Staat en Maatschappij.
Het Justitiebeleid.
De Minister van Justitie zal binnenkort in de gelegenheid zijn om bij de Memorie van Antwoord op zijn begrooting en daarna bij het mondeling debat in de Kamer zijn meening te zeggen over een aantal onderwerpen, waarbij de beginselen nauw zijn betrokken.
Het Voorloopig Verslag op de Justitiebegrooting, dat onlangs verscheen, geeft een voorproefje van wat ons dan te wachten staat. Onder de onderwerpen, welke nu reeds aan de orde zijn gesteld, noemen wij:
In de eerste plaats de huwelijkswetgeving en de rechtspositie der vrouw. Naar de moderne begrippen moeten man en vrouw ten aanzien van de burgerlijke rechten op voet van gelijkheid worden behandeld en wat de rechtspositie der vrouw aangaat, zoo moet deze, evenals de man, tot alle ambten benoembaar zijn. Thans wordt op den Minister drang uitgeoefend om de vrouw plaats te geven in de rechterlijke macht en haar voor het notarisambt in aanmerking te brengen.
In de tweede plaats de Zondagswet. Ten opzichte van deze wet zal de Minister zich hebben uit te spreken over de vraag of de bestaande Zondagswet al dan niet zal gehandhaafd worden. Onzes inziens zal de Minister zich moeilijk anders dan voor de handhaving kunnen verklaren. De wet van 1 Maart 1815 moge oud zijn, maar zoolang zij niet is ingetrokken en nog bestaat, zal zij uitgevoerd dienen te worden.
In de derde plaats de echtscheiding. Aan de bestaande practijken, waardoor veelvuldig, ondanks het voorschrift van Art. 203 van het Burgerlijk Wetboek, in verband met de bekende opvatting van de rechtspraak echtscheiding bij onderling goedvinden van de echtgenooten tot stand komt, zal een einde moeten worden gemaakt. In geen enkel opzicht mag gedacht worden, wat in sommige kringen begeerd wordt, de echtscheidingsgronden aanmerkelijk te verruimen.
In de vierde plaats de lijkverbranding. De Begrafeniswet, welke de lijkverbranding verbiedt, zal eindelijk eens dienen gehandhaafd te worden. Er zullen strafbepalingen gesteld moeten worden, welke de verassching der lijken verbieden.
Behalve deze vier principiëele onderwerpen zal de Minister van Justitie zich nog hebben uit te spreken over de zoo noodzakelijke bestrijding van de zedeloosheid, de pornografie en de zedemisdrijven, alsmede over de wenschelijkheid van een rijkswet terzake van een vloekverbod.
Wij zijn ten opzichte van het beleid van mr. Schokking en van de antwoorden die hij op de verschillende vragen en opmerkingen geven zal, hoopvol gestemd, te meer waar wij weten, dat hij de clausule uit de Troonrede van harte onderschrijft: „Zoo voor Bestuur als Wetgeving blijft handhaving van de christelijke grondslagen voor ons volksleven richtsnoer".
Moge het hem gegeven zijn om ten aanhoore van heel het Nederlandsche volk klaar en duidelijk zijn standpunt ten opzichte van de principiëele vraagstukken, welke aan de orde zijn, aan te geven. Wij wachten met belangstelling de komende dingen af.
Het wachtwoord.
Het gaat weer den bekenden weg op. Nauw hebben de voorstanders van een innigen financiële band tusschen den Staat en de Kerk in de Tweede Kamer nieuwe predikantstractementen aangevraagd ten behoeve van de kerkelijke gemeenten Erica en Lemelerveld en aangedrongen op eene Voorziening in de godsdienstige behoeften van de Kolonie Spoorwegpersoneel te Maarn, of de R.-Katholieken komen rijkssteun vragen voor den pastoor te Rothem bij Meurssen (Limburg). Natuurlijk zal de regeering, als zij de Ned. Hervormde Kerk aan nieuwe predikantsplaatsen helpt, — wat wij intuschen niet hopen — ook den Roomschatholieken moeten ter wille zijn. Daaroe verplicht Art. 172 van de Grondwet. En zoo versterken de Confessionele Kamerleden, die al maar op grond van het bekende Artikel 36 Staatssteun voor de Ned. Hervormde Kerk begeeren, de positie van Rome.
Neen, dan moet men eerbied hebben voor wat b.v. onze mannen in de gemeente Huizen deden. Daar werd in de Hervormde Kerk een tweede predikants plaats gesticht, alsmede een nieuwe pastorie en kerkgebouw, zonder dat de Staat daar één cent aan betaalt, en dien kant willen de Hervormden naar wij dezer dagen in een berichtje lazen, ook in de Veluwsche gemeente Putten op. Zoo iets dwingt tot respect. Niet versterking van den financiëelen band tusschen den Staat en de Kerk, maar losmaking van de zilveren, koorde moet voor een ieder, die Gereformeerd is, het wachtwoord zijn.
Naar de gevangenis.
Het is ook weer ditmaal gebleken tot welke consequenties het vasthouden aan den stemplicht leidt. „De Banier" meldt dat een vrouw te Poortvliet op 13 October l.l. door den veldwachter is overgebracht geworden naar Breda, om daar in het huis van Bewaring de straf van drie dagen hechtenis te ondergaan, wegens het niet deelnemen aan de stemming voor de Kamerverkiezing van dezen zomer. Naar het blad verder schrijft wacht nog een tiental vrouwen uit Tholen hetzelfde lot.
Tegen een dergelijk optreden kan niet sterk genoeg worden geprotesteerd. Het ergerlijke van het feit zit niet alléén, in de wijze, waarop de vrouw onder politiegeleide naar de gevangenis werd gebracht, noch in de straf welke deze vrouw in het huis van Bewaring met al den aankleve van dien had te ondergaan, maar bijzonderiijk in de Wet, welke een vrouw, die uit hoofde van gemoedsbezwaren verklaart niet te mogen stemmen, dwingt toch aan een verkiezing deel te nemen op straffe van vrijheidsberooving. Niet genoegzaam kan tegen dit fatale voorschrift van de Kieswet worden opgekomen. De regeering zal hier moeten ingrijpen, ten einde aan een toestand, welke geen dag langer mag bestendigd blijven, een einde te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's