De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenvoudige Bijbellezing.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenvoudige Bijbellezing.

1 Timotheüs (55)

5 minuten leestijd

55 Bestraf eenen ouden man niet hardelijk, maar vermaan hem als eenen vader, de jongen als broeders. De oude vrouwen als moeders. de jonge als zusters in alle reinheid. 1 Timotheüs 5 vers 1 en 2.

1 Timotheüs.

De wijze waarop men vermaant, heeft zooveel beteekenis! Met dit hoofdstuk begint een nieuw gedeelte van onzen brief. Timotheüs moest ook een zielzorger, voor de enkelen zijn, een herder, die elk schaap afzonderlijk op het oog heeft en liefdevol verzorgt. Tot hiertoe had de apostel geschreven hoe Timotheüs de gemeente in haar geheel behandelen moest en hoe hij op zichzelf met nauwkeurigheid moest toezien, om zichzelf te behouden en die hem hoor­den. Maar hu schrijft hij aan Timotheüs over de wijze waarop deze met afzonderlijke personen moest omgaan. Een herder moest hij zijn die er op uitgaat om ook het ééne verloren schaap terug te brengen. Het is toch opvallend dat een Dienaar des Woords in de eerste plaats een herder genoemd wordt. Men spreekt immers van Herder en Leeraar en nimmer omgekeerd. Herder gaat voorop. Er zijn dominees die veel meer Leeraar zijn dan Herder. Op den kansel gevoelen zij zich op hun plaats. Hun kanselwerk is dan ook uitstekend. De tekst wordt goed verklaard en toepasselijk uitgewerkt. Met gloed wordt het voorgedragen, het woord dat voor menigeen tot vermaning, onderwijzing en vertroosting is. Maar.... hierbij blijft het dan ook. Men is alleen dominee op den kansel. Hij is geen herder die op den enkele let. Ik zeg niet, dat een Leeraar als zielzorger alle zielen afzonderlijk zou kunnen verzorgen, in den weg der middelen. Neen, dan zou zijn gemeente wel zeer klein moeten zijn. In een groote gemeente is daaraan geen denken! Maar het geschiedt wel dat de verzorging van den enkele geheel of bijna geheel wordt nagelaten. Het woord is goed gezegd op den kansel; daar heeft ieder het kunnen hooren en daarmede uit! Zoo denkt men. En nimmer wordt tot eenen oude of tot eenen jonge afzonderlijk een woord van vermaning of vertroosting gericht. Waarlijk, het is niet voldoende slechts een Leeraar te zijn. Velen vinden het al lang goed als de kerk maar vol is. Het kanselwerk is dan het eenige waarop het oog gevestigd is. En toch geloof ik dat een herderlijke verzorging van den enkele zeer veel zegen verspreidt, misschien meer dan een uitstekende preek voor een volle kerk. De Heere Jezus ging ook hierin alle Herders voor. Zeker, Hij sprak keer op keer tot een groote schare, maar Hij onderwees ook Nicodemus in het nachtelijk uur, ook de Samaritaansche vrouw bij Jacob's bron. 't Was Hem niet te gering slechts één hoorder, één hoorderes te hebben. Op den duur wordt een gemeente ook het meest gebouwd door het eenvoudige, getrouwe herderlijke werk. En het is wel gebleken dat dominees die met zorg hierin arbeidden, de gemeente tot veel zegen waren, ook al hadden zij als predikers slechts weinige talenten ontvangen. Ten slotte mag toch nooit vergeten worden dat het geloof een persoonlijke zaak is, dat elke ziel redding en vertroosting noodig, heeft, en dat de kracht van het Christendom bestaat in het individuëele, in het persoonlijke geloofsleven. Ook kan het niet gunstig werken als de Leeraar op den kansel wel met ernst het allen afvroeg: „hoe staat het met u?", terwijl diezelfde vraag nooit eens onder vier oogen gevraagd werd.
De apostel geeft nu enkele wenken over de wijze waarop de herder met zijn kudde rnoet omgaan. Het verschil in leeftijd en geslacht mag hierbij niet vergeten worden. De apostel denkt aan hen die aan den avond van hun leven zijn. Als de haren grijs zijn en toch het hart nog niet zich tot den Heere keerde, als de dood zich reeds aankondigt en de geestelijke dood nog woont in de ziel. Ja, zoo is de droeve levensavond van menigeen. Duister zijn de oogen, maar daar binnen in het hart is het een veel akeliger duister.
Vermaan den oude, zoo schrijft de apostel, onttrek u van hem niet, laat hem niet terzijde liggen, ga hem niet voorbij slechts met een vriendelijken groet. Maar doe het niet hard. Doe het zóó alsof hij uw vader is. Met liefde, met medelijden. Niet maar om u zelf vrij te maken, als gij het hem maar gezegd hebt. Neen, want gij zijt niet vrij, als ge hem niet als uw vader vermaand hebt in teêren omgang, met geduld en volharding. Men komt er zoo gemakkelijk toe om oude menschen in hardheid toe te spreken, vooral wanneer zij spotten of vloeken, of wanneer zij door hun ijdel geklap of laster hun ouderdom ontsieren. O, zeker, dan kost het een dominee niet veel moeite om hen met een vloed van woorden te vermanen, die als harde zweepslagen neerkomen. Maar zóó mag het niet. Zóó zou men nimmer zijn vader of moeder toespreken. Doe het zóó dan ook dien ouden dronkaard niet, of die lasterende oude vrouw! De zegen, dien uw woord brengt, hangt vaak af van de wijze waarop gij het brengt. Elk verloren schaap heeft een afzonderlijke zorg noodig, maar het zij steeds een verzorging in liefde. Zoo ook de jonge menschen. Vermaan hen alsof zij uw broeders, uw zusters waren, zoo sohrijft de apostel. Vooral niet uit de hoogte. Daartoe vervalt men zoo spoedig, jonge menschen ver beneden zich te achten en hen dan te berispen met woorden als: wat verbeeldt ge u wel? Eu toch stuit niets de jeugd zoo af als een hooghartige vermaning, die zij van hun ouders of opvoeders ontvangen. Een broeder is een gelijke. Een broeder staat niet boven ons, heeft slechts naast ons een plaats. Een dominee moet tot de jonge menschen kunnen afdalen en in zijn vermianing met hen omgaan zooals hij met zijn eigen broeders zou omgaan. Met de jonge vrouwen als met zijn zusters. In alle reinheid. Opdat er zelfs geen zweem van verdenking valle op hem, die vermaant. En zoo is ook hierin weer de liefde de vervulling der wet. Een zacht, antwoord, keert de grimmigheid af, maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Eenvoudige Bijbellezing.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's