Staat en Maatschappij.
Een nieuw advies - In verzet
Een nieuw advies.
Een eerste eisch, welke aan elke Staatkundige partij mag worden gesteld, is, dat zij helder en duidelijk de richting weet aan te geven, waarin naar hare meening, het politiek beleid moet worden gevoerd. Aan dezen eisch sluit zich nauw aan de vraag, hoe voorts de beginselen, welke worden beleden, practisch in toepassing zijn te brengen. Vooral ten opzichte van de laatste vraag: hoe men zich de uitwerking der beginselen in concreten vorm voorstelt, hebben de Staatkundig Gereformeerden en de Hervormde Staatspartijers zich van den aanvang af in nevelen gehuld. Men mocht nog zoo dikmaals en nog zoo vaak, zelfs met grooten aandrang, vragen om op dit punt eenig licht te mogen ontvangen, het gaf niets; men bleef ten eenenmale het antwoord schuldig en verbrak het stilzwijgen niet. Aan deze geheimzinnigheid is thans van de zijde der Hervormde Staatspartij een einde gemaakt. Bij de behandeling van de Staatsbegrooting in de Tweede Kamer heeft ds. Lingbeek, de onlangs gekozen vertegenwoordiger van die partij, de vorige week zich omtrent deze practische toepassing nader uitgesproken. Hij zeide: „van critiek kan men niet leven", waarop hij onmiddellijk liet volgen: „'t is als hoorde ik mij toeroepen: zeg ons, wat ge toch wilt". En met het antwoord dat op deze vraag gegeven werd, werd plotseling de sluier weggenomen, waarmee tot nog toe het politiek optreden van de Herv. Staatspartij in verband met het te volgen regeeringsbeleid, was bedekt.
Hoe dan ds. Lingbeek en de zijnen zich de oplossing van de ministeriëele crisis dezen zomer, als gevolg van de verkiezingen hadden gedacht, kwam in zijn antwoord duidelijk naar voren:
„Ik meen, zoo zeide hij, dat in een in meerderheid Protestantsch land de weg was, dat een zaken kabinet werd geformeerd, uit in meerderheid Protestantsche mannen met een enkelen Roomsche er bij". Ziedaar dan het ideaal van de Herv. Staatspartij. Men wrijft eohter z'n oogen uit als men zulk een staatkundig advies in de Handelingen der Tweede Kamer leest.
Een palstaander, een geharnast strijder voor artikel 36, die als de beste oplossing van de Kabinetscrisis, een zakenkabinet wenscht, waarin zitting hebben: Antirevolutionairen, Chr. Historischen, Staatkundig Gereformeerden, Hervormde Staatspartijers, Vrijheidsbonders, Vrijzininig Democraten, desnoods Sociaal Democraten, als ze maar protestant zijn en bij dat politiek allegaartje — foei ds. Lingbeek — nog een Roomsch Katholiek.
Het wil ons voorkomen, dat het beeld van zulk een zakenkabinet, wanneer men den, Roomsch Katholiek niet meetelt, een nabootsing zou zijn van de zoo zeer geprezen Volkskerk van ds. Lingbeek.
Welke beginselen de protestanten, tot het ministerschap geroepen, zijn toegedaan, of zij naar het Woord Gods willen leven of wel dit Woord verwerpen, daanmede spotten of dit loochenen, dat alles doet er niets toe, het maakt zelfs bij ds. Lingbeek geen punt van overweging uit, als de ministers van het zakenkabinet maar het etiket dragen van protestant. En dit geschiedt dan alles tot meerdere eere en glorie van artikel 36.
Is het niet in-en in-droevig?
Maar wat hopen — en deze vraag mag toch worden gesteld — ds. Lingbeek en zijn medestanders met zulk een zakenkabinet te bereiken ten behoeve van de Kerk; het gezin, de school, het geestelijk en zedelijk leven van ons volk de Zondagsrust, enz.?
Zouden de maatregelen welke onlangs getroffen werden zoo b.v. ten aanzien van bet verbod van het houden van de Zondags kermis te de Bildt in Friesland als van het weigeren van het sportterrein te Purmerend, om ons slechts tot dit tweetal te bepalen, evenzoo door Vrijzinnigen en Sociaal Democraten genomen zijn — ook al waren zij Protestant?
Zou men meenen dat bij een zakenkabinet met b.v. een Minister van Onderwijs van moderne levensbeschouwing ooit een Gereformeerd man een plaats kreeg als hoogleeraar aan de Theologische Faculteit? Zeker, de nationale instellingen bleven in stand, maar als bolwerk van het modernisme.
En hoe zou het politiek program er hebben uitgezien, waarmede het zakenkabinet was te voorschijn gekomen? Dat het lievelingsdenkbeeld van ds. Lingbeek: vasthouden aan den inhoud van art. 36, een zakenkabinet, den strijders voor dit artikel in het gevlei ware gekomen, meenen wij te mogen betwijfelen. Zelfs zouden wij durven beweren dat bij zulk een Kabinet een ieder een geopend oor zou hebben, behalve de Gereformeerden, de mannen van de Calvinistische levensbeschouwing.
Ons dunkt, dat de eerste proeve, welke ds. Lingbeek van zijn staatkundig inzicht gaf, weinig gelukkig was. Evenmin zijn wij er van overtuigd geworden, dat de politieke leiding, welke van de Hervormde Staatspartij met een zakenkabinet uitgaat, zooveel voortreffelijker zou zijn als het tegenwoordig ministerie onder leiding van den heer Colijn.
In verzet.
Het Tweede Kamerlid Duymaer van Twist heeft aan de ministers van Justitie en van Binnenlandsche Zaken en Landbouw de volgende vragen gesteld:
1e. Is het juist, dat een vrouw uit de gemeente Tholen op 13 October l.l. naar Breda is overgebracht, om een hechtenisstraf van drie dagen te ondergaan wegens het niet uitoefenen van het kiesrecht, en dat nog meerderen vrouwen een zelfde lot wacht?
2e. Zoo ja, zijn de ministers van oordeel, dat op deze wijze met vrouwen, die gemoedsbezwaren tegen uitoefening van het kiesrecht hebben, mag worden voortgegaan?
3e. Wordt vraag twee ontkennend beantwoord, is dan de regeering bereid, zoo haar geen andere middelen ten dienste staan, zoo noodig, voorstellen aanhangig te maken tot wijziging van de Kieswet?
Naar aanleiding van deze zaak schrijft het A.R. Friesche Dagblad:
Al wat in ons is, komt tegen zulk een behandeling in verzet, al gaan natuurlijk de autoriteiten vrij uit, die een bestaande wet handhaven. Maar juist, dat die Wet zóó bestaat, is een gruwel. Wij zijn het met die vrouw niet eens. Wij deelen haar gemoedsbezwaar niet. Maar we hebben er eerbied voor, want wie onze eenvoudige volksvrouwen kent, uit stillen vromen kring, die voelt toch wel dat het 't ergste is wat haar overkomen kan, om met den veldwachter te worden opgebracht. Toch heeft die vrouw 't er voor over! Heel de stemplicht dient te verdwijnen. Maar in elk geval dienen zij, die om huns gewetens wille van de stembus wegblijven, niet langer te worden vervolgd. Er zijn erger misdadigers, die men achter de vodden zitten kan. Zoo'n driedaagsche gevangenisstraf is en blijft een schandaal.
Moge de Heere God voor die vrouw de gevangenis nog tot een Filippensischen kerker hebben gemaakt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1925
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's