Eenvoudige Bijbellezing.
1 Timotheüs (52)
Houd aan in het lezen, in het venmanen, in het leeren, totdat Ik kome. Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps. (1 Tim. 4 vers 13 en 14)
1 Timotheüs.
Lezen, vermanen en onderwijzen. De apostel is van plan spoedig te Efeze te komen. Ondertusschen moet Timotheüs aanhouden in het lezen, vermanen en leeren. Dit geeft ons aan, hoe wij dat „lezen" moeten verklaren. De apostel zal dus ook dat lezen van Timotheüs overnemen. Hij zal hem in dat werk aflossen. Maar dan kan hier niet bedoeld zijn dat Timotheüs voor zichzelf moet aanhouden in het lezen. Immers dit blijft altijd noodig, ook als de apostel in Efeze zal gekomen zijn.
Het gaat hier dus over eene bepaalde werkzaamheid in de godsdienstoefening. Blijkbaar in navolging van wat er in de synagoge der Joden plaats vond, werd er ook in de samenkomsten der Christenen uit het Oude Testament voorgelezen, ook uit de apostolische brieven en uit de Evangeliën. Let hier dus op, dat het voorlezen het eerst genoemd wordt. Tegen een z.g.n. leesdienst heeft men in onze dagen soms groote bezwaren. Dan komt de gemeente maar zeer schaarsch op. Het is waar, lezen is ieders werk niet. Het voorlezen van sommige voorlezers laat vaak veel te wenschen over. Men heeft blijkbaar iemand aangesteld, die een goede, verstaanbare stem heeft. Zeker, dit is veel waard. Maar als zich daarbij een eentonig geluid paart, terwijl de voorlezing geschiedt zonder dat blijkbaar begrepen wordt wat er staat, ja, dan is dat voorlezen wel het minst aantrekkelijke deel van de godsdienstoefening. Zij begint dan eigenlijk eerst als de dominee begint! Maar als deze er dan ook niet is, en er dan ook nog een lange preek op diezelfde wijze moet voor gelezen worden, wel dan is 't toch geen wonder dat men zegt: „'t is maar een leesdienst", ook al wordt er een schoon gedeelte der Heilige Schrift voorgelezen en al is het een uitnemende preek met een kostelijken inhoud. Lezen is ieders werk niet. Dit maakt dikwijls eene groote moeilijkheid uit in eene vacante gemeente. Als er maar iemand was die goed kon voorlezen, de leesdienst zou meer in eere komen en men zou zijn toevlucht niet zoo gemakkelijk nemen tot een prediker, wiens woord in de verste verte niet haalt bij een gedrukte preek. Men vergeet vaak dat een dominee die zijn preek uitgeeft, daarvoor de slechtste niet neemt. Integendeel, hij zal die nemen, waarin de te behandelen stof het best is uitgewerkt. In plaats van godsdienstonderwijzers die dadelijk maar aan het preeken gaan, moest men goede voorlezers zien te krijgen. Gij zoudt eens zien hoe door het juiste voorlezen der Waarheid deze veel meer tot haar recht zou komen. Het valt in ieder geval op dat Timotheüs, zoolang als Paulus er nog niet was, aan moest houden (er zich op toe moest leggen, staat er eigenlijk) in het lezen, in het voorlezen.
In de tweede plaats in het vermanen. Hier zal zeker ook gedacht moeten worden aan de samenkomst der gemeente. Het voorlezen werd gevolgd door een woord van vermaning. Daarop moest Timotheüs zich ook toeleggen. Daarin moest hij ook aanhouden. Dit bleef steeds noodig, omdat er in het midden der gemeente zooveel zonde en dwaling, zooveel hoogmoed en tweedracht woont. Natuurlijk klonk uit het voorlezen reeds de vermanende stem. Maar met het oog op bijzondere toestanden moest er ook een bijzondere vermaning gehoord worden. Helaas ontbreekt zoo vaak, ook in onze dagen, dit vemanende deel in de prediking, 'k zeg niet, dat er geen woorden over zonde en goddeloosheid gesproken worden. Maar er hangt zooveel af van de wijze waarop dit geschiedt. Als de eisch der bekeering veranderd wordt in een wensch en heel de lange en breede beschouwing over de zonde eindigt met den wensch, dat God maar eens bekeering geve, dan is dit laatste de spil die al het andere precies naar een anderen kant draait dan het bedoeld is. Dan ontbreekt aan zulk een prediking de klem en de kracht der vermaning. Dan staat de vermaning veel krachtiger in Gods Woord dan de prediker haar geeft. Als dan werd voorgelezen b.v. de vermaning van de profeten van het Oude Verbond, of de prediking van Petrus op het Pinksterfeest, dan ware het beter dat, wat de vermaning betreft, het bij dat voorlezen gebleven was. Voorlezen is niet ieders werk, maar vermanen is ook niet ieders werk. O, het is zeer moeilijk om te prediken „naar Gods Woord"! Die het moeilijke daarvan begrijpt, zal het 't beste doen .......... Vermanen moest Timotheüs. En niet de zonde noemen en haar tegelijkertijd weer eenigszins bedekken. Natuurlijk niet alleen in de samenkomst der gemeente, maar ook als hij de menschen afzonderlijk spreekt. Vermanen onder vier oogen helpt soms veel meer dan 'n vermaning in een breede toespraak. Als 't maar met liefde gebeurt, met medelijden, met eene oprechte begeerte om iemand van de dwaling zijns wegs te bekeeren. Niet uit de hoogte, maar met een gebed in het hart. Hij, die een ander vermaant, moet zelf geleerd hebben de kracht der zonde te beweenen.
Timotheüs moest zich toeleggen op het voorlezen, het vermanen, maar ook op het onderwijzen! Aanhouden moest hij in het onderwijzen. Hij moest de gemeente opbouwen in de kennis des geloofs. Zeker, in de onderlinge samenkomst, maar niet minder daar buiten. Ook dit onderwijzen is geen gemakkelijk werk. Zij, die het minst weten, kunnen voor zichzelf het gemakkelijkst onderwijzen. Maar het is de vraag of anderen er dan veel aan hebben. Moeilijk maar ook vruchtbaar is het onderwijs van hen die zelf goed onderlegd zijn. Zij hebben geleerd niet zoo dadelijk over de kwesties heen te loopen. Zij hebben moeilijkheden gezien en vaak door veel zorg heen oplossingen en antwoorden gevonden. Zulke predikanten catechiseeren voor zichzelf niet altijd gemakkelijk. Maar zij laten dan ook denken over de rijke, diepe, heerlijke waarheden des geloofs, en daardoor wordt er ook geleerd. Door middel van, maar ook over het vragenboekje heen! Onderwijzen is een noodzakelijk, maar ook moeilijk werk. En het is geen wonder dat de apostel Timotheüs raadt de gave toch niet te verzuimen die in hem is! Hij moet die gave, het door God gegevene, ijverig gebruiken, opdat hij zou aanhouden in het lezen, vermanen en onderwijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's