De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

Op den tweesprong.
De politieke toestand waarin ons land verkeert, is bij menschenheugenis nog nimmer zoo gecompliceerd geweest als op dit oogenblik. In welke richting men ook ziet en welke methodes van oplossing van de ministeriëele crisis worden aangewezen, er is nog geen enkele, aanwijsbare weg, die voorshands zou kunnen worden ingeslagen om uit het politieke moeras te geraken.  De stap welke bij de vlootwetcrisis nog kon worden gedaan, om ten slotte aan het Kabinet het ontslag te weigeren, kan ook hier niet helpen omdat, zoo het ministerie blijft zitten, de Kamer zal moeten beginnen met de verdere afhandeling van de begrooting van Buitenlandsche Zaken, waarin zij is blijven steken. En reeds nu is te voorzien dat, wanneer de begrooting in stemming zal komen, zonder dat het gezantschap bij het Vaticaan er in is opgenomen, zij met de stemmen der geheele linkerzijde plus ditmaal die van de Roomsch Katholieke Kamerfractie, zal worden verworpen.
Met een terugkeeren van het demissionaire Kabinet, zoo zonder meer, staan wij dus binnen een week weer voor de politieke moeilijkheden.
Wil in den toestand eenige helderheid komen, dan zal moeten worden gepoogd of er tusschen de Roomsch Katholieken en de Christelijk Historischen een compromis is te verkrijgen. Naar de Roomsch Katholieke Kamerfractie de vorige week den heer Marchant, als antwoord op diens vraag om met de uiterste partijen der linkerzijde een Kabinet te vormen, liet weten, handhaaft zij nog steeds onverzwakt haar meening, dat een ministerie, steunende op de drie rechtsche partijen, de meeste waarborgen geeft voor een alzijdige behartiging van 's lands belangen. En van een zelfde gevoelen zijn ook de Christelijk Historischen, die meermalen hebben verzekerd dat alleen een samengaan der partijen van de rechterzijde in coalitie een vruchtbare wetgeving mogelijk maakt. Waar nu deze standpunten, welke elkander volkomen dekken, schier bij elke gelegenheid dat dit pas geeft, worden ingenomen en de juistheid er van wordt herhaald, zal de poging moeten gewaagd worden om het geschil, dat een goede samenwerking tusschen Roomsch Katholieken en Christelijk Historischen in den weg staat, tot oplossing te brengen. Naar de berichten in de bladen melden, schijnt een stap in de richting om tot overeenstemming te geraken, gedaan te worden. De kans van slagen zal wel gering zijn; toch hopen wij dat de poging niet geheel tevergeefs zal gedaan worden. Mocht onverhoopt van een saamwerking niets komen, dan vreezen wij het ergste. Want dan kon wel eens voor de Roomsch Katholieken de noodzaak intreden, om zich van de rechterzijde af te wenden en zich met de Vrijzinnig Democraten en de Sociaal Democraten te verstaan om gezamenlijk de leiding van 's lands zaken in handen te nemen.
Er werd dan ten opzichte van het gezantschap bij den Paus niets gewonnen, maar daarentegen de macht van Rome zoo versterkt dat niet alleen het Protestantsch beginsel in het gedrang zou komen, maar bovendien de meest vitale landsbelangen ernstige schade zouden lijden. De politieke toestand welke ons land op dit oogenblik doormaakt, brengt ons volk op een tweesprong. De keus, die hier omtrent den te volgen weg moet worden gedaan, zal over de toekomst van ons land beslissen.

Nog altijd onverklaarbaar.
Na al hetgeen reeds is geschreven en gesproken geworden over de houding, welke de Christelijk Historischen hebben aangenomen bij de stemming over den gezantschapspost bij het Vaticaan, blijft het zitting nemen van de heeren de Geer en Schokking in het Kabinet Colijn nog altijd een onverklaarbare zaak.
In confesso (erkend) is:
1e. de verleende medewerking in Juli van dit jaar van de Christelijk Historischen aan de Antireviolutionairen en de Roomsch Katholieken tot de Kabinetsformatie onder leiding van den minister Colijn;
2e. de bekendheid met het feit van het brengen van de gelden op de begrooting van Buitenlandsche Zaken voor het jaar 1926 ten behoeve van het gezantschap bij het Vaticaan;
en 3e. de wetenschap, dat, voor het geval het gezantschap werd geschrapt, de Roomsch Katholieke ministers uit het Ministerie zouden uittreden.
Een beroep op het ontbreken van de mede-verantwoordelijkheid van de ministers de Geer en Schokking ten aanzien van het gebeurde, omdat de post van het gezantschap bij het Vaticaan n i e t op hun begrooting, maar op die van den minister van Buitenlandsche Zaken voorkwam, kan niet aanvaard worden.
Immers toen het een tijd geleden ging om de subsidie aan de Olympische Spelen, welke subsidie toentertijd uitging van den Minister van Onderwijs, dr. De Visser, werd het juist van de zijde der Chr. Historischen tot in den treure toe volgehouden, dat, alhoewel de subsidie uitging van het Departement van Onderwijs, niet alleen dr. De Visser, doch alle ministers van het Kabinet voor het bekende millioen aansprakelijk waren. Die zelfde aansprakelijkheid hebben thans de ministers De Geer en Schokking voor den gezantschapspost bij het Vaticaan. Hoe deze aansprakelijkheid intusschen te rijmen is met de houding, welke bijzonder mr. Schokking steeds tegenover het gezantschap bij den Paus innam, valt voor ons niet te verklaren. Het is een van die mysteries, waarvan wij de verklaring met belangstelling tegemoet zien.

Een nieuwe poging.
Na mr. Marchant heeft thans dr. De Visser, de leider van de Christelijik Historische fractie in de Tweede Kamer de opdracht van H.M. de Koningin ontvangen tot het vormen van een parlementair Kabinet. Dat de oud-minister van Onderwijs deze opdracht in beraad heeft genomen, lijkt ons ditmaal geen beleefdheidsvorm jegens de Koningin of wel om uitdrukking te geven aan het naleven van den gebruikelijken regel. Integendeel, wij zien in het antwoord van den staatsman méér dan een poging om ons land uit de politieke impasse te halen, waartoe het door het aannemen van 't amendement-Kersten is geraakt.
Te meer verkeeren wij onder dezen indruk, nu dr. De Visser reeds een paar dagen bezig is geweest zijne politieke voelhorens uit te steken.
Men zal zich herinneren, hoe de leider van de Christelijk Historische Kamerfractie reeds de vorige week, bij „de Koningin ontvangen werd.
Er is dus eenige kans op de oplossing van de politieke crisis, die, naar het ons wil voorkomen, niet anders zal te verkrijgen zijn dan dat Christelijk Historischen en Roomsch Katholieken met betrekking tot het gezantschap bij den Paus tot een accoord weten te komen. In welken zin dit zal plaats hebben, daarvoor willen wij ons niet aan eenige voorspelling wagen. In de laatste weken zijn op dat punt meerdere oplossingen aan de hand gedaan. Hoe dit ook zij, het licht komt op dit oogenblik door de nevelen heen. Moge het zijn, dat spoedig de wolken, die tot op dit oogenblik het politiek uitzicht belemmerden, worden weggevaagd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's