Uit de Pers.
De historiciteit van Mozes
De historiciteit van Mozes.
De correspondent van „The Times" in Berlijn schrijft aan dat blad van 20 dezer:
Hubert Grimme, hoogleeraar in de Semitische filologie aan de universiteit te Munster, beweert een van de grootste ontdekkingen gedaan te hebben op het gebied van bijbelsch archaeologisch onderzoek. Zij betreft zijns inziens niet minder dan de steenen tafel met inscriptie, die Mozes zelf zou opgericht hebben om zijn dankbaarheid te betuigen aan de dochter van den Farao voor zijn redding uiit den Nijl en de hooge waardigheden, waarmee hij later bekleed werd. Het blijkt, dat de steen, met 7 andere van eenzelfde karakter, in 1915 door Sir W. M. Flinders Petrie op het Sinaïplateau van Serabit el Chadem, in de nabijheid van een Egyptischen tempel werd gevonden. Het was onmogelijk ze mee te nemen, maar zij werden gefotografeerd en van sommige werden afdrukken genomen. Daarna werden zij zorgvuldig begraven op een plaats, die alleen aan Sir Flinders Petrie beleend was. Het lettertype was onbekend, maar leek eenigs zins op Egyptische hiëroglyfen. Zij bleven onleesbaar tot 1915, toen Alan Gardiner er in slaagde 17 consonanten te vinden.
Professor Sethe, dr. Eisler en prof. Grimme, gebruik makend van dezen sleutel, kregen eindelijk een heel alfabet van 22 letters; en toen bleek het, dat de taal der inscripties bijna gelijk was aan het Hebreeuwsch van den Bijbel.,
Terwijl prof. Grimme met idezen sleutel 'de inscripties ontcijferde, tifof hij 'drie regels bij het leizen, waarvan, zooals hij zegt, „zijn hart stil stond", want volgens zijn constructie behelzen zij de volgende boodschap: „Ik, Manasseh, tempelhoofd, breng dank aan de Faraonische koningin Hatshepsut, omdat zij mij uit den Nijl redde en mij tot hooge eer verhief".
Prof Grimme wijst er op, dat Mozes eenmaal in 't Oude Testament Manasse wordt genoemd en beweert, dat hij hier met dien naam wordt bedoeld. De hoogleeraar beweert verder, dat de steen gewijd werd in den tijd, waarin, naar de bijbelsche chronologie, Mozes nog leefde. Hij dateert den gedenksteen tijdens de regeering van Hatshepsut's opvolger, Thothmes III. Het is z.i. heelemaal niet onwaarsohijnlijk, dat Mozes den steen oprichtte ter eere van en ter heninnering aan de koningin, die zijn volk had beschermd, vooral daar haar aanhangers vervolgd werden en haar monumenten vernietigd door Thothmes.
Professor Grimme dringt er op aan, dat men door middel van de origineele tabletten dieper op zijn ontdekking zal ingaan, die verkregen is door middel van Sir Flinders Petrie's fotografieën en afdrukken. Hij oppert het denkbeeld, dat Duitschland een wetenschappehjke expeditie zal uitrusten om het schiereiland Sinaï te onderzoeken. Men zegt, dat de Britsche regeering reeds medewerking aan dit plan heeft toegezegd. De verrassende mededeling van prof. Grimme werd te Berlijn gedaan op een vergadering van de Centrale Vereeniging van Joodsche Burgers.
Een nader bericht over deze belangrijke ontdekking luidt aldus: In verband met de groote belangstelling welke de door professor Grimme gehouden lezing over den zoogenaamden Mozes-steen heeft gewekt, heeft 't Berl. Tagebl. van dr. Bruno Weil een schrijven ontvangen, waarin o.a. het volgende voorkomt: De geheele pers heeft op de groote beteekenis der vondst gewezen. Om echter het publiek voor ontgoochelingen te vrijwaren, is het noodzakelijk er op te wijzen dat professor Grimme wel met zekerheid in zijn lezing de thesis heeft opgesteld, dat deze vondst 't oudste letter-alphabet der wereld is en in de semietische taal geschreven werd, doch ook, dat hij de door hem gelezen beteekenis, vooral waar zij op Mozes betrekking heeft, slechts met alle reserve voor draagt.
Een definitief oordeel over de steenen tafelen zal eerst mogelijk zijn wanneer de vondst, welke de Engelsche vorscher Flinders Petrie om onbekende redenen op den Sinaï gelaten heeft, naar Europa zal zijn overgebracht en wanneer tevens een onderzoek is ingesteld wat aan dergelijke voorwerpen nog op den berg bestaat.
Maar zelfs wanneer niet alle door professor Grimme opgezette beteekenissen en theses juist zullen blijken, blijkt toch de vondst voor de kennis der vroegste semietische en bijbelse geschiedenis van groot belang.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's