De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

7 minuten leestijd

Prins Willem de Verdraagzame.
Twee jaar nu geleden werd door iemand, die der zake kundig is, in „De Waarheldsvriend'" over Oranje geschreven en duidelijk werd toen in 't licht gesteld dat de Vader des Vaderlands ook in de verdraagzaamheid groot was; grooter dan velen van zijn tijdgenooten. Ds. Lingbeek reageerde daar aanstonds op en de schrijver van de artikelen werd in 't zonnetje gezet. Hij wist er — volgens ds. Lingbeek, die alles weet — niets van! Het was de geschiedenis en de waarheid geweld aandoen, enz. enz.
De schrijver van bedoelde artikelen heeft als een verstandig man dat stil langs zich heen laten gaan. „Al is de leugen nog zoo snel" — dacht hij — „de waarheid achterhaalt haar wel". 'En nu komt niemand minder dan ds. Lingbeek zelf, al is 't met een mes in z'n buik, de waarheid in het licht stellen, die met de waarheid van „De Waarheidsvriend" wonderwel overeenstemt.
Prins Willem de Verdraagzame. Dat wordt in de laatste „Vragenbus" in „de Geref. 'Kerk" door ds. Lingbeek behandeld, in verband met „een beroep der tegenstanders van art. 36 op Prins Willem den Zwijger". En de tegenstanders van art. 36 (wat natuurlijk een verkeerde uitdrukking is van ds. L., want 't zijn volstrekt geen tegenstanders van art. 36, maar menschen, die art. 36 volgaarne aanvaarden, alleen over een bepaalde zinsnede een andere opvatting koesteren) krijgen dan gelijk. Want Prins Willem is de Verdraagzame! Ds. Lingbeek schrijit als volgt:
„Willem de Zwijger was persoonlijk de Gereformeerde belijdenis hartelijk toegedaan. Dat heeft hij meer dan eenmaal met ronde woordten verklaard. Over twee punten, ten minste in hoofdzaak, is er echter, in de practijk, verschil geweest tusschen hem en andere Gereformeerden.
1e. over het toelaten van de openbare uitoefening van den Roomschen godsdienst. Prins Willem heeft n.l. in 1577 (78) een ontwerp gemaakt van Godsdienst-of Religievrede. Volgens dat ontwerp zou in het Gereformeerde Holland de Roomsche godsdienst opnieuw vrij mogen worden uitgeoefend en zou, omgekeerd, in de nog Roomsche Zuidelijke gewesten, de Gereformeerde godsdienst vrij worden uitgeoefend. Overal, waar door honderd, 't zij 'Gereformeerde, 't zij Roomsche, huisgezinnen vrije uitoefening van hun godsdienst zou worden aangevraagd, zou hun dat worden toegestaan. Dat voorstel is door wat men nu noemt de Ultra-Calvinisten, vooral door Petrus Datheen, aan den Prins zeer kwalijk genomen. Datheen zou zelfs den Prins een vijand van allen godsdienst hebben genoemd. Maar niet minder heeft het voorstel het misnoegen der Roomschen gewekt. Zij hebben er evenmin van willen hooren". Wat de houding, zoowel van Roomschen als van Gereformeerden, tegenover den godsdienstvrede van den Prins betreft, schreef de Prins zelf het volgende:
„De Roomschen beklagen zich, dat ik hen door het invoeren van den Gereformeerden godsdienst, tegen mijn eed, om den tuin geleid heb; de Gereformeerden, dat ik door de Roomschen met giften omgekocht ben; Roomschen en onroomschen beiden zijn tegen mij, om den Religievrede, misnoegd. (Zie Groen van Prinsterer. Handbook van de Geschiedenis van het Vaderland, Deel 1, paragraaf 184).
2e. Was er nog een verschil tusschen den Prins en vele Gereformeerden, onder welke laatsten zich des Prinsen eigen broeder. Graaf Jan van Nassau, de Stadhouder van Gelderland, de stichter van de Unie van Utrecht en de eigenlijke voorvader van ons tegenwoordige Koninklijk Huis, bevond. Dit verschil liep over de aanstelling van een Roomschen vorst, den Hertog van Anjou tot heer over de Nederlanden in de plaats van den afgezworen Fllips van Spanje. De Prins zag n.i. geen kans meer om zonder hulp van buiten zich tegen het machtige Spanje staande te houden. Menschelijke hulp kon alleen komen van Frankrijk, dat in dien tijd wel Roomsch was, maar tegen Spanje vijandig en dat verreweg veel machtiger was dan het Protestantsche Engeland, Daarom wilde de Prins, dat de Hertog van Anjou, een broeder van den Franschen Korting, die bovendien uitgestrekte goederen bezat in de Zuidelijke Nederlanden, als Beschermer der Nederlandsche vrijheid, ja als Landsheer zou worden verkozen. Wat ook is geschied. Natuurlijk, nadat handhaving van de rechten van den Gereformeerden godsdienst was beroofd.
Dat hulp inroepen van een Roomschen vorst, al was er ook vooruitzicht, dat die vorst met de beslist-Protestantsche Koningin Elizabeth van Engeland in het huwelijk zou treden, was aan vele Gereformeerde Nederlanders een doorn in het oog.
In het door Groen van Prinsterer uitgegeven „Les archives de la Maison d'Orange" 'lazen wij eens een brief van Graaf Jan, 's Prinsen eigen broeder, geschreven kort nadat Willem door Balthazar Geraerds verraderlijk was vermoord, waarin de Graaf de vrees uitspreekt, dat wellicht deze sluipmoord een oordeel des hemels is geweest over het hulp zoeken van den Prins bij een vorst van Roomsche belijdenis".
Als we nu dit alles hooren en lezen, meegedeeld door ds. Lingbeek, is het dunkt ons zoo klaar als de dag, dat Prins Willem van Oranje de Verdraagzame is geweest. Maar hoewel ds. Lingbeek zelf het materiaal aandraagt, zegt hij ten slotte dat het toch zoo niet is.
Nu gaat het ons echter niet om hetgeen ds. Lingbeek er van maakt; het gaat ons om de waarheid en de werkelijkheid. En dan is Prins Willem van Oranje de Verdraagzame geweest, door vriend en tegenstander dikwijls niet begrepen, zelfs gewantrouwd; maar nochtans de welbewuste, eerlijke, nobele, verdraagzame Vader des Vaderlands! Daarbij echt Gereformeerd; die voor een ander niet behoefde onder te doen! Hij zelf schrijft daarover als volgt:
„Het moest ongeloofelijk wezen, dat sommigen in twijfel kunnen trekken mijn ijver voor den Godsdienst, om welken ik zoo veel heb doorgestaan. Ik erken de handelwijze van sommigen niet goedgekeurd te hebben, maar in hetgeen tot wezenlijke bevordering van den Godsdienst verstrekt, begeer ik voor niemand onder te doen". (Zie Groen van Prinsterer, Verspreide Geschriften II, blz. 314). Bij dit alles was en bleef de Prins afkeerig van geloofsvervolging; vasthoudend aan de Gereformeerde religie; wat hij door zijn daden heeft getoond en bewezen
Van het houden van een der eerste Synoden onzer Kerk, de Synode van Embden was de Pins één der eerste aanstichters. (Zie dr. B. van Meer, de Synode te Embden, blz. 89). Alle kerkezaken werden in die dagen geregeld in overleg met den Prins, die zorgde voor predikantstractementen, enz. en vaak uitkomst vond als niemand uitkomst wist.
In de dagen van het beleg van Leiden, toen twee van 's Prinsen broeders gevallen waren in den slag en alles in Holland benauwd was, schreef Willem een brief, waarin hij onwillekeurig zijn geheelen strijd kenmerkte als een strijd voor Gods Kerk.
„Van droefheid weet ik nauwelijks wat ik doe. En desniettemin moeten wij ons altijid schikken in den wille Gods en in aanmerking nemen Zijne goddelijke Voorzienigheid, dat Hij, Die het bloed van Zijn Zoon gestort heeft, om Zijn Kerk in stand te houden, niets doen zal dan hetgeen strekke tot Zijn eere en tot bescherming Zijner gemeente, ofschoon het der wereld onmogelijk schijnt". (Gr. van Prinsterer, Handboek 1, blz. 179).
Na Leiden's ontzet was het de Prins, die aan Leiden een Universiteit bezorgde, vooral opdat daar aanstaande Hervormde predikanten zouden worden opgeleid.
In het jaar van zijn sterven nog aanvaardde Willem, na lang tegenstribbelen, de hem aangeboden gravelijkheid over Holland, waarbij hij , zich plechtig verbond „de ware Christelyke Gereformeerde "religie alleen te zullen handhaven" (Zie Groen van Prinsterer's Handboek 1, blz. 208)"
In waarheid verdraagzaam was de Prins zeker, méér dan velen zijner tijdgenooten. Daarbij liefhebber van de Gereformeerde religie. Daarbij beschermer van de Geref. Kerken, om die te steunen en te helpen waar 't kon en moest.
Prins Willem de Verdraagzame! Die eer moet men Oranje laten!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's