De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

Nieuwe richtlijnen - De sport - De lijkverbranding

7 minuten leestijd

Nieuwe richtlijnen.
Het demonstratief congres van het Socialistisch Verbond van Vakvereenigingen en de Sociaal Democratische Arbeiderspartij, de vorige week te 's Gravenhage gehouden ter huldiging van mr. P. J. Troelstra en tot versterking van de positie der arbeidersklasse om tot een betere samenleving te geraken, heeft ook voor het neutraal openbaar onderwijs enkele richtlijnen voor de toekomst aangegeven.
Wat den openbaren onderwijzers voor den vervolge te doen staat, is, om evenals de oude en oud-collega's de zweep opnamen om eerst met kracht de massa aan te zetten tot den opstand, zij nu den onafwijsbaren heiligen plicht hebben om van heden af hun uiterste krachten in te spannen bij de opvoeding van de areidersvrouwen en - mannen. Het doel, dat daarbij, De Schoolbode", een der afdeelingsorganen van den Bond van Nederl. Onderwijzers, voor ogen staat, is om in de nieuwe phase van den strijd, de arbeidersklasse geschikt en paraat te maken, ten einde haar bij machte te doen zijn haar historische taak te vervullen: „overname van en richtig en goed besturen en leiden der komende nieuwe maatschappij" De Bond van Ned. Onderwijzers verheugt zich over het nieuwe perspectief, dat op het congres werd geopend en waarvan de vruchten echter onder één voorwaarde kunnen worden geplukt, als „alle, maar dan ook letterlijk alle leden zich paraat houden en bereiden voor den strijd en dag in dag uit zorgen voor versterking der gelederen". Daarbij dient dan macht tegenover macht gesteld te worden. De nieuwe phase van den strijd van de zijde van den Bond van Ned. Onderwijzers zal dus zijn om het kind voor de nieuwe maatschappij gereed te maken en voor dit doel de openbare school te gebruiken. De nieuwe richtlijnen laten aan duidelijkheid niets te wenschen over.
De sport.
Enkele dagen geleden hadden de jaarlijksche plechtigheden plaats van de overdracht der rectoraten van de verschillende Universiteiten en Hoogescholen. Belangrijk was daarbij in het bijzonder wat prof. dr. O. Lanz, rector-magnificus der Amsterdamsche Gem.-Universiteit over de uitwassen van de sport opmerkte.-Naar aaftfeidiiig.van de overwinning van de ploeg der Studentenroeivereeniging „Nereus", die het kampioenschap van Europa heeft verworven, zeide prof. Lanz:
„Wanneer niet als doel beoefend, doch slechts als middel — mens sana in corpore sano (een gezonde ziel in een gezond lichaam) — houd ik veel van sport, bedreven binnen de perken van het gezonde menschenverstand en niet indruischend tegen de belangen van het hart. Maar ik moet bekennen, dat mij de sport woede van heden wil voorkomen als een psychische epidemie, als een degeneratie (ontaardings) verschijnsel; en de plaats die tegenwoordig aan de sport door onze groote dagbladen wordt ingeruimd, lijkt mij een onbehoorlijke concessie aan de sportmaniakken. Er bestaat een al te groote neiging om gedurende den zoogenaamden rusttijd, die voor ontspanning gebruikt dient te worden, de spieren maximaal in te spannen tot het leveren van een zoo groot mogelijke hoeveelheid (improduktieven) arbeid. Dit komt mij des te bedenkelijker voor, omdat hierbij in betrekkelijk korten tijd, ook van de hartspier en het daarmee samenhangende vaatstelsel veel meer arbeid geëischt wordt dan ooit gedurende een langen, nuttig besteden werkdag. Het heeft mij dan ook geenszins verwonderd, bij de een of andere dezer wedstrijden offers te zien vallen, en ook dit jaar weer als medikus één der jongelieden te hulp te mogen snellen die tegen de eischen van een wedstrijd niet opgewassen bleek. Wisten de sport-aanbidders maar welke de gevolgen voor den lateren leeftijd zijn! — Als chirurg ben ik steeds bang een sportman te moeten opereeren: het sporthart verdraagt de narkose bijzonder slecht, zooals het ook tegenover infektieziekten weinig weerstand heeft. Ook wil het mij schijnen — vervolgde prof. Lanz — dat „trainen" voor de een of andere „match", zooals dat in onberispelijk Hollandsch heet — dient uitgesteld te worden tot na het volbrengen van de geestelijke dagtaak van den student".
Het komt ons voor, dat de Amsterdamsche hoogleeraar, die als medicus weet wat de uitwassen van de sport voor het menschelijk lichaam beteekenen, geen woord te veel heeft gezegd in zijn afkeurend oordeel over de sportmanie van onzen tijd. Bij de bespreking van de Olympische Spelen in het voorjaar in de Tweede Kamer, is door meer dan één spreker — het moge in andere bewoordingen geweest zijn als welke ditmaal prof. Lanz bezigde — op de ontaarding van de sport gewezen. Echter schijnbaar zonder bij de menschen van de sport indruk te maken. Moge thans, nu het oordeel van een zoo bevoegd man als de tegenwoordige rector-magnificus van de Amsterdamsche Universiteit kwam, de oogen van ons volk open gaan voor de gevaren, welke de jongelingschap bedreigt.

De Lijkverbranding.
Onze rubriek „Kerk, School, Vereeniging" maakte de vorige week melding van een schrijven van het Kamerlid Schaper over de lijkverbranding in "Het Volk". Het lijkt ons van belang om onzen lezers mede te deelen wat het orgaan van den Vrijheidsbond „De Vrijheid" over dit schrijven van het Socialistisch Kamerlid opmerkte, omdat daaruit blijkt, wat over deze dingen in de kringen van de vrijzinnigen wordt gezegd.
„De Vrijheid" schrijft dan over „Rechtsche dwingelandij" het volgende:
„Het Socialistisch Kamerlid, de heer Schaper, is tegenstander van lijkverbranding. Hij heeft 't na de verassching van zijn vriend Van Kol noodig gevonen hieraan uiting te geven in een artikeltje in „Het Volk" in den stijl, dien wij in menige redevoering en uitval van hem in de Kamer kennen; de heer Schaer flapt er wel eens wat te veel uit, maar wie hem kent, neemt hem dit niet al te zeer kwalijk. Wij zouden zijn ongemotiveerden uitval over de „ellendige kruik" stil voorbijgegaan zijn indien men van Roomsche zijde niet op deze ontboezeming ware aangevlogen: om met een beroep daarop opnieuw bij de Regeering aan te dringen in te grijpen en de lijkverbranding te verbieden, althans tot het uiterste (wat is dat?) te beperken; zelfs wordt de regeering opgezet de „heidensche" propaganda voor lijkverbranding in dit land met overwegend christelijke bevolking tegen te gaan en men meent nu handig te zijn door hierbij op te merken, dat de Regeering zich sterk kan weten, „een zoo vrijzinnig man als Schaper" aan haar zijde te hebben. De heer Schaper moge zelf uitmaken of hij dit alles over zijn kant zal laten gaan. Voor ons doet het niets ter zake of de heer Schaper of wijzelf vóór of tegen lijkverbranding zijn. Dit is een zaak, welke ieder burger met zichzelf heeft uit te maken. Hoofdzaak is, dat men elkaar vrijlaat. Wie hier met een woord als „heidensch" werkt, stelle zich eerst eens op de hoogte van de ontwikkeling der lijkverbranding, welke in tal van christelijke landen is toegelaten, terwijl orthodoxe geestelijken daar bij crematies tegenwoordig zijn Het is al erg genoeg, dat de bouw van een tweede crematorium door de Regeering tot dusver werd tegengehouden. Moet het nog erger worden? Zal de nieuwe Regeering debuteeren met het kleine beetje vrijheid, dat practisch gezien slechts een klein deel van ons volk bezit om te beschikken over eigen stoffelijk overschot — onder de noodige waarborgen en dus zonder iemand te schaden — weg te nemen? Vooralsnog weigeren we te gelooven, dat de nieuwe Ministers van Binnenlandsche Zaken en Justitie zich tot de van Roomsche en Antirevolutionaire zijde begeerde dwingelandij zullen leenen".
Nu, wat hier de vrijzinnigen gelooven, hopen wij dat een ijdele hoop zal zijn. Wij kunnen ons niet indenken, dat de Christelijk Historischen op het punt van de lijkverbranding een andere meening zullen zijn toegedaan als de Antirevolutionairen. Over het woord „Rechtsche dwingelandij" zullen we ons maar niet druk maken, want elk opkomen voor het behoud van de christelijke grondslagen van ons volksleven wordt met zulk een naam bestempeld.
Daaraan zijn wij zoo langzamerhand gewend geraakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's