ons streven blijven.
Daarna brengt de financieele commissie verslag uit over het nazien van de boeken van den penningmeester. Daaruit blijkt, dat de rekening sluit in ontvangst en uitgaven met ƒ 1019.24. Op de spaarbank is geplaatst ƒ 1600.—, terwijl de rekening van het Reservefonds sluit met een bedrag van ƒ 132.01 en op de Spaarbank ƒ 674.71 aanwezig is. Beide rekeningen worden goedgekeurd.
Bij de Bestuursverkiezing worden de beide aftredende leden herbozen. Naar aanleiding van de mededeelingen van het Bestuur over de gevoerde correspondentie met de „Verzekeringskamer", omtrent het al of niet blijven voortbestaan van het fonds, wordt met algemeene stemmen besloten het fonds „uitkeering bij overlijden" op te heffen en aan het Bestuur opgedragen middelen te beramen om de leden in moeilijke tijden, toch eenigen steun te kunnen verlenen. Bij de bespreking van de plaats voor de volgende algemeene vergadering wordt Den Haag gekozen. Na een opmerking aan de leden om in hun omgeving nieuwe leden voor de vereeniging te winnen, wordt de vergadering na rondvraag met dankzegging gesloten. Hierna werd een uitstapje gemaakt naar Baarn, aangeboden door de Utrechtsche kosters.
Rott.
„Er ruischt langs de wolken". Er zijn harten-en nierenproevers onder de menschen, die het lied van Gerdes : „Er ruischt langs de wolken", aan een nauwgezet dogmatisch onderzoek hebben onderworpen. Tot degenen, die op grond daarvan tot een onvoldoende uitkomst kwamen, behoort ook Ds. G. H. Kersten. Zijn vonnis deed een kleindochter van Gerdes naar de pen grijpen en in een waardig woord van verweer wees zij er op, hoe het bekende lied, afkomstig van haar waarlijk vromen grootvader, geen dogmatische waarheid in dichtvorm bedoelde te zijn, maar een uiting is van de blijdschap zijner ziel in Jezus, den Verlosser van zondaren.
In de „Bazuin" noemt Ds. J. Douma, van Den Haag, ook het lied van Gerdes in verband met den arbeid in de Evangelisatie. Men heeft daar juist dezer dagen van kunnen lezen in ons blad, hoe in zulk een Evangelisatie-samenkomst een vrouw, wie de diepe groeven van zorg en teleurstelling op het gezicht lagen, eerst uit haar plooi kwam, toen een knapenschaar het „Er ruischt langs de wolken" begon te zingen. Toen kwamen oude herinneringen boven, haar gezicht ontspande zich en bij het tweede vers begon ze mee te zingen. Heel den avond leefde ze verder mee.
In de kringen van Ds. Kersten wordt nog weinig aan Evangelisatiewerk gedaan. Misschien dat als Ds. K. de zaak eens beziet van uit het standpunt van Ds. Douma, hij tot revisie van zijn oordeel komt. Ds. Kersten was, gelijk Dr. Kuyper ook eens in de „Heraut" schreef, van oordeel, dat de Jezus-naam niet langs de wolken ruischt. In de natuur leert men Jezus niet kennen.
Een predikantsvrouw schreef dezer dagen naar aanleiding van de critiek nog: De beschouwing van Ds. Kersten over „Er ruischt langs de wolken", verwonderde mij zeer. Ik heb nooit den eersten regel op zichzelf genomen, maar hem steeds verbonden met wat er op volgt. Wij zien de wolken tusschen hemel en aarde. Daar ruischt zinnebeeldig de naam van Jezus, dus tusschen hemel en aarde, tusschen God en menschen, hen tot elkander brengend als middelaar.
Ik geloof niet, dat het goed en sympathiek is aan dit lied te tornen, want het is een lied dat Nederland lief heeft. Ik heb Prof. van Dijk eens hooren zeggen: „Wanneer de dichter alleen dit lied gemaakt had, zijn naam zou daardoor alleen reeds bekend blijven".
De „Zeeuw" merkt op, dat bedoelde critiek, ook vroeger al geuit, geen ander gevolg heeft gehad, dan dat dit lied in scholen en Zondagsscholen, bij huiselijke feesten en jaarfeesten van vereenigingen, in Evangelisatielokalen, niet het minst door onze soldaten in en buiten de kazerne, dat wil zeggen bij het poetsen en bij het corveeën, op marsen en op wacht en in steeds meerdere kringen, ja waar al niet, gezongen wordt.
Dr. Kuyper heeft met zijn, overigens juiste opmerking, dit lied er niet uit gekregen; en Ds. Kersten zal — gelukkig ! — met zijn minachtend „Zondagsschoolverskens" het er ook niet uit krijgen. Dit vers is, ondanks zijn ongelukkigen, zij het ook wel wat veel uitgeplozen, eersten regel, een gelukkige vertaling, meer dan zestig jaar geleden door E. Gerdes, den bekenden kinderschrijver, godsdienstonderwijzer, enz. te Haarlem, van een Duitsch vers, en door hem of een ander gecomponeerd. Er zijn weinig verzen, die er zoo „in" gegaan zijn als dit, en zoo algemeen, men mag gerust zeggen over de geheele wereld, overal waar Hollanders wonen of langs varen of tijdelijk vertoeven, gezongen wordt; en voor zoovelen tot zegen zijn geweest;
Wijlen Ds. N. de Jonge heeft dien eersten versregel veranderd in: "Van God is gegeven een lieflijke Naam". Dit geschiedde echter niet omdat de oorspronkelijke versregel hem hinderde, maar — waarschijnlijk — om hem voor zijn Vlaamsche volkje meer verstaanbaar te maken. En zoo zingt men in de Evangelisatielokalen der Belgische Staatskerk nog altijd dit gewijzigde „Er ruischt langs de wolken"; die, schoon minder vloeiend, het voordeel biedt, dat zij (zieMatth. 1 vs. 21) blijft bij „de paden van Gods Woord", zoodat men dit vers ook in de van „Zondagsschoolverskens" afkeerige kringen kan blijven zingen.
De strijd tegen de Chr. Jeugd. In het bijblad van Pniël, „Uw Koninkrijk kome, Mededeelingen uit den arbeid van de zending in Rusland", staat een artikel over de godsdienstige jeugdbeweging in Rusland. Onder meer dit:
„De geloovige jeugd is verstrooid. Hare organisatie is ontbonden. In kleine kringen vergadert zij in 't geheim, met het oog op de spionnen der machthebbers, in kelders om den geliefden Bijbel. Reeds verscheidene jaren doorleeft zij haar Golgotha, haar kruis is zwaar, zweetdroppelen staan op haar voorhoofd, maar Simon van Cyrene is nog niet gekomen, om te helpen het kruis te dragen. Zonder brood en zonder kleeren doet zij haar moeizamen dienst in 't geheim, in den strijd tegen goddeloosheid en zonde, in vreeze voor gevangenschap en nood. Onbekend en zonder genoemd te worden trekt zij voort op haar met doornen bezaaide paden.
De Christelijke Jeugd in Rusland heeft gehoord, dat er in alle landen der wereld ook zulke Christelijke Jeugdbonden bestaan, zooals zij ze heeft. Ja, zij weet dat deze bonden groot, talrijk en invloedrijk zijn, dat er in hun midden geweldig gewerkt wordt. Liederen getuigend van vreugde worden gezongen, groote congressen worden gehouden, maar deze groote broeder heeft zijn kleinen broer, die in ketenen zit, schijnbaar vergeten, of hij weet niets van hem af. De Christelijke jeugd van Rusland versmacht van dorst, maar niemand geeft haar een droppel water, zij heeft honger — niemand reikt haar een stuk brood, zij zit in de gevangenis — niemand bezoekt haar. Zij leeft maar voort in rouw en smart en geen broederlijk troostwoord dringt tot haar door. De Christelijke jeugd van Rusland, gestaald als zij is in den strijd tegen het atheïsme en gehard door allerlei ontberingen, waagt het niet haar hoofd op te heffen en hare stem te laten hooren voor de broeders in het buitenland. Zij denkt aan de verheven belofte van den Heer: „Ik zal u niet begeven of verlaten".
„Wanneer zal de Christelijke jeugd van de andere landen haar broeders in Rusland te hulp komen?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's