De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VOOR JONG EN OUD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VOOR JONG EN OUD

5 minuten leestijd

Gelouterd.
2

Wat moeder oordeelde.
In een der „nieuwe buurten", in een klein, eenvoudig gemeubeld vertrek, waar alles er even netjes en helder uitzag, zat een vrouw van middlelbaren leeftijd achter een donkerbruin theeblaadje met witte kopjes, te maaien. Telkens keek zij eens naar de klok en van de klok gingen haar oogen onwillekeurig naar de deur, duidelijk verradend dat zij nieuwsgierig iemand wachtte, die wel niet zoo lang meer zou uitblijven. Daar ging de deur open en een zacht, vriendelijk: „Dag moeder !" klonk door de stille kamer, waarop ook de poes meende te moeten antwoorden met het maken van een hoogen rug.
„En" — z00 liet de moeder hooren, terwijl het naaldwerk viel in haar schoot, „hoe is 't gegaan? vertel me eens; ik ben zoo benieuwd wat het is".
Doortje deed niets liever. Vlug ontdeed ze zich van haar goed, hing alles netjes weg in de kast en terwijl moeder een kopje thee voor haar en voor zich­ zelf inschonk, zocht Doortje een haakwerkje en begon spoedig verslag te doen van hetgeen de dokter met haar besproken had. Het was duidelijk te bemerken, dat Doortje veel zin in den dienst had; zoo'n aardige, vriendelijke meneer, een dokter; zoo'n mooi, groot huis en alles zoo keurig; en dan één jongentje van drie jaar om voor te zorgen, en tweehonderd vijftig gulden loon met opslag tot driehonderd gulden. Maar dat andere — moeder moest maar beslissen, ze wist zelf niet, of ze gaan mocht of niet, want 't was toch feitelijk in een ongeloovig gezin gaan dienen. Zou ze niet in allerlei moeilijkheden komen als ze vóór haar geloof en voor haar Heiland zou uit komen? En anders, zou zij niet in verzoeking komen, om zich voor haar geloof te schamen? 't Kon zoo moeilijk zijn; zij voelde het, maar zij wist niet wat ze doen moest; te meer, waar zij toch eigenlijk zoo graag wilde. Maar moeder moest maar beslissen; zooals moeder dacht dat goed was, zou zij doen.
„Mijn lieve kind" was het antwoord, „hoewel ik heel goed voel hoe moeilijk het is en dat de gevaren zeker niet denkbeeldig zijn, zoo geloof ik toch, dat je gaan moet. Hier ligt toch blijkbaar een uitgesproken wensch van een stervende moeder. En als die mevrouw van den dokter werkelijk tot bekeering is gekomen vóór haar sterven, zal ze ook wel dikwijls gebeden hebben voor haar man en voor haar kind. Nu gaat het voor ons natuurlijk niet allereerst om den dokter, maar om het jonge kind, dat in zulk een omgeving zonder moeder achtergebleken is. 't Is haar vurige wensch geweest, zooals de dokter je verteld heeft, dat de opvoeding van het jongentje zou worden toevertrouwd aan menschen, die God vreezen. En ik vind 't bepaald mooi van den vader, dat hij de opvoeding van zijn kind om die reden wil toevertrouwen aan iemand, wier beginselen lijnrecht tegen de zijne overstaan. Hij weet toch, dat z'n vrouw in 't laatst van haar leven heel anders dacht en anders wilde leven dan hij zelf  en hij kan ook weten, dat zijn eenigst kind, als 't godsdienstig wordt opgevoed, straks onwillekeurig ook hoe langer hoe meer van den ongeloovigen vader zal vervreemden. Daarom vind ik 't zoo mooi, zoo edelmoedig van den dokter, dat hij zoo doet. Hoe meer ik er dan ook over denk, Doortje, hoe meer mijn hart neigt om ja te zeggen. En het komt mij voor, dat je daar wel vrij zult zijn om naar je overtuiging te leven; maar wat het moeilijkst zal wezen, dat is om goed en vertrouwelijk met het kind om te gaan en voor dat kind, dat een kind des gebeds zal zijn, goed zorg te dragen, voor het lichaam en voor de ziel. Dat is een taak, Doortje, die moeilijk is en een zware verantwoordeliikheid op je zal leggen. Want je kunt daar tot een grooten zegen gesteld worden voor dat kind, dat geen moeder heeft en in zoo gevaarlijke omgeving verkeert, maar dan zal je ook moeten weten in Gods weg te zijn en je zult je sterkte en wijsheid alleen moeten zoeken bij Hem, Die gezegd heeft: zonder Mij kunt gij niets doen! En daarom vind ik, laten we het tot een voorwerp van ons gebed maken van avond, nu we wel ongeveer weten wat er aan deze betrekking verbonden is. En dat kunnen we nu nergens beter neerleggen dan aan de voetbank van Gods troon. Laten we de zaak nu overdenken tot morgenochtend, dan kan je morgen een briefje aan den dokter schrijven, waaruit hij kan weten of je komt of niet.
Hoewel ze afgesproken hadden er nu over te zwijgen, kwam het gesprek toch telkens weer op hetzelfde terug. Alles werd gewikt en gewogen. Doortje zou 't zoo heerlijk vinden wat meer te kunnen verdienen; dan behoefde moeder niet meer zoo hard te werken. Moeder naaide voor de menschen om in haar onderhoud te voorzien, doch 't viel haar soms wel wat zwaar. En daarom, wat zou 't mooi zijn, als Doortje nu eens bij dien dokter kon komen. Doch dan kwamen de „maars" weer naar voren. Als Doortje bezwaren noemde, sprak moeder moed in. Als Doortje blij de toekomst tegenzag, opperde moeder bezwaren. En zoo was 't telkens „voor" en dan weer „tegen", totdat het later dan gewoonlijk was geworden en moeder een eind aan het gesprek maakte, door voor te stellen samen in 't gebed te gaan, waarbij moeder kinderlijk eenvoudig alles opdroeg aan Hem, bij Wien alle schatten zijn van wijsheid en geloof en kracht, voor degenen die op Zijn Naam betrouwen. Toen een zoen en een „goede nacht"; en weinig oogenblikken later lagen moeder en dochter in een rustigen slaap, ingedommeld bij de wetenschap, dat de Heere den weg zou aanwijzen als antwoord op hun gebed.
Den volgenden morgen schreef Doortje aan den dokter, dat zij na overleg met haar moeder besloten had de betrekking te aanvaarden en dat zij over twee weken als kindermeisje bij hem hoopte te komen.
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

VOOR JONG EN OUD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1925

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's