De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JAN DE BAKKER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JAN DE BAKKER

6 minuten leestijd

1) JAN DE BAKKER
Woerden is zijn geboorteplaats. Daar, waar nu, in het verlengde van de Havenstraat, vlak achter het gerestaureerde Kantongerecht de conciergewoning staat was vroeger de kosterswoning; en daar is in de eerste helft van September 1499 Jan geboren, zoon van Jan Dirkszoon. Van de vrouw van Jan den Koster weten we weinig of niets. Toen haar zoon zich openlijk voor de Reformatie verklaarde, leefde zij nog met haar man en haar dochter Neel. Deze dochter hielp haar vader trouw in de kerk en is bekend als "Neel de Koster", terwijl de vader dan „Jan de Koster" heet. Verondersteld wordt dat Jan de Koster ook bakker was, daar het kosterschap niet voldoende opleverde voor hem en zijn gezin; overigens was hij ook voor elken eerlijken arbeid te vinden; bijv. graafwerk, steenen kruien, enz. Schoolmeester is de vader niet geweest.
Met zijn onverzettelijk karakter had de vader het er op gezet, dat zijn zoon Jan meer onderwijs moest ontvangen dan rechttoe en dan priester zou worden. Daarom ging het eerst naar de school van „meester Gerrit" te Woerden, waar Jan ondenwijs ontving in lezen, schrijven, rekenen, zingen en waar hij psalmen moest leeren. Toen de knaap, die zeer gevat was en vlug van begrip, toonde dat hij voor verdere studie geschikt was, zette vader Jan z'n plan van verdere studie door en zond hij zijn zoon op 12-jarigen leeftijd naar Utrecht, naar de Kapittelschool van St. Maarten. Priester te worden lokte den jongen Jan geenszins aan en als een dreigend spooksel heeft dat toekomstbeeld een donkere schaduw geworpen over het jeugleven van Pistorius. In kinderlijke gehoorzaamheid verzette hij zich echter geenszins tegen den wensch van zijn vader; zijn ouders had hij hartelijk lief en het was zijn lust hen in alles te gehoorzamen. Van der jeugd af aan had Jan geestdijke indrukken. Van een plotselinge bekeering op lateren leeftijd hooren we niet; hij vond in dit opzicht blijkbaar meer gelijkenis in Timotheus, die van kindsaf de Heilige Schriften geweten heeft, dan in Manasse, die in den kerker werd bekeerd.
Drie jaren, van 1511 tot 1514, heeft Pistorius, of Jan van Woerden geheeten, op de Utrechtsche Kapittelschool doorgebracht. Toen het zijn vader financieel te zwaar viel is Jan wel te Utrecht gebleven, maar nu als koorknaap in de Domkenk. Daarna is hij naar een school van de Broeders des gemeenen levens gegaan; niet uit liefde tot het priesterschap, maar hij begeerde door te studeeren. Op deze Hieronymus-school kwam hij in 1514, toen hij 15 jaar oud was en bleef daar tot zijn 20ste jaar.
De uit de Kerkgeschiedenis ons bekende Hinne Rode was de rector, een godvruchtig en bekwaam man, die zich zeer tot den ijverigen Jan van Woerden voelde aangetrikken en van wien groote invloed op zijn leerling is uitgegaan. Waar de meester zich openlijk aan de zijde der Reformatie schaarde, is ook Jan bewogen partij te kiezen voor de nieuwe leer; en hij deed het van ganscher harte; waarvan het gerucht spoedig doordrong in Woerden, tot groote ongerustheid van Jan den Koster, die hem van de school terug riep; mede hierom, daar de vader bang was dat men zijn zoon te Utrecht kwaad zou doen. Op de Utrechtsche broederschool, onder leiding van Hinne Rode is echter de richting aan Jan's leven gegeven, waarin hij zich voortaan bewegen zou. Want al verliest hij Utrecht, hij verloochende niet wat hij daar geleerd had. In Woerden teruggekeerd, bleef hij de aanhanger van de nieuwe leer en waar hij te Utrecht de verkondiging van het Evangelie als iets gewoons beschouwd had, begon hij er te Woerden ook aanstonds mee. Vooral tegen den aflaat keerde hij zich; waartegen trouwens hier in deze gewesten reeds lang een onvriendelijke houding door velen werd aangenomen: reeds vóór dat Luther's woord nog had weerklonken!
De Reformatie had zich in de Noordelijke en Zuiddijke Nederlanden al zeer uitgebreid en in vele plaatsen achtten kerkelijke en wereldlijke overheden zich ten plicht scherp toe te zien. In 1521 liet Philips van Bourgondië Luther's geschriften verbranden.
Jan de Koster, bezorgd voor zijn 20jarigen zoon, liet hem als onder-of hulpkoster optreden. Men had toen „oude Jan de Koster" en „jonge Jan de Koster"; ook „Neel de Koster". De jonge Jan kon zich gemakkelijk schikken in den gang van het werk, al was zijn leven nu zoo heel anders dan te Utrecht. Hij bezat een groot aanpassingsvermogen. Hij stelde daarbij zijn betrekking als koster dienstbaar aan de verkondiging van het Evangelie, waarbij hij de gunsteling was van heel Woerden. Noch de burgerlijke, noch de kerkelijke overheid in deze stad stelde zich tegen hem. Wel werd hij herhaalde malen gewaarschuwd; vooral omdat de Utrechtsche geestelijkheid, die hem in Utrecht had leeren kennen, hem in het oog hield.
Als schoolmeester-koster aangesteld, werd de invloed van Jan junior nog grooter; hij maakte veel werk van „den Catechismus te oefenen". Velen werden voor de Reformatie gewonnen en de „Kettersche kring" was te Woerden spoedig hed groot. Zijn gloedvol woord sloeg in bij kinderen en volwassenen die de school bezochten of op andere uren kwamen luisteren. Velen werden tot het geloof toegedaan, door de prediking van den jongen man van ruim twintig jaren, die de eerste prediker der Reformatie was in Woerden en een der eersten in Holland.
De begeerte zijns vaders om hem priester te zien, is niet uitgedoofd; en zoo komt het dat Jan Pistorius na een paar maanden Woerden weer verlaat — nog in 1520 of in het begin van 1521 — om zich naar de Universiteit te Leuven te begeven, waar men uit rijke fondsen gemakkelijk een beurs kon verkrijgen en waar ongeveer 3000 studenten waren. Daar was ook Desiderius Erasmus, met wien Jan's vader vroeger tegelijik op school was geweest; en Jan de Koster begeerde, dat zijn zoon ook met dezen man, die een groot geleerde intusschen geworden was, zou in aanraking komen.
De burgers van Woerden, waar het „wemelde van ketters", moesten den heer Jan Koster-schoolmeester missen maar verloren hem niet voor altijd; want hij zou spoedig weer terugkomen!
In 1522 verliet Jan van Woerden op last van zijn vader Leuven weer. Veel langer dan een jaar is hij er niet geweest. Hij wordt dan naar Utrecht gezonden, om als priester te worden gewijd; waarin de zoon bewilligde, omdat hij zijn ouders wilde geborzamen; niet omdat hij zelf het priesterambt begeerde. Een betrekking aan een Latijnsche school zou hem aangenamer zijn geweest; maar hij wilde den wensch van zijn vader niet tegengaan; temeer waar hij als priester toch ook de jeugd kon onderwijzen. Later zei hij, dat, als hem alles bekend was geweest, hij nooit de kruin had laten scheren!
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JAN DE BAKKER

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's