De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JAN DE BAKKER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JAN DE BAKKER

7 minuten leestijd

Jan de Bakker
3)
Jan van Woerden leefde in een tijd dat, ook hier in Holland, de geest en het beginsel der Reformatie doorwerkte in breede kringen. De Broeders des gemeenen levens waren al de voorloopers geweest, om de Schriftuurlijke waarheid bekend te maken; en na Luther's optreden nam het hier van hand tot hand toe. Ook Jan van Woerden was van den geest der Reformatie vervuld en de waarheid naar Gods Woord was hem lief. Natuurlijk werd nu zijn standpunt ten opzichte van Rome's Kerk hoe langer hoe moeilijker. Hij behoorde tot de Roomsche Kerk en was niet Roomsch meer; hij was priester en was eigenlijk geen priester meer. Op de Hieronymusschool was dat al begonnen, dat afwijken van de Roomsche leer. In 1520 had hij in zijn geboorteplaats als kosterschoolmeester reeds gewerkt en gepredikt, niet naar den geest van Rome, maar naar den geest van Gods Woord. In 1522 meende hij, dat hij nog den eed als priester kon afleggen, om in de Kerk te blijven arbeiden; maar alleen naar de Heilige Schrift zou hij de jeugd onderwijzen. En in Jacobswoude waren het „kettersche leeringen" die hij verkondigde; hij bracht de „nieuwe leer"; 't riekte alles naar „het Lutheranisme". In zijn eerste standplaats droeg hij nog een enkelen keer de mis op; maar toen was 't uit. Zijn pastoorschap verwisselde hij daarna met een op zichzelf staand priesterschap te Woerden; hij reisde daarna door Holland om de aanhangers der nieuwe leer in het geloof te sterken en aan te vuren in den strijd. Daarna keert hij in Woerden terug en treedt in het voorjaar van 1524 in het huwelijk. Met dit huwelijk slaat hij bij vernieuwing de kerkelijke wetten in het aange­zicht. Toch was hij nog altijd priester en vertoonde in kleedij en tonsuur de teekenen dezer waardigheid; intusschen Gods Woord tot gids hebbend.
Daarna komt er echter een omkeering bij Jan van Woerden, die nog verder brengt op den weg van de „nieuwe leer". Hij gaat breken met het priesterambt; en hij was de eenige niet. Het kwam in die dagen herhaaldelijk voor, dat monniken en priesters orde en ambt vaarwel zeiden en hier openlijk bewijs van leverden door hun gewaad af te leggen. Voor ieders oog vertoonden zij zich dan als gewone burgers. Zoo trad bijv. Broeder Wouters te Delft op voor de nieuw gevormde gemeente in — burgergewaad! Ook Jan van Woerden liet zich het hoofd niet meer scheren en bewoog zich onder zijn stadgenooten als een gewoon mensch en niet meer als een priester. Hij ging er nu ook toe over met handenarbeid in zijn onderhoud te voorzien en het bakken werd vooral zijn werk. Zoo is hij aan den naam Jan de Bakker gekomen; in 't Latijn Jan Pistorius (Pistor = bakker). Overigens nam hij alle werk, dat hij kon krijgen, waar, om in de behoeften van zich en zijne vrouw te voorzien; ook wellicht om nog wat voor zijn ouders te verdienen, vooral nadat zijn zuster „Neel de Koster" gehuwd was.
Het bakken was voor hem zoo vreemd niet, daar ook zijn vader het vroeger wel gedaan had en hij als jongen wellicht ook wel een handje had meegeholpen. Hij bakte in het huis van zijn vader, dat daartoe gelegenheid bood en wiens gereedschappen hij er voor gebruiken kon. Tot het gilde der bakkers is hij toegetreden, om zoo niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen te mogen werken. Ook droeg hij wel zakken, kruide aarde voor de steenplaatsen, hield zich onledig met akkerwerk, enz. Maar ondertusschen ging hij voort met de verkondiging van het Evangelie. Hij bleef zich Bedienaar des Woords beschouwen, geen Roomsch priester; intusschen werkende met zijne handen om den schijn te vermijden, dat hij predikte voor loon. Alle gelegenheden en plaatsen, waar hij het Evangelie kon verkondigen, waren hem welkom; vooral liet hij geen gelegenheid voorbij gaan om in de kerk te prediken.
Het eigen altaar van 't gilde der bakkers werd daarvoor dan nog al eens gebruikt, ook was hij nog hulp-koster. Zoo sprak hij in Woerden's kerk, maar ook in zijn eigen huis en zocht de menschen op in hunne woningen. Hij wilde de geheele gemeente reformeeren! Niemand belemmerde hem in zijn geestelijk werk. Vooral tegen den aflaat verzette hij zich, niet 't minst, toen de aflaat in nieuwen vorm werd aan den man gebracht en geheel gratis den menschen werd gegeven; wat de Paus zoo had geregeld, om den schijn van „geldmakerij" te vermijden. Toen begon de pastoor te Woerden tegen hem te ageeren en hij klaagde hem aan, waarop de Overheid te Woerden, kennis dragend van de plakkaten door Keizer Karel V uitgevaardigd, hem de Kerk verbood. Dit was hard voor hem en juist omdat hij zoo gaarne in de Kerk bleef en tot gansch de gemeente wilde spreken, schikte hij zich naar de voorwaarden, door de Overheid gesteld, liet zijn hoofd weer scheren en hij zong een mis in de Kerk. Deze eerste mis in Woerden's Kerk is ook zijn laatste geweest. In het onbeperkt vertrouwen deelend van zijn stadgenooten, werkte Jan Pistorius weer voort. Niemand nam blijkbaar zijn schijnbare terugzwenking naar Rome kwalijk en zoo breidde zich de nieuwe leer al méér uit. Toch hield de verdenking tegen hem niet op en de Overheid kreeg last Jan's zuster Cornelia gevangen te nemen en haar te brengen op het slot. Toen ontvluchtte Jan de Bakker Woerden wegens het dreigend gevaar en ging naar Haarlem, waar hij in gestadigen angst verkeerde en van de somberste voorgevoelens vervuld was. Hij verwachtte niet anders, dan dat hij een der dagen door de hand van den scherprechter zou sterven, voor de zaak des Evangelies. Wankelmoedigheid en klein geloof bleven toen niet verre van hem, doch eerlang keerde zijn geloof, moed en heldhaftigheid weer terug.
Hij begaf zich weer naar Woerden! De zaken waren er heel wat veranderd; zijn zuster Cornelia („Neel de Koster" vroeger geheeten; sinds gehuwd) was tegen borgtocht ontslagen en de oude pastoor Herman Janszoon was gestorven; opgevolgd door een geestelijke, die heftiger zich zette tegen de nieuwe leer. Hij duldde geen geestelijke naast zich, die gehuwd was en die allerlei stellingen verkondigde over 't pausdom, het vagevuur en den aflaat, die rechtstreeks tegen de leer van Rome's Kerk ingingen.
Aanvankelijk hoopte de nieuwe pastoor zijn dwalenden broeder nog tot ander inzicht te zullen brengen, doch toen hierop geen kans bleek te zijn, diende hij in April 1525 een aanklacht tegen Jan de Bakker in bij de stadsregeering; daarna bij de landvoogdes te Mechelen en haalde zelfs den bisschop van Luik er bij. In het begin van Mei reeds smaakte hij de voldoening, dat er door Margaretha last gegeven werd Jan de Bakker met zijn vrouw gevangen te nemen en naar 's Gravenhage te voeren. En zoo geschiedde het. In den nacht van 9 op 10 Mei 1525, drongen de dienaars van den slotvoogd van Woerden, die overigens Jan de Bakker niet ongenegen was, de woning van den ouden koster binnen. „Heer Jan" — zoo werd Jan de Bakker toen genoemd — werd inderhaast opgelicht, door de waterpoort onder de stadswal, Noordzijde van de stad, heen gevoerd naar een gereedliggende schuit, waarna hij langs de stadsgracht naar het Slot, aan de Zuidzijde van de stad gelegen bij de Utrechtsche poort, werd gebracht. Den volgenden dag reeds werd hij, door vier gerechtsdienaars begeleid, naar 's Gravenhage overgebracht; want men vreesde dat de burgers van de vrije stad Woerden zich dit alles maar niet stil zouden getroosten; waarbij ook bekend was dat de plaatselijke overheden in de Nederlandsche gewesten, en zoo ook de burgerlijke Overheid te Woerden, afkeerig waren van geloofsvervolging. Daarom moest alles vlug van de naald gaan en bracht men den gevangene naar Den Haag. Daar zou men wel recht doen! Gelukkig dat Jan de Bakker in eene geheel andere stemming verkeerde dan vóór dien tijd, toen hij te Haarlem was. Hij vreesde nu geenszins, zelfs niet den marteldood! En zoo komt het ook, dat hij geen enkele poging deed om te ontvluchten, ook niet toen zijn vier begeleiders hem herhaalde malen gelegenheid gaven te ontsnappen. In Den Haag aangekomen, langs het destijds ongebaande Zuideinde — nu Wagenstraat geheeten — is Pistorius onmiddellijk gebracht naar de Gevangenpoort, waar hij als een misdadiger werd opgesloten. (10 Mei 1825). Hij zou zijn geliefd Woerden niet meer zien en voor goed van zijn vrouw gescheiden blijven.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JAN DE BAKKER

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's