JAN DE BAKKER
2)
Dat men Jan van Woerden te Utrecht niet vertrouwt, blijkt wel bij zijn priester wijding, want dan wordt hem speciaal de eisch voorgelegd het Lutheranisme af te zweren. Dezen eed wordt door hem gedaan, daar hij op het standpunt staat, dat hij niet de discipel van een, mensch, maar de discipel des Heeren heeft te zijn en hij belooft de waarheid naar Gods Woord te zulllen verkondigen. Hij wilde zoo gaarne de eenheid der Kerk bewaren en erkende geen secten. In dien geest heeft hij den eed te Utrecht afgelegd, denkende Roomsch te zijn en Roomsch te kunnen blijven!
Na zijn ordening als priester verliet hij Utrecht. Hij wist, dat hij, in weerwil van zijn belofte, werd verdacht van ketterij en ontweek de geestelijkheid in de bisschopsstad. Hij was nu twee en twintig jaar oud; en keerde terug naar zijns vaders huis. Lang bleef hij daar niet, want in 1522 werd hij als pastoor aangesteld te Jacobswoude, een plaatsje ten Noorden van Alphen—Oudshoorn gelegen, dat nu niet meer bestaat, maar door Woubrugge lis vervangen.
Een adellijke vrouw, Jacoba v. Woude, te Woerden bekend, aan wie de collatie stond van het pastoorschap harer heerlijkheid, heeft hem daartoe benoemd. Hier kon hij zijn reformatorische denkbeelden vrij verbreiden en de waarheid Gods, naar Zijn Woord prediken; hij had geen geestelijke boven zich of naast zich, hij kon betrekkelijk doen en laten wat hij wou. Van Pistorius is toen voor heel de streek, waar hij werkte, groote invloed uitgegaan. Jacobswoude was de eerste van alle Hollandsche plaatsen, waar de nieuwe leer publiek in een kerkgebouw van den kansel verkondigd werd en men zag er niet tegen op om uren ver er op uit te trekken om een goede predikatie te hooren. Zoo werd Jacobswoude een broeinest van ketterij. Alle parochianen sloten zich langzamerhand bij de Reformatie aan. Met 't doen der missen hield hij op. Gedurende geheel zijn priesterlijke loopbaan heeft hij er maar vier bediend; heel die plechtigheid heeft hem altijd tegen gestaan als verdonkering van het kruis van Golgotha.
Jan van Woerden heeft slechts korten tijd te Jacobswoude vertoefd. Hij is er wellicht nog binnen het jaar vertrokken. De ijverige pogingen door de burgers van Woerden aangewend om hem als priester in hun stad te krijgen, zijn met gunstigen uitslag bekroond. Wellicht was de oorzaak van het zoo spoedig vertrek uit Jacobswoude, dat hij er zich niet meer zoo veilig voelde als in het begin, tegenover de bedreigingen der Utrechtsche geestelijkheid, terwijl Woerden meer gelegenheid bood ongemoeid te werken in het belang der Reformatie.
Zoo vinden we begin 1523 Jan Pistorius als priester in zijn vader-stad, daar geroepen door het gilde der bakkers, die in die dagen — evenals andere gilden soms — het recht hadden een priester voor te dragen, tot bediening van een altaar door het gilde gesticht en onderhouden. Naast de twee officiëele priesters was Jan Janszoon ook als priester werkzaam met z'n eigen altaar en biechtstoel, toegang hebbend tot de Kerk.
In Woerden werd openlijk door Pistorius de nieuwe leer verkondigd, zonder dat de priesters er zich tegen verzetten. Eerst later, toen de pastoor de gevolgen in z'n beurs gewaar werd, wees hij den magistraat er op, dat het toch niet aanging een man als Jan Janszoon den toegang tot het kerkgebouw te blijven verleenen voor anti-Roomsche doeleinden. Maar juist als gilde-priester stond hij onafhankelijk naast den pastoor.
De Utrechtsche hooge geestelijkheid bemerkte spoedig, dat Jan Pistorius in Woerden de „Kettersche" leer verbreidde en riep hem ter verantwoording. Maar Pistorius was doof voor hen en weigerde te verschijnen. Hij begreep zeer goed, dat, mocht hij zich eenmaal in Utrecht bevinden, hij zijn vrijheid voor altoos derven zou. De priesters uit de bisschopsstad waren er slecht over te spreken, dat hij zich aan hun oproeping niet stoorde en gaven den Kastelein van het slot Woerden last hem in hechtenis te nemen!
Pistorius en zijn collega Aert, — die evenals hij de nieuwe leer aanhing — werden in een van de kerkers van het slot geworpen. De onderaardsche holen, die nu nog als de vroegere gevangenissen van het kasteel worden aangewezen, zijn vreeselijke verblijven. Waarschijnlijk daardoor werd de collega van Jan Pistorius spoedig door een ziekte aangetast.
Ondertusschen dienden de Utrechtsche geestelijken een klacht in bij het Hof van Holland tegen den priester Jan Pistorius en zijn collega, heer Aert, een man van ruim 40 jaar.
De vrije burgers te Woerden lieten dit alles niet stil passeeren, maar namen een dreigende houding aan en eischten kort en goed van den Kastelein van het kasteel de loslating van hun beminden geestelijke. De slot-kastelein was den gevangenen genegen en gaf hun de vrijheid weer terug, onder voorwendsel, dat de ziekte van den priester Aert zich ernstig liet aanzien; als voorwaarde stelde hij, dat zij zich op den eersten oproep ter zijner beschiibking zouden stellen om verhoord te worden. De losgelatenen hebben dien oproep van den slotvoogd niet afgewacht, maar zijn onmiddellijk buitenslands gegaan, daar zij niet den slotvoogd, maar wel de Utrechtsche geestelijkheid vreesden. De slotvoogd dekte zich door te vertellen dat de priesters tegenover hem hun kettersche gevoelens hadden afgezworen; een verhaal, dat niets dan onwaarheid bevatte.
Pistorius reisde naar Wittenberg, waar Luther toen op dat oogenblik niet vertoefde (April—Mei 1523). Drie maanden is Pistorius met z'n collega op reis geweest en keerde toen naar Holland terug; zij kwamen in den zomer van 1523 te Woerden aan en werden er met open armen ontvangen. Niemand riep hen ter verantwoording; ook niet de Kastelein van het slot.
De Utrechtsche geestelijkheid liet het er niet bij zitten en toen de gedaagden ook nu niet verschenen, werden zij, zonder gehoord te zijn, veroordeeld als aanhangers en verkondigers van de nieuwe leer; zij moesten voor straf „drie jaren in ballingschap vertoeven en een bedevaart naar Rome ondernemen".
Pistorius stoorde zich in den beginne niets aan het vonnis. Hij bleef binnen Woerden voortarbeiden. Alleen wachtte hij er zich voor één voet buiten de stad te zetten. Men behoefde zich niet ver buiten Woerden te begeven of men was op het terrein van Utrecht. En hier was het voor den veroordeelde uiterst gevaarlijk, daar de Utrechtsche priesters hem zochten in handen te krijgen.
Pistorius achtte 't raadzaam voorloopig zijn vaderstad te verlaten en zich aan de nabijheid der Utrechtsche grens te onttrekken. Hij doorreisde nu geheel Holland en begaf zich naar die plaatsen, waarvan hem bekend was dat geloofsgenooten te ontmoeten waren. Hij onderwees hen daar, versterkte hen in het geloof en vuurde hen aan in den strijd. Zoo was hij te Delft, te Loosduinen, te Haarlem, enz. In die dagen leefde Pistorius steeds met den dood voor oogen, maar in plaats van te vertragen haastte hij zich om te volbrengen het werk Gods, predikende Zijn Woord. Zijn beteekenis voor de Hervorming in Nederland is dan ook niet gering te achten.
In het voorjaar van 1524 waagde hij 't weer naar Woerden terug te keeren, waar hij kort daarop in 't huwelijk trad, in alle stilte, met een vrouw, Jacoba of Jaapje geheeten, die in een soortgelijk huisje als de kosterswoning was, al minstens 10 jaar naast hen achter het stadhuis woonde. Geen priester heeft hen in den echt verbonden. Pistorius nam Jacoba tot zijn wettige vrouw, alleen onder de oogen van den alzienden God. Natuurlijk is hem, die een priester was en wien dus door de wetten der Kerk verboden was zich in den echt te begeven, dit huwelijk, vooral later, zeer kwalijk genomen. Maar Pistorius, die zich vrij voelde door het Evangelie, ging er toe over, hoewel hij zijn, huwelijk niet wereldkundig maakte. Ook kon het gemakkelijk verborgen blijven, daar zijn bruid vlak naast het huis zijner ouders woonde, met een gemeenschappelijk achteruit naar de kerkzijde, gelijk ter plaatse nu nog gemakkelijk is na te gaan, dat de buurschap het onderling verkeer gemakkelijk maakte.
De vader was er niet op tegen, dat zijn zoon een vrouw trouwde. Later zegt hij tot de inquisiteurs die er nog al drukte over maakten: „Waarom zou mijn zoon geen vrouw trouwen? Is hij niet zoowel van vleesch en bloed als ik? Waar staat verboden, dat hij het doen mag?
De Schrift verbood het niet en dat was voor vader en zoon, voor moeder en schoondochter voldoende; en uit liefde, zonder bijoogmerken, werd het huwelijk gesloten.
„Niemand heeft het recht door eenig gebod of verbod verandering te maken in wat God heeft ingesteld", zei Pistorius; en waar God het huwelijk had verordineerd, daar stoorde hij zich niet aan zijn priesterbelofte, vroeger afgelegd, en trouwde.
Hoogstwaarschijnlijk zijn er geen kinderen uit het huwelijk van Pistorius geboren. De vrouw van Jan van Woerden is na zijn dood nog in een klooster terecht gekomen en wordt daarom wel „Jacoba Zuster" genoemd.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's