Financiën.
Financiën.
Van onzen tweeden reiziger ontving ik een uitgebreid schrijven, dat hieronder volgt. Het was echter vergezeld van een stortingsbiljet welks inhoud ik u vooraf wil mededeelen, dan leest de brief prettiger. Het stortingsbiljet was van de collecten te: Onstwedde ƒ 25.75; Hoogeveen 51.20; Staphorst 224.50; Rouveen 44.— ; ƒ 345.45 Reeds is verantwoord een bedrag van ƒ 657.30, zoodat door de beide jongelui verzameld is een totaal van
Duizend twee gulden 75 cts
Groningen, 1 Sept. 1925.
Geachte mijnheer Fliehe!
Ja, ja, nu zal ik eindelijk dan eens m'n avonturen in geregelden gang schetsen. Veel prettigs heb ik onderweg ondervonden en heusch, bij de herinnering aan al de vriendelijke menschen die m'n weg kruisten, komt de wensch bij me op dat de tijd twee maanden terug kon rollen of (wat ook niet kwaad was) dat de vacantie nog eenigen tijd duurde. Wat al liefde voor, wat al trouw aan de aloude Gereformeerde Waarheid en... wat hieruit noodzakelijkerwijze voortvloeit, wat een gastvrijheid en hartelijkheid. Allereerst Onstwedde, de plaats die op onzen tweeden tocht 't eerst bezocht werd. Daar woont de heer Johannes Bessembinders. Deze herbergt in z'n flinke woning gaarne menschen die op een of andere wijze voor de verbreiding der Waarheid in de Hervormde Kerk iets tracht te doen. Een uitgelezen adres voor predikanten die in Onstweldde komen preeken! Dank zij zijn hartelijke ontvangst en zijn welwillende inlichtingen, slaagden we er in hier een en ander voor het Studiefonds te verzamelen.
Op Onstwedde volgt Hoogeveen, de plaats waar, zooals men me zei, wel geld zat, doch waar de menschen het niet kwijt wilden. „Goed zoo".— dacht ik — „goed zoo, wij zullen eens probeeren of ze 't voor het Studiefonds ook niet kwijt willen". Och, en het resultaat bewijst toch dat men wel 'n flinken greep in de beurs heeft gedaan, zoodat ik van dat niet „kwijt willen" niets meer geloof.
Door onvoorziene omstandigheden kon ik niet logeeren bij hen die me dit zoo vrienidelijk hadden aangeboden. Maar geen nood, in de ruime villa van den hr. Veldman—Boer was voor den „bedelaar" nog wel een plaatsje. En weet ge wat hier nog bij komt? Twee andere huisgezinnen, de familie Wittekamp en de familie Brunstink hadden me, als het niet anders had gekund, wel willen herbergen. Prachtig zoo !!
Jan Wittekamp (ook een dominee „in spe") heeft me bij de menschen rondgeleid met behulp van een lijst, die de heer Brunstink me verschafte. Ja, dien mijnheer Brunstink mogen de Gereformeerde-Bonders vooral niet voorbijgaan als ze eens in Hoogeveen komen. Die heeft ('k zal het maar verklappen) er slag van om iemand zoo te onthalen dat het je moeite kost om er niet langer dan behoorlijk is, te blijven.
En. ja, nu komt Staphorst, een pitoresk dorp, het neusje van den zalm. Ja, Staphorst is kampioen! Om de pet voor af te nemen! Het geweldige resultaat dat we hier bereikten is voor een niet gering deel aan de herbergzaamheid van den „pastor loci" en diens edhtgenoote, ds. en mevr. Kraay te danken. Een gansche week hebben ze me geherbergd! En als we dan 's middags om half één of 's avonds voor den eten dorstig terug kwamen, schonken rappe handen ons smakelijke thee. Ons, d.w.z. Henk Kraay en mij. Henk (met wien ik intusschen dikke vrienden geworden ben) heeft me een gansche week geholpen. Nooit werd hij vermoeid en als ik dacht dat er bij dezen of genen niets viel los te krijgen, dan bezat hij wel eenige middden daartoe. Dat hij me heeft willen vergezellen èn in Staphorst èn in Rouveen, heeft er veel toe bijgedragen dat de inzameling zulk een schitterend succes had. Onze hartelijke dank er voor! Den Zondag heb ik ook nog te Staphorst doorgebracht. Dat is wel iets heerlijks: een dag der rust gewijd aan den diens des Heeren, op zulk een interessante plaats door te brengen. Is het wonder, dat ik van blijdschap mee instemde in dat mooie: „Ik ben verblijd, wanneer men mij"?
En als ik dan des Maandags naar huis terug ging, was het met een hart vol dankbaarheid voor die vriendelijke, hartelijke pastoriebewoners, voor die goede menschen uit Staphorst en Rouveen; maar bovenal voor den Heere, Die alles wèlgemaakt had.
Soli Deo Gloria. Gode alleen zij de eere!
Met vriendelijke groeten,
ABBRINGH.
Wat heerlijk, dat onze jongelui overal zoo vrienidelijk ontvangen zijn en men zoo behulpzaam is geweest. Ja, dat Gereformeerde vollk is een stug, onverzettelijk soort, zegt men wel eens. Jawel, voor hen die de Waarheid tegenstaan en voor de vijanden van Gods Woord, daar gaan ze geen stap voor opzij, maar anders ..... dat ziet ge aan de behandeling van onze beide jongelui.
Duizend gulden, goeie menschen. Ik had gedacht, als ze eens ƒ 500.— thuis brachten, ik zou mijn beide handen dicht knijpen. Maar ziet nu eens. En dat in den slappen tijd. Het valt op een gloeiende plaat, want dan moet ge zulke reuzenuitgaven hebben te doen, zooals nu met het begin van den nieuwen cursus en dan zoo bitter weinig ontvangen. Ik weet wel, dat is elk jaar zoo, dus niets bijzonders. Neen, maar het is wel iets bijzonders dat die uitgaven ook nu weer zoo toenemen. Daarom valt deze extra collecte zoo mee. Jammer, dat de vacantie niet langer duurde. Ja, dat vind ik ook. Ook jammer, dat net op zoovele plaatsen de collecte voor de verwoeste plaatsen werd of was gehouden. Daar was echter niets aan te doen. Dat ging voor, dat spreekt. Zij zijn nog lang niet overal geweest waar men hen verwacht had. Daar moet men nu maar niet leelijk om kijken, 't Is hun, evenals mij, goed bevallen en bij leven en welzijn hopen ze een volgend jaar de reis voort te zetten en er nog meer te bezoeken dan nu. In ieder geval, ze verdienen onzen hartelijken dank voor alle moeite en zorgen, waarin zij hun vacantietijd hebben doorgebracht. Dat was echt „uitspanning door inspanning".
Wij gaan nu zien wat er nog meer ontvangen is:
Kampen, van E. Roest, penningmeester van „Uw Woord is de Waarheid", uit busje 125 ƒ 10.50.
Steenwijk, van J. N. ƒ 2.50 voor het Leerstoel-en Studiefonds.
Zeist, door < ds. Bouthoorn ƒ 2.50 van B. voor het Studiefonds.
Amersfoort. Geïnd door den heer R. Ruitenberg Hzn. contributie van de leden ƒ 18.25; bijdragen aan het Leerstoelfonds ƒ 12.—; tezamen ƒ 30.25.
Rotterdam, van J. D. Verschoor, penningmeester der afdeling, aan contributie na aftrek der 25% ƒ 76.50; Leerstoelfonds ƒ 4.50; Studiefonds ƒ 2.50; tezamen ƒ 83.50.
Met de medewerking tot het verkrijgen van nieuwe abohné's begint het hoe langer hoe beter te gaan. Van vele zijden ontvang ik adressen voor proefnummers en gelukkig zijn er velen, die na kennisname van ons blad ook de dubbele briefkaart ingevuld terug zenden en abonne worden.
Lijsten met namen voor proefnummers ontving ik nog weer uit
Groningen met 10 stuks.
Bodegraven 25 stuks. Terwijl M. V. uit Oud-Beierland zich opgaf als lid.
Hiermede ben ik aan het einde van mijn medededingen voor deze week. Mogen de Gereformeerd Hervormden eendrachtig samenwerken tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in het midden van de Kerk onzer vaderen.
Met hartelijken dank.
De Penningmeester, J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Postzegels, Capsules en Zilverpapier.
Ontvangen van:
1e. Arie, Tennis, Adrianus en Liesje van 't Verlaat, Hardinxveld, zilverpapier, postzegels en 263 halve centen;
2e. Mej. N. van Veen, Oude Rijn, postzegels, capsules en zilverpapier, verzameld door mej. H. en de Zondagsschoolkinderen; benevens ƒ1.— van mej. O. H. en ƒ2.—vanN.N. ;
3e. Rika en Cor Paul, (Kralingen, capsules, Postzegels en zilverpapier.
Met hartelijken dank.
Mej. J. DEN HARTOG.
Maliebaan 70a. Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's