De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Een legende.
Een van de groote vraagstukken, welke op dit oogenblik de hoofden van de Christelijke politici bezig houdt, is het vraagstuk betreffende de verhouding tusschen Overheid en godsdienst of wel de verhouding tusschen Staat en Kerk, bij welk vraagstuk vooral artikel 36 van de Gereformeerde Geloofsbelijdenis de groote rol speelt.
Nu zal men, wanneer men over dit onderwerp schrijft of spreekt, één zaak in het oog hebben te houden, n.l. dat men het reeds moeilijke vraagstuk door het doen ingang vinden van onjuiste voorstellingen, niet vertroebelt.
Dat op dit punt wel eens wordt gezondigd, blijkt uit de legende, welke zich gaat vormen, alsof de Antirevolutionaire Partij zou opkomen voor den neutralen Staat. Hoe men aan dit verhaal komt, is ons niet duidelijk. Immers de A.R. Partij belijdt al de jaren dat zij bestaat, dat de Overheid als Overheid gebonden is aan de eeuwige beginselen van Gods Woord; voorts dat God de Overheid bekleedt met Souverein gezag en eindelijk — om ons tot deze drie stellingen te bepalen — dat de Overheid Gods dienaresse is. Deze belijdenis der Antirevolutionairen sluit ten eenenmale de gedachte aan den neutralen Staat uit. Wat men van de tegenstanders wil laten voorkomen, is dan ook niets anders dan een legende.

Onbegrijpelijk en raadselachtig.
Wij schreven de vorige week, dat de rede, welke de politieke leider van de Herv. Geref. Staatspartij, ds. Lingbeek bij gelegenheid van de bioscoopwet in de Tweede Kamer hield, ons niet veel wijzer heeft gemaakt. Wij hadden daaraan nog kunnen toevoegen, dat ook de gedachtengang van den spreker ons hier en daar wat verward toeleek. Dat we daarvan toen geen gewag maakten, was, omdat men bij een eerste optreden van een kamerlid niet zoo nauw moet kijken. Wanneer ds. Lingbeek het dan ook bij zijn redevoering gelaten, had, zouden wij thans niet verder op de zaak ingaan.
Maar er is daarna iets gebeurd, wat een heel vreemden kijk op dit optreden van dit Kamerlid geeft en dat bepaald verband moet houden met de verwardheid, waarvan het lid der Herv. Geref. Staatspartij in de Kamer deed blijken. Wij bedoelen, hetgeen over het gesprokene van het Kamerlid Lingbeek in „Staat en Kerk" voorkomt.
Ds. Lingbeek heeft zijne kiezers van dienst willen zijn en daarvoor zijne Kamerrede in het orgaan van de Hervormde Staatspartij laten afdrukken; de partijgenooten konden dan eens precies hooren, hoe hun ooilam in de Kamer zich in het politieke strijdperk had geweerd.
Maar nu komt voor ons het onbegrijpelijke, het raadselachtige.
Ds. Lingbeek liet ter drukkerij te Amsterdam, waar het orgaan uitkomt, niet zetten wat hij in de Kamer sprak, maar heel iets anders. De Kamerrede van het lid der Herv. Staatspartij, zooals zij in de officiëele Handelingen afgedrukt staat, vergelijkende met wat van die rede in „Staat en Kerk" voorkomt, geeft op allerlei punten verschil.
Een enkel staaltje om dit aan te toonen. In de Handelingen van de Kamer staat:
  Dit wetsontwerp (bioscoopontwerp) wil zijn een wetsontwerp tot bestrijding van het bioscoopgevaar. Bestaat dat gevaar? Ik durf die vraag niet ontkennend te beantwoorden. Ik heb mij in de laatste weken eenigen tijd onledig gehouden met het lezen van de aanplakbiljetten op de bioscoopgebouwen. Ik ben ook wel eens in een bioscoop geweest, en weet dus bij ervaring, welke gevaren daar ons volk bedreigen. Ik las titels als: Drie weken liefde, Een Vrouwenleven, Lord Nelson's laatste liefde (een zeer bedenkelijk stuk), De wraak van een publieke vrouw, enz. Ik zou er zoo meer kunnen noemen.
Tot zoover deze passus uit de Handelingen.
En wat lezen we nu in het overeenkomstig gedeelte in „Staat en Kerk":
   Deze wet wiil zijn een middel tot afwering van een gevaar, dat ons volk bedreigt: het bioscoopgevaar. Bestaat er zulk gevaar? Ik meen van ja. In de jongste weken heb ik getracht mij eenigszins op de hoogte te stellen van het geestelijk voedsel, dat ons volk wordt geboden en daarvoor heb ik mij onledig gehouden met het lezen van de titels van boeken, die in de spoorwegkiosken te koop worden aangeboden, alsmede van de aanplakbiljetten voor de bioscoopgebouwen. Van wat ik las, hier een proeve: Drie weken liefde. De tafelronde van Café Imperial. Een vrouwenleven. Lord Nelson's laatste liefde. Laaiende vlammen. Vlammende jeugd. De wraak van de publieke vrouw. Maar genoeg!
Al dit fraais vinden we woordelijk vermeld in: " „Staat èn Kerk", van 16 October 1925. Wanneer ds. Lingbeek, wat hij liet afdrukken in „Staat en Kerk" laat doorgaan voor wat hij in de Kamer sprak, dan zouden wij willen vragen: houdt de politieke leider van de Hervormde Staatspartij hier zijne kiezers niet voor den mal? Mogen de partijgenooten niet vernemen, wat dominee precies in de Kamer zeide? Valt daar iets van te verbergen, b.v. dat de afgevaardigde om ervaring op te doen, zoo nu en dan eens den bioscoop bezocht?
De houding van ds. Lingbeek lijkt ons hier inderdaad onbegrijpelijk en raadselachtig. De afgevaardigde kan toch op hetzelfde oogenblik geen twee redevoeringen hebben uitgesproken? Maar welke is dan de echte rede, die, welke in de Handelingen staat, of die, welke „Staat en Kerk" liet afdrukken?
Ds. Lingbeek moet zijn kwaliteit van eindredacteur van "De Gereformeerde Kerk" of van mederedacteur van „Staat en Kerk" niet verwarren met zijn lidmaatschap van de Tweede Kamer. Wat hij thans deed, was niet overeenkomstig de waardigheid van een volksvertegenwoordiger.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's